Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Een kwestie van cultuur?

 

Na een korte schets van de politieke ontwikkelingen onder de vroege Ming, gaat Menzies over tot een uitvoerige studie van het culturele klimaat omstreeks 1421. Hij schildert een China met een bruisend cultureel leven, waar van houtblokken gedrukte boeken en zelfs romannetjes konden gekocht worden aan de marktkramen. Als contrast vermeldt hij de Engelse koning Hendrik V (1387-1422), wiens bibliotheek slechts zes manuscripten zou bevat hebben (p. 41).

Auteurs hebben in zo'n geval gemakkelijk de neiging om het beste van de ene kant te vergelijken met het minst positieve van de andere kant. Er zijn andere Europese voorbeelden mogelijk.

De bibliotheek van Karel V van Frankrijk (+1380) bevatte meer dan duizend kostbare manuscripten (Pernoud 1997: 10). Zijn zonen en hun afstammelingen, de hertogen van Bourgondië, waren gerenommeerde bibliofielen. De Librije van Filips de Goede telde waarschijnlijk meer dan duizend boeken, schitterend verluchte handschriften op perkament; die van landvoogdes Margareta van Oostenrijk (1480-1530) ongeveer 400, waaronder 44 gedrukte werken.

Paus Nicolaas V (1447-1458) had honderden geleerden en kopiisten van oude manuscripten in dienst en verzamelde een bibliotheek van 9000 boeken (Toynbee 1957: 293).

Een uitgebreid en rijk geïllustreerd hoofdstuk over late handschriften, vroege drukken en maniakale bibliofielen, zie de Joos de Rijcke-site.

Natuurlijk zinkt dit in het niet bij China. Alleen al de getallen doen ons zelfs nu nog duizelen. Ze bezorgden Marco Polo indertijd de spotnaam 'messer Milione', 'mijnheer Miljoen'.

In 1404 gaf keizer Zhu Di de opdracht om alle literatuur en kennis die op dat moment beschikbaar was te verzamelen in een gigantische encyclopedie (p. 41). Controle bij een aantal andere auteurs bewijst dat Menzies niet overdrijft als hij zegt: "Nergens ter wereld was iets te vinden dat hiermee ook maar enigszins vergelijkbaar was."(p. 41)

De derde heerser van de Ming-dynastie, Zhu Di, de Yongle-keizer.

'De Yongle keizer (= Zhu Di) gelastte uittreksels uit alle belangrijke geschriften te maken en deze, als een soort encyclopedie, te rangschikken naar onderwerp (6).'(Toynbee 1957: 292)

Deze encyclopedieën verschillen van de onze hierin dat zij niet een lemma (artikel) over een bepaald onderwerp geven, maar in uittreksels het voornaamste bijeenbrengen wat over het onderwerp in de bronnen zelf te vinden is.

Je kunt het vergelijken met het verschil tussen een verklarend zakwoordenboek en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), een historisch-wetenschappelijk woordenboek dat woorden en spreekwijzen bevat die tussen 1500 en 1920 in het Nederlands zijn gebruikt, waaraan meer dan een eeuw is gewerkt (tot 1998) en dat 40 boekdelen telt (meer dan 42.000 bladzijden)!

Yongle's encyclopedie, een Chinese Library of Congres op zich, overtrof in omvang alles wat men vroeger van die aard had gedaan. Meer dan 2180 literaten werkten vier jaar lang aan deze taak. Schoonschrijvers kopieerden de gekozen teksten, vaak gehele boeken, in grote kwarto delen. Het gehele werk bevatte niet minder dan 22.877 boeken, verdeeld over 11.095 volumes (Menzies zegt: 5000). Het drukken van het geheel bleek zelfs voor de keizerlijke schatkist bezwaarlijk, zodat men zich tevreden stelde met het maken van een aantal kopieën voor de keizerlijke bibliotheken in verschillende paleizen. Het werk staat bekend als de Yongle Dadian. Brand, oorlog en ongeval hebben de Yongle Dadian zelf eveneens vernietigd: ongeveer 350 verspreide delen bevinden zich thans in verschillende bibliotheken van Oost en West.

Dit werk zou twee eeuwen later nog worden overtroffen door Kangxi, de keizer van Verbiest.

Kangxi bezat zelf een grote praktische kennis van astronomie (Verbiest was jarenlang zijn leraar). Zoals reeds vermeld stichtte hij in het Zomerpaleis een soort academie, die tot taak had oude Chinese werken over astronomie en wiskunde op te sporen en te publiceren. En hij mobiliseerde de aanvankelijk vijandige Chinese literaten om reusachtige woordenboeken van het Chinees en een nieuwe veeldelige 'encyclopedie' samen te stellen, waarin het totaal van de oude kennis zou aangevuld worden met de nieuwe uit het Westen. Deze grootste van alle encyclopedieën, de Gujin tushu jicheng, werd pas gedrukt in 1726, na de dood van Kangxi, met een kwart miljoen, speciaal voor dit doel gegoten, losse bronzen typen. Zij besloeg niet minder dan 5000 delen, met 852.000 bladzijden en bevatte 100 miljoen tekens.

Dit is uitzonderlijk in de Chinese geschiedenis. Geschiedde het ook onder westerse invloed? Het Chinese beeldschrift, met zijn vele duizenden karakters, leent zich niet goed tot drukwerk met losse typen. Om praktische redenen verkoos men het drukken vanaf houtblokken, waarin aan elke kant van het blok de karakters voor een bladzijde waren uitgesneden. Precies daarom werden losse typen praktisch uitsluitend gebruikt bij keizerlijke initiatieven, waarbij de kostprijs van het project geen enkele rol speelde (China 1988: 112).

Pas de computer bracht hier uitkomst. Is het toeval dat de software voor het drukken van Chinese beeldtekens ontworpen werd aan de Leuvense universiteit, ook de zetel van het Verbiest Instituut?

Als conclusie dringt zich echter onherroepelijk op dat China ten tijde van Zheng He zich verhield tot Europa, zoals Europa nu ten opzichte van een technologisch achtergebleven ontwikkelingsland.

 

Noten

6. Chinese keizers droegen, net als de Egyptische farao's, meerdere namen. Eén ervan (waaronder ze in China meestal vermeld worden) is hun dynastieke titel: bij het begin van hun regering namen ze een naam aan, die eerder een heilwens was voor hun bestuur dan een persoonsnaam. Zo betekent Yongle 'eeuwige vreugde'. Eigenlijk zouden wij derhalve de Qing-keizer van Verbiest moeten vernoemen als 'de Kangxi-keizer' want het was zijn dynastieke titel. Wij hebben telkens het gebruik van de geraadpleegde bronnen overgenomen, om verwarring te vermijden.



Copyright © 2005 VVLG, 16.03.2005