Historische jeugdboeken: lectuursteekkaart

 

Johan Ballegeer. Célines Grote Oorlog. Averbode, Altiora, 1988, 192 blz. - latere herdrukken. Omslag: André Sollie.

Thematiek: Eerste Wereldoorlog - discriminatie - Vlaamse Beweging - groei naar volwassenheid en inzicht

Doelgroep: tweede/derde graad

Situering in de tijd: W.O. I

Inhoud

Céline Neyts is een roodharig brutaaltje dat het karige familie-inkomen aanvult door het verhuren van ezeltjes voor strandritjes in Oostduinkerke-Bad. Ze is zestien als in 1914 de oorlog uitbreekt, die men tot in 1940 "de Grote Oorlog" zou noemen. In oktober begint Célines grote oorlog, wanneer een der eerste Duitse houwitsergranaten haar huisje en familie wegveegt. Totaal van streek belandt ze dagen later in Alveringem, waar ze opgenomen wordt in het gezin van de dorpsonderwijzer Selschotter. Hier leert Céline allerlei vreemde figuren kennen: de onconventionele kapelaan Verschaeve, die vanaf de preekstoel het onrecht aanklaagt dat Vlaamse soldaten moeten ondergaan vanwege Nederlandsonkundige officieren; de dokters Daels en Gravez; later nog de Pillecyn, van Severen, kortom zowat de hele leiding van de Vlaamse frontbeweging.

 

Céline wordt naar Engeland gestuurd om een verpleegstersopleiding te volgen. Bij haar terugkeer komt ze terecht in het ziekenhuis van de befaamde dokter Antoon Depage, waar ze tot augustus 1918 blijft werken. Maar de Sureté, de militaire inlichtingendienst, volgt reeds lang met argwaan haar gangen. Ze wordt verbannen naar een Engels veldhospitaal bij Poperinge. Daar ontmoet ze opnieuw de Franstalige dokter du Bus, die eveneens persona non grata is wegens zijn verdachte briefwisseling met een "vijandelijk" Hongaars gravinnetje. Hier vindt ze ook de liefde in de persoon van een neergeschoten Duitse vliegenier. Bij de wapenstilstand vertrekt ze met du Bus, die haar naar haar Wolfgang brengt.

 

Bespreking

Met Célines Grote Oorlog bezorgt Ballegeer ons na Geen meiden aan boord opnieuw een aangename verrassing: het is een zeer sterk boek, een van zijn allerbeste werken. De psychologische groei en ontbolstering van Céline doorheen haar kennismaking met de oorlogsgruwelen en haar verpleegstersopleiding is knap en realistisch uitgediept, wat extra diepgang krijgt door de taal, die gepast West-Vlaams gekleurd is en waar nodig met frontjargon doorschoten. (Voor Limburgers en Nederlanders zijn er voldoende voetnoten voorzien.) Ook de meeste andere karakters zijn levensecht en genuanceerd aangebracht. Doch de waarde van het verhaal zit vooral in de manier waarop beschreven is hoe Céline en de andere kleine mensjes betrokken worden in de Grote Oorlog ... en hun eigen grote oorlog gaan voeren tegen het onrecht, Vlaamse jongens aangedaan door fransdolle racisten met een officiersgraad. Ballegeer evoceert de tijd zodanig dat je driedimensioneel met beide voeten in de blubber van de IJzer staat en de beledigingen in je eigen gezicht voelt striemen.

Wie als opvoeder terecht klaagt dat de huidige jeugd geen historisch geheugen heeft en niet het minste begrip meer kan opbrengen voor de Vlaamse Beweging, die afgezakt is tot een dorpsfarce in Voeren, moet dit boek lezen.

Ballegeer schreef een goeddoorwrochte historische roman: de eerste gasaanval, de kleine en grote trekjes van de fronters, het nu vaak naïef overkomend idealisme worden levensecht geplaatst tegenover de ratten en luizen van de IJzer.

Opgelet: het document op p. 93 dat Céline naar Engeland zendt is echt; de ingevulde namen en data echter en de handtekening van de uit Genk afkomstige Vlamingenvreter generaal Olaerts zijn een fantasietje van de schrijver. ( Hoe die Genkenaar een anti-clerikale franskiljonse officier geworden is onder invloed van jeugdervaringen, namelijk de schandelijke behandeling van zijn vader, onderwijzer in Genk, door de katholieken tijdens de Schooloorlog van 1879, bevat voldoende stof voor een nog te schrijven historische roman.)

Ook het raadplegen van de vrijzinnige flaminganten over de toekomstige IJzertoren en het A.V.V. - V.V.K op het kruis is historisch correct, bezwoer Ballegeer ons in een interview, en geen toevoeging in het licht van recente polemieken. Het idealisme van de frontleiders is eveneens in balans gehouden met de bekrompenheid van de gewone mens, verpersoonlijkt door twee dorpsklappeien, die geregeld hun "welwillende" commentaar leveren op alles en iedereen - Céline, onderpastoor Verschaeve, de oorlog...- en die van iedereen liefst het slechtste eerst denken en luidkeels verkondigen.

Het boek is geschreven in een krachtige, meeslepende stijl, bevat voldoende spanningselementen en is ijzersterk opgebouwd.

Vrijwel uniek in de Vlaamse jeugdliteratuur is de wijze waarop Ballegeer romanpersoonlijkheden, historische feiten en personages op elkaar afstemt en orkestreert als instrumenten bij een symfonie, waarin de dood de pauken roert.

 

Didactische verwerking: voornamelijk gericht op twee polen:

1. Relatering aan de historische realiteit van Vlaamse Beweging en IJzerfront. Daarom kan het boek ook in de derde graad gebruikt worden: het is ideaal voor affectieve uitdieping in het kader van literatuurgeschiedenis of vakoverschrijdend werken Nerderlands-geschiedenis.

In de tweede graad kan je het boek in complementaire werkgroepjes laten lezen met andere verhalen over dezelfde periode, bijvoorbeeld:

  • Paul Kustermans, Oorlogsjaren
  • Roger Schoemans, Serafijns oorlog, Averbode, Altiora, 1998, 137 blz.
  • Geert Spillebeen, Zomer in Passendale, Averbode, Altiora, 1998, 136 blz.
 

 

2. Waardeverduidelijking: zie op deze site Oorlogsjaren.

 

Over Johan Ballegeer en zijn werk: zie Schrijver gevonden, Tielt, Lannoo, 1998, p. 8.

 

Jos Martens 




Copyright © 1999 VVLG, 09.12.1999