Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Buskruit

 

Buskruit wordt als oorlogsmateriaal in China voor het eerst in tactische teksten vermeld in het begin van de tiende eeuw (in het jaar 904). Het werd al zeer snel toegepast in granaten, die geworpen of geslingerd werden. Handvuurwapens kwamen algemeen in gebruik na 1132. Recepten van kruit voor kanonnen en bommen vinden we reeds in het rijkelijk met houtsneden geïllustreerde Algemene compendium van de krijgskunst dat in 1044 aan de Song-keizer werd opgedragen. En de productie geschiedde andermaal op waarlijk industriële schaal. Omstreeks 1221 telde de wapenindustrie al meer dan 40.000 arbeiders in elf werkplaatsen (Goepper 1988: 271). Tijdens de eerste Mongoolse invasie van Japan in 1274, onder Koebilai Khan, beeldden Japanse houtsneden in de lucht uiteenspattende granaten af (Temple 1988: 233).

Op 9 april 1241 botste een Europees ridderleger van 30.000 man bij Liegnitz in West-Polen op een Mongools ruiterleger. Later bleek het treffen slechts een tactisch afleidingsmanoeuvre voor de echte slag, waarbij een andere Mongoolse strijdmacht op 11 april de troepen van de Hongaarse koning Bela verpletterde, ondanks diens numerieke overwicht. Hier werd voor het eerst in de westerse krijgsgeschiedenis een 'vuurwals' gebruikt - in Europa volkomen onbekend: de Mongolen schoten explosieven af vanuit een batterij katapulten, om hun leger over een brug te krijgen (Marshall 1993).

West-Europa ontsnapte slechts op het nippertje en louter door toeval aan de Mongoolse furie. De Mongolen maakten onverwacht rechtsomkeer omdat de Grote Khan overleden was en de volksvergadering voor de opvolging hun aanwezigheid vereiste. Maar voor Rusland braken donkere eeuwen aan onder het wrede juk van de Gouden Horde.

De Chinese inventiviteit zorgde voor een schier eindeloze reeks toepassingen van buskruit, waarvan vele nooit in Europa doordrongen, of pas vele eeuwen later. Op het vlak van de maritieme oorlogvoering ontwikkelden de Chinezen methodes die aangepast waren aan hun geliefkoosde tactiek. Ze gaven namelijk de voorkeur aan het gebruik van projectielen, eerder dan aan het enteren van schepen (China 1988: 70).

Alle schepen van Zheng He waren uitgerust met een grote verscheidenheid aan 'artillerie': kanonnen, raket- en granaatwerpers, vuurpijlen, een vorm van 'Grieks vuur', exploderende granaten in omhulsels van geolied papier en zelfs bamboeschilden ter bescherming van de kruisboogschutters, voorzien van vuurpijlen... Voeg daarbij nog kruisbogen, al dan niet met giftige pijlen (in het Chinese leger reeds bij tienduizenden gebruikt in de 4de eeuw v.C.). En voor de korte afstand had je repeteerkruisbogen, die tien of twaalf pijlen zeer snel na elkaar konden afvuren (uitgevonden ergens in de 11de eeuw). Hiertegen was op dat ogenblik geen enkele vloot ter wereld opgewassen. Tijdens zijn eerste expeditie had hij de Straat van Malakka en vervolgens de zeevaartroutes naar Oost en West schoongeveegd van piraten. En regelmatige patrouilles van de keizerlijke marine zorgden ervoor dat het zo bleef. (Ironisch genoeg vormen piraten nu opnieuw een toenemende plaag in deze wateren.) De Chinezen hebben echter nooit batterijen kanonnen in lijn opgesteld op schepen, zoals in Europa. Zij verkozen een combinatie van diverse vuurwapens tezelfdertijd. Je moet niet vergeten dat China op dat ogenblik -en dat nog voor meer dan een eeuw- de enige mogendheid ter wereld was die deze wapens kon inzetten. Wat hun marine, in combinatie met de zeilkwaliteiten van de jonken, een nooit meer geëvenaarde superioriteit verleende over alle marines ter wereld.

Moderne reconstructie van een zeshoekige 'bijennest'- lanceerbuis voor raketpijlen. De houten lanceerder van ruim 1,5 m hoog kon 30 tot 100 raketpijlen ineens afvuren, aangestoken met één lont. Door de conische vorm waaierden de pijlen uit voor een zo groot mogelijke spreiding van de inslag. Stel het effect voor van een batterij met 200 van deze lanceerders op een aanvallend cavalerieleger! Reconstructie op basis van een tekening met gedetailleerde beschrijving in de Wubeizhi (Verhandeling over oorlogstoerusting) uit 1628, die een oudere boekdruk kopieerde (China 1988: 96).

Reconstructie van een bamboeschild uit de Song-dynastie, met raketlanceerder. Het meet 128 x 67 cm en is achteraan voorzien van een steunbalk zodat het rechtop kan blijven staan (China 1988: 96).

Onder keizer Kangxi, 250 jaar later, was er een Verbiest nodig om de Chinese artillerie te moderniseren.

 Tekening van Verbiest voor nieuwe keizerlijke kanonnen.

Maar die beweging verstarde in de late 18de eeuw. Sommige van Verbiests kanonnen werden nog gebruikt door de Boksers bij de beschieting van de westerse ambassades te Beijing in 1900. De Britten namen er 40 jaar vroeger op een andere strafexpeditie twee mee als krijgsbuit, die nu prijken in de Londense Tower.



Copyright © 2005 VVLG, 26.03.2005