Historische films: geannoteerde lijst van speelfilms

NIEUWSTE TIJD: NEGENTIENDE EEUW - EUROPA

 

Waterloo - 1970 - 130 minuten - USSR- Gr.-Britt. - DVD - Engelse (originele) of Duitse (gedubde) versie - ondertitels in 8 talen: Nederl., Fr., Eng., Duits, Fins, Grieks, Hebreeuws, Hindi, Arabisch.

 

Producer: Dino de Laurentiis

Regie: Sergei Bondarchuk

Acteurs: Rod Steiger als Napoleon; Christopher Plummer als Wellington; Orson Welles als Lodewijk XVIII.

 

Dankzij de bliksemsnelle opmars van de DVD komen tegenwoordig steeds meer waardevolle, oudere films ter beschikking. Al maanden zocht ik naar de Waterloo-film van Dino de Laurentiis, sinds ik materiaal begon te verzamelen rond de Napoleon Bonaparte-DVD.

De charmante service van Free Record Shop duikelde de film voor mij op, niet langer op die monsterlijk grote, loodzware rollen met 35-mm pellicule, maar op één vederlicht plaatje en tegen de spotprijs van 15 euro! Deze monumentale spektakelfilm uit 1970 wordt beschouwd als nog steeds de beste historische evocatie van de 'Honderd Dagen' en de beroemde veldslag. Vandaar waarschijnlijk dat hij nooit een echt commercieel succes geworden is. Jammer dat de omslagillustratie de prijs verdient van slechtste kaft van het jaar; we drukken ze hier dan ook niet af.

 

Inhoud

De film begint op woensdag 20 april 1814. Fontainebleau. Laarzen daveren gesyncopeerd in de maat op het parket. Dan ernstige gezichten. De maarschalken van Frankrijk maken in groot tenue hun opwachting bij Napoleon, keizer aller Fransen. Oostenrijkers en Russen staan in Parijs. Zijn maarschalken dringen bij Napoleon aan op abdicatie. Die krijgt een woedeaanval ... maar tekent toch. Vervolgens een ontroerende plechtigheid: Napoleon neemt afscheid van zijn Oude Garde. Hij kust de met goudborduursel bestikte keizerlijke vlag, een tafereel dat in verschillende schilderijen en prenten uit Epinal is vereeuwigd. Een koets ratelt over de kasseien. De keizer vertrekt in ballingschap naar Elba. Het Grote Avontuur is voorbij.

Voorbij? Tien maanden later is hij terug in Frankrijk, met minder dan duizend man. En dan volgt die ongelooflijke, theatrale scène, ergens ten zuiden van Grenoble, op wat nu de Route Napoléon heet en toen de route nationale 1. Maarschalk Ney verspert hem de weg, met een overmacht aan infanterie en artillerie. Ney, "de dapperste der dapperen", die Lodewijk XVIII beloofd had "het monster" in een ijzeren kooi af te leveren in Parijs. Napoleon wenkt zijn garde terug en nadert heel alleen de troepen. Slechts zijn ineengestrengelde vingers op de rug verraden zijn nervositeit. "Soldaten van het Vijfde! Herkennen jullie mij niet? Wie zijn keizer neerschieten wil, hier ben ik!" Een jonge soldaat valt flauw van emotie en dat breekt de spanning. Iemand roept: "Vive l'empereur!" Mannen huilen en juichen, steken hun sjako's op hun bajonetten en omringen hun idool.

Nu begint een triomftocht, van stad tot stad, tot Parijs. De dikke koning Lodewijk stijgt amechtig in zijn karos. De koets ratelt over de keien...

Binnen de kortste keren wijzen de verbondenen Napoleons voze vredesbeloftes af. Britten en Pruisen marcheren op naar de Franse grenzen.

Brussel, 15 juni 1815. De hertogin van Richmond houdt een bal voor de militairen. Drie dagen later zullen de meesten van die in schitterende gala-uniformen uitgedoste jonge officieren als verfrommelde lompen het slagveld overdekken.

Arthur Wellesley, hertog van Wellington, doet zijn intrede. Plots nadert een bemodderde officier, een Pruis: "Napoleon is de grens over en nadert Brussel. Hij is nu bij Charleroi"

"Charleroi?" Over het gezicht van Wellington glijdt een nauwelijks merkbare glimlach die we pas later zullen begrijpen.

De volgende dag verslaat Napoleon de Pruisen onder Blücher te Ligny. De Pruisen trekken terug op Waver, maar de 72-jarige taaie maarschalk geeft niet op. De dag daarop breken de gevechten uit bij Quatre Bras, bezuiden Waterloo. De troepen uit het pas opgerichte Koninkrijk der Nederlanden en de enkele Britse legereenheden moeten wijken. Steeds meer Britten naderen het slagveld. Napoleon zendt 33.000 man, een derde van zijn leger, onder de generaals Grouchy, Vandamme en Gérard achter de Pruisen aan.

De 17de 's middags barst een heftig onweer los. De regen houdt aan tot 's nachts en verandert de zware kleigrond in een verraderlijke drab. Wanneer de morgen aanbreekt is de zon er weer. Wellington blijft comfortabel droog op de noordelijke hoogten bij Waterloo. De twee legers observeren elkaar zonder verdere actie: eerst moet de stugge, vettige modder opdrogen. Pas om iets na 11.30u openen de Franse kanonnen van de Grote Batterij een geconcentreerd vuur. Alleen de Belgisch-Nederlandse brigade Bijlandt onderging het volle geweld van de vuurstorm en werd gedecimeerd. Wellington laat zijn leger honderd passen terugtrekken, zodat het beschermd is door de heuvelkammen. (Zijn geliefkoosde tactiek, die hij in Spanje telkens weer met succes had toegepast.) Aan generaal Uxbridge, die hem verwijt een slechte positie gekozen te hebben, met het woud in de rug, antwoordt hij: "Dat woud heeft geen onderhout. Een heel leger kan tussen de bomen doorglippen, als regen tussen tralies. Ik heb dit terrein jaren geleden verkend. Ik ken het als mijn broekzak."

Napoleon krijgt een pijnkramp (een voorbode van de ziekte die hem enkele jaren later zal vellen?) en moet enige tijd rusten. Ney denkt ten onrechte dat de Engelsen in aftocht zijn en werpt de volledige Franse cavalerie in de strijd, zonder steun van infanterie. Honderden paarden storten in een holle weg die van op afstand niet zichbaar was. De cavalerie rent te pletter tegen de Engelse infanterie, opgesteld in grote vierkanten.

En dan golft de strijd heen en weer tot 's avonds. Om 18.30u ziet het ernaar uit dat Wellington de slag verloren heeft. Napoleon zendt de falanxen van zijn Oude Garde in de slag voor de beslissende doorbraak. In de verte naderen nieuwe kolonnes. Grouchy? Neen. Het is Blücher met zijn Pruisen. De slag is verloren. De tegenstribbelende Napoleon wordt afgevoerd in een bemodderde karos. Zijn rijk is uit. En ditmaal voorgoed.

Wellington, de overwinnaar rijdt traag over het met lijken bedekte slagveld. Met pistoolschoten verjaagt zijn staf burgers, plunderaars, aasgieren die gewonden de keel afsnijden. Zijn gezicht staat bevroren. "Ik hoop dat dit mijn laatste slag was: ik heb vandaag te veel vrienden verloren. Het enige wat erger is dan een gewonnen veldslag, is een verloren veldslag."

 

Bespreking

Wanneer je de film voor de eerste keer (terug)ziet, laat je je natuurlijk meeslepen door het verhaal zelf. Pas bij een tweede en derde visie beginnen je details op te vallen, zowel inhoudelijke als vormelijke en begin je te beseffen hoe knap regisseur Bondarchuk zijn métier beheerst. Hoe zijn beeldtaal sprekend overbrengt, wat in een geschreven tekst bladzijden zou vereisen. Een paard krabt met de voorpoot in een plas water. Napoleon die wegzakt in de modder en door twee generaals eruit moet getrokken worden. (Ondertussen inwendig: "De natuur is de enige vijand die ik vrees.")

Een film als deze kan vandaag niet meer gedraaid. Tenminste niet zonder de hulp van computeranimatie (zoals in 'The Lord of the Rings'). Waar vind je nog duizenden cavaleristen? In 1970 bezat alleen het Sovjetleger nog voldoende bereden regimenten kozakken. Dat levert schitterende tonelen op van aanvallende cavalerie, zowel de beroemde charge van de Royal Scots Greys (die voor velen, ook voor hun bevelhebber kolonel Ponsonby, in bloed gesmoord wordt door de Franse lansiers) als die van de Franse kurassiers.

In de stijl van de grote spektakelfilms zorgt de regie voor een gepaste afwisseling van massatonelen en sequenties met individuen in de hoofdrol.

De actie concentreert zich op de twee hoofdrolspelers, Napoleon en Welllington. Maar ook op de gewone soldaat. Aan Franse zijde ontmoeten we telkens weer twee oude "grognards", die hun keizer gevolgd zijn vanaf Elba. Aan Engelse kant volgen we soldaat O'Connor van het regiment Inniskillings.

Rod Steiger kreeg indertijd veel lof voor zijn vertolking als een bijwijlen vermoeide, emotionele Napoleon; Christopher Plummer als cynische Wellington veel minder. Ten onrechte, blijkt nu, bij het weerzien. De onderkoelde, typisch Britse toon vind je ook bij anderen. Uxbridge, de Engelse onderbevelhebber, wordt bij het einde van de slag getroffen door een Franse granaat: "By Jove, sir, ik geloof dat ik mijn been kwijt ben." Reactie van Wellington, naast hem: "Ik geloof het ook, sir." En dan wuift Wellington toeschietende stafleden weg, en ondersteunt de ineenzakkende Uxbridge.

Afwisselend zoomt de camera in op de twee protagonisten, van totaalopname tot close-up van gezicht of ogen. Hun twijfels, hun gedachten zijn telkens weergegeven in monologue intérieur.

Treffend is de voortdurende aandacht voor het historische exacte detail: de uniformen, de wapens, de marsorde, de fanfaremuziek (die regelmatig het gebulder van geschut overstemt).

Zo zie je bij de Britse tegenaanval, in een flits slechts, de twee meegevoerde vlaggen, die van de koning en die van het regiment, beschermd door uitgezochte piekeniers.

Hiervoor werd een beroep gedaan op experts en op de talloze schilderijen, gravures en prenten die de slag vereeuwigden. Regelmatig zijn bekende schilderijen of prenten gebruikt als voorbeeld voor de enscenering.

Toch is bij al die scenische schoonheid de gruwel van de oorlog manifest aanwezig: een Brits soldaat, mooi als een blonde jonge god, die krankzinnig wordt, uit het beschermende carré stapt en zijn wanhoop uitschreeuwt; de hallucinante eindtaferelen, met het slagveld in vogelperspectief. Overal doden. Britse carrés, neergemaaid als korenhalmen in een storm, omgeven door gesneuvelde Franse kurassiers en hun dode of gewonde paarden...

 

DVD

De DVD bevat buiten de taalkeuze van audio en ondertitels weinig extra's. Er is jammer genoeg geen "making of": dat was in 1970 nog niet gebruikelijk. Wel kun je een filmografie opvragen van Rod Steiger, Christopher Plummer en Orson Welles. En er is natuurlijk de onderverdeling in 28 'hoofdstukken' die je toelaat snel een sequentie te selecteren, bijvoorbeeld voor gebruik in de klas.

Didactische verwerking en bibliografie: zie op deze site bij Napoleon Bonaparte.

Jos Martens

 



Copyright © 2003 VVLG, 21.12.2003