Hermes in uitbreiding

 

Waldseemüller en de geboorte van Amerika

Een historische odyssea

Deel 3: : Holbeins De Franse gezanten: tijds- en wereldbeeld

 

Jos Martens

De vloer: kosmos en microkosmos

 

Het is reeds lang bekend dat de vloer waarop de gezanten staan een kopie is van die bij het hoogaltaar in de Westminster Abbey. Is het omdat die vloer een grote indruk had gemaakt op kunstenaar of opdrachtgever, zoals meestal geschreven wordt (Cumming 1996:39)? Holbein heeft het patroon vereenvoudigd, met de betekenisvolle toevoeging van een zespuntige Davidsster in de centrale cirkel, half verborgen achter de schedel. De Davidsster is een hexagram (zeshoek): samengesteld uit twee driehoeken, een met de punt opwaarts, een met de punt neerwaarts gericht. Ze is in recente tijden besmet met de vloek van de holocaust, omdat de joden door de nazi's verplicht werden een gele 'jodenster' op hun kleren te dragen.

Het is een oeroud symbool dat reeds terug te vinden is in vedische teksten in het oude Indië en in Egypte. Voor de joodse kabbalisten in Spanje symboliseert het de heilige vereniging van het mannelijke en vrouwelijke beginsel. Bij de middeleeuwse alchemisten is het hexagram het symbool voor water (neerwaartse driehoek: vrouwelijk) en vuur (opwaartse driehoek: mannelijk). Wij zouden nu spreken van yin en yang, twee Chinese termen voor hetzelfde principe. Voor dezelfde alchemisten gaat het hexagram de vier elementen betekenen (water, vuur, aarde en lucht) en dan, bij uitbreiding, het vijfde element: "het wezenlijke", Jahwe, God, de "onbewogen beweger." Geen van mijn geraadpleegde bronnen geeft uitsluitsel, maar we kunnen grif aannemen dat Holbein voor de meest holistische en metafysische interpretatie kiest.

Denk eraan: ook het beroemde diagram van Leonardo da Vinci over de wiskundige afmetingen van de ideale mens, de 'Man van Vitruvius' vertoont een menselijke figuur, ingeschreven in een pentagram en een hexagram die op hun beurt ingeschreven zijn in een vierkant binnen een cirkel.

Het geheel geeft de verhoudingen aan van de gulden snede, in het Latijn sectio divina, goddelijke snede genoemd, het maatgetal van onze westerse esthetische verhoudingen, maar ook van de menselijke anatomische verhoudingen, de harmonie in de natuur en, bij uitbreiding, van de kosmische harmonie. De verhouding die, volgens de oude Griekse filosofen reeds, rechtstreeks voerde tot in de nabijheid van het enigma God.

 

Hexagram en samenstellende delen. Constructie uit de alchemistische symbolen voor de vier elementen (Biederman 1996: 163-164)

 

Vrijmetselaarsembleem, ca. 1800 met de naam van Jahwe in het midden. Merk de opvallende overeenkomst in betekenis met middelpunt van de vloer in De Franse ambassadeurs (Biederman 1996: 164)

Het vloermozaïek is niet uniek voor Westminster Abbey. Een zelfde patroon ligt aan de basis van Raphaels ontwerp van de zoldering in de Stanza della Segnatura (waar hij zijn beroemde School van Athene schilderde) en komt voor in de Sixtijnse Kapel -weer significant- recht onder Michelangelo's Schepping van Adam. Veel kans dat u het, net als ik, nog nooit gezien hebt bij uw bezoek, door de massa bezoekers in de kapel.

 Vloer van de Sixtijnse Kapel.

De sleutel is te vinden in een bronzen inscriptie rondom de centrale cirkel in Westminster: Spericus archetypum, globus hic monstrat macrocosmum (het archetype van de bol, de globe, toont hier de macrokosmos). Tegenwoordig is de tekst niet meer leesbaar, maar twee transcripties uit de 15de eeuw laten toe de originele tekst uit 1268 te reconstrueren. Soortgelijke diagrammen komen ook voor in vroegere en gelijktijdige teksten en in Bramante's plattegrond voor de reconstructie van de St.-Pieters in Rome. Zij verbinden de microkosmos, de mens, via de leer van de elementen en temperamenten, de stadia van een mensenleven met de planeten en de kosmische ordening (1). Dat is dus ook de bedoeling van Holbein: de twee individuen als microkosmos verbinden met de rest van het schilderij en met de wereld als geheel, de macrokosmos.

 

Kosmisch diagram uit een boek van een tijdgenoot met de voorstelling van het complexe netwerk van relaties dat het holistische wereldbeeld van de Middeleeuwen en Renaissance weergeeft.

Het microkosmos/macrokosmos concept legt voor de Renaissance de centrale plaats van de mens in de schepping vast, uitgedrukt in de versregels: "Niets is wonderbaarlijker dan de mens…", als een echo doorheen de eeuwen, van Euripides over de Middeleeuwen tot bij Shakespeares Hamlet. In de compositie van het dubbelportret zie je die idee weergegeven in de twee hoofdpersonen: niet alleen staan ze op het kosmische diagram, bovendien verbinden zij als verticale pijlers de voorwerpen die tot de intellectuele wereld behoren -de aardse en de bovenaardse- op de twee horizontale leggers. De mens participeert immers zowel in de aardse als in de bovenaardse werkelijkheid. Door zijn zintuigen kan hij de fysische wereld leren kennen. (En kennis betekent voor de renaissancemens: encyclopedische kennis op alle terreinen.) Maar door de rede, door zijn intellectuele vaardigheden heeft hij toegang tot de bovenzinnelijke wereld van pure intelligentie. Dit is het conceptuele kader om het schilderij te begrijpen. Het wil in de eerste plaats -maar niet uitsluitend- een voorstelling geven van een nieuwe, eigentijdse vertaling van het Quadrivium, het wiskundig gedeelte van de aloude Zeven Vrije Kunsten. Niet voor niets spreekt men dus van symbolisch realisme (zoals men ook doet voor de Vlaamse Primitieven).


1) Dit vind je uitgewerkt in: Martens, J., Kalender en wereldbeeld in de kunst van de Nederlanden, in: Hermes, nr. 29, 2003/4, p. 4-10.

Sporen van dat holistisch denken zijn terug te vinden in de kalenders van religieuze handschriften. Die zijn, anders dan de onze, geen jaar- maar eeuwigdurende kalenders, geconcipieerd tot het einde der tijden. De kalender representeert niet alleen de lineaire tijd, die zich in ieder mensenleven voltrekt, maar ook en vooral de religieuze, de kosmische en de circulaire tijd. Het is een uiterst complex begrip dat zeer nauw met het wereldbeeld is verbonden.

1. De Elementen. Niet alleen het universum, maar ook de wereld waarin wij leven wordt gezien als bepaald door de elementen waaruit hij is opgebouwd, namelijk aarde, lucht, water en vuur. De specifieke eigenschappen van deze elementen en hun onderlinge verhouding zijn hierbij van primordiaal belang. De planeten waren noodzakelijk om de kosmos tot een harmonisch geheel te maken. Zij vormen een schakel tussen de drie hemelen en de vier aardse elementen, die krachtens hun natuur zo ver van elkaar af staan dat een geleidelijke overgang onvermijdelijk was. Vervolgens oefenen zij invloed uit op het verloop van de tijd en het ontstaan en vergaan van alle stoffelijke elementen, waaronder ook het menselijk lichaam. Zonder hun invloed zou er geen geboorte en geen dood zijn. Hierbij speelt ook de dierenriem een belangrijke rol. De verschillende delen in de macrokosmos zijn immers op dezelfde wijze geordend als in de microkosmos. De vier elementen vormen de grondslag van de vier seizoenen en hun eigenschappen, die telkens doorheen drie sterrenbeelden wentelen: aarde versus weegschaal, schorpioen, boogschutter; water versus steenbok, waterman, vissen; lucht versus ram, stier, tweeling; vuur versus kreeft, leeuw, maagd. Om het nog complexer te maken zijn daaraan ook de planeten, de temperamenten, de dagindeling, de koortsen, de smaken en de leeftijden verbonden. Op die wijze ontstaat een ingewikkeld netwerk van connecties, dat zelfs het ziektebeeld van de mens gaat bepalen.

Aan de basis ligt de overtuiging dat de mens moet pogen door zijn handelen eenzelfde orde te bereiken en te behouden op aarde en bij zichzelf, als aan het uitspansel heerst. Dat handelen kan de aardse orde verstoren, en dat heeft dan weer een weerslag op de kosmische harmonie. Als die verstoord wordt, betekent dat onherroepelijk het afroepen van ziekten en rampen over deze wereld en zeker over het individu dat verantwoordelijk is voor de verstoring van die orde.

2. De Temperamenten. In de temperamentenleer wordt het verband gelegd tussen de vier elementen en de vier werkende substanties in het menselijk lichaam, de vier humoren, bloed, gele gal, zwarte gal en wit flegma. Naargelang een van de vier vochten overheerst, wordt aan de persoon een eigen temperament toegekend. In ons hedendaags taalgebruik is daarvan nog een vage echo te horen, wanneer men spreekt van een zwartgallig of een choleriek karakter.

3. Rondom de vier elementen en temperamenten worden vervolgens andere inhouden geordend zoals de seizoenen, windrichtingen, fasen van het leven, beroepen, dieren enz.



Copyright © 2005 VVLG, 28.12.2005