Hermes in uitbreiding

 

Kwaad uit gehoorzaamheid of overtuiging. Adolf Eichmann, zijn proces, en hun interpretatie.1

 

Gie van den Berghe

 

 "Nationaal-socialisme is het weigeren aan een dorstige van een glas water, als het verschaffen daarvan niet de minste moeite kost; of het voeren van een paard met lekkere klontjes, als de hongerige gevangenen daarbij staan te watertanden; of ostentatief een appeltje schillen en oppeuzelen op een appèlterrein voor het front van uitgeteerde vrouwen en kinderen, en de schillen en het klokhuis dan in de zak steken, om hen zelfs deze straks niet te gunnen. Zulke relatief 'onschuldige' feiten heeft iedereen iedere dag in ieder kamp meegemaakt. Hiermee, of misschien nog eerder, begint het. Het eindigt met een onverzadigbare honger naar lijken. Die honger is ons vertoond." (Herzberg, 131)

De beelden van Eichmanns proces in Jeruzalem in 1961, die ik als adolescent op het televisiejournaal zag, zijn me altijd bijgebleven. De man die werd afgeschilderd als een monster en verantwoordelijk heette te zijn voor de dood van miljoenen, zag er zonder uniform en in zijn kooi van kogelvrij glas bijzonder onbeduidend uit. Hij kwam onverschillig en afstandelijk over; alleen zenuwtrekken verraadden hem. Tot de verbeelding sprak ook, dat deze 'beul van een volk' door Israëli's uit Argentinië was ontvoerd om voor het aanschijn van de hele wereld door de nazaten van zijn slachtoffers berecht te worden. Toen ik als volwassene en geschiedkundige meer aan de weet kwam over Adolf Eichmann (°1906) en zijn proces2, werd een en ander genuanceerd, maar de behoefte aan meer beelden is gebleven. Dankzij verwoed speurwerk van Rony Brauman (°Jeruzalem, 1950) en Eyal Sivan (°Haïfa, 1964), twee in Frankrijk levende Israli's, zijn die beelden er nu. Brauman en Sivan hebben 350 van de in totaal 500 uur videobeelden die tijdens het proces werden opgenomen, opgespoord en gerestaureerd.

Eichmanns proces werd voor het nageslacht op video vastgelegd op initiatief van de Israëlische regering. In de gerechtszaal werden vier vaste videocamera's opgesteld, verborgen achter valse wanden om de procesgang niet te verstoren. Elke dag werd er een samenvatting van ongeveer één uur gemaakt voor televisieredacties over de hele wereld. Toen het proces voorbij was, heerste er onzekerheid over wie nu de rechten op de beelden had. Uiteindelijk ging de anderhalve ton videobanden naar New York. Pas bij de vijftiende verjaardag van het proces betoonde iemand er interesse voor. Dankzij een gift van een lid van de Amerikaans-joodse gemeenschap konden de banden teruggestuurd worden naar Israël om er opgenomen te worden in de staatsarchieven. Kort nadien werd het Steven Spielberg Jewish Film Archives opgericht, met als doel alle audiovisuele materiaal over het hedendaagse jodendom samen te brengen. De banden kwamen op een of andere manier in dit aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem gevestigde archief terecht. Eind jaren zeventig werd daaruit een vrij willekeurige selectie van een zeventigtal uur dramatische en sensationele beelden gemaakt. Daaruit werd geput voor de media. De rest van het beeldmateriaal werd verwaarloosd en geraakte in vergetelheid. Het kostte Brauman en Sivan heel wat moeite om het daaraan te ontrukken.

Aan de hand van het teruggevonden beeldmateriaal hebben Brauman en Sivan een twee uur durende speelfilm, Un spécialiste, gemaakt. Daarin borstelen ze een portret van bureaumoordenaar Eichmann. In voorstellingsteksten en in het boek dat de film begeleidt, Eloge de la désobéissance zetten ze uiteen dat de film een politiek essay is over gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid, geïnspireerd op Hannah Arendts3 analyse van Eichmann, als de verpersoonlijking van de banaliteit van het kwaad. Ze hebben het over een denkoefening op het scherm, bedoeld om de aanwezigheid van het 'geval Eichmann' in onze directe omgeving aan te tonen, te waarschuwen voor de verwoestingen die gedachteloze gehoorzaamheid kan aanrichten. Onvoorwaardelijke onderwerping aan een autoriteit, niet langer zelfstandig nadenken, het geweten in slaap sussen: dat is voor hen de banaliteit van het kwaad.

Anders dan in de film, die uitsluitend gebaseerd is op beelden van Eichmanns proces, leveren ze in hun boek bijzonder felle kritiek op het politieke beleid van Israël en de politieke exploitatie van de Shoah. Gehoorzaamheid die tot wreedheden tegen anderen leidt is geen typisch Duits fenomeen, maar komt ook voor in het land dat zich te pas en te onpas op zijn slachtofferstatus beroept. Het boek is gegroeid toen de film bijna af was, als reactie op de tegenwerking die Brauman en Sivan hadden ondervonden. Niet iedereen bleek gediend van hun klinische benadering, waarin niet het leed maar het kwaad wordt belicht, niet de slachtoffers maar een dader, die daarenboven als een normaal mens overkomt. Daarom wilden ze hun bedoeling duidelijker maken, klaagden ze de politiek-ideologische instrumentalisering van de herinnering aan de Shoah aan. Maar hun film wilden ze niet op dezelfde wijze opsluiten, niet al te zeer verjoodsen. Hij moet onafhankelijk van jodenuitroeiing en Israël geïnterpreteerd kunnen worden, als een bezinning op de moderniteit (Van den Berghe, 1999).

De film begint met een uittreksel uit de openingsrede van de openbare aanklager die Eichmann "de vernietiger van een volk, de vijand van de mensheid, een beest" noemt. Daarop zien we Eichmann die achteloos zijn brillen zit te poetsen en het stof van zijn 'bureau' afneemt. Dan volgen beelden van een verontwaardigd publiek, iemand wordt uit de zaal verwijderd. De hele film door wisselen getuigen en Eichmann elkaar af, ondervraagd door de procureur, de rechters of zijn advocaat. Een opeenvolging van indringende verhoren en dovemansgesprekken. Duidelijk wordt, dat de rechters en het openbaar ministerie een verschillend doel nastreven; dat de beklaagde in een totaal andere denkwereld leeft. De aandrang waarmee de aanklager getuigen confronteert met de vraag waarom ze zich niet verzet hebben, werkt de voorzitter van het hof danig op de zenuwen. Eichmann begrijpt meer dan eens niet wat met de vragen bedoeld wordt, procureur en rechters vatten niet altijd wat Eichmann antwoordt.

In antwoord op de vraag of hij zich bewust was van het joodse leed, beroept Eichmann er zich op hun lot tijdens het transport verbeterd te hebben. Wat er na de treinreis met de gedeporteerden gebeurde, was zijn verantwoordelijkheid niet. Hij stond alleen in voor 'transporttechnische aangelegenheden': registratie, concentratie en deportatie. Het leed ontgaat hem. Waarom zou je in treinen voorzien op 700 personen er geen 1000 persen? Het ging tenslotte niet om zwaar bepakte militairen, de bagage van de gedeporteerden werd in extra goederenwagons geladen! Uiteraard hing er een grafiek van het aantal gedeporteerden aan de muur van zijn kantoor, hij moest toch maandelijks rapport opmaken? Eichmanns verhullend Amtdeutsch valt op: evacuatie voor deportatie, lösungsmöglichkeiten voor moordmethodes. Die werden op de Wannseeconferentie besproken, met Eichmann in een ondergeschikte rol; hij stelde het protocol op. Achteraf mocht hij een cognacje meedrinken. Nazi-bonzen spraken toen in onverhulde termen over de uitroeiing, hij niet. Het ontgaat hem waarom het hof per se wil weten of er toen ook over vergassing gesproken werd. Hij antwoordt ontkennend. Daarop laat de openbare aanklager een passage horen uit het lange politieverhoor dat voor het proces werd afgenomen. Op de linkerarm van de politieman die de bandopnemer aanzet, is een getatoeëerd Auschwitznummer te zien.

Het is een indrukwekkende film, vol sterke beelden en dramatische spanning. De bureaucratische houding, gedrag en denken van Eichmann verbijsteren. Met de grootste zorg legt hij pen en papier klaar, neemt nota, organiseert paperassen en verdediging. Onwillekeurig duid je zijn vaak expressieve gelaatsuitdrukkingen, de scherp-schuine streep van zijn mond met de nerveuze trek errond, zijn gefronste voorhoofd, in het licht van zijn misdaad: minachting, cynisme, grijnslach. Het kost moeite je te realiseren dat de film een collage is, het resultaat van verwoed knip- en plakwerk. Eichmann nam het stof niet af terwijl de aanklager zijn onmenselijke daden beschreef, hij speelde niet met zijn stylo toen getuigd werd over de kinderen die naar Auschwitz werden gedeporteerd. Maar het blijft een sterk beeld: Eichmann, Schreibtischtäter, spelend met zijn moordwapen.

Wie alleen de film ziet, krijgt een vertekend beeld van het proces en waarschijnlijk ook van Eichmann. Het is, zoals de ondertitel aangeeft, een portret van een modern crimineel, niet van Eichmanns proces. Daardoor komen veel aspecten niet aan bod of worden onvoldoende belicht. Wie niet goed thuis is in de geschiedenis van de Endlösung zal een en ander niet goed kunnen duiden. Neem het hoofdstuk over het eerste kindertransport uit Frankrijk naar Auschwitz. Het begint met een tijdsaanduiding, 14 juli 1961. Overlevende Georges Wellers getuigt over zelfdodingen in het doorgangskamp Drancy. De procureur vestigt de aandacht op een document waarin Eichmann bij hoogdringendheid vraagt of en hoe de wegvoering van de kinderen moet worden georganiseerd. Daarop volgt een woordenwisseling over de betekenis van de afkorting R.F., 'République Française' of 'Reichsführer'? Eichmann, vervolgt de aanklager, besliste dat van zodra mogelijk de Kindertransporte können rollen. Wie goed oplet, ziet dat Eichmann een briefje laat bezorgen aan zijn verdediger. Getuige Wellers beschrijft de toestand van de opgepakte kinderen, bevestigt dat geen van hen nog leefde toen hij in Auschwitz arriveerde. Eichmann reageert (in werkelijkheid deed hij dat pas anderhalve maand later): de Franse politie had ook joodse kinderen aangehouden, Parijs vroeg hem wat ze er moesten mee aanvangen. Na raadpleging van zijn oversten liet hij Parijs elf dagen later weten, dat de kinderen gedeporteerd mochten worden. De Franse documenten bewijzen, zegt Eichmann, zijn Uebermittlungstelle, hij gaf slechts bevelen door.

Op het proces besteedde men geen aandacht aan Eichmanns bewering dat het initiatief om tijdens de razzia van 16-17 juli 1942 ook kinderen op te pakken van de Fransen kwam, dat zij op deportatie aandrongen. Eichmann stond terecht, niet Vichy-Frankrijk (in die tijd was dat overigens nog een zwarte vlek in de geschiedschrijving). Maar dat betekent niet dat een en ander toen niet geweten was. Hannah Arendt stipt in haar reportage van het proces (waar de filmmakers zich op baseren) aan, dat de Fransen zelf hadden "voorgesteld ook de kinderen beneden de zestien te deporteren, wat betekende dat deze hele miserabele historie dus niet eens het gevolg was van 'orders van hogerhand', maar het resultaat van een regeling tussen Frankrijk en Duitsland, getroffen op het hoogste niveau" (Arendt, 170).

Geschiedkundig onderzoek heeft aangetoond dat de nazi's in juli 1942 voorlopig alleen volwassen, arbeidsbekwame joden uit Frankrijk wilden deporteren. Begin juli besloot de collaborerende Franse overheid haar medewerking te verlenen, in de (ijdele) hoop op die manier joden met de Franse nationaliteit te sparen. Op 16 juli begon een reusachtige klopjacht in de Parijse agglomeratie, uitgevoerd door duizenden Franse politieagenten. In twee dagen tijd werden 13.152 joden opgepakt, waaronder 4.115 kinderen. Joden met kinderen onder de zestien werden in de Parijse wintervelodroom (Vel d'Hiv) ondergebracht. De anderen gingen naar het verzamelkamp Drancy. De Vichy-regering wou niet met de zorg voor duizenden achterblijvende kinderen opgezadeld worden. Nog voor de razzia plaatsgreep had ze erop aangedrongen ook de kinderen te deporteren. In afwachting van het Duitse antwoord werden alvast de vijfduizend volwassen joden uit Drancy weggevoerd. Iets later volgden ook de andere volwassenen, ze werden van hun kinderen losgerukt. Midden augustus stemden de nazi's met het Franse verzoek in. Op 17 augustus vertrok het eerste van zeven kinderkonvooien (Klarsfeld, 1993, 289-291; Klarsfeld, 1995, 1574-1598).

Brauman en Sivan alluderen alleen maar op de Franse verantwoordelijkheid: de klap met 14 juli 1961 erop, de Franse nationale feestdag4; de begripsverwarring rond R.F., de afkorting voor Reichsführer-SS, de functie van Heinrich Himmler. In de film heeft Eichmann het wel over de Franse verantwoordelijkheid, maar hoe geloofwaardig is wat hij zegt voor de gemiddelde toeschouwer? Ook in hun boek verduidelijken de makers de passage niet. Integendeel, ze halen ze aan om aan te tonen dat er geen risico bestaat dat wie de film gaat zien, sympathie zou gaan voelen voor Eichmann; de gruwel wordt genoegzaam ingevuld door getuigen als Georges Wellers (Brauman en Sivan, 99).5

Lees verder


1 Dit artikel verscheen eerder in het Nieuw Tijdschrift van de Vrije Universiteit Brussel, nummer 3, september 1999.

2 Het proces begon op 11 april 1961 in het pas afgewerkte Volkshuis. Voor de gelegenheid was dat omgetoverd in een heus bolwerk, de inwoners van Jeruzalem noemden het Eichmanngrad (Wieviorka, 35). Het eigenlijke proces eindigde op 14 augustus. Het vonnis werd op 11-13 december geveld en voorgelezen. Op 15 december 1961 werd Eichmann ter dood veroordeeld. Hij ging in beroep maar dat werd op 29 mei 1962 verworpen; zijn genadeverzoek werd op 31 mei afgewezen. Dezelfde nacht werd hij in Ramle bij Tel Aviv opgehangen. Zijn lijk werd verbrand in een speciaal voor dat doel gebouwde oven, die nadien direct ontmanteld werd. Zijn asse werd in de Middellandse zee verstrooid, buiten Israëls territoriale wateren.

3 Hannah Arendt (1906-1975) studeerde in haar geboorteland Duitsland filosofie onder begeleiding van Edmund Husserl en Karl Jaspers. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, week ze uit naar Parijs. In 1941 kon ze naar de VS ontkomen. Haar belangrijkste politiek-filosofische werken zijn: Origins of Totalitarianism (1951) The Human Condition (1958), On Revolution (1963).

4 Op het proces werd de razzia op 8 mei behandeld.

5 Ook in de documentaire die Guido Knopp over Eichmann heeft gemaakt, wordt de rol van de Fransen verzwegen: 'Er ordnet an, auch Kinder in die Todeslager zu deportieren'.

 



Copyright © 2000 VVLG, 18.07.2000