Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 1: de wereld in kaart

 

Jos Martens

De "onwaarschijnlijke kaart" uit 1507

In één opzicht heeft Ute Walterscheid (of juister: haar bron) het bij het verkeerde eind. Zij schrijft: "Het valt ons op dat op kaart en globus alleen Zuid-Amerika te zien is. Noord-Amerika was op dat ogenblik nog niet ontdekt." Dit klopt niet: Waldseemüller geeft Noord-Amerika wel degelijk weer, zelfs twee keer: een eerste maal op de eigenlijke wereldkaart en een tweede keer op het rechter medaillon, boven de kaart, naast het 'portret' van Amerigo Vespucci. Het merkwaardige is, dat de beide kaarten niet identiek zijn: op de grote kaart zijn Noord- en Zuid-Amerika gescheiden door de (denkbeeldige) zeestraat die Columbus er verwachtte aan te treffen en waarnaar hij tevergeefs had gezocht. Dit gaat ongetwijfeld terug op de fraaie, handgetekende perkamenten kaart uit 1500 van Juan de la Cosa, de Baskische eigenaar van Columbus' vlaggenschip, de Santa Maria. Hierop is Amerika buiten proporties groot voorgesteld. De verwachte zeestraat is afgedekt door een afbeelding van St.-Christoffel, de patroonheilige van Columbus. Vrijwel zeker is hierop de Golf van Mexico te zien én het schiereiland Florida, zo'n 13 jaar voor het ontdekt werd! Datzelfde is het geval voor de beroemde Cantino-planisfeer uit 1502, waarover we het in het volgende nummer nog uitvoeriger zullen hebben. Juan de la Cosa werd beschouwd als de meest ervaren navigator en grootste cartograaf van zijn tijd. Hij vergezelde niet alleen Columbus op zijn eerste en tweede reis, maar ook Vespucci in 1499 op de expeditie van Ojeda. Hij stierf in ware ontdekkersstijl in 1509, doorboord met meer dan twintig giftige pijlen, bij een gevecht met inboorlingen in het deel van zijn Nieuwe Wereld dat tegenwoordig Venezuela heet.

 

De La Cosa-kaart is weer zo'n geval van een kaart die men als verloren beschouwde. Er hier is andermaal slechts één exemplaar bekend. Het is een manuscriptkaart op perkament uit ossenhuid, die nooit werd gedrukt, prachtig getekend in inkt en waterverf. Oorspronkelijk hoorde ze thuis in de geheime archieven van het Vaticaan. Bij de invasie van Rome door Napoleon in 1810 werd ze overgebracht naar Parijs. Na Napoleons nederlaag bij Waterloo (1815) keerden de archieven terug naar Rome, maar heel wat stukken bleven achter, waaronder deze kaart. Ze werd in 1832 toevallig ontdekt in een Parijs antiekwinkeltje door de Nederlandse ambassadeur en bibliofiel baron Walckenaer en het volgende jaar onder de aandacht van de geleerde wereld gebracht door de beroemde Duitse ontdekkingsreiziger en geleerde Alexander von Humboldt. Ze berust nu in het zeevaartmuseum te Madrid (Harris 2003: 74). De kaart meet 96 x 183 cm. De kust van Hispaniola is volgens moderne satellietfoto's merkwaardig nauwkeurig getekend, ongetwijfeld naar de schetsen van Columbus zelf!

Op de twee medaillons bovenaan herhaalt Waldseemüller zijn wereldkaart, in twee helften (dit noemt men een planisfeer) volgens de tweede, door Ptolemaeus aanbevolen kegelprojectie. Het linker, met het oostelijk deel van de wereld, is geflankeerd door de beeltenis van Ptolemaeus; het rechter, zoals gezegd, door die van Vespucci. Hier is Noord-Amerika niet meer als een eiland afgebeeld, maar zit vast aan Zuid-Amerika via de landengte van Darién (nu: Panama). De enige verklaring voor deze anomalie is, dat de de twaalf houtgravures voor de grote kaart reeds eerder klaar waren, vermoedelijk in 1505; liever dan de hele dure operatie over te doen, voegden Waldseemüller en zijn collega's nieuwe gegevens toe in de planisfeer bovenaan. John Dyson, in wiens boek we deze kaarten vonden, zegt hierover dat "de cartouche bovenaan na Columbus' laatste reis is toegevoegd, met Panama als een landengte"(p.208). Vermits Waldseemüller met geen woord rept over Columbus, maar samen met zijn wereldkaart juist de reizen van Vespucci uitgaf, is het veel waarschijnlijker dat de correctie gebaseerd is op diens verslag en/of kaartschetsen. Sinds de Waldseemüllerkaart anno 2001 in de Amerikaanse Congresbibliotheek arriveerde, wordt ze in detail bestudeerd. Dit bracht iets aan het licht dat men met het blote oog en op het eerste gezicht niet opmerkt: in de Caribische Zee zijn op het oorspronkelijke houtblok zeer nauwkeurig fragmenten uitgesneden en vervangen, klaarblijkelijk om de kaart bij te werken naar de recentste ontdekkingen.

Waldseemüllers grote kaart is getekend in de dubbele conische projectie, eveneens aanbevolen door Ptolemaeus. Opvallend is dat de oostkust van Noord-Amerika wit is gelaten, en voorzien van het opschrift "Terra ulteri(or) incognita", "het verder onbekende land", terwijl nochtans de Golf van Mexico en Florida duidelijk herkenbaar zijn. Maar het meest opvallend: de westkust, het huidige Californië, is wel afgebeeld, tot boven de 55ste breedtegraad zelfs, en voorzien van de Spaanse vlag, terwijl Baja California volledig ontbreekt. Een aantal gegevens, zoals de baai van San Francisco zijn merkwaardig gedetailleerd ingetekend! Balbao zou pas in 1513 de landengte van Panama oversteken en de Stille Oceaan bereiken; de Spaanse ontdekkingstochten naar Californië lagen nog verder in het verschiet. Waldseemüller tekende hier iets dat hij volgens alle gangbare opvattingen over de toenmalige stand van de geografie niet kon weten! Wat eens te meer de vraag doet rijzen of Waldseemüller en zijn collega‚s over geheime informatie beschikten.

De zo-even vermelde Dyson maakte in 1990 een reis van Spanje naar Amerika in het kielzog van Columbus met een 21 meter lange replica van de Niña, het kleinste van diens drie scheepjes. Bedoeling van zijn reis was tevens de opvattingen te toetsen van hun schipper, de befaamde Spaanse maritieme historicus Luís Miguel Coin Cuenca. Deze behaalde in 1989 na jarenlang onderzoek een doctorstitel met zijn proefschrift waarin hij de stelling verdedigde dat Columbus vanaf het begin precies wist waar hij heen ging en wat hij zou ontdekken, want iemand was er voor hem geweest. Columbus beschikte volgens Coin over een betrouwbare kaart en hij kon verklaren waar een dergelijke kaart vandaan kwam, hoe Columbus haar in handen had kunnen krijgen en waarom noch Columbus noch de koningen van Spanje hier ooit melding van maakten. Dyson besluit: " Coins pleidooi was, hoewel gebaseerd op indirecte bewijzen, absoluut overtuigend." (Dyson 1991: 18) In ieder geval overtuigend genoeg om een Spaanse doctorstitel te verwerven, wat gezien de niet van chauvinisme gespeende Spaanse opvattingen over de ontdekking van de Nieuwe Wereld, een hele prestatie is!

En hier belanden wij bij Gavin Menzies en zijn spraakmakende boek: 1421. Het jaar waarin China de Nieuwe Wereld ontdekte.



Copyright © 2005 VVLG, 15.03.2005