Historische jeugdboeken

 

Troubadour van Carcassonne

Nanne Bosma

Leopold, 1987, 14+, 230 blz.

 

Korte inhoud

In 1244 ontvlucht de jonge Albert Hillema het saaie kloosterleven en trekt langs de Maas naar Zuid-Frankrijk waar het altijd mooi weer is. Hij trekt mee met een rondreizende groep toneelspelers die katharen blijken te zijn. Maar de inquisitie zit achter hen aan. Als 'troubadour van Carcassonne' vlucht hij tenslotte terug naar zijn land om zijn leven te redden.

Albert is een lange tijd onderweg en maakt veel mee. Zo leert hij de wereld buiten zijn dorp kennen: de Middeleeuwse gewoonten van pelgrims, kooplui en katharen.

 

Situering in tijd en ruimte

Het verhaal begint in oktober 1243. Albert gaat op reis. Hij vertrekt in Kampen (Nederland). Zijn tocht gaat via Deventer, Arnhem, Maastricht, Luik, Jumay, Reims, Troyes, Vezelay, Charenton, Limoges, Perigueux, Souillac, Carcassonne tot Narbonne waar hij weer naar huis vertrekt. Veel tijdsaanduidingen zijn er niet, maar door de gebeurtenissen (vb over de katharen) kan ik afleiden dat hij eind 1244 huiswaarts keert.

 

Domeinen van de socialiteit

In dit boek wordt de nadruk meer gelegd op het leven van het volk. Albert gaat mee op pelgrimstocht. Hij komt terecht bij een kluizenaar, een koopman, een klooster, troubadours en de vluchtende katharen. Op die manier komt hij in contact met verschillende bevolkingsgroepen en hun gewoonten. De levenswijze van deze mensen wordt duidelijk en correct beschreven. Omdat Albert bij het gewone volk hoort, bekijkt hij alles ook vanuit hun standpunt. De adel komt soms 'slecht' naar voor. Alberts vrienden zijn katharen, dus kiest hij ook voor hen, zeker als hij later katharen helpt. Als lezer sympathiseer je met de kathaarse sekte. Het onrecht dat hen wordt aangedaan wordt beschreven en de inquisitie komt hier niet goed uit. De sekte wordt zeker voldoende kritisch bekeken door de auteur, maar door de keuze van de personen komen de katharen sympathiek over. Daar tegenover staat dat de katholieken zeker niet slecht bekeken worden, integendeel, in het verhaal wordt meerdere keren aangehaald dat zelfs goede katholieken de katharen helpen. Enkel de inquisiteurs, de benedictijnen, worden negatief beschreven.

 

Historische correctheid

Het verhaal is volledig fictief. In het voorwoord bevestigt de auteur dit.1

De tijdsgeest, de gewoonten en de gebeurtenissen zijn historisch correct. Ik geef een paar voorbeelden van feiten en gebeurtenissen die beschreven worden.

De monnik Joachim del Fiore leefde van 1130 (1135) tot 1202. Hij berekende dat in 1260 de Apocalyps zou plaatsvinden. Hij werd door velen, bijvoorbeeld door franciscaner monniken, geloofd, maar had zeker evenveel tegenstanders.2

Albert bezoekt Reims en ziet een groot bouwwerk, dat later een grote kathedraal moet worden. Hij ziet dit in 1244, de bouwwerken begonnen in 1211 en rond 1300 was de kathedraal af (in 1480 waren de westtorens klaar).3

De kooplieden ontmoeten boosaardige ridders maar die mogen hen niet aanvallen want er heerste godsvrede van woensdagavond tot maandagochtend. Dit is een bescherming, onder bedreiging met kerkelijke straffen, van bepaalde categorieën mensen zoals pelgrims, geestelijken, vrouwen en kooplieden, maar ook dieren en goederen.4 Deze godsvrede heerst enkele dagen in de week en telt dubbel op speciale dagen, bijvoorbeeld tijdens de Goede Week.

Er worden jaarmarkten georganiseerd, bijvoorbeeld in Troyes. Hier wordt internationaal handel gedreven. Uit vele landen komen kooplieden met hun specialiteit: stoffen uit Vlaanderen, wijnen uit Frankrijk. Er is reeds een beperkt kredietverkeer met gebruikmaking van wissels of jaarmarktbrieven.5 De jaarmarkten duren een bepaalde periode en dit onder bescherming van de overheid: jaarmarktvrede.6 De bekendste jaarmarktplaats is Champagne.

De inquisitie, ingesteld door paus Gregorius IX, trok door het land op zoek naar ketters. De meeste inquisiteurs waren dominicanen. Het volk is bang van hen, velen moesten vluchten voor hun leven. De inquisitie ondervroeg vele mensen tot ze, dikwijls valse, bekentenissen aflegden. Zo werden velen van ketterij beschuldigd en verbrand. Er waren katholieken die de katharen in bescherming namen. Maar er waren ook verraders die bij de inquisitie gingen klikken van zodra ze iets vermoedden. De kathaarse beweging kende een grote bloei in het begin van de dertiende eeuw, en verdween bijna volledig na 1244, na de val van de Montségur.

Over de katharen vind je meer informatie bij de bespreking van Gieren boven de Montségur.

De joden werden net, als de katharen, vervolgd,. Er werden kruistochten tegen de joden ondernomen. Zij moesten zich door hun kleding onderscheiden van andere mensen.7 In het verhaal8 spreekt men van een geel teken in de vorm van een wiel, maar deze beschrijving heb ik nergens ter controle gevonden.

De kledij van de boeren bestaat uit een wijde linnen broek, stevige laarzen, een kiel tot op hun knieën en een kap tot op hun schouders. De monniksorden zijn ook te herkennen aan hun kledij: grijze franciscanen, zwarte augustijnen, rijk geklede tempeliers met hun fluwelen mantel en een rood kruis op hun rechterschouder. De dominicanen dragen een wit habijt en een zwarte koormantel.9

Er waren in de stad melaatsen, die verdreven werden. Ze moesten buiten de stad verblijven om besmetting te voorkomen. Deze zieken vereerden de heilige Lazarus, hun beschermheilige, om genezing te verkrijgen. In de Middeleeuwen werden verschillende zieken als melaatsen beschouwd, al was dit niet altijd het geval. Men wist nog niet genoeg over de ziekte om een juiste diagnose te kunnen stellen.10 Nu kan men wel al een korte beschrijving geven, al zijn er nog ziektes die dezelfde symptomen hebben. Lepra is vrijwel alleen besmettelijk bij direct lichamelijk contact met een infectieuze patiënt. Bij patiënten met te weinig weerstand tast de ziekte 3 tot 5 jaar na besmetting de huid aan, later de zenuwen (leidend o.a. tot gevoelsstoornissen) en ten slotte het skelet, waardoor ernstige misvormingen ontstaan.11

Tijdens de Middeleeuwen groeiden de steden en kwam er al industrie. De huisindustrie groeide uit tot grotere industrie waarvan de producten soms al internationaal verhandeld werden. Zo ontstonden er steenkoolmijnen, pottenbakkerijen, leerlooierijen, slagerijen, smederijen,… en meer naar het zuiden toe ook ertssmelterijen. Dit zorgde al voor stank en ontbossing.

In de steden werd er gewaakt door de stadswacht. Er werd aan liefdadigheid gedaan om een plaats in de hemel te verdienen. Hiervoor werden onder andere gasthuizen opgericht. Ze verschaften daklozen, maar ook pelgrims op boetetocht, onderdak.

Er werd carnaval gevierd, net voor Aswoensdag. Aswoensdag zou hier 17 februari 1244 zijn. (dit komt niet overeen met data in Gieren boven de Montségur, maar werd wel bevestigd door Bill Jefferys, een specialist in tijdsrekening)

Tijdens een vastendag werd enkel vis gegeten, geen vlees. Wanneer er strenger gevast werd, kwam er enkel water en brood op tafel.

Zondaars konden kiezen tussen de doodstraf of een boetetocht. Indien ze voor de tweede straf kozen, trokken ze te voet naar Santiago de Compostela, hét bedevaartsoord uit die tijd. Ook andere mensen ondernamen een boetetocht: uit geloofsovertuiging of om met zichzelf in het reine te komen en vergeving van God te verkrijgen.

De pelgrims waren herkenbaar aan hun mantel. Ze hadden een staf, die gezegend kon worden bij het vertrek en een tas om hun weinige bezittingen mee te nemen.

 

Bruikbaarheid

Ik vind het een goed boek. Er wordt een spannend verhaal verteld, de (fictieve) reis van Albert. Maar het volledige boek is doorspekt met kenmerkende Middeleeuwse gebruiken. Vooral jongeren die niet graag een opsomming van historische feiten doorworstelen, zullen dit boek wel appreciëren. Het verhaal is boeiend en je leert als lezer veel bij. Er wordt gewezen op verschillende kenmerkende aspecten uit de dertiende eeuw. Het is zeker een aanrader voor de leerlingen, maar ook voor leerkrachten, om er extra anekdotes uit te halen. Af en toe staat er een illustratie die een goed beeld geeft van hoe een stad eruit zag en welke kledij de mensen droegen. Het grote voordeel van dit boek is dat de sociale dimensie besproken wordt. Er bestaan weinig boeken over de gebruiken, kledij en rollenpatroon. De meeste Middeleeuwse boeken handelen over speciale gebeurtenissen of over de adel. Over het gewone volk is minder geweten. Het boek geschikt om juist die dingen uit de geschiedenis te verduidelijken.

De auteur voegde er ook als bijlage informatie over het dagelijks leven in 1244 aan toe. Onderwerpen als het huis, de stad, het kasteel, inrichting van huizen, tijdmeting, vervoer en transport, industrie en de kerk komen aan bod.

"Deze aanvulling bij het verhaal geeft slechts een paar bijzonderheden, er zou nog heel wat meer over te vertellen zijn, maar dan werd dit boek te dik."

Een mogelijke lesopdracht is: 'Lees het boek en haal er enkele fragmenten uit die je kunt bespreken. Deze fragmenten kunnen gaan over gebeurtenissen of gebruiken. Ook over typische woorden die nu niet meer gebruikt worden, bijvoorbeeld godsvrede. Controleer zelf de historische dimensie en bekijk eventueel de voor- of nageschiedenis. Zoek woordverklaringen en een korte levensbeschrijving van personen die in je fragmenten voorkomen.'

Op de fragmenten kan de historische kritiek toegepast worden.

 

Fragmenten

Er zijn vele bruikbare stukjes te vinden, die goed bij de lessen aansluiten.

 

Jaarmarktbrieven, 1244, p.88

…'Maar nu eerst naar de jaarmarkt. Ik zal goedkoop kunnen handelen dit jaar, ik heb nog een heleboel jaarmarktbrieven over van vorig jaar.'

'Wat zijn dat?'

'O, dat is heel eenvoudig. Wij kooplieden reizen niet graag met veel geld.[…] Wat doen we dus? We gaan naar een grote jaarmarkt, zoals in Troyes of in Lagny of in Provins en we kopen iets. We betalen niet, nee, we schrijven een jaarmarktbrief, daar staat in: Ik, koopman die en die, zal volgend jaar contant betalen aan koopman zus en zo een bedrag van... gulden.'

'Maar dan moet je toch het volgende jaar een heleboel geld meebrengen ?' merkt Albert op.

'Nee, want ik koop niet alleen spullen met jaarmarktbrieven, ik verkoop ook en krijg net zulke brieven. Vorig jaar heb ik een heleboel zo verkocht. Nu heb ik veel brieven. Van elke brief zijn er drie exemplaren, een voor de koper, een voor de verkoper en een hebben we op het stadhuis afgegeven. Ik kom in Troyes en ik koop iets bij iemand van wie ik een jaarmarktbrief in mijn tas heb. Ik neem zijn spullen mee en hij krijgt de brief waarin staat hoeveel geld hij mij moest betalen, soms betaal ik een beetje bij, soms krijg ik nog iets toe, dat hangt er maar van af wat het waard is. In ieder geval doen we zaken en we hebben geen van beiden veel geld nodig.'…

 

Ð Leg in eigen woorden uit hoe de jaarmarktbrieven werken.

Ð Wat is het grote voordeel ervan?

Ð Wat kon er gebeuren als zo'n jaarmarktbrief werd gestolen?

 

Katharen p.102-103

…'Wat zijn katharen?' vraagt Albert. 'Katharen, mijnheer, dat zijn de zuiveren, de goede mensen. Zij zijn christen zoals u en ik, maar hun geloof wijkt af van wat de paus in Rome als het enig ware geloof beveelt. […] De kerk van Rome beweert dat zij de enig ware christelijke kerk is, maar dat is niet waar. Uit heel oude tijden komt een ander christendom tot ons. Daarin leren we dat er twee krachten werken in de wereld: het goede, dat van God komt en het kwaad dat van de duivel is. Zelfs de heilige Augustinus groeide op in dat geloof, het is ouder dan enig mens zich kan herinneren. Nu beweren domme en boosaardige mensen dat je dan twee goden vereert: God en de duivel. Dat is niet waar, de wijze mannen hebben dat nooit beweerd. Zij zeggen: een mens heeft het goede en het slechte in zich. Wij moeten proberen ons los te maken van het slechte. Het slechte hoort bij de aarde, bij het gewone leven. Wie zich daarvan losmaakt wordt zuiver, die wordt kathaar, die hoort bij de hemel. Er zijn twee soorten mensen: de gewone gelovigen en zij die hun ziel gezuiverd hebben, de volmaakten. De katharen. Zij zijn in staat geheel zuiver te leven. Zij eten geen vlees, zij leven heel eenvoudig, zij werken als wever of als ambachtsman en zij reizen rond om te prediken. De volmaakten kunnen zowel mannen als vrouwen zijn.'…

 

Ð Welke zijn de verschillen tussen het katholieke en het kathaarse geloof? Zijn er ook overeenkomsten?

Ð Geef twee mogelijke interpretaties van het kathaarse geloof in goed en kwaad.

Ð Info: H. Augustinus:

Met de Heilige Augustinus wordt de kerkvader Augustinus bedoeld, die leefde in de 4de eeuw na Chr. Hij was aanvankelijk een manicheeër, een aanhanger van het dualistische, niet-christelijke, geloof volgens Mani. Later, in 387, heeft hij zich bekeerd tot het katholieke geloof en werd hij zeer bekend. De katharen zijn wel christenen, dus geen manicheeërs, maar ook geen katholieken omdat ze wel in een goede en een slechte macht geloven.12

 

Beschrijving van een burcht. (p.146)

…Hij heeft het kasteel op gewone dagen gezien. Het is dan niet zo deftig, veel luxe is er ook niet. Het lijkt meer op een grote boerderij met overvolle, ongezellige vertrekken dan op een kasteel of paleis. Er hangen hier en daar geborduurde wandtapijten en in één vertrek staan wat mooie meubels, verder is het een kale boel. In de huizen van rijke burgers zie je meer luxe dan in zo'n kasteel, vindt Albert. Bovendien is het er overvol. Niemand heeft een plekje voor zich-zelf. Zelfs de kasteelheer en zijn vrouw zijn nooit alleen. Er is een groot aantal kinderen: eigen kinderen, pages en kinderen van perso-neel. Wat al die mensen in zo'n kasteel doen is Albert ook niet dui-delijk. Het wemelt er van de bedienden. Hoe hun onderlinge rang-verhouding is, blijft hem een raadsel. Er is verschil in rang en stand, maar voor een buitenstaander is dat ondoorgrondelijk. Op het grote feest is het allemaal anders. Het kasteel is opgeruimd. Er hangen veel meer mooie tapijten aan de wanden en iedereen draagt de prachtigste kleren. Het is nog voller dan anders, want de meeste gasten blijven slapen. Hoe ze dat oplossen, weet Albert niet.

 

Een illustratie, p.120, die een stadsbeeld toont.

Ð Geef enkele typisch Middeleeuwse kenmerken die je terugvindt op deze tekening.

 

Vergelijking van 'De Troubadour van Carcassonne' met 'Gieren boven de Montségur'

In de Troubadour van Carcassonne wordt kort het verhaal verteld van de Montségur. Dit is historisch correct en is dus hetzelfde als het verhaal in Gieren boven de Montségur.

Toch komen er enkele verschillen in voor en ik kon niet achterhalen welke versie correct is omdat het over details gaat waar niets met zekerheid over gezegd kan worden:

Voor de rest wordt ook in Troubadour van Carcassonne het onrecht beschreven dat de katharen werd aangedaan. In beide boeken kiest men de kant van de katharen en niet van de inquisitie. Sommige details of opmerkingen stemmen overeen in beide boeken. Er wordt verteld over vluchtelingen en beschuldigden die sterven op de brandstapel.

 

Het verhaal van de val van de Montségur wordt verteld, p.149-150.

…Het is slechts een zachte stem die van uit het duister het verhaal vertelt van de ondergang van de laatste burcht der katharen. 'Vorig jaar zijn ze gekomen, het zal mei geweest zijn. Tienduizend soldaten en ridders, ze omsingelden ons kasteel en bouwden een tentenkamp. Wij hadden maar honderd soldaten, vijftien ridders met hun schildknapen en dan de honderden katharen en andere vluchtelingen. In totaal waren er bijna vijfhonderd mensen, mannen, vrouwen en kinderen in het kleine kasteel. De omsingeling was niet compleet. Zoals jullie weten ligt Monségur op een steile, hoge rots. Rond die rots is een diep ravijn. Aan de oostkant is het kasteel bijna onbereikbaar, daar is alleen een smalle bergkam, een weggetje van hooguit twee meter breed - hier en daar nog smaller - en aan weerskanten een afgrond van honderd meter. Zes maanden lang hebben we steeds nieuwe voorraden in het kas-teel kunnen halen, soms over dat smalle weggetje, soms door een uitval in de nacht. De vijand was onbekend in de bergen, wij kenden de weg. We hadden het zo heel lang vol kunnen houden. Maar in november vorig jaar hebben ze er Basken bij gehaald, die weten wat ze op bergterrein kunnen doen. Hun aanval was veel gevaarlijker. Ze kwamen op een punt vlakbij ons kasteel en zetten daar een steen-werper neer. Elke dag en vaak ook in de nacht vielen zware stenen in onze vesting. Er kwamen steeds meer gewonden.

Eind december of begin januari, dat weet ik niet zo precies meer, hebben verraders uit het dal de soldaten van de Franse koning de weg gewezen over het smalle pad uit het oosten. Ze zaten ineens vlakbij onze oostmuur. Niemand had daar op gerekend.

Die nacht is de hele bewaking van de oostelijke toren uitgemoord. De vijand zette een nog grotere steenwerper aan die kant en vanaf dat moment vielen dag en nacht stenen van vijftig kilo en zwaarder in het volle kasteel. Ik heb mensen gezien die door zo'n steen gedood werden terwijl je met ze stond te praten. Anderen raakten gewond als ste-nen door het dak van de kleine hutjes vielen waarin ze woonden. Het was een onhoudbare toestand.' De stem zwijgt. Ze horen alleen het knappen van hout in het vuur, het ruisen van de regen daarbuiten.

'Onze leider Bertrand heeft opdracht gegeven de schat van Mon-ségur in veiligheid te brengen. Twee mannen zijn er in de nacht mee door de vijandelijke linies geslopen en hebben het goud en het geld naar een geheime plaats gebracht. Op 1 maart zijn de onderhande-lingen begonnen, op 15 maart moesten we ons overgeven. De solda-ten en de ridders mochten vertrekken, zij waren slechts huurlingen. Alle katharen zijn op de brandstapel gekomen. Bertrand gaf aan mij en nog drie anderen onze heilige boeken. "Verberg je en laat je aan touwen naar beneden zakken als alles voorbij is," zei hij. "Groet de broeders en zusters van ons." Dat is het laatste wat ik van hem ge-hoord heb. Op 16 maart zijn tweehonderd en tien mannen en vrou-wen levend verbrand.' Hij zwijgt weer; sommige toehoorders huilen, anderen staren stil in het vuur. 'Er waren heel jonge meisjes bij, ik hoorde ze zingen tot het afge-lopen was. Niemand heeft geschreeuwd of geklaagd, het waren helden…"

 

Antwoorden op de vragen


1 Troubadour van Carcassonne, p. 5.

2 (internet)

3 Encarta 98 encyclopedie, Winkler Prins editie.

4 woordenlijst Historia 3.

5 De Middeleeuwen, M. Huig, D.F. Lunsingh Scheurleen, Utrecht 1994, p. 251.

6 Woordenlijst Historia 3.

7 Ketters, heksen en andere zondebokken, p.47.

8 De troubadour van Carcassonne p. 121.

9 Ontdek geschiedenis 3.

10 Ketters, heksen en andere zondebokken p. 48-49.

11 Encarta 98 encyclopedie, Winkler Prins Editie.

12 http://www.ping.be/~mirepoix/Welkom.htm, Encarta 98 encyclopedie, Winkler Prins editie.

13 Katharen en de val van Montségur, Bram Moerland, p. 82.

14 De schrijn van Montségur, Watlter Birks/R.A. Gilbert; Ketters, heksen en andere zondebokken, R.I.Moore; Katharen en de val van Montségur, Bram Moerland, p. 82.

15 Bill Jefferys, bill@astro.as.utexas.edu



Copyright © 2002 VVLG, 02.06.2002