Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Lacunes en complottheorie

 

Heeft Gavin Menzies het bij het rechte eind? Zijn basisstelling steunt niet echt op primaire bewijzen. De confucianistische mandarijnen vernietigden bij de terugkomst van de Chinese ontdekkingsreizigers immers alle kaarten en verslagen en lieten de schepen wegrotten. Bovendien gaat het grotendeels over het herkauwen van bestaand materiaal, dat wel op een unieke zij het zeer selectieve manier met elkaar wordt verbonden. Nieuwe, voornamelijk secundaire bewijzen, worden vaak op een uiterst speculatieve manier geïnterpreteerd. De hoeveelheid ervan doet de lezer wel twijfelen. Essentiële vragen blijven echter onbeantwoord. Het resultaat is fascinerend, maar op zijn zachtst gezegd controversieel.

Wij namen ons voor zijn argumenten stuk voor stuk te verifiëren uit andere, onafhankelijke wetenschappelijke bronnen, in het bijzonder met betrekking tot de Nieuwe Wereld. Deze zoektocht voerde ons veel verder dan wij ooit van plan waren. Een volslagen jaar lang wroetten wij ons door een steeds toenemende stapel van honderden en honderden bladzijden zeer diverse en elkaar vaak tegensprekende documenten.

Een paar oude Chinese documenten en logboeken met vaarinstructies bleken te zijn ontsnapt aan de totale vernietiging van archiefstukken en er bestond ook nog een aantal verslagen uit de eerste hand: twee van Chinese historici, een van een Europese handelaar en enkele andere van de eerste Europese ontdekkingsreizigers, die het voorbeeld van de Chinezen waren gevolgd en bewijsmateriaal en kunstvoorwerpen hadden gevonden die hun voorgangers hadden nagelaten(Menzies: 21). Er bestond ook een grote hoeveelheid materiële bewijsstukken: Chinees porselein, zijde, votiefgeschenken, voorwerpen en gegraveerde stenen die door Chinese admiraals waren achtergelaten als herinnering aan hun prestaties, de wrakstukken van Chinese jonken overal langs de kusten van Afrika, Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland (Menzies: 22). Sindsdien heeft het snuffelen in en het herlezen van fragmentaire Chinese bronnen door andere wetenschappers aanvullend materiaal opgeleverd.

Net als de Portugese en Spaanse politiek van geheimhouding stelt de Chinese vernietiging van de verslagen de historicus fundamenteel voor een probleem van epistemologie en heuristiek, dit wil zeggen: op het gebied van kennisleer en het vinden van gegevens. Het feit dat documenten niet voorhanden zijn bewijst nog niet dat ze er ooit geweest zijn! Het web van de geschiedenis is niet zo fijnmazig als we vaak denken; er blijven veel meer lacunes dan we op grond van onze geschiedenislessen op school aannemen. Het probleem bij Menzies kun je vergelijken met dat in een historische roman: die moet binnen de krijtlijnen van de geschiedenis blijven. Maar hoe minder bekend, hoe meer blinde vlekken, des te meer ruimte de schrijver heeft voor eigen invulling. De geschiedenis van de Portugese en Spaanse ontdekkingsreizen werd, om redenen van staatsveiligheid zo streng geheim gehouden dat hele reizen niet eens in de kronieken opgenomen zijn. Zelfs in de logboeken werd een politiek van vervalste gegevens toegepast, waar de juiste lengte- en breedtegraden door verkeerde vervangen



Copyright © 2005 VVLG, 06.03.2005