Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 1: de wereld in kaart

 

Jos Martens

Globe

Mercator maakte voor het eerst naam door zijn medewerking aan de globe van Gemma Frisius uit 1536. Door de ontdekkingsreizen veranderde het beeld van de wereld in zo'n razendsnel tempo dat die vier jaar later al verouderd was. In 1541 kwam zijn nieuwe globe klaar, hij had een diameter van 420 mm (tegenover 370 voor die uit 1536). Het was de grootste en meest gedetailleerde gedrukte globe die ooit was gemaakt. En die kwalificatie geldt voortaan voor alles wat onder zijn burijn vandaan zou komen.

Een wereldbol is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld. Er zijn potloodslijpers in de vorm van een globe; veel scholieren hebben een wereldbol op hun werktafel staan; in het televisienieuws gebruikt de VRT de projectie van een globe die vertrekt vanuit België en dan gaat wentelen tot bij het besproken land, waarna hij geprojecteerd wordt tegen een grote kaart van dat land.

Hoewel de invloedrijke Strabo (64 v.Chr.?- 25 n.Chr.) als eerste de globe aanwees als de beste manier om de bekende wereld af te beelden, waren globes in de eeuwen die sindsdien verstreken een zeldzaamheid gebleven, omdat ze duur waren en er veel vakkennis voor nodig was om het aardoppervlak op een bol te reproduceren. De uitvinding van de boekdrukkunst maakte het eindelijk mogelijk om meerdere exemplaren te vervaardigen van volkomen identieke, goedkopere globes. Waldseemüller was, zoals gezegd, de eerste die het nieuwe medium hiervoor gebruikte in 1507.

Globes behoorden tot de meest gecompliceerde, meest prestigieuze en kostbaarste astronomische instrumenten. Gedrukte globes -of het nu hemel- of aardglobes waren- werden zorgvuldig samengesteld uit twee halfronden van papier-maché die verzwaard en uitgebalanceerd moesten worden, vervolgens aan elkaar geplakt en met gips afgestreken om een gladde, exact ronde bol te verkrijgen. Daarna werden de papieren segmenten die taps toeliepen, geren genaamd, erop geplakt. Het kaartoppervlak van de globe werd met de hand ingekleurd en vervolgens gevernist. De voltooide globe moest op een tamelijk gecompliceerde voet worden gemonteerd. Een aardglobe werd meestal voorzien van een horizonring en een meridiaanring met graadverdeling die gebruikt kon worden om de globe op een bepaalde breedtegraad te fixeren. Op de meridiaanring stond een 'uurcirkel' met een wijzer. Onder een hoek met de meridiaanring bevond zich een circulis positionis die gebruikt kon worden om plaatsen te bepalen op de globe. De globe kon ook voorzien zijn van een zogenaamde gnomon sphericum, een klein boogvormig instrument dat diende om de lengtegraad te bepalen.

Verreweg het ingewikkeldst bij de constructie van een gedrukte globe was het graveren, drukken en plakken van de papieren geren op de buitenkant van de bol. Na het drukken werden de geren zorgvuldig tegen elkaar gelegd en op het oppervlak van de globe geplakt, waarbij met veel beleid moest worden geschoven en gerekt om ervoor te zorgen dat ze op elkaar aansloten en er geen ribbels ontstonden. De globe die uiteindelijk in 1536 na jarenlang voorbereidend werk zou klaarkomen, werd beschermd door een keizerlijk privilegie, vergelijkbaar met een modern patent, dat liep tot 1539 en de makers een monopolie verschafte op de productie. Bij zijn latere globes leverde Mercator fraaie sierstukken in papier die aan de polen konden opgekleefd worden om eventuele kleine onvolmaaktheden bij het lijmen van de geren te verdoezelen.

Mercators aardglobe uit 1541.

De opossum werd het symbool van de Zuid-Amerikaanse tropen, sinds hij voor het eerst was verschenen op de Carta Marina van Martin Waldseemüller uit 1516.

Een groot probleem was dat globes -in tegenstelling tot een wandkaart- slechts een beperkte omvang konden hebben. En dan namen ze toch nog veel ruimte in, waren kwetsbaar en moeilijk te transporteren. Daardoor bleven ze onbruikbaar op schepen, waarvoor Mercator ze eigenlijk bestemd had. Een tweede probleem volgt uit het eerste: op de globe kan slechts een beperkte hoeveelheid geografische informatie worden aangebracht. Mercator zou dat gedeeltelijk oplossen in de volgende decennia. Om te beginnen werd zijn eerste wereldbol niet uitgesneden in houtblokken zoals die van Waldseemüller, maar met de burijn gegraveerd in koperen platen. Dat liet een fijnere belettering toe, doch was veel duurder maar tevens ook duurzamer en maakte hogere oplagen mogelijk. Daartoe ontwierp Mercator een hiërarchie van lettertypes, een methode die in wezen tot onze tijd toe onveranderd is gebleven. Voor zijn eerste globe was het resultaat nog niet perfect, maar hij zou later een boekje uitgeven over schoonschrift en lettertypes. Het probleem van de beperkte plaats voor informatie werd gedeeltelijk opgevangen door tekstcartouches in te voegen op de talrijke onontdekte gedeelten van de aardbol. Maar het bleef toch een probleem. Latere oplossingen waren afgeleid van Ptolemaeus en bestonden uit gedrukte oriëntatie- en coördinatietabellen bij de globe, waarvan mijn lichtpuntglobe vergezeld van 30.000 plaatsbepalingen een eindpunt vormt.

Mercator zou tijdens zijn lange leven nog veel tijd verliezen door talrijke globes volledig eigenhandig in elkaar te steken. Niet alleen omdat hij een perfectionist was, die zeer moeilijk kon delegeren, maar ook omdat aan een afgewerkte globe een veelvoud te verdienen viel van wat een landkaart of de gedrukte en niet gemonteerde geren opbrachten. Omstreeks 1570 verkocht Plantin de globes van Mercator voor gemiddeld 25 carolusguldens per paar (aard- en hemelglobe). Een carolusgulden is bij benadering 75 tot 100 euro. Het paar kostten zij dus toen 1875 tot 2500 euro!

Meer over Plantin: Handschriften en boekdrukkunst.



Copyright © 2005 VVLG, 06.01.2005