Historische films

SPEELFILMS ALS MEDIUM IN DE GESCHIEDENISLES

 

Prof. dr. Bruno De Wever

 

(Deze teksten maken deel uit van het informatiepakket bij een nascholing georganiseerd door de Vakgroep Nieuwste Geschiedenis en de Oud-studenten Geschiedenis van de RUG i.s.m. de Vlaams Dienst voor Filmcultuur. De studiedag vond plaats in het Koninklijk Belgisch Filmarchief te Brussel op 12 januari 2000)

 

3. Mainstream film historisch-kritisch beoordelen

 

De betekenis die we aan het verleden verschaffen wordt gevormd en tevens begrensd door het medium waarlangs dit verleden meegedeeld wordt (dat kan het geschreven woord zijn, het gesproken woord, een schilderij, een foto of film). We moeten er dus rekening mee houden dat het historische begrip dat een mainstream film oplevert, gevormd en begrensd is door zijn conventies. Bijgevolg moeten we ervan uitgaan dat geschiedenis in mainstreamfilm niet alleen afwijkend is van geschreven geschiedenis, maar daar noodzakelijk moet van afwijken om geslaagd te zijn als historische film: nl. door een dramatisch verhaal met emotionele spanning, een uitgekiende 'look', goed gecaste personages die een kijker kunnen vastgrijpen en vasthouden om diens kijk op het verleden te beïnvloeden.

 

De kenmerken van mainstream historische film verplichten de maker ervan de werkelijkheid tot op bepaalde hoogte uit te vinden:

M.a.w. een verhaal verteld in een mainstream historische film zal noodzakelijk gedeeltelijk gefictionaliseerd zijn. Als paradox kan men stellen dat een dergelijke historische film maar waarachtig kan zijn door te fictionalisering.

Vraag is of geschreven geschiedenis helemaal ontsnapt aan de genoemde ingrepen. Ook in geschreven geschiedenis, zeker dewelke zich richt tot een ruimer publiek, wordt de historische werkelijkheid in zekere mate versimpeld, gecondenseerd, gedramatiseerd en geëmotionaliseerd, al blijft de empirische basis hét criterium van historische kritiek. Bij mainstream historische film is de empirische verifieerbaarheid niet de enige standaard om historische werkelijkheidswaarde te bepalen. De kritische historicus moet accepteren dat een filmische historische waarheid nooit een letterlijk interpretatie is van het verleden en dus niet altijd empirisch verifieerbaar is. De waarachtigheid van het vertelde verhaal moet getoetst worden. De fictionaliseringen moeten plausibel zijn als men ze afweegt tegenover wat er over het verleden is geweten. En wat over het verleden geweten is wordt bepaald door het hele corpus van reeds bestaande historische interpretaties. Precies de mate waarin een historische speelfilm in debat gaat met andere interpretaties van het verleden, bepaalt het historisch gehalte van een film en onderscheidt een historische film van een kostuumdrama. Een filmmaker die zich niet bewust is van het actuele historisch debat, heeft niet veel kans om een historisch waarachtige film te maken. Het is immers de plaats die de film in dit debat inneemt, die zijn historische waarde bepaalt. Een historische film die een verleden werkelijkheid evoceert die haaks staat op het algemeen aanvaarde historische betoog, verliest zijn historische geloofwaardigheid.

 



Copyright © 2000 VVLG, 02.10.2000