Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 2: de wereldreizen van Zeng he

 

Jos Martens

De Grote Ommekeer

 

Een vraag die reeds lang voor Menzies gesteld werd: hoe valt de plotse ommekeer van de Ming te verklaren, net op het hoogtepunt van een ontwikkeling die China tot de leidende zeemogendheid van de wereld maakte?

Westerse historici hebben allerlei verklaringen gezocht, als ze zich al niet beperken tot het nietszeggende 'om onduidelijke redenen'.

Politiek-economische: de strijd tegen de Mongolen laaide weer op, de voltooiing van de Grote Muur en van het Keizerskanaal dat Gele en Blauwe Stroom verbond, de oorlog in en het uiteindelijk verlies van Vietnam eisten de middelen op die nu naar de massa's geld verslindende bouw van de Verboden Stad en de Keizerlijke Vlootexpedities gingen.

Ideologische: de confucianistische mandarijnen verdrongen de eunuchen van de macht, voor eeuwen.

Al die redenen hebben ongetwijfeld meegespeeld en ze hebben alle dit gemeen dat ze bepaald zijn door de standplaatsgebondenheid van de betrokken historici.

Het doel van de Grote Vloten is namelijk moeilijk te bevatten voor de westerse geest. De belangen en doelstellingen van Zheng He en die van de Europese vloten uit het tijdperk van de Grote Ontdekkingen lagen net zo ver uit elkaar als de twee polen op de wereldbol. De Portugezen, die langs de Kaap naar Indië voeren, streefden naar economisch gewin en uitbreiding van het christendom. Als handelsgoederen bracht da Gama wollen stoffen en prullaria mee die de verachting opwekten van de zamorin (heerser) van Calicut. Bij de 'goederen' die de Portugezen weghaalden, zaten duizenden slaven. Met hun zwaarbewapende schepen deinsden ze niet terug voor gruweldaden op grote schaal.

De marine van Zheng He kwam uit een andere wereld. Het doel van deze enorme, kostbare en verreikende expedities was niet schatten te verzamelen of land te veroveren. De Chinezen wilden de macht en pracht van de nieuwe Ming-dynastie uitdragen en zo de 'hele wereld' schatplichtig maken aan het enige en uniek beschaafde land dat China was. In plaats van armzalige prullen schonken zij stalen van vakmanschap. Een land dat schatting betaalde aan China onderwierp zich niet aan een veroveraar; het was een erkenning van China's superioriteit (Boorstin 1987: 215).

Het stopzetten van de Grote Expedities en het vernietigen van alle gegevens die erop betrekking hadden betekende de doodsteek voor de meest geavanceerde scheepstechnologie ter wereld. In enkele jaren tijd werd zowat de hele Chinese know how vernietigd, een van de allergrootste tragedies uit de maritieme geschiedenis en te vergelijken met de boekenverbranding onder Qin Shihuang Di (259-210 v.C.), de keizer van het terracottaleger. Al die onvervangbare kennis ging in de eerste plaats verloren om ideologische redenen. De grote schepen rotten weg, er is geen enkel bouwplan bewaard en het enige overblijvende materiële bewijsstuk is het reusachtige scheepsroer dat in 1962 in Nanjing ontdekt is. Voor het einde van de 15de eeuw was er geen scheepsbouwer meer over die nog in staat was een van de grote schepen te bouwen. Begin 16de eeuw stond er zelfs de doodstraf op het bouwen van een jonk met meer dan twee masten (Cuyvers 2003: 109)!

Omstreeks 1720 stelde de Japanse shogun aan de bestuurder van een havenstad de vraag: "Waarom zijn de Chinese schepen sneller dan de onze?" Prompt leverde de magistraat een lange rol met knap getekende en zeer gedetailleerde informatie over de verschillende jonktypes die zijn haven bezochten. Dit is een unieke historische bron: de Chinezen hebben zelf niets vergelijkbaars (Cuyvers 2003: 106)!

Niet alleen de scheepvaart viel stil. China schroefde ook een hele industriële revolutie terug die in de 14de eeuw begonnen was. Het zette onder meer de ontwikkeling stop van een door water aangedreven spintoestel en van mechanische klokken, waarin het op dat ogenblik de eerste wereldpositie innam. Met als resultaat dat in de tijd van Ricci en Verbiest westerse klokken de meest gegeerde geschenken vormden aan het keizerlijk hof en er in China zelf niemand meer te vinden was om defecte klokken te herstellen of om ze naar behoren op te winden! Na Zhu Di wendde het hele rijk zich af van mechanische apparaten en technologie in het algemeen. De schadelijke effecten van deze politiek werden pas goed duidelijk toen de Europeanen in de 19de eeuw niet meer buiten de grenzen te houden vielen (Diamond 2000: 407).

Dit is des te vreemder daar China nooit de donkere eeuwen gekend had van Europa na de invallen van de barbaren. Minstens van in de achtste eeuw tot omstreeks 1750 was China het belangrijkste centrum/kerngebied in de wereld, ook wat betreft het niveau van de militaire technologie. Europese producten daarentegen waren nergens gegeerd op de Oost-Afrikaanse en Aziatische markten (V.d. Voorde 2001). Toen de 15de eeuw aanbrak nam het Rijk van het Midden met voorsprong de eerste plaats in op het gebied van technologische ontwikkeling.

Voor het fenomeen van de ommekeer geeft Menzies (p. 49) een oorzaak die de meeste westerse bronnen niet vermelden, of waaraan ze achteloos voorbijgaan als ze het terloops vermelden. En die nochtans o.i. de ultieme beslissende factor is geweest.

Twee maanden nadat de armada van Zheng He uitzeilde, woedde een zwaar onweer over de Verboden Stad. De bliksem trof het keizerlijke paleis, dat door brand werd verwoest. Bolbliksems raasden over de Keizerlijke Weg en vernietigden opeenvolgend de drie Hallen van Harmonie. De keizerlijke troon verbrandde tot sintels en Zhu Di's favoriete concubine overleed aan shock. De keizer viel ziek en was maandenlang niet in staat om te regeren. Algemeen, ook door Zhu Di zelf, werd het onweer en zijn gevolgen beschouwd als een afkeurend teken van de Hemel dat de kosmische harmonie ernstig verstoord was wegens zijn megalomane politiek. De Mongolen weigerden schatting te betalen. Nog tijdens de hierop volgende veldtocht overleed Zhu Di op 12 augustus 1424 op 64-jarige leeftijd. Reeds de eerste dag van zijn regering, 7 september 1424, vaardigde zijn zoon en opvolger een edict uit dat alle reizen van de Keizerlijke Vloten moesten beëindigd worden. Zijn zoon, die hem na een regering van amper een jaar opvolgde, zette zijn vaders politiek nog radicaler voort. Als zwanenzang maakte admiraal Zheng He eind 1431 een laatste reis, op bedevaart naar Mekka. Maar dat was dan ook het einde. China trok zich voor lange tijd terug in isolement en xenofobie.

Dat een natuurverschijnsel zo verregaande gevolgen had op het verloop van de Chinese geschiedenis, valt alleen te begrijpen vanuit het Chinese wereldbeeld. China kende een eeuwenlange traditie waarin goed bestuur centraal stond - anders dan in Europa waar machtshonger van de vorsten de overwegende politieke factor was, en - ongeacht de op het eerste gezicht ideologisch zeer verschillende uitgangspunten- vergelijkbaar met het streven van de Incaheersers. Keizers en mandarijnen vonden elkaar in dit ideaal door de confucianistische imperatief van de kosmische harmonie, waarin de keizer de spilfiguur was als drager van het Mandaat des Hemels. Hij was het brandpunt waarin alle draden van de aardse orde samenkwamen en van hem straalden zij weer uit over de rest van de mensheid. Soms werd dit evenwicht verbroken door een despotisch heerser. Dit was het geval bij Qin Shihuangdi, de 'eerste keizer van China' (259-210 v.C.), die alle confucianistische geschriften liet verbranden. En het gebeurde opnieuw onder de eerste Ming-keizers. De vader van Zhu Di, rebellenleider, overwinnaar van de Mongoolse Yuan-dynastie, had de confucianistische mandarijnen door een politiek van volslagen onberekenbare en zeer wrede zuiveringen als machtsfactor uitgeschakeld. Of toch minstens monddood gemaakt, want hij kon niet zonder hen voor de administratie van het onmetelijke rijk. Zhu Di erfde een keizerlijke macht die in de geschiedenis zelden zo absoluut was geweest. Maar de oude heerser uit 1421 was niet meer de energieke jonge man die zijn legers op veroveringstochten leidde en de grote expedities van Zheng He of de bouw van de Verboden Stad had gestart. En het verbroken machtsevenwicht wreekte zich, toen volgens de Chinese opvattingen de kosmische harmonie verbroken bleek door de brand in de Verboden Stad. De slinger sloeg volledig door in de andere richting: de mandarijnen namen wraak op hun vervolgers, met het bekende fatale gevolg voor de Chinese geschiedenis.

Onder Kangxi was de macht van de keizer misschien even groot als onder Zhu Di. Doch hier was de beweging omgekeerd: de piepjonge keizer greep die macht na een analoge gebeurtenis. Kort nadat Ferdinand Verbiest in 1660 in Beijing arriveerde, zag het er voor de jezuïetenmissie niet zo best uit. Na een lang proces werd zijn leermeester Schall in 1665 veroordeeld om levend in stukjes te worden gehakt, terwijl Verbiest en zijn medebroeders zouden verbannen worden. Maar voor het vonnis kon uitgevoerd worden, verscheen er een komeet aan de hemel wat, gezien de Chinese instelling tegenover astronomische verschijnselen, gold als een belangrijke waarschuwing. De reden was klaarblijkelijk de onrechtvaardige veroordeling van de jezuïeten. De dag zelf dat de rechters het vonnis aan de jonge keizer overhandigden, deed een zware aardbeving Beijing tot driemaal toe op zijn grondvesten daveren. En een goede week later trof een brand het keizerlijk paleis. Dit volstond. De Hemel zelf had de onschuld van de beklaagden aangetoond. Met de eerder al beschreven gevolgen voor Verbiest en zijn ordebroeders.

Laten wij ons echter geen illusies maken: als Verbiest onder een Zhu Di of een Qianlong (1736-1796) was terechtgekomen, had het verhaal er heel anders uitgezien!

Want er is nog een reden, die toendertijd alleen in China mogelijk was doch niet noodzakelijk Chinees hoeft te zijn. Dat een wereld zo groot als China het pad van zijn geschiedenis radicaal wijzigt, vindt zijn oorzaak juist in de monolithische eenheid van het onmetelijke land onder één despoot. In het verleden had het systeem nochtans de opbloei van de wetenschap krachtig bevorderd, terwijl het nu net in tegengestelde richting werkte en de doorbraak belemmerde die zich weldra in Europa wél ging voordoen. Welk ander land zou in het begin van de 8ste eeuw n.C. in staat zijn geweest opmetingen van een meridiaancirkel te verrichten over ruim 4000 km? Of in dezelfde periode een expeditie uitrusten om de sterren van het zuidelijk halfrond te bestuderen? Sterker nog, geen enkel land zou daaraan ook behoefte gehad hebben (Needham in Temple 1988: 8).

De Grote Ommekeer kun je vergelijken met de jaren zestig van de 20ste eeuw, toen door het marxistisch dogmatisme van Mao tijdens de Culturele revolutie de scholen voor vijf jaar werden gesloten en een onvervangbaar deel van het Chinese culturele erfgoed door de beeldenstorm van de (piepjonge) Rode Gardisten voorgoed werd vernietigd (Diamond 2000: 406).

Is wat wij verstaan onder democratie zoveel beter? Denk aan wat het niveau (of het gebrek daaraan) en het star dogmatisch denken van Amerikaanse presidenten als Reagan en Bush jr. deze planeet in de laatste decennia hebben aangedaan.



Copyright © 2005 VVLG, 06.03.2005