Historische jeugdboeken: lectuursteekkaart

 

Ed Franck. Aeneas en Dido. (Valentijn-reeks). Averbode, Altiora, 1996.

 

De heldenstrijd bezing ik van de man die
vanuit Troje,
het eerst op Italiaanse bodem, bij Lavinium,
geland is - hij, een balling van zijn lot, steeds
voortgeslingerd
langs aarde en zee, naar 's hemels wil, omdat
de felle wrok
van Juno duurde; steeds gekweld door strijd,
vóór hij zijn goden
en stad hun plaats in Latium kon geven...

Uit: VERGILIUS, Het verhaal van Aeneas.

Vertaald door M. d'Hane-Scheltema, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep.

 

Situering in de tijd: Oudheid

Situering in de ruimte: Hellas

Thematiek: wraakzucht wegens versmade liefde.

Doelgroep: tweede/derde graad

Ed Franck over zijn bewerking:

Over de historische achtergrond van Aeneas en Dido

"Waarschijnlijk in de 12de eeuw v.C. verwoestten de Grieken Troje, gelegen op de NW-kust van Klein-Azië. Het was een onderdeel van hun expansie in die richting.

De verhalen over deze strijd behoren tot de gekendste in de antieke literatuur. Ze kregen onvergetelijk gestalte in de Ilias van Homeros. Ook de omzwervingen van de Griekse helden na de val van Troje creëerden legenden met tal van variaties en vertakkingen: ze boden stof voor een rijke epische en dramatische literatuur.

In 29 v.C. kreeg de Romein Vergilius van keizer Augustus de opdracht om een epos te schrijven, waarin hij Romes groei tot wereldmacht als een vervulling van de wil der goden moest uitbeelden.

Vergilius had geen moeite om zich in te passen in bovengenoemde traditie: de stamvader van het Romeinse Rijk zou een roemruchte Trojaan zijn! Niet zomaar een mens, maar een halfgod (zoon van de godin Venus), ontsnapt uit het brandende Troje.

De twaalf 'boeken' van gemiddeld 820 versregels vallen uiteen in twee blokken: boek 1-6 bevat de omzwervingen van Aeneas en zijn medevluchters, boek 7-12 zijn strijd om het bezit van Italië.

De historie van Aeneas en Dido beslaat het hele vierde boek.

Dido, afkomstig uit Phoenicië, symboliseert de 'oosterse verleiding' waaraan de Romeinse keizers weerstand dienden te bieden. Immers, de relaties tussen Caesar/Antonius en de Egyptische Cleopatra hadden pas hevige spasmen door het Romeinse Rijk gejaagd!

Vergilius -vanuit zijn stoïciijnse filosofie- laat via Aeneas zien hoe persoonlijke verlangens opgeofferd moeten worden aan de vervulling van het Fatum, de onafwendbare lotsbeschikking.

 

Over het waarom van deze bewerking

In andere delen van de Valentijn-reeks kwam de onvervulbare romantische liefde aan bod. In Aeneas en Dido worden we geconfronteerd met een heel ander spanningsveld: het conflict tussen persoonlijke verlangens enerzijds, en de Plicht, de Taak, de Roeping, de Lotsbesteming anderzijds. Een conflict dat onverzoenbaar is en dramatisch moet eindigen.

Een eeuwig thema dus, dat gerust onder de aandacht van de jeugd gebracht mag worden.

Zoals eerder gezegd: Vergilius putte uit een rijke literaire traditie - en werd er zelf een onderdeel van.

Het blijft een nuttige zaak om de hedendaagse jeugd een leesbare toegangspoort te verschaffen tot dit facet van de bakermat van onze westerse cultuur.

Los van de literair-historische waarde is de Aeneïs van Vergilius een interessant, complex boek: avonturenroman, oorlogsrelaas, ode aan liefde en vriendschap, nationaal epos van een volk...

Bovendien is de figuur van Dido een van de boeiendste vrouwenportretten uit de wereldliteratuur.

Talloze leerlingen die nu nog Latijn volgen, krijgen de Aeneïs voorgeschoteld. Misschien is dit voor hen een smakelijk extra-schoteltje?

 

Over de bewerking zelf

De geschiedenis van Aeneas en Dido is in de Aeneïs een duidelijk afgelijnd, bijna zelfstandig onderdeel; het was dus niet moeilijk dit uit het epos te lichten.

Maar het blijft een werk uit de eerste eeuw v.C., geschreven voor volwassenen.

Gezien onze doelgroep (14+) en gezien de verworvenheden van de hedendaagse jeugdliteratuur drongen zich dan ook een aantal voorzichtige aanpassingen op.

Een korte schets, in een willekeurige volgorde.

 

Didactische tips

 

Jos Martens




Copyright © 2000 VVLG, 16.10.2000