Historische jeugdboeken: lectuursteekkaart

 

Ed Franck. Beatrijs (Valentijn), Averbode, Altiora, 1997. omslagtekening: Peter van Poppel

 

Tijd: Middeleeuwen

Ruimte: niet bepaald, waarschijnlijk de Nederlanden.

Thematiek: aardse versus hemelse liefde; Mariaverering.

 

Inhoud

Beatrijs, een jonge vrouw uit een adellijke familie, is kosteres in een klooster. Uit liefde voor haar jeugdvriend, Egidius, verlaat ze op een nacht het klooster in stilte. Zeven jaar lang leven Beatrijs en haar lief in rijkdom en ze krijgen twee kinderen. Maar wanneer het geld op is, gaat hij ervandoor. Beatrijs staat er alleen voor.

Gedurende zeven jaar verdient ze de kost als hoer, maar uiteindelijk krijgt ze berouw. Ze besluit terug te keren naar het klooster. Nadat ze haar kinderen heeft achtergelaten bij een weduwe die voor hen zal zorgen, gaat ze heimelijk terug naar het klooster dat ze veertien jaar eerder heeft verlaten. Tot haar verrassing merkt ze dat Maria, tot wie ze steeds was blijven bidden, al die jaren haar plaats heeft ingenomen. Niemand in het klooster heeft Beatrijs' afwezigheid gemerkt.

 

Doelgroep en didactische tips

Uit onze ervaring blijkt dat Beatrijs, samen met Romeo en Julia en Tristan en Isolde even graag gelezen wordt door 13 jarigen als door 17 jarigen! ( En waarom niet door volwassenen in leesgroepen?)

 

Eerste en tweede graad (13-15 jaar): zie Mogelijke algemene opdrachten. Bij klassikale behandeling kan de leraar beginnen met een verkennend klasgesprek over het wonderlijke, het miraculeuze in onze tijd, bijvoorbeeld met de volgende vraagjes:

Derde graad (voornamelijk vijfde jaar, 16-17 jarigen). Werd samen met Tristan en Isolde en Romeo en Julia als huislectuur gekozen door meisjes (geen enkele jongen bij de vrijwilligers!).

Doelstelling van de lessen literatuurgeschiedenis in de twee hoogste jaren van de humaniora is voornamelijk de leerlingen laten kennismaken met het wereldbeeld, de mentaliteit van de middeleeuwse mens. De vrijwilligsters gingen dan ook op zoek naar de punten van overeenkomst met de voorbeelden van hoofse literatuur uit hun cursus. Unaniem signaleren ze de onoverkomelijke problemen van het Middelnederlandse origineel. Even unaniem was de lof voor Ed Francks hertaling.

 

Een parel voor een parel

Beatrijs behoort samen met het ongeveer gelijktijdigeVan den vos Reinaerde tot de absolute toppers van onze Middelnederlandse literatuur. Toch heeft het geen haar gescheeld of deze 'knapste van alle versies' was voorgoed verloren gegaan. Er bleef slechts één enkel afschrift bewaard, in een bijzonder mooi handschrift en een bijzonder mooi verluchte codex uit 1374. Van alle bekende versies is de Middelnederlandse een buitenbeentje: in de andere, die bestemd waren voor een publiek van kloosterlingen, komt de 'ontrouwe non' Beatrijs niet zo fraai uit de verf. De Nederlandse Beatrijs is veel milder, beklemtoont het hoogstaande karakter van Beatrijs (zelfs al komt ze later tot prostitutie!).

Dit heeft alles te maken met de doelgroep: recent onderzoek van onder meer de andere verhalen die samen met Beatrijs in dezelfde codex waren ingebonden, wijzen naar het Brabantse hertogelijk hof. Wanneer? Alleszins tussen 1237 en -uiteraard- 1374. Wellicht in de tweede helft van de 13de eeuw, omdat de tekst reeds een grote vertrouwdheid met hoofse conventies veronderstelt.

In 1995 verscheen bij Prometheus in Amsterdam een nieuwe wetenschappelijke uitgave van Beatrijs die in alle opzichten voorbeeldig genoemd kan worden. Ze bevat namelijk niet alleen een teksteditie met boeiende annotaties en een heldere inleiding door de mediëvist Theo Meder, maar ook een schitterende vertaling in eenvoudige verzen die de Middelnederlandse tekst op de voet volgen, door de dichter Willem Wilmink. Dit is ongetwijfeld dé tekstuitgave bij uitstek voor leraars en leerlingen die meer dan één enkel lesuur willen besteden aan de klassikale lectuur en verklaring van de bekendste legende uit de Nederlandse literatuur. (Deze uitgave is ook on line raadpleegbaar in de dbnl.

Maar voor de zelfstandige lectuur van leerlingen uit alle richtingen van het secundair onderwijs ontbrak er nog een prozavertaling die de oorspronkelijke tekst voldoende respecteert en tegelijk ook appelleert aan de behoeften van een jeugdig lezerspubliek. Zo'n bewerking voor de jeugd, die perfect voldoet aan die behoefte, is er nu gekomen dankzij Ed Franck

Ed Franck heeft vooral het liefdesthema sterk beklemtoond, zonder evenwel de oorspronkelijke strekking van het verhaal te verraden. In feite trekt hij de tendens tot verwereldlijking en vermenselijking, die de Middelnederlandse dichter met zijn bewerking van de bekende legende had ingezet, verder door. Hij besteedt nog meer aandacht aan de psychologische uitdieping van het hoofdpersonage, vooral aan de weergave van tegenstrijdige gevoelens. Met begrip voor de menselijke onvolmaaktheid toont hij ons de tragische grootheid van een mens die heen en weer geworpen wordt tussen hoop en twijfel, geloof en hartstocht, val en heropstanding. Daartoe heeft hij het Middelnederlandse verhaal enerzijds moeten uitbreiden en anderzijds ook moeten inkorten. Uitbreiding vinden we bijvoorbeeld in de beschrijving van Beatrijs' gewetensstrijd, in de typering van de jongeling, die in Francks bewerking overigens ook een typisch middeleeuwse naam krijgt, namelijk Egidius, en in de toevoeging van het leidmotief van de duifjes (conf. de omslagtekening van Peter van Poppel).

Ingekort zijn vooral de talrijke gebeden van Beatrijs en bepaalde dialogen, waaruit Franck, zonder de oorspronkelijke inhoud geweld aan te doen, het jargon van de hoofse liefde heeft verwijderd. Daardoor ligt zijn bewerking mooi ingebed tussen een proloog en een epiloog, waarin de auctoriale verteller zijn bedoelingen duidelijk kan formuleren op een manier die herinnert aan de oorspronkelijke mondelinge vertelsituatie. Ook Francks bewerking leent zich m.i. uitstekend tot voorlezen of voordragen.

Hoe knap Ed Franck omgaat met de geest van het origineel, blijkt bij vergelijking. Als je een Middelnederlandse transcriptie hebt, wat in de meeste schoolboeken het geval is, kun je het oorspronkelijke handschrift voor deze ene keer ernaast leggen. De proloog (vers 1-17) zet in met:

Van dichten comt mi cleine bate.

Die liede raden mi dat ict late

Ende minen sin niet en vertare (v.1-3).

Het lijkt wel of hier een hedendaagse dichter aan het woord is, en zo komt het over bij Ed Franck! Ook in het vervolg van de proloog volgt Franck het origineel op de voet: de dichter heeft zijn verhaal gekregen van de bejaarde wilhelmieter-monnik Ghijsbrecht (een gezagsargument!) die het, zoals we nu weten, gevonden had in de Latijnse verzameling legenden Dialogus Miraculorum (1219-1223) van Caesarius, prior van de cisterciënzerabdij van Heisterbach, in het Rijnland.

In vergelijking met het origineel is Beatrijs door Ed Franck op een zodanige manier geactualiseerd en menselijk-psychologisch uitgediept, dat jonge lezers er ongetwijfeld door aangesproken worden en tegelijkertijd ook aangespoord zullen worden om de oorspronkelijke versie, bijvoorbeeld in de vertaling van Willlem Wilmink, te gaan lezen. Enkele voorbeelden van het inlevingsvermogen en de publiekgerichtheid van de bewerker naar de jonge lezer van vandaag:

Hetzelfde geldt overigens voor veel andere dialogen en beschrijvingen, waarin jongeren ongetwijfeld veel van hun eigen dromen en verlangens zullen herkennen. Bovendien valt de directheid van het taalgebruik op, dat op een subtiele manier wordt doorspekt met eenvoudige beeldspraak. Maar er is meer. Ik ben ervan overtuigd dat deze bewerking ook kan bijdragen tot een beter begrip van de Middelnederlandse tekst. Dat effect bereikt Ed Franck door geregeld toelichtende commentaar te geven bij bepaalde voor de moderne lezer vreemd aandoende uitspraken en passages. Die toelichtingen komen in geen enkel opzicht geforceerd over, doordat ze in de mond of in de gedachten van Beatrijs gelegd worden. Ik geef enkele voorbeelden om duidelijk te maken wat ik bedoel.

- Om te begrijpen waarom Beatrijs zich schaamt over haar voorkomen, alsof ze volkomen naakt voor hem staat, moet je weten dat in haar hoofse cultuur haar schamele kledij nog vernederender is: "Zie me hier staan, dacht ze. Blootshoofds, als iemand die boete gaat betalen. Barrevoets, als een misdadiger. In mijn hemd, als iemand die verbannen of terechtgesteld gaat worden. Hier sta ik, in een schandekleed in plaats van in een bruidstooi." (p. 28) Daarom wordt ze voor haar geliefde des te aantrekkelijker naarmate ze meer kleren aantrekt. Een omgekeerde striptease dus (Lulofs). Egidius kust haar pas als zij als een hoofse dame gekleed voor hem staat in de kleren die hij meegebracht heeft: "Blauw en wit, de kleuren van Maria, dacht Beatrijs. Zou Egidius het zo bedoeld hebben? Is hij zo fijngevoelig? Of heeft Maria het hem ingefluisterd, als een teken voor mij dat ik in haar bescherming blijf?" (p. 28)

- Ook de ontmoetingsplaats is niet willekeurig gekozen: ze ontmoet Egidius bij een heuveltje met een eglantier, een wilde rozenstruik met stekelige doornen (p. 27). In de hoofse literatuur is dit de heester van de liefde.

- Een omgekeerde situatie doet zich voor op p. 33. De geliefden zijn veilig voor achtervolgers, en de "duizeling van verlangen" die Egidius bevangt lijkt ons dus niet meer dan normaal, na al die jaren wachten. Haar hevige reactie onthutst niet alleen Egidius, maar ook ons. In de middeleeuwse versie scheldt zij hem uit voor "dorper fel" (v. 346-349), wat voor een edelman een grove belediging was, want de negatie van alles wat hoofs is. Als alles is zoals het hoort, "Alsic bi u ben al naect/ Op een bedde wel ghemaect/ Soe doet al dat u ghenoecht" (v. 359-361). Dit zijn details, betekenisvolle details weliswaar, die de hedendaagse lezer zonder deze toelichting ontgaan.

In zijn hele hertaling bewijst Ed Franck dat hij de tekstedities van Lulofs, Janssens en Meder aandachtig gelezen en bestudeerd heeft en rekening gehouden heeft met de recentste wetenschappelijke interpretaties. Dit geeft aan zijn bewerking voor het onderwijs nog een extra meerwaarde. Op die manier zorgt hij niet alleen voor een genietbare navertelling, maar maakt hij ook de oorspronkelijke Middelnederlandse versie een stuk toegankelijker. En dat vind ik een heel bijzondere verdienste. Voor een parel uit ons verleden maakte Ed Franck een parel van een hertaling!

(Met dank aan Jan Uyttendaele voor de toestemmming tot uitvoerig overnemen uit zijn recensie in Werkmap voor Taal en uit Taalboeket 5 (boek en docentenhandleiding) )

 

Geraadpleegd

JANSSENS, J., Beatrijs. Zellik, Poketino, 1986.

UYTTENDAELE, J. e.a., Taalboeket 5. Leuven, Wolters, 1992.

Jos Martens



Copyright © 2004 VVLG, 28.02.2004