Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Waarheid of verdichting?

 

Eén ding zaak staat alleszins buiten kijf vast: de ontdekkingsreizen van Zheng He tussen 1405 en 1433 zijn wetenschappelijk onomstotelijk bewezen. De Chinese vloot trotseerde toen inderdaad al de Indische Oceaan en bereikte zelfs de oostkust van Afrika, minstens zo ver zuidelijk als Mombasa. Dat is zeker en voldoende gedocumenteerd. Geleerden zijn van mening dat de Chinezen makkelijk verder konden zijn gevaren rond Kaap de Goede Hoop naar Europa en Amerika, als ze hun exploratiekoers hadden voortgezet. In de vorige generatie Vlaamse schoolboeken geschiedenis (in gebruik in de jaren 1990) zijn die expedities meestal opgenomen, ongetwijfeld in het kielzog van de grote wetenschappelijke Chinatentoonstelling in het Brusselse Jubelpark in 1988-'89. In de nieuwe generatie schoolboeken (in gebruik vanaf 2000) zijn ze meestal opnieuw verdwenen, wat geen verbetering is, in tegendeel.

Maar dat de Chinezen voor Colombus Amerika ontdekten, er voor de Europeanen kolonies stichtten, dat de Portugese en Spaanse ontdekkingsreizers zich behielpen met al voor de afvaart getekende Europese kaarten, gebaseerd op gedetailleerde Chinese informatie, zal wellicht moeilijker ingang vinden.

Als Menzies gelijk heeft wordt hier de geschiedenis immers op haar kop gezet door een amateur-historicus, die er een hele bibliotheek historische literatuur op naploos en met zijn kennis van de winden, stromen en sterren tien jaar lang de wereld afreisde op zoek naar bewijsmateriaal voor zijn uiterst controversiële stelling.

Voor alle duidelijkheid: primaire bewijzen zijn er (nog) niet. De confucianistische mandarijnen vernietigden bij de terugkomst van de Chinese ontdekkingsreizigers immers alle kaarten en verslagen en lieten de schepen wegrotten.

Cruciaal in Menzies' bewijsvoering is zijn bewering dat de Europeanen op ontdekkingsreis togen met kaarten waarop de kustlijn van hele werelddelen al nauwkeurig stond weergegeven. Of ze hadden die tenminste gezien. Bovendien verwezen Columbus, Dias, Cabral, Da Gama, Magalhães en Cook in hun logboeken en briefwisseling naar kaarten die waren aangemaakt vooraleer zij van wal staken. Menzies stelt dat de informatie van die kaarten afkomstig is van Zheng He's vloot. De Chinezen waren immers door hun duizendjarige astronomische kennis lang voor de Europeanen in staat de geografische breedte te bepalen en een van de vloten vond een oplossing voor het bepalen van de geografische lengte.

Een deel van die informatie bereikte Europa via de Venetiaanse koopman Niccolò da Conti, die aan boord van de Chinese vloot naar India, Australië en China zou zijn meegereisd. Hij zou die informatie aan de Portugese kroonprins Dom Pedro hebben overgemaakt.

Op basis van zijn reconstructie van die zeetochten ging Menzies dan gedurende veertien jaar op zoek naar secundair bewijsmateriaal in tal van bibliotheken en overal waar hij vermoedt dat de Chinezen aan land gingen (Depauw 2003).

De bewijsvoering van Gavin Menzies klinkt zo overtuigend en sluitend dat je geneigd bent zijn enthousiaste argumenten zonder voorbehoud te volgen. Maar was datzelfde niet eveneens het geval met Von Däniken en zijn 'Waren de goden kosmonauten'? Hoewel Menzies zeker geen charlatan is, willen we hem toch niet zonder meer geloven.



Copyright © 2005 VVLG, 06.03.2005