Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Porselein

 

Geen enkel Chinees luxeproduct sprak zo sterk tot de Europese verbeelding als porselein: hard als glas, waterdicht als kwaliteitsaardewerk, dunwandig en doorschijnend, beschilderd met fijngepenseelde exotische taferelen, mooier dan het fijnste majolica. Voor de westerse wereld was porselein van meet af aan een van de meest begerenswaardige rariteiten van de Oriënt (Gleeson 1998: 46).

In de 15de eeuw kregen de doges van Venetië Ming-porselein ten geschenke van bezoekende Egyptische sultans (Gleeson 1998, p. 46).

Toen de Venetiaanse schilder Giovanni Bellini in 1512 in opdracht van Alfonso d'Este begon aan het Godenfeest voor diens Albasten Kamer in het kasteel van Ferrara, liet hij de verzamelde saters en nimfen het banket voor Bacchus en zijn gezellen aandragen op schalen van Ming-porselein die identiek waren aan die in het Topkapi-paleis in Istanboel, waarvan we weten dat Bellini er geweest is. Zo groeide porselein in 's mensen bewustzijn uit tot een mysterieus en ongrijpbaar symbool van hemelse schoonheid. (Gleeson 1998, p. 47).

Meer over d'Este, zie verder: Ercole d'Este en de Cantino-kaart.

 

Het Ming-porselein bereikte ten tijde van Zhu Di een niveau van weergaloze schoonheid en verfijning (Goepper 1998: 350).

Vanaf de 15de eeuw vervaardigden de Chinese staatsmanufacturen exportporselein op industriële schaal. Dit had het voordeel dat de jonken een nuttige en lucratieve lading konden meevoeren in de ruimen waar andere luxegoederen als thee, specerijen en zijde niet gestouwd konden worden vanwege het risico op waterschade (Gleeson 1998, p. 47). Voor de Europese en Turkse markten werd porselein gefabriceerd dat van goede materiële kwaliteit was, maar met voorstellingen en vormen -bijvoorbeeld grote schotels en tuitkannen- die niet beantwoordden aan de Chinese esthetische normen.

Twee eeuwen lang bleef porselein Europa obsederen. Men had geen flauw idee hoe het geproduceerd werd en slaagde er niet in de enige bruikbare kleisoort (kaolien) te vinden. Het befaamde Delfts Blauw (dat nog gemaakt wordt) gebruikte wel het juiste kobaltzwart (dat na het bakken blauw wordt), maar was geen echt porselein. Aanvankelijk waren het de Portugezen die porseleinen voorwerpen naar Europa brachten, het zogenaamde kraakporselein (naar de kraken, de grote Portugese oceaanschepen).Toen China het hele rijk afsloot, haalden voornamelijk de Nederlanders hun porselein in Japan. Hier bestelde men soms drie jaar voorop aardewerk met Europese voorstellingen (zolang duurden heen- en terugreis), bijvoorbeeld borden met wapenschilden of serviezen voor een huwelijk. De Japanners bewaakten angstvallig het geheim van dit Imari-porselein (genoemd naar de uitvoerhaven). Pas in de 20ste eeuw kwam Europa erachter dat het vervaardigd werd door Koreaanse vaklui, die door Hideyoshi in 1597 uit hun land waren gedeporteerd naar Japan en daar hun ambacht, verborgen voor vreemde ogen, eeuwenlang verderzetten in het dorp Arita.

Bord met kenteken van de V.O.C., 17de eeuw. Het Arita-porselein werd, op uitdrukkelijke bestelling van de Hollanders, in grote hoeveelheden vervaardigd. De inspiratiebron lag in het blauw en witte Ming-porselein.

Bierkan in blauw en wit Arita-porselein met tinnen deksel. Late 17de eeuw. 18 x 12,5 cm.

Chocoladekan. Blauw en wit Arita-porselein met zilveren kraantje. Late 17de eeuw. 29 x 15,2 cm.

Een vormgeving als deze was in Oost-Azië totaal onbekend. Het blauwe motief stelt een feniks en bloemen voor.

Eerder reeds vermeldden we dat de vloten van Zheng He porselein in zulke grote hoeveelheden als geschenk gaven aan de inwoners van de Swahilisteden in Oost-Afrika, dat ze het in grafstenen inmetselden en men tot de dag van heden massa's scherven terugvindt. Om een idee te geven van die hoeveelheden: op de Nanking-cargo-veiling in 1986 werden meer dan 150.000 stukken ongeschonden Chinees porselein verkocht. Eens maakten ze deel uit van de lading van een Hollandse koopvaarder, de Geldermalsen, die in 1752 op de terugreis van Canton naar Holland op een rif liep in de Zuid-Chinese Zee (Gleeson: 49).

Volgens de encyclopedie slaagde Johann Friedrich Böttger in 1708 eindelijk erin het harde, hagelwitte, Europese porselein te produceren. Dat klopt, maar achter die paar woorden schuilt een hallucinant verhaal. Böttger (1682-1719) was een alchemist, opgesloten in de grimmige Albrechtsburg van Meissen, op de oevers van de Elbe, door zijn werkgever, August de Sterke, koning van Polen en keurvorst van Saksen. Hij werd geacht de 'steen der wijzen' te ontdekken, het middel om lood in goud te veranderen. August de Sterke slaagde erin om steevast meer geld uit te geven dan er binnenkwam en ruïneerde zich bijna aan het dure Chinese porselein, waarop hij verzot was. Louter toevallig ligt in de buurt van Meissen de enige Europese vindplaats van kaolien. (Bij porseleinproductie komt nog heel wat meer kijken, maar dat valt buiten het kader van dit artikel.) In 1710 startte hier onder de strengste geheimhouding de wereldberoemde manufactuur die nog steeds bestaat. Böttger moest blijven experimenteren en was pas 37 toen hij uitgeteerd stierf. Na zijn dood barstte de strijd om de formule los. Vorsten hadden er fortuinen voor over, meer nog dan twee eeuwen vroeger voor geheime zeekaarten. Het duurde niet lang of deze prille industriële spionage kende succes. Dit werd in de hand gewerkt door het strenge regime in de manufactuur, dat de geterroriseerde ontwerpers maar al te graag wilden ruilen voor een rijkelijk leventje dat hun voor hun vakkennis werd voorgespiegeld. In de andere Europese landen, met voldoende rijke heersers, kwamen een na een de porseleinmanufacturen van de grond: Sèvres (Frankrijk), Wedgwood(Engeland)... Daarmee was het wereldmonopolie van het Chinese porselein voorbij, maar niet zijn succes. Onlangs bracht één enkel bord uit de vroege Mingperiode in Londen £ 89.500 op. En elke jonk van Zheng He kon 2000 ton lading vervoeren. Als je thuis een authentieke Mingvaas zou vinden, kan je vervroegd gaan rentenieren!

Het volledige verhaal lees je in: Gleeson, Janet, Het arcanum. Het fantastische, ware verhaal over de uitvinding van het Europees porselein, Utrecht, Het Spectrum, 1998. 

Met de opkomst van de V.O.C. werden massale hoeveelheden porselein naar Europa geëxporteerd. In barokke overdaad werden de exotische schatten tentoongesteld, zoals in deze porseleinkamer van het slot Charlottenburg in Berlijn.



Copyright © 2005 VVLG, 27.03.2005