|
|
Willy Spillebeen. Cortés of De Val. Antwerpen, Hadewijch, 1987, 291 blz. - 2de druk: Antwerpen, De Gulden Engel, 1994.
Inhoud
In 1547 wordt padre Ortega naar Castilleja de la Cuesta gezonden, waar Hernán Cortés op sterven ligt. Een mensenleven en een continent vroeger was de padre de kleine Orteguilla, page en pleegzoon van de conquistador, die het machtige Aztekenrijk veroverde. Als page uitgeleend aan, de Grote Spreker Montezuma, zijn tweede pleegvader, heeft hij het schamele einde meegemaakt van de heerser der Azteken, de dood "van één man, die een stad en een volk is geweest" (p. 8). Cortés, eens terecht vergeleken met Caesar en Alexander de Grote, ligt nu weg te rotten in zijn eigen uitwerpselen. Maar de stank van de ziekte verzinkt in het niet bij die der wreedheden die tijdens zijn biecht opborrelen uit het verleden, vijf dagen lang. Want Cortés wil via de vergeving van zijn misdaden -gepleegd in de naam van God, uit zucht naar macht, rijkdom en aanzien- eigenlijk de rechtvaardiging van zijn handelswijze krijgen. Elke dag neemt de fysieke weerzin van Ortega toe, niet tegen de ziekte doch tegen de opgerakelde gruwelen. Zij maken hem letterlijk ziek, terwijl hij steeds meer in een gewetensconflict verzeilt: kan hij barmhartigheid betonen tegenover deze man, die hij ooit heeft bewonderd, maar die nu zijn afkeer opwekt? Vooral omdat de biechteling te trots is om echt berouw te tonen (p. 206). Zelfs nu nog wil Cortés zijn dochter Juanita tegen haar zin een huwelijk uit berekening laten sluiten, iets wat Ortega (die eigenlijk zelf van Juanita houdt) tevergeefs poogt te beletten. Cortés sterft eenzaam en verlaten, zonder absolutie.

Maar voor Ortega is het innerlijke conflict nog niet ten einde. In 1568 wordt hij opnieuw voor een opdracht weggestuurd, ditmaal naar Martin, de bastaardzoon van Cortés, die door de inquisitie zal worden verbrand als ketter.
Bespreking
1. Achtergronden en uiterlijke beschrijving
De roman 'Cortés of De Val' van Willy Spillebeen (° 1932 Westrozebeke ) verscheen bij uitgeverij Hadewijch, Schoten, in het najaar van 1987. De eerste druk bedroeg 3000 exemplaren. In november 1992 waren hiervan ca. 2400 exemplaren verkocht. De tweede druk verscheen bij Den Gulden Engel, Antwerpen in 1994, met een werkboekje voor lectuurbegeleiding door R. Wuyts.
In 1993 werd een Noorse vertaling door Dr. Kare Langvik-Johannessen onder de titel 'Skriftemalet' ('De biecht spreken') gepubliceerd bij Gyldendal Norsk Forlag in een oplage van 3000 exemplaren.
Ontstaansgeschiedenis
In 1984 schreef Willy Spillebeen 'De hel bestaat', een adolescentenroman over de geschiedenis van de Maya. Op dat ogenblik had hij ideeën voor nog een jeugdboek rond een page van Cortés, de veroveraar van het Aztekenrijk. Dat draaide uit op 'Cortés of De Val', een meesterlijke psychologische historische roman... voor volwassenen.
Op het individuele vlak zetten twee feiten zijn schrijverspen in beweging: een fragment uit de memoires van "die wonderlijke Bernal Diaz, geen soldaat als de anderen, maar de schrijver van de groep" (Cortés, p. 122) over een jongen, Orteguilla, die page werd van de Aztekenheerser Montezuma. Daarbij trof het hem dat de zoon van Cortés door de inquisitie wegens ketterij op de brandstapel was gebracht. Omwille van de thematiek heeft hij voor deze laatste figuur de historische werkelijkheid omgebogen en hem vervangen door de gelijknamige bastaardzoon van Cortés en zijn Indiaanse minnares en leidsvrouwe doña Marina. De roman is geschreven tussen juli 1985 en april 1987.
Op het macro-historische vlak spelen twee gebeurtenissen een hoofdrol: de welbekende verovering van Mexico en de in onze contreien veel minder bekende cultuur van de Azteken.
De omslagillustratie van de eerste druk, door Jan Vanriet, toont, onder de auteursnaam en de titel, een ruiter te paard met een gevelde lans die een Indiaan vertrapt; voor hem en onder zijn paard liggen in stukken gehakte ledematen; rechts achter en boven hem staat een vrouw in inheemse klederdracht, die met de rechterhand wijst. De illustratie stelt Cortés en Malintzin (Doña Marina ) voor en is gebaseerd op een late negentiende-eeuwse kopie door Chavero (1892) van de 'Lienzo de Tlaxcala', een lange rol beschilderd linnen, met taferelen uit de conquista van Mexico, die de Tlaxcalteken als klachtenboek naar de Spaanse koning zonden, om hem te herinneren aan de hun toegekende rechten als bondgenoten van Cortés tijdens de verovering. Het geheel is geprojecteerd tegen een achtergrond van purper met veegjes geel onderaan, geel met zeven oplaaiende brandhaarden bovenaan.
In 1990 ontving Willy Spillebeen voor 'Cortés' de Interprovinciale Prijs voor de Roman.
2. Receptie
'Cortés of De Val' werd haast unaniem uiterst positief ontvangen door de kritiek. Jooris van Hulle begroette het werk in 'Standaard der Letteren' met meer dan gebruikelijk enthousiasme. H. Bousset schrijft in een gedegen literaire analyse in 'Dietsche Warande': "Cortés of De Val van Spillebeen is een roman die niet onverschillig laat. Ik voelde me voortdurend uitgenodigd om met padre Ortega én met de auteur mee te filosoferen. Het boek is bovendien erg sterk geschreven: herhaaldelijk heb ik de lectuur moeten onderbreken omdat de wreedheden te ondraaglijk werden. Verder heb ik de grondige research bewonderd die aan het schrijven van de roman moet zijn voorafgegaan, en de aisance waarmee die kennis tot een boek werd verwerkt. Het gaat duidelijk om een topwerk uit het oeuvre van Willy Spillebeen en om een zeer belangrijke roman uit onze recente Nederlandstalige literatuur."
Kare Langvik-Johannessen is dezelfde mening toegedaan. Deze Noorse nestor van de vertalers en hevige promotor van vooral de Vlaamse literatuur ("in Nederland miskend en onderschat"), heeft herhaaldelijk zijn bewondering uitgesproken voor Spillebeen (die hij hoger acht dan H. Claus!) en voor 'Cortés'. Daarom ook heeft hij het werk vertaald. Een vertaling die in Noorwegen zeer gunstig werd ontvangen.
Slechts één dissonant in het koor der akkoorden: in een belangrijk overzicht van tien jaar Vlaamse literatuur in 'Streven' (april 1988, p. 655 ) doet Leo Geerts het boek onder de titel 'Het smeden van romannen' af als volgt: "Een voorbeeld van Spillebeens deskundige aanpak: niet Cortés is de spil van het boek, maar zijn page: die kan later ook aan het hof van Montezuma verblijven en nog later missionaris worden, zodat hij een historisch indringender beeld kan schetsen dan de veroveraar zelf. Er zijn ook referenties naar de hedendaagse conflicten tussen gerechtigheid en barmhartigheid (zoals de flaptekst zegt!), naar de antropologische, eurocentrische basis van de conquista en de daaruit resulterende onmenselijkheid. Een boek dat aan alle verwachtingen voldoet en daardoor juist oninteressant is." (sic!)
Eén opmerking: het kan moeilijk Spillebeens schuld zijn dat de historische Orteguilla inderdaad page en tolk van Montezuma is geweest. Of hoe de realiteit de fictie overtreft!
Spillebeens roman is rijk aan motieven, aan universele themata-voor-alle-tijden, die hij in een verantwoorde historische omkadering heeft gestoken.
Doch nog om een andere reden bekleedt 'De Val' een bijzondere plaats in het oeuvre van Spillebeen: voor de tweede maal voert de auteur een pre-Columbiaanse cultuur ten tonele, hier die der Azteken. Deze dimensie van het werk lijkt tot de meeste recensenten nauwelijks door te dringen. De auteur is gefascineerd door deze exotische culturen die een gigantische 'witte vlek' vormen in ons onderwijs en onze collectieve kennis. Kortom, het boek biedt een ideale gelegenheid om in de didactische verwerking een cultuur te belichten, die zo afwijkt van onze gedachtewereld, dat ze wel van een andere planeet kon komen.
3. Verhaal - taal - compositie
'Cortés of De Val' dient zich op het eerste gezicht, vooral voor jongere lezers, aan als een zeer klassiek gecomponeerde roman: degelijk geconstrueerde volzinnen, kwistig uitgestrooide citaten in het Latijn, talloze bijbelse verwijzingen, feiten uit een ver verleden, niets van de vlotte-jongens-onder-elkaar-stijl en de steile spanningscurve van bijvoorbeeld een Alistair MacLean. De coherent opgebouwde plot speelt tegen de achtergrond van een groots episch gegeven: de verovering van Anahuac, het Aztekenrijk. Een verovering, die dan nog geprojecteerd wordt op het decor van de grandioze en snel wisselende landschappen van Mexico. ( De Peruaanse periode van padre Ortega is in vergelijking daarmee slechts even, mistig aangestipt. ) Tel daarbij nog op dat Spillebeen hele passages uit zestiende - eeuwse werken haast letterlijk opneemt: uit het opus magnum van Bernardino de Sahagún, de 'Historia General de las Cosas de Nueva España', de 'Cartas de Relación' van Cortés zelf, de Brevísima Relación de la Destrucción de las Indias ('Zeer kort verslag over de verwoesting van de Indiën', 1542) van Bartolomé de las Casas en de 'Historia verdadera...' ('Ware geschiedenis ...') van Bernal Diaz del Castillo. Tenslotte richtte zijn research zich nog op ketterprocessen uit de zestiende eeuw. Het beeld lijkt compleet.
Lijkt. Want geen enkel personage uit die tijd zou geschreven hebben als Spillebeen. De bijbelse verwijzingen en denktrant, tot daartoe. Maar voor het overige is zijn boek wel degelijk een hedendaags werk, dat niet denkbaar zou zijn zonder de experimentele roman en de nouveau roman. (Experimentele romans handelen over de taal en de taalschepping als zodanig, over de conventies van de vertelact, over de problematische verhouding tussen reële en fictionele tijd...) Denk in dit opzicht aan de telkens weer opduikende reeksen van personen, planten, plaatsen, die uiteraard een zeer concrete geografische, botanische of historische betekenis hebben, waarvoor soms heel wat speurwerk nodig is om ze te identificeren. Doch los daarvan gaan ze door hun klank alleen en door hun litanie - achtig karakter een magisch - evocerend effect krijgen, dat exotische streken en lang vervlogen heroïsche daden tot leven wekt in loutere taalcreatie. Denk ook aan de vele elliptische zinnen en de zinnenreeksen in nevenschikkend zinsverband, die in wezen sterk afwijken van de klassieke periodenbouw met haar hoofd- en bijzinnen en aan de bijzinnen nogmaals ondergeschikte bijzinnen. Denk tenslotte aan de snelle wisselingen van ik en hij, de Ortega - Orteguilla sequenties, de tijdwisselingen, de niet in chronologische volgorde geplaatste flashbacks, zodat je bijvoorbeeld de verschillende episodes van de conquista achteraf als puzzelstukjes in hun juiste tijdskader moet plaatsen.
Bij een tweede, grondigere blik kan 'Cortés' overkomen als een zeer chaotische 'stream of consciousness'- roman, vol spontane en intuïtieve gedachtenassociaties. En toch is ook die indruk vals. Wanneer je van de close reading van één onderdeel overstapt naar de structuur van het geheel, dan blijkt de volgehouden strakke compositie van het boek, zo typisch voor Spillebeen. Die compositie wordt gedomineerd door de getallen 3 en 4.
In verscheidene boeken van Spillebeen - 'Aeneas of De levensreis van een man' (1982) en 'Doornroosjes Honden' (1983) - symboliseert het cijfer 3 voor de auteur het cyclische tijdsverloop, het steeds terugkerende aspect van de gebeurtenissen. Spillebeens opvatting sluit merkwaardig genoeg zeer goed aan bij het wereldbeeld van de Meso-Amerikaanse culturen, die alle een cyclische opvatting hadden over tijd. Maar bij de Azteken wordt dit wereldbeeld gedetermineerd door het getal 4 dat de Vier Wereldrichtingen aanduidt.
'Cortés' is ingedeeld in twee delen (1547 en 1568 ) die er eigenlijk drie zijn: een Proloog ('Vooravond', p. 7 - 39 ); 'Castilleja' ( p. 40 - 257); 'De opdracht 1568' (p. 260 - 289). De 'proloog' en 'De opdracht 1568' tellen elk 8 ongenummerde leesstukken, gescheiden door witregels. Het middendeel speelt zich af op 4 dagen. Elke dag is op zijn beurt onderverdeeld in 8 leesstukken. Dus: 4 dagen, elke dag 2 x 4 onderdelen, als een compositie in 3/4 maat, 2 x herhaald. In de eerste en de tweede dag is het vierde leestuk korter dan alle andere, als een onbeklemtoonde maat; in de tweede dag is ook het vijfde leesstuk beduidend korter. Elk achtste leesstuk speelt zich 's nachts af. In de eerste en tweede dag ligt het zwaartepunt van het verhaal in het achtste leesstuk. Leesstuk 8 van de tweede dag bevat ontegensprekelijk de sleutel tot het hele boek, met het herhaalde relaas van haast ondraaglijke wreedheden.
Is dit niet erg ver gezocht en kunstmatig? Vergeet niet dat voor de auteur (zoals voor veel van zijn vakgenoten uit de wereldliteratuur) het essentiële van het schrijven is: orde brengen in de chaos. M.a.w.: schrijven is scheppen, als het ware een eigen kosmos creëren. Zo beschouwd kan men het boek zien als een microkosmos die het Azteekse wereldbeeld weerspiegelt, zoals de Grote Tempel van Tenochtitlán en de stad in haar geheel de kosmische ordening van dat wereldbeeld letterlijk weerspiegelden in hun opbouw.
De overeenkomst gaat nog verder: padre Ortega zegt herhaaldelijk dat hij de conquista ziet als 'ontschepping', als werk van de duivel. Dit past bijzonder goed in het mentale kader van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Dit mentale kader, dat bepaald wordt door de middeleeuwse kosmologie, vinden we eveneens terug in 'Lucifer' van Joost van den Vondel, een werk dat in veel zesde jaren S.O. uitvoerig aan bod komt. In 'Lucifer', o.a. in I, 3, v. 579 e.v. is het net de wil van Lucifer om de schepping te 'ontscheppen', terug in de chaos te storten, die voor Vondel het wezen uitmaakt van de oorspronkelijke zondeval van de engelen. Ortega past de conquista op een heel eigenzinnige, persoonlijke wijze in binnen het kosmologisch en theologisch denken van zijn tijd. Vermoedelijk staat hij met deze interpretatie alleen. Zijn tijdgenoten zagen in de Nieuwe Wereld de kans voor een Nieuwe Schepping en een Nieuwe Mens (zie op deze site: Bernardino de Sahagún...
Zijn visie staat diametraal tegenover Bartolomé de las Casas ( die door de auteur overvloedig wordt geciteerd ). "Las Casas heeft nooit getwijfeld aan de rechtvaardigheid van de conquista zelf, die immers de mogelijkheid schiep om door missionering het Rijk Gods op aarde uit te breiden." (Spillebeen) Op basis van dezelfde gegevens, van wreedheden, ontleend aan het werk van Las Casas, komt Ortega / Spillebeen tot een volkomen tegengestelde opvatting.
In 1992, vier jaar na de bovenstaande uitspraak van de auteur, onthulde een nieuwe studie dat ook Las Casas op het einde van zijn leven dezelfde evolutie heeft doorgemaakt als padre Ortega!
4. Therapeutisch en geëngageerd schrijverschap: tijd heelt alle wonden N I E T.
De literaire criticus Hugo Bousset onderscheid drie categorieën schrijvers in de Vlaamse prozaliteratuur na 1970 : zij die met zichzelf bezig zijn (autobiografisch en therapeutisch schrijven); zij die over de wereld schrijven ( geëngageerd schrijverschap ); zij die zich bezig houden met taalkritiek en taalcreatie ( schrijven aan een 'opus' ) ( H. Bousset, 'Grenzen verleggen. De Vlaamse prozaliteratuur 1970 - 1986. I. Trends', Antwerpen, Houtekiet, 1988, vnl. p. 41 - 45)
In 'Cortés' ontmoeten de drie richtingen elkaar. Sedert 'Steen des aanstoots' ( 1970 ) wordt Spillebeen als een bij uitstek autobiografisch en auto-therapeutisch schrijver beschouwd en dan nog bij voorkeur "kringschrijvend rondom de eigen navel", over eigen familie en eigen streek. Hoger wezen wij reeds erop dat er voor hem geen onderscheid bestaat tussen 'navelschrijven' en 'wereldschrijven'. Ook zijn 'heimatboeken' vormen geëngageerde literatuur. Zowel in 'De vossejacht, een dodenboek' ( 1977 ) als in 'De andere oorlog' (1988 - herwerking van een ouder boek uit 1979 ) en het recentere 'De heuvel'
gaat hij simultaan op zoek naar de eigen wortels en de wortels van de verloedering van zijn geboortestreek. In de 'onrecht - trilogie ' gaat hij op zoek naar de wortels van de huidige onderdrukkingsstructuren. " Daarbij ... ieder romanpersonage is in zekere zin een afsplitsing van de eigen persoonlijkheid van de auteur. Iets van mij zit in elk van hen. Ik ben een beetje padre Ortega ... en Cortés !"
Een afsplitsing van de eigen persoonlijkheid. Dan valt het te begrijpen waarom Spillebeen zo gemakkelijk de sprong maakt van het eigen therapeutisch schrijven naar het therapeutisch be-schrijven en spreken van zijn alter ego uit de zestiende eeuw. Jaak Tantasis, het hoofdpersonage uit verscheidene van zijn boeken, die in het midden van zijn leven geconfronteerd wordt met een diepzittende crisis, ziet zich geplaatst voor de opgave het chaotische ik te ordenen door de genezende kracht van de taal. Datzelfde geldt zowel voor Cortés als voor Ortega, die in meer dan een opzicht elkaars alter ego zijn : wonden helen door ze met pijnlijke precisie bloot te leggen, het vuil opwoelen om te genezen van de ziekte van de wereld. Vooral Ortega heeft het nodig: hij lijdt fysisch aan de gevolgen van een jeugdtrauma. Tegenwoordig zouden psychiaters dat bestempelen als een typisch geval van 'concentratiekamp - syndroom' (omdat dezelfde verschijnselen geconstateerd worden bij ex-kampgevangenen, die de gruwelen van meer dan dertig jaar eerder elke nacht opnieuw doorleefden, daar zij die nooit verwerkt hadden. TIJD HEELT ALLE WONDEN N I E T !
Buiten bovenvermelde boeken vind je op deze website nog een bespreking van het recentere 'Busbeke of De thuiskomst', een historische roman rond de zestiende-eeuwse humanist Ogier van Busbeke, opnieuw een roman van het gehalte van 'Cortés'.
Jos Martens