Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 1: de wereld in kaart

 

Jos Martens

Nulmeridiaan

Voor het stedelijk museum Stellingwerff in Hasselt staat een zonnewijzer opgesteld die tot diep in de herfst praktisch de hele dag zonlicht opvangt. Telkens ik hier passeer, controleer ik de tijd. Op 23 september 2003, bij het begin van de astronomische herfst, gaf die hier op 50°56' noorderbreedte en 5°20' oosterlengte (ongeveer) 1 uur en 40 minuten vroeger aan dan de zomertijd op mijn kwartshorloge.

Zonnewijzer voor het stedelijk museum Stellingwerff, Hasselt. Maandag 8 maart 2004. Zonnetijd: ongeveer 11.20u, horlogetijd (wintertijd): 12.12 u.

De zonnewijzer is ontworpen door Willy Leenders, een expert met internationale faam. De ironie van de geschiedenis wil dat hij als ingenieur voor Philips zijn hele beroepsleven is bezig geweest met de meest geavanceerde digitale technologie! De zonnewijzer fungeert tevens als kalenderaanduiding, wat hier nog niet het geval is wegens de lage zonnestand.

Meer over zonnewijzers op de enige wetenschappelijke site in het Nederlands.

Tot zowat 1865 had elke plaats in ons land haar eigen uurregeling, gebaseerd op de plaatselijke zonnetijd. Daarom vind je oude, meestal buiten gebruik gesteld zonnewijzers tegen elke kerktoren. Daarom is in veel kerken de plaatselijke meridiaan in de vloer ingelegd. Zoals in de Antwerpse kathedraal, waar door een opening in een glasraam de zon de schuin weglopende koperen middaglijn belicht. (Schuin, omdat de kathedraal niet exact op het oosten gericht is, maar een weinig zuid ten oosten.) Of zoals in de Romeinse S. Maria degli Angeli, door Michelangelo op last van Pius IV ingebouwd in de thermen van Diocletianus tussen 1563 en 1566, waar de 46 m lange meridiaanlijn een complete astronomische kalender vormt (weliswaar aangelegd in 1703, lang na de dood van de kunstenaar).

Dat veranderde pas door de opkomst van de spoorwegen: voor de uurregeling van de treinen was eenzelfde tijd, minstens binnen de landsgrenzen, onontbeerlijk.

Metingen van de lengtegraad starten vanaf een vertrekpunt, de nulmeridiaan. Tegenwoordig is dat Greenwich, bij Londen. In de vloer van het Royal Observatory is die nulmeridiaan ingelegd in koper. Dat is pas zo sinds 1884. Toen besliste een internationale conferentie in Washington D.C. daarover. Greenwich werd verkozen met 22 stemmen tegen 1. De Dominicaanse Republiek stemde tegen; Brazilië en Frankrijk onthielden zich. Niet te verbazen: tot dan toe was de meridiaan van Parijs de grootste kanshebber na Greenwich. Frankrijk en Engeland waren de hele achttiende en negentiende eeuw door gezworen erfvijanden. Men schrikte er niet voor terug om wetenschappelijke resultaten te vervalsen ten voordele van de eigen nationale trots. (Een glimp van die rivaliteit vind je terug in de verhalen van Jules Verne.) Verwezen de Britten naar de wetenschappelijke expedities van Cook, de Fransen voerden zijn tijdgenoten La Pérouse en de Bougainville op. Enfin, Greenwich haalde het. Voortaan was de Londense voorstad het vertrekpunt van de lengtegraden ... en van de tijdmeting. De twee zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Omwille van politieke redenen loopt zelfs de stad Greenwich nu in de zomer 1 uur voor op GMT. Maar die Greenwich Mean Time heet tegenwoordig Greenwich Meridian Time en blijft het hele jaar door onveranderlijk de echte zonnetijd aangeven.

Voor 1884 gebruikten kaarten ofwel de meridiaan van Greenwich, die van Parijs of van het eigen land als nulmeridiaan. Mercator en zijn tijdgenoten hielden het bij de meridiaan die over de "Eilanden der Gelukzaligen" liep. (=De Canarische eilanden. Las Palmas ligt nu op 28°10' NB en 15°29' WL.) Later verlegde hij de nulmeridiaan wat naar het westen omdat hij uit de studie van de meest betrouwbare reisverslagen tot de overtuiging was gekomen dat hier de magnetische afwijking van het kompas het geringste was.

Om te besluiten: de plaats waar een meridiaan en een breedtecirkel elkaar snijden heet confluentiepunt (van het Latijn con-fluere = samen-vloeien). Ons land telt er vier. Tot nu toe waren dat slechts denkbeeldige lijnen op een kaart of globe, zonder monumenten in het landschap (zoals je die wel aantreft in Greenwich of op de evenaar in Ecuador). Maar met de komst van GPS kun je nauwkeurig bepalen waar in je buurt zo'n confluentiepunt ligt. Er is zelfs een website aan gewijd met foto' van dergelijke punten!



Copyright © 2005 VVLG, 06.01.2005