Historische films

SPEELFILMS ALS MEDIUM IN DE GESCHIEDENISLES

 

Prof. dr. Bruno De Wever

 

1. Begrips- en terreinafbakening

 

Historische speelfilm

Het bewegende beeld is een ruim begrip te vergelijken met het geschreven woord. Speelfilm is één bepaald genre van bewegende beelden (naast talloze andere). Speelfilms worden gemaakt voor welbepaalde media (bioscopen en televisie) door de 'ontspanningsindustrie'. Speelfilm en entertainment zijn koppelbegrippen, evenals speelfilm en fictie. Traditioneel wordt de speelfilm (fictie) naast de documentaire film geplaatst (non-fictie).

Welbepaalde sub-genres overbruggen de afbakening. Het docudrama bijvoorbeeld combineert non-fictie en fictie. De historische speelfilm heeft als doelstelling een verleden werkelijkheid in beeld te brengen door middel van een nagespeeld verhaal in een geënsceneerde werkelijkheid. Deze doelstelling onderscheidt de speelfilm van het 'kostuumdrama' dat a-historisch is (maar niettemin invloed heeft op de historische beeldvorming).

 

Film en geschiedenis

Traditioneel onderscheidt men drie historische benaderingen van bewegende beelden:

 

Speelfilm als medium in de geschiedenisles

Bewegende beelden worden terecht vaak gebruikt als medium in de geschiedenisles. Meestal gebruikt de leraar non-fictiegenres als bron voor de afgebeelde werkelijkheid. Speelfilm komt naast andere genres (bijvoorbeeld propagandafilm) aan bod als bron voor de maatschappij en de sociale groepen die de bewegende beelden maakten en/of bekeken.

Historische speelfilm gebruiken als bron voor de afgebeelde werkelijkheid lijkt problematischer. Nochtans zijn er goede argumenten om het toch te wagen. Speelfilm is onmiskenbaar een sterke speler op het veld van de historische beeldvormers. Een leerkracht kan er maar beter mee in dialoog treden. Speelfilm wekt gemakkelijk empathie op en biedt dus op dat punt een didactisch voordeel. Hij biedt een variatie op de geschreven media en geeft de mogelijkheid tot het ontwikkelen van vaardigheden en attitudes die sterk aan belang winnen in een maatschappij waarin mensen de mensen de werkelijkheid in groeiende mate via het bewegende beeld benaderen (zie ook in bijlage L. Dalhuisen, Speelfilms en geschiedenisonderwijs).

 

'Mainstreamfilm' en experimentele film

Er zijn andere onderscheiden mogelijk dan fictie en non-fictie. De Amerikaanse filmhistoricus Robert A. Rosenstone (Visions of the Past : The Challenge of Film to Our Idea of History, Cambridge; London: Harvard University Press, 1995) maakt onderscheid tussen de 'mainstream' historische film en experimentele historische film.

Experimentele film wil reflectie opwekken over het kijken naar een verleden werkelijkheid en wijkt af van de traditionele vorm. Montage, camera- en beeldtechnieken herinneren er de kijker aan dat hij niet de werkelijkheid zelf ziet maar een reconstructie van de werkelijkheid. Mainstreamfilm wil bij de kijker integendeel de illusie opwekken dat hij het verleden zelf ziet. Om dat te kunnen moet de film aan welbepaalde conventies voldoen.

Mainstreamfilms maken het leeuwendeel uit van wat aangeboden wordt in bioscopen en op televisie. Het zijn dus sterke historische beeldvormers.

 



Copyright © 2000 VVLG, 02.10.2000