Historische films

GEANNOTEERDE LIJST VAN SPEELFILMS

 

NIEUWSTE TIJD

 INDIANEN

 

Geronimo. An American Legend - 1993 - 115 minuten - video - originele Engelse versie, Nederlandse ondertitels

Regie: Walter Hill.

Acteurs: Jazon Patric (luitenant Gatewood); Robert Duval (Al Sieber); Gene Hackman (generaal Crook); Wes Studi (Geronimo); Matt Damon (Britton Davis).

 

Wes Studi, de Cherokee acteur, als Geronimo

Inhoud

De jonge luitenant Britton Davis, de off-screen verteller van de film, wordt nog voor zijn aankomst op zijn standplaats opgevorderd door eerste luitenant Gatewood om deel te nemen aan onderhandelingen die moeten leiden tot de overgave van het beruchte Chiricahua-opperhoofd Goyatlay, beter bekend onder zijn Mexicaanse naam Geronimo. De eerste kennismaking is een fraai staaltje van filmtaal en spanningsopbouw, volledig gezien vanuit het groentje Davis. De angstige verwachting en een schets van de totaal verschillende Apache-cultuur door de 'veteraan' Gatewood vragen slechts enkele woorden en beelden. De bespreking lukt. Gatewood en Geronimo moeten op weg naar het fort een bloeddorstige burgermilitie uit Tucson afslaan, die de Apache wil hangen. Dit lukt zonder bloedvergieten, waarbij Geronimo subtiel geportretteerd wordt, niet alleen als een uitstekend schutter, maar ook als een bedachtzaam en wijs strateeg. (Ook dit komt overeen met de historische werkelijkheid, blijkt na ons verder onderzoek.) 500 Chiricahua worden gedeporteerd naar het dorre Turkey Creek, dat eigenlijk niet geschikt is voor landbouw. Wanneer het leger een medicijnman wil arresteren, loopt dat door het onbegrip en de botheid van de soldaten uit op een schietpartij. Geronimo breekt uit en verdwijnt naar Mexico. Hier voeren zijn krijgers onophoudelijk overvallen uit op mijnwerkers en postkoetsen. Het leger onder leiding van generaal Crook, gesteund door Apache-verkenners, steekt de grens met Mexico over. Crook en Geronimo starten onderhandelingen. Die worden gefotografeerd: de enige keer dat Indianen in oorlogstijd ooit op foto werden vastgelegd!

De originele foto (waarvan wij geen goede afdruk konden vinden) is genomen in maart (25 maart?) 1886. Benevens de ondernemende fotograaf was ook een journalist aanwezig. Vermoedelijk maakte deze ongewone toegeeflijkheid tegenover de pers deel uit van Crooks tegenoffensief versus de sensatiekranten, die (op aanstoken van grondspeculanten en oorlogsprofiteurs) zijn vredespogingen ondermijnden door steeds zwaarder overdreven gruwelverhalen over 'het beest Geronimo', terwijl de moordpartijen van de blanken op onschuldige Indianen kuis onder de mat werden geveegd. Nog meer verbazingwekkend is de welwillende bereidheid waarmee de Chiricahua poseerden, net of zij beseften dat zij de laatste overblijvenden waren van een tijdperk dat op het punt stond voorgoed te verdwijnen.

Geronimo geeft zich over, maar het vertrouwen in Crook is weg. Onderweg verdwijnt hij weer, ditmaal met een kleine groep volgelingen. Crook krijgt een berisping van het Ministerie van Oorlog en neemt onmiddellijk ontslag - generaals, die de Indianen als mensen beschouwden, konden zowel bij de legertop als bij de regering op bitter weinig sympathie rekenen. Hij wordt vervangen door brigade-generaal Nelson (Berejas) Miles. Deze wil werken zonder Apache-verkenners en voert de effectieven van het leger gevoelig op. Uiteindelijk maken 5000 soldaten jacht op 35 Apache! Ondanks die meer dan honderdvoudige overmacht slaagt de cavalerie er niet in de Chiricahua op te sporen. In tegendeel, de blanken zijn niet opgewassen tegen hun ongrijpbare en listige tegenstanders en de verliezen lopen op. Vijf maanden duurt dit kat-en-muis-spelletje. In heel de VS volgt het publiek de 'opstand' met gespannen zenuwen. Miles mobiliseert noodgedwongen opnieuw de verkenners, die onder de leiding staan van de blanke veteraan Al Sieber.

Alleen vergezeld door Al Sieber, Britton Davis en een Chiricahua-scout zoekt Gatewood het groepje van Geronimo op. Die geeft zich op 4 september 1886 definitief over aan Miles. (Hier is de historische realiteit even 'verdicht' tot film: in werkelijkheid waren er twee scouts. Gatewood had van zijn oversten verbod gekregen om zonder militaire begeleiding het kamp van Geronimo te naderen. Hij liet echter zijn escorte achter om de Apache niet af te schrikken. Ook het gevecht met de blanke moordenaars, waarbij de Indianendoder Sieber sterft om een Apache-scout te redden, is fictie, maar berust op waargebeurde feiten. Officieel krijgt Gatewood later een berisping omdat hij zich niet aan de bevelen had gehouden.) De woordbreuk die dan volgt werpt andermaal een blaam op het leger en de hele VS. Miles is niet van plan zijn beloften te houden (op instigatie van Washington?). Gatewood, een mogelijke lastige getuige, wordt prompt van het toneel verwijderd en overgeplaatst. (Miles en enkele andere officieren wilden alle eer voor zichzelf, ondanks het feit dat ze de zwaar zieke Gatewood ter hulp geroepen hadden vanuit zijn toenmalige standplaats.) De afdeling Apache-verkenners, die het leger zo trouw heeft gediend, wordt smadelijk ontwapend en opgedoekt. De Mescalero en andere Apache moeten naar hun reservaat; de Chiricahua-scouts worden naar Florida gedeporteerd met dezelfde trein die hun stamgenoten wegvoert. Verontwaardigd over de behandeling van Gatewood en de scouts neemt de volkomen gedesillusioneerde Britton Davis ontslag. "Ik haat idealisten", zegt Miles hem. "Ik schaam me", antwoordt Davis. (De echte Davis zal later in zijn memoires uitvoerig over de Geronimo-campagne berichten, onder andere om eerherstel te krijgen voor Gatewood, die ondertussen in armoede gestorven was na een schandelijke behandeling door het leger in de negen jaar die hij nog te leven had na 1886)

De film eindigt met het beeld van de deportatietrein, die langzaam naar de horizon wegpuft. Met hem verdwijnen de laatste vrije Indianen van de VS. Het einde van een tijdperk.

 

Epiloog

De foto toont een groepje Apache in de berm voor een trein. Derde van rechts is Geronimo, een kleine, oudere man met losse halflange haren, een gebloemd hemd en cowboy-laarzen (die hij net voor hij op de trein stapte met een blanke souvenirjager heeft geruild voor zijn eigen mocassins). De foto is genomen door A.J. McDonald tijdens een korte halte langs de Southern Pacific Railroad, in 1886, vlak na het ogenblik waarop de film eindigde.

Cohan Sherer, J., Indians, New York, Bonanza Books, 1982, p. 148-149.

 

Bespreking

Een aangename verrassing deze onverwacht goede film. Daarbij een cast van gerenommeerde acteurs (van wie Matt Damon toen nog de illustere onbekende) en toch geen succes in de bioscoop. Hoe kan dat? (Ik vraag me af of de film bij ons zelfs maar in roulatie is gekomen!) Het beeld van Geronimo is veel positiever en historisch correcter dan in de traditionele Amerikaanse bronnen, waarin hij steeds werd afgeschilderd als de vleesgeworden duivel. Dit gaat terug op de berichten in de sensatiekranten ca. 1880, aangezwengeld door blanken die het land van de Apache wilden inpikken.

Ook in de States is de film met gemengde gevoelens onthaald. Karl Williams noemde het "One of two tragically underrated Westerns produced in the mid-'90s (the other being 1994's Wyatt Earp)" Hij prijst de acteursprestaties: "While a naïve soldier well played by a then-unknown Matt Damon is ostensibly the main character here, the real heart and soul of the film is Charles Gatewood, a soldier sympathetic with his enemy nearly to the point of sedition and played with mute, feral feverishness by Jason Patric. Superlative performances are also delivered by Gene Hackman as a morally conflicted general, Robert Duvall as an uneducated scout, and particularly Wes Studi the Cherokee actor who gave an impassioned portrayal of Magua in last year's The Last of the Mohicans as the title character, (1992)". Andere besprekingen die we op internet konden vinden, zijn minder gunstig. "Wie een nieuwe Dances with Wolves verwachtte, komt bedrogen uit." Als je ze analyseert komt het hierop neer: ze verwijten de film te weinig romantiek, actie, spanning. Kortom, te weinig Hollywood-allures, maar zeker niet te weinig authenticiteit! Wat in onze ogen eerder een compliment is! "Geronimo" is in film wat het boek van de echte Britton Davis in druk is: "The Truth About Geronimo" en de schandelijke Amerikaanse Indianenpolitiek. Een eresaluut aan de laatste vrije Apache, die "against all odds" met de moed der donkerste wanhoop bleven vechten, niet voor hun toekomst (want daar geloofden ze zelf niet meer in), maar voor hun menselijke waardigheid en het recht om strijdend ten onder te gaan, liever dan weg te teren in ongezonde reservaten.

 

Tijdsverdichting

Geronimo geeft zich over in september 1886. De film wekt de indruk dat alle verhaalde gebeurtenissen zich afspelen in enkele maanden of ten hoogste in een tijdsverloop van twee jaar: 1885 en 1886. (Er is sprake van één oogst in het reservaat bij Turkey Creek). In feite zijn gebeurtenissen over verschillende jaren (= de vertelde tijd) samengeperst in minder dan twee uur film (= verteltijd) en daarom ook gecondenseerd om de dramatische spanning op te drijven.

Het incident in Cibecue, aan en in de rivier, waarbij de soldaten in het wilde weg beginnen te schieten en Al Sieber gewond wordt, vond plaats in voorjaar 1881. Reeds in 1883 gaf Geronimo zich een eerste keer over aan generaal Crook.

 

David en Goliath

Apache-verkenners op oefening in 1886.

 

De film benadrukt de essentiële rol van de Apache-verkenners, maar besteedt nog te weinig aandacht aan de haast ongelooflijk ongelijke krachtverhoudingen tussen de vijandelijke 'strijdkrachten'. (In de figuur van sergeant Chato, historisch zelf een aanvoerder van krijgersbenden, condenseert de film twee andere scouts. Chato, die inderdaad bij de laatste uitbraak niet meeging, had aangeboden om Geronimo op te sporen voor onderhandelingen. In de walgelijke blanke scalpjagers zijn een aantal dergelijke historische 'heldendaden' samengebald.)

Wanneer Geronimo voor de laatste keer het reservaat ontvlucht, samen met Naiche, de zoon van het beroemde opperhoofd Cochise, telt de groep slechts twintig krijgers en evenveel vrouwen en kinderen. Nadat Naiche naar het reservaat is teruggekeerd zijn de laatste vrije Apache nog met 34, waaronder 24 krijgers. Dit minuscule groepje doet de algemene paniek uitbreken in het Zuidwesten en Noord-Mexico. Generaal Crook zette de achtervolging in met 3000 man en 200 Apache-verkenners. Na het ontslag van Crook gaat zijn opvolger Miles, 'een brigade-generaal die uit was op promotie', verder met 5000 man, een derde van de totale parate strijdkrachten van de VS op dat ogenblik. Als hij na vijf maanden zonder resultaat beseft dat hij het zonder Apache-scouts niet redt en hen noodgedwongen opnieuw inschakelt, verhoogt hij hun aantal tot 500 en krijgt hij bovendien hulp van enkele duizenden gretige gewapende burgers. Dit alles om amper 24 krijgers te bevechten, die dan nog eens de hele zomer van 1886 op de hielen gezeten werden door duizenden Mexicaanse soldaten!

Jos Martens

 

 

Geraadpleegd

Haast alle hoofdrolspelers hebben later hun belevenissen te boek gesteld. De meeste zijn terug te vinden in de bibliografie bij Dee Brown en Arthur Adams hieronder. Britton Davis (Matt Damon in de film) was zo verontwaardigd over de behandeling van Gatewood en de woordbreuk van Miles tegenover de Apache, dat hij een verdediging publiceerde: "The Truth About Geronimo", herdrukt in 1963. Generaal George Crook schreef, net als Miles, eveneens een autobiografie, herdrukt in 1946. Beter is Lumnis, Ch., "General Crook and the Apache Wars", herdrukt in 1966. Adams is vernietigend in zijn oordeel over de autobiografie van Miles, en bevestigt zo het negatieve beeld dat we van hem krijgen in de film. Hij zegt (p. 362) "De ambitie van Miles om president van de Verenigde Staten te worden, is door historici algemeen aanvaard. Hij stelt zichzelf in een fraai daglicht. Zijn autobiografie is eerder van belang voor de informatie die ze niet bevat, zoals het ontbreken van enige significante referentie aan de rol van Gatewood. De algemene impressie die Miles poogt te wekken is dat Crook de Apache jarenlang bevocht zonder resultaat, terwijl hij, Miles, de klus klaarde in enkele maanden."

 

Adams, A., Geronimo. An Illustrated Biography, Londen, New English Library, 1973, 381 blz.

Barret, S., Geronimo's eigen verhaal, in: De schreeuw van de Dondervogel, (ed.) Anton Quintana, Amsterdam, Loëb, 1982, p. 192-199.

Barret, S., Les mémoires de Géronimo, Parijs, Maspero, 1977, 174 blz. Oorspronkelijk: Geronimo's Story of His Life, 1915.

Brown, D., Begraaf mijn hart bij de bocht van de rivier. De ondergang van de Indianen in Noord-Amerika, Baarn, Hollandia, 1972, 392 blz.

In het Nederlands is het verhaal van Dee Brown nog steeds het meest betrouwbare en tevens het meest toegankelijke. Het is nog gemakkelijk vindbaar dankzij latere herdrukken onder de titel: Begraaf mijn hart bij Wounded Knee (een vertaling van de oorspronkelijke titel).

Cohan Sherer, J., Indians, New York, Bonanza Books, 1982.

De Indianen, De Haan, National Geographic Society, 1978.

Noord-Amerikaanse indianen. Cultuur en levenswijze, Feest, Ch. (samenstelling), Keulen, Könemann, 2000, 480 blz.

Karl Williams, Geronimo. An American Legend

http://etext.lib.virginia.edu/toc/modeng/public/OplKeno.html - geraadpleegd 31 mei 2003.

Strip: Jean Giraud, Geronimo de Apache. (Reeks: Mister Blueberry), Dargaud, 1999.

 

Aanvullende informatie

Geronimo, de gesel Gods van het Zuidwesten

door Carol Bender

 

Gloeiende zwarte ogen en een tot een streep samengeknepen mond, het geweer stevig in zijn handen geklemd, een wapen dat toen al door de meeste Amerikanen als antiek werd bestempeld &endash; zo is Geronimo beroemd geworden. De foto is in scène gezet, de rekwisieten komen uit de kist van de fotograaf. En toch intrigeert dit gezicht iedereen.

Geronimo, wiens Apache-naam Goyatlay ('Hij die geeuwt') luidde, was een in 1825 geboren Bedonkohe-Apache. Volgens zijn memoires was de gebeurtenis die zijn hele leven zou bepalen, de moord op zijn moeder, zijn vrouw en zijn drie kinderen door Mexicaanse soldaten. Deze in 1858 gepleegde misdaad vormde de aanleiding voor een nooit eindigende veldtocht om wraak, waarin hij de dorpen ten zuiden van de grens beroofde en uitmoordde. De enige keer dat hij hierbij door een vijand gevangen genomen werd, vond plaats in 1877 toen John Clum, de agent van het San Carlos Reservation, hem overrompelde en in ketens geboeid naar het reservaat liet brengen.

De situatie in het reservaat was ondraaglijk. Bij de hitte, de insecten, de pesterijen van de ambtenaren en de onenigheid tussen de verschillende Apache-groepen, die hier waren samengebracht, kwamen nog de duistere praktijken van de nieuwe agent, die de regering met geld, en de indianen met hun rantsoenen bedroog. Geronimo verbleef er maar kort; hij brak uit en vluchtte naar Mexico. Weliswaar keerde hij 1880 vrijwillig terug, maar in het voorjaar van 1881 vertrok hij met 70 aanhangers weer naar Mexico, nadat soldaten in Cibecue in het wilde weg waren gaan schieten vanwege een, in hun ogen, gevaarlijk ritueel.

In 1883 kreeg George Crook de opdracht om de voortvluchtige Chiricahua te arresteren. Gesteund door 200 Apache-verkenners lukte het Crooks troepen door te dringen in het gebied waarheen de Chiricahua waren gevlucht. Geronimo gaf zich tijdens de onderhandelingen over en keerde in maart 1884 terug naar San Carlos, waar de Chiricahua onder toezicht van het leger werden gesteld. Dit aanvankelijk succesvolle idee leidde tot onenigheid met de civiele ambtenaren van het reservaat, die hun autoriteit bedreigd zagen. Toen het voor de Apache geldende alcoholverbod werd uitgebreid tot hun zelfgemaakte maïsbier, braken de Chiricahua onder Geronimo opnieuw uit, dit keer met zijn vriend Naiche, de zoon van Cochise en het eigenlijke opperhoofd van de Chiricahua. Crook zette met 3.000 man de achtervolging in. Toen hij Geronimo na lange tijd eindelijk te pakken had, beloofde de rebel dat hij zich direct zou overgeven. Maar hij verdween nog dezelfde nacht. Hij werd vergezeld door slechts 20 krijgers en evenveel vrouwen en kinderen. Crook werd vanwege zijn onvoorzichtigheid officieel berispt en vroeg beledigd om ontheffing van zijn commando. Kolonel Nelson Miles nam zijn plaats in en de troepen werden uitgebreid tot 5.000 man. Ondanks dit honderdvoudige overwicht waren de vluchtende Apache niet te pakken te krijgen, en in het Amerikaans Zuidwesten brak paniek uit. Pas in september 1886 legde Geronimo voorgoed de wapens neer. Samen met de vluchtelingen werden alle Chiricahua uit het reservaat naar Florida gedeporteerd terwijl Geronimo en Naiche ondanks vroegere afspraken van hun gezinnen werden gescheiden. (President Grover Cleveland eiste dat Geronimo opgehangen werd, onder invloed van de tendentieuze berichten in de sensatiekranten over indiaanse wreedheden, maar daarop werd, gelukkig voor de toch al bedenkelijke reputatie van de VS, niet ingegaan.) In Fort Marion, waar plaats was voor maximaal 75 mensen, arriveerde er bijna 500. Ruim 100 stierven onder de ondraaglijke omstandigheden. In 1894 werden de overlevenden naar Oklahoma gebracht, naar Fort Sill, waar ze een nieuw leven trachtten op te bouwen. De zeventig jaar oude Geronimo werkte als boer, maar gebruikte zijn populariteit als bron van inkomsten door souvenirs te maken en zijn handtekening te verkopen. In 1905 dicteerde hij, nog altijd als krijgsgevangene, zijn levensverhaal. Zijn neef Daklugi, die het voor hem vertaalde, vertelde later dat het Geronimo altijd heeft gespeten dat hij zich heeft overgegeven. In 1909 bleef de hoogbejaarde Geronimo op een koude nacht dronken buiten liggen en stierf de dag daarop in een militair hospitaal aan een longontsteking.

 

Carol Bender, in: Noord-Amerikaanse indianen. Cultuur en levenswijze, Feest, Ch. (samenstelling), Keulen, Könemann, 2000, p. 421.

 

 

De Apache

door Raymond Paeshuys

De Apache vormen samen met de nauw verwante Navajo de zuidelijke tak van de Athapaskentaalgroep. Deze taalgroep bestaat verder uit een Noordelijke groep (een 23 talen, verspreid over een groot gebied in West-Canada en het binnenland van Alaska; bijvoorbeeld de Chipewyan) en de Pacifickustgroep (een achttal talen gesproken in Californië en Oregon, bijvoorbeeld de Hupa).

De Apache noemen zichzelf Diné (N'dé, Tinde, Inde) wat 'het volk' betekent. De term Apache komt denkelijk van 'apachu', wat in het Zuni 'vijand' betekent (term waarmee ook de Navajo worden aangeduid).

Volgens glottochronologisch onderzoek (=onderzoek naar de evolutie van de uitspraak van klanken en woorden) hebben de Zuidelijke Athapasken zich afgescheiden rond 950-1000 onze tijd. Zij trokken zuidwaarts en rond 1300-1370 ontstonden uit deze Proto-Apache de verschillende Apachegroepen. Over de juiste route naar het zuiden (langs een intermontana-route: Utah/Colorado-Grote Bekken of langs de vlakten, ten oosten van het Rotsgebergte) en het tijdstip waarop zij het Zuidwesten bereikten (1200, 1400 of later) bestaat nog grote onduidelijkheid.

Deze Proto-Apachecultuur was relatief eenvoudig en uniform. Het waren semi-nomadische jagers en verzamelaars. Zij vervaardigden niet versierd, puntbodemig aardewerk, kleding en schoeisel van gelooide huiden van herten of antilopen. De hond speelde een belangrijke rol als lastdier. Zij leefden in kleine gemeenschappen, denkelijk bestaande uit bilokale of matrilokale uitgebreide families onder leiding van een oudere man.

Na de opsplitsing van de Proto-Apache kunnen we hen in twee groepen indelen: de Oostelijke Apache (Jicarilla, Lipan, Mescalero, Chiricahua en Kiowa Apache); de Westelijke Apache (die een grotere eenheid vormden en ingedeeld werden in 'bands', onder anderen Cibue, White Mountain, Noordelijke en Zuidelijke Tonto en San Carlos).

Elke groep is gekarakteriseerd door een unieke culturele eigenheid, een verscheidenheid die zich uit in verschillende woontypen, economische bedrijvigheid, kleding en gewoonten. Na het verwerven van paarden namen ruilhandel en rooftochten een belangijke plaats in.

 

 

De Chiricahua na Geronimo

 

Geronimo stierf in 1909. In 1913 werd aan de Chiricahua de keuze geboden ofwel een relocatie op het Mescalero Reservaat in New Mexico, ofwel stukken grond (allotments) in de nabijheid van Apache, Oklahoma. Ongeveer twee derden van de stam verkoos naar New Mexico te verhuizen, de rest (nu Fort Sill Apache genoemd) aanvaardde de 'allotments' en bleef in Oklahoma.

De Chiricahua-taal is aan het uitsterven en grotendeels door het Mescalero vervangen. Het is zelfs moeilijk uit te maken hoe verschillend het Chiricahua en het Mescalero ooit geweest zijn. De Fort Sill Apache waren in 1981 nog met 272, van wie vijf (toen allen ouder dan 50) de taal nog machtig waren.

 

Bronnen

Gunnerson, J.H. Southern Athapascan Archeology. In: Handbook of North American Indians. IX. Blz. 162-169, geïll.

Noord-Amerikaanse indianen. Cultuur en levenswijze. Feest, Ch. (samenstelling), Keulen, Könemann, 2000, 480 blz., geïll.

Opler, M.E. The Apachean Culture Pattern and its Origins. In: Handbook of North American Indians. X. Blz. 368-392, geïll.

Opler, M.E. The Chiricahua Apache. In: Handbook of North American Indians. X. Blz. 401-418, geïll.

Young, R.W. Apachean Languages. In: Handbook of North American Indians. X. Blz. 393-400.



Copyright © 2003 VVLG, 16.06.2003