Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Chinese Cartografie

 

China bezat een lange traditie op het gebied van nauwkeurige cartografie. Ook hier was de astronomie verbonden met de geografie. De oudste bewaarde kaarten zijn in 1973 gevonden in een graf. Het zijn drie, op zijde geschilderde landkaarten, die zeker voor 168 v.C. gemaakt zijn. Ook China kende zijn Ptolemaeus. Hij heet Pei Xiu (224-271 n.C.). In 267 benoemde de eerste heerser van de Jin-dynastie hem tot minister van openbare werken. Niet te verwonderen: net zoals de keizer het tot zijn verantwoordelijkheid rekende zijn astronomen voor een goede kalender te laten zorgen, wenste hij correcte kaarten van zijn rijk te bezitten. In de Han-dynastie (202 v.C.-220 n.C.) worden kaarten keer op keer genoemd als onontbeerlijke werktuigen van het keizerrijk. Wanneer de keizer op reis ging, vergezelde zijn cartograaf hem met een uitgebreide staf. Zo nam Kangxi vele eeuwen later Verbiest mee op tocht naar zijn Mongoolse gebieden.

Pei Xiu's Atlas van het Rijk en van de grenslanden omvatte achttien bladen. Als belangrijkste eisen voor het tekenen van een goede kaart noemt hij het aanhouden van een maatstaf (schaal) en het aanbrengen van een coördinatenstelsel. Voorts acht hij het noodzakelijk dat de methoden voor het berekenen van de zijden van rechthoekige driehoeken, de hoogte- en hoekmeting en de meting van kromme en rechte lijnen worden gevolgd. Met andere woorden, hij paste het systeem van driehoeksmeting toe dat in Europa pas geperfectioneerd zou worden in de 16de eeuw door Gemma Frisius, de leermeester van Mercator!

Merkwaardig genoeg gingen de Chinezen, in tegenstelling tot Ptolemaeus, uit van een platte aarde. Pei Xiu gebruikte als aanduiding voor de coördinaten de termen 'schering en inslag.' Waarschijnlijk omdat kaarten traditioneel op zijde geschilderd waren en men de coördinaten trok op de ketting- en inslagdraden.

Tijdens de Tang-dynastie (618-907) voltooide de keizerlijke cartograaf een landkaart van heel Azië, eveneens op zijde. De kaart zelf is verloren gegaan, maar wij weten dat zij 10 m lang en 11 m hoog was en voorzien van een consistent gradennet, waarbij de schaal zo gekozen was dat 1 centimeter ongeveer overeenkwam met 26 kilometer (Goepper 1988: 260).

Terwijl in Europa de cartografische kennis van de oudheid voor duizend jaar vergeten was, vorderde ze in China gestaag. Tijdens de Song- en de Yuan-dynastie zouden de prestaties van de Tang nog overtroffen worden in nauwkeurigheid en uitvoering.

Halverwege de 12de eeuw, nog voor de algemene herwaardering van Ptolemaeus in Europa, vervaardigde de Arabische cartograaf al-Idrisi een wereldkaart voor Rogier II, de Normandische koning van Sicilië. Hij gebruikte hiervoor een gradennet, dat net als het Chinese, uitging van een platte aarde. Dat laat de mogelijkheid open dat Waldseemüller voor zijn Carta Marina uit 1516 op een dergelijk voorbeeld steunde en niet rechtstreeks op een Chinese kaart (Boorstin 1987:132).



Copyright © 2005 VVLG, 06.03.2005