Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

Fauna en flora

 

Migratie van fauna en flora heeft al lange tijd een probleem gevormd voor antropologen en historici. En doet dat nog. In het verleden waren het wetenschappelijk instrumentarium en het mentale kader niet voldoende ontwikkeld. Tegenwoordig blijft het voor controversie zorgen. De voornaamste reden is de bliksemsnelle migratie van dieren en gewassen over de aardbol, tijdens en na de Grote Ontdekkingen. Dit is zonder de minste overdrijving een feit zonder weerga in de geschiedenis van de mensheid. Tarwe en rogge kwamen bijvoorbeeld in beide Amerika's niet voor. Volgens de legende in Ecuador zou onze landgenoot Joos de Rijcke (1498-1578) als eerste graan hebben ingevoerd in de Nieuwe Wereld.

Menzies stelt dat de belangrijkste landbouwgewassen al over de wereld verspreid waren vooraleer Columbus de zeilen hees. Maïs, een inheems Amerikaans gewas, was al op de Filippijnen aanwezig toen Magalhães daar in 1520 arriveerde. De enige verspreidingsmogelijkheid van maïs is via de mens; de maïskorrel is immers te zwaar om met de wind te worden meegevoerd en bovendien zinkt hij in water. Klopt. Maar er is meer.

Namen de Chinezen met de metates ook de maïs mee naar huis? Maïs, zoete aardappelen en andere gewassen uit de Nieuwe Wereld vormden een belangrijke motor achter de bevolkingsexplosie van China, want meer dan een derde van de huidige voedselvoorziening bestaat uit gewassen die afkomstig zijn uit de Nieuwe Wereld: maïs, aardappelen, maniok, pompoenen, chilipepers, cacao, pinda's... Maïs heeft een zeer grote opbrengst, maar bezit het gevaar voor een eenzijdig dieet: het bevat geen lysine, een voor mensen essentieel aminozuur. Tegelijk met maïs verschijnt in Azië amarant, een even voedzaam als belangrijk graangewas met rode korrels, dat wél lysine bevat. Het is eveneens uit de Nieuwe Wereld afkomstig, oorspronkelijk vermoedelijk uit Mexico. Door zijn hoge eiwitgehalte en hoge opbrengst wordt het tegenwoordig op veel plaatsen in de wereld geteeld (Balick 1998: 91). Het knappe boek van Balick & Cox, Etnobotanie. De rol van planten in de menselijke cultuur, waaraan bovenstaande ontleend is, focust wel op oorsprong en verspreiding, maar veel te weinig op de data van aankomst in een nieuw vaderland. Zo is het duidelijk dat maïs inderdaad al vroeg succes kent in China. Maar was dat na de tochten van Zheng He's vloot en voor of na de aankomst van de Europeanen? Voor een vroege datum pleit althans dat die Europese aankomst samenvalt met de xenofobe afsluiting door de Ming. China zou veel eerder een veelbelovend nieuw gewas aanvaarden, als het ingevoerd was door eigen mensen.

Ook met de verspreiding in beide Amerika's van typisch Aziatische kippen voor de komst van de Europeanen poogt Menzies zijn stelling hard te maken. En met het feit dat kippen daar toen net als bij de Chinezen enkel voor waarzeggerij werden gebruikt.

Internationaal zorgt de verspreiding van de kokosnoot voor een soortgelijke discussie. Er bestaat een hele reeks palmbomen. Doch één ervan, die sinds eeuwen verspreid is over Azië en de eilanden van Polynesië, kan alleen maar uit Amerika komen. Werd deze nuttige boom verspreid voor of na de komst van de blanken?

De kokosnoot is een van de elf inheemse gewassen die op het aardewerk van het oude Peru afgebeeld werden (Heyerdahl 1975: 184). Is ze in Polynesië ingevoerd door Amerindianen zoals de Noorse 'vader van de experimentele archeologie' Thor Heyerdahl meent? Of door de Chinezen?

Aziatische krulveerkip uit de Ornithologia van Aldrovandi, 1604 (Menzies: 114)



Copyright © 2005 VVLG, 02.04.2005