Historische films: geannoteerde lijst van speelfilms

NIEUWSTE TIJD: TWINTIGSTE EEUW

 

The Fog of War (In de mist van oorlog) - VS 2004 - DVD 2005 - speelduur: 107minuten - Engels, Nederlandse ondertitels.

Van: Errol Morris. Met: Robert McNamara.

Oscar voor de beste documentaire 2004.

"Leer van je fouten. Maak geen tweemaal dezelfde fout. Die kans krijg je niet bij nucleaire wapens: één vergissing en je vernietigt naties." (Robert McNamara)

 

Hij berekende dat Amerika Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog sneller op de knieën zou krijgen als de luchtmacht de houten steden in de fik stak en hij stond president Kennedy bij tijdens de Cuba-crisis. Maar de oorlog in Vietnam kreeg hij niet onder controle en hij joeg miljoenen mensen de dood in. Als Robert McNamara het achterste van zijn tong laat zien, zit je beter op de voorste rij.

Errol Morris draait al mee sinds de jaren zeventig. Dat zijn 'Fog of War' zo'n uniek document is geworden, is niet alleen te danken aan de vakkennis van de cineast, maar ook aan zijn onderwerp: Robert McNamara.

In eerste instantie was Robert S. McNamara (°1916) bereid een interview van een uur te geven aan documentairemaker Errol Morris, maar de 85-jarige raakte op dreef, bleef drie uur en kwam de volgende dagen terug. Uiteindelijk liet hij zich 23 uur lang ondervragen door een man die er geen geheim van maakt dat hij in de jaren zestig fel protesteerde tegen de Vietnam-oorlog en McNamara verweet dat hij een ,,massamoordenaar'' was en een ,,oorlogscrimineel''. Overigens geeft McNamara toe dat hij wellicht als oorlogsmisdadiger veroordeeld zou geweest zijn als Amerika de Tweede Wereldoorlog had verloren.

De film kreeg als ondertitel mee, 'Eleven lessons from the life of Robert S. McNamara'. Die was tussen 1961 en 1968 minister van Defensie, eerst onder John F. Kennedy en daarna onder Lyndon B. Johnson, en wordt in die context doorgaans omschreven als een van de belangrijkste architecten van de Vietnam-oorlog.

Errol Morris verbergt niet dat hij links is, maar hij dringt zijn persoonlijke overtuiging niet op aan de kijker. Wat dat betreft kan Michael Moore ('Fahrenheit 9/11') van hem nog een lesje leren. Morris is extreem goed voorbereid en dat is ook hard nodig, want zelfs op 85-jarige leeftijd praat McNamara zo goed, dat je hem ertoe in staat acht om aan de duivel een centrale verwarming te slijten.

Over de persoon McNamara en zijn privé-leven komen we niet zo heel veel te weten. Liever vertelt hij over zijn steile klim in de hiërarchie van het leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Testen wezen hem aan als een van de slimste mensen van de Verenigde Staten. Hij kwam terecht op een afdeling strategie en maakte furore met zijn meedogenloze analyses. Zo becijferde hij dat bombarderen vanop lagere hoogte Japan zoveel meer schade toebracht, dat de hogere dodentol bij de piloten ,,aanvaardbaar'' was. Japan stond in brand, 1,9 miljoen burgerslachtoffers waren het resultaat: de rekenmachine als dodelijkste wapen.

Na de oorlog was McNamara de eerste niet-Ford aan het hoofd van het gelijknamige auto-imperium. Lang bleef hij niet op post, want president John Fitzgerald Kennedy stelde hem aan als minister van Defensie - een functie die hij na de moord op Kennedy dus ook onder president Lyndon B. Johnson bekleedde.

McNamara stond op de eerste rij toen de Cuba-crisis dreigde uit te monden in een derde wereldoorlog en hij was de minister die maar nieuwe rekruten Vietnam bleef sturen. Uiteraard zijn dat de twee onderwerpen waar 'Fog of War' het diepst op in gaat.

Zo'n 30 jaar na de Cuba-crisis van oktober 1962 was Robert S. McNamara eindelijk in staat om rechtstreeks met president Fidel Castro te praten. Hij vroeg hem of hij, als de Amerikanen indertijd Cuba waren binnengevallen, effectief aan de Russen gevraagd zou hebben om als vergelding hun op het eiland gestationeerde kernraketten tegen de Verenigde Staten te gebruiken, wat ook de complete destructie van Cuba tot gevolg gehad zou hebben. Het antwoord liet aan duidelijkheid niets te wensen over. "Ik zou dat niet gevraagd hebben", reageerde Castro resoluut. "Ik héb dat gevraagd." McNamara lijkt nog te rillen als hij aan dat moment terugdenkt. "We waren zo dicht bij een nucleaire catastrofe", zegt hij en toont twee vingers die elkaar net niet raken. Even later vat hij de toenmalige wereldsituatie perfect samen: "Cold War? Hell, it was a hot war."

(Over de Cuba-crisis, zie op deze site de speelfilm 'Thirteen Days.')

Dit is een van de vele hallucinante momenten die van 'The Fog of War' een prachtige maar tegelijk bloedstollende documentaire maken.

Het is geen goed idee om McNamara's getuigenis en zijn versie van de geschiedenis klakkeloos voor waar aan te nemen. Het is dan ook niet zijn feitenrelaas wat deze documentaire zo belangwekkend maakt, wel zijn messcherpe analyse en vooral zijn beschrijving van de omstandigheden waarin op het allerhoogste niveau beslissingen genomen worden.

McNamara klapt uit de biecht in de hoop dat men er lessen uit trekt. Hij vertelt met een moeilijk te duiden mix tussen sardonisch genoegen en berouw, hoe onwetendheid, emoties, incompetentie, geluk, toeval en blunders angstaanjagend veel bijdragen tot de totstandkoming van die cruciale politieke en militaire beslissingen. In de mist van oorlog, wordt het onderscheid tussen Goed en Kwaad angstwekkend snel bijzonder vaag.

Errol Morris zet zich nederig in de schaduw van zijn onderwerp en destilleerde een lange monoloog uit het interview. Maar 'The Fog of War' doet veel meer dan alleen maar enkele fundamentele kanttekeningen plaatsen bij de Cuba-crisis en de Vietnam-oorlog. De in elf hoofdstukjes opgesplitste gesprekken, die erg minutieus en efficiënt afgewisseld worden met grafieken, landkaarten en veel historisch beeldmateriaal, zorgen enerzijds voor een boeiend en complex portret van een man die betrokken was bij enkele zeer belangrijke momenten uit de Amerikaanse en dus wereldgeschiedenis van vorige eeuw. Anderzijds groeien ze ook uit tot een soort filmisch essay over politiek leiderschap, militaire besluitvorming en de zeer moeizame relatie tussen beide.

Morris vat de essentie van de monoloog samen in elf machiavellistische levenslessen. Les 1 kreeg bijvoorbeeld als titel de aanbeveling 'Empathize with your enemy' en McNamara illustreert dat door te verwijzen naar de manier waarop president Kennedy de Cubaanse rakettencrisis wist te ontmijnen door de hardliners in het Kremlin de kans te bieden het conflict zonder gezichtsverlies te beëindigen. Of: "Om het goede te bereiken, moet je misschien het kwade doen'' (les 9). Of ,,De menselijke aard kun je niet veranderen'' (les 11). McNamara zelf neemt weliswaar afstand van die lessen (,,Dat is Morris zijn interpretatie van wat ik zeg, niet de mijne'') maar de structuur werkt; ze houdt je bij de les en brengt een orde in de veelheid aan informatie.

Laat McNamara effectief het achterste van zijn tong zien? Niet eens. Aan het slot zegt hij met zoveel woorden dat er ook onderwerpen zijn waarover hij nooit de waarheid wil of kan spreken. Zijn beweegreden voor deze documentaire zijn onduidelijk, maar of hij nu begrip zoekt voor zijn daden, vergiffenis of zelfrechtvaardiging; je hangt aan zijn lippen.

McNamara trad al eerder weer voor het voetlicht van de geschiedschrijving, in programma's over de Vietnamoorlog en de macht achter de Amerikaanse presidenten. En telkens ergerde ik me blauw aan de wijze waarop hij na al die jaren nog steeds dezelfde zeepbellen met clichés van gebakken lucht uit de lucht plukte en als betonnen waarheid uit de losse pols probeerde te debiteren. Precies die hebbelijkheid om abstracte fata morgana's in plaats van de realiteit tot bouwstenen van de buitenlandse politiek te maken, verklaart het algemene falen van die politiek, van Vietnam over Afghanistan tot Irak, zoals de Amerikaanse historica Barbara Tuchman al duidelijk maakte én voorspelde in haar De mars der dwaasheid(1). Abstracties als 'dominopolitiek', die leidden tot het verlies van de oorlog. En die nog altijd even populair zijn, als je de botte Rumsfeld bezig hoort over Irak. En dat zouden mensen zijn met een ontzaglijk hoog IQ? Op McNamara en het hele Amerikaanse beleid kan men toepassen wat indertijd over de Franse aristocraten werd gezegd, toen ze na Waterloo terugkeerden: "Niets vergeten en niets geleerd." Tenminste dat dacht ik tot nu.

Het verbaast me dan ook hem in 'The Fog of War' te horen zeggen: "Wij zagen het als een onderdeel van de Koude Oorlog en niet als een burgeroorlog, zoals zij deden. We were wrong." Ondertussen tonen beelden van toen vallende dominosteentjes op een landkaart, als een illustratie van de dominotheorie.

 

Deze steekkaart steunt op de volgende recensies:

Niels Ruëll, Fog of War. Goed en Kwaad in elf lessen,in: De Standaard, 15/09/2004.

Jan Temmerman, De architecten van de oorlog. Hallucinante herinneringen en overpeinzingen in 'The Fog of War', in: De Morgen, 15/09/2004.

 

De DVD

Naast de bioscooptrailer staan op het schijfje meer dan twintig verwijderde scènes die zowaar nog een film op zich vormen. Ze voegen echter weinig toe aan de elf lessen. De nadruk ligt meer op de persoon McNamara, niet op de politicus of de oorlogsvoerder.

 

Bij de extra's staan nog eens tien andere lessen van McNamara. Die tien lessen verschillen echter niet veel van de lessen in de film. Zo vindt McNamara dat niemand kan vertrouwd worden met nucleaire wapens, dus ook de president van de Verenigde Staten niet, en raadt hij zijn land aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag te erkennen. Dat zou de enige garantie op humane oorlogsvoering zijn.

 

Didactische verwerking

Door zijn opbouw, met het inschakelen van veel 'historische documenten', leent deze documentaire zich -in zijn geheel of in fragmenten- uitstekend voor projectie in het kader van lessen over de Koude Oorlog en de oorlog in Vietnam. Laat de leerlingen vooraf de tekst in hun handboek lezen om met voldoende achtergrondinformatie aan de film te beginnen.

 

Noot

1. Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, Amsterdam, Agon, 1985.

Jos Martens



Copyright © 2004, 2005 VVLG, 14.03.2005