Historische non fiction

 

Artis - Historia

Historische beeldvorming buiten de school

 

 

Reeks: Grootmeesters van de Kunst

DALEMANS, R., Bruegel en zijn tijd, Brussel, Artis-Historia, 1996, 143 blz.

DEKEYZER, B., De Vlaamse Primitieven, 1999, 114 blz.

 

Reeks: Kunst en Beschaving

BEGELSBACHER, B. (tekst) & M. BRUGGEMAN (foto's), Egypte, 1987.

PAPEIANS, Ch. (tekst) & A. DE MEY (foto's), Griekenland, 1988.

PAPEIANS, Ch. (tekst) & A. SCHROEDER (foto's), Rome, 1989.

PAPEIANS, Ch. (tekst) & G. MATHIEU & M. BARBAY (foto's), De Middeleeuwen, deel 1, 1991.

PAPEIANS, Ch. (tekst) & G. MATHIEU & M. BARBAY (foto's), De Middeleeuwen, deel 2, 1992.

PAPEIANS, Ch. (tekst) & A. SCHROEDER (foto's), De Renaissance, 1995.

PAPEIANS, Ch. (tekst) & M. BARBAY (foto's), Barok. Van Lodewijk XIV tot 1789, 1998.

GRéGOIRE, M. (tekst) & M. BARBAY (foto's), Het Nabije Oosten. Van de protohistorie tot de islam, 1997.

DALEMANS, R. & M. BARBAY, Het Precolumbiaanse Mexico, 1993.


Kleven voor kunst

De reeksen Grootmeesters van de Kunst en Kunst en Beschaving van Artis-Historia hebben zich tijdens de laatste decennia een benijdenswaardige reputatie opgebouwd als "conservator van het collectieve geheugen der mensheid". Artis-Historiaboeken zijn eigenlijk een relict uit een voorbije tijd. Maar dan een dat een dynamisch nieuw elan heeft ontwikkeld. Je koopt een stevig gebonden boek met fraaie stofwikkel en smaakvolle band-met-goudopdruk. Dat is echter in feite een lege huls: uitsluitend tekst, zonder illustraties -op enkele kaarten en tijdbalken na. De illustraties zijn losse foto's. Je bekomt ze gratis door punten te verzamelen die je knipt uit de verpakking van zo diverse producten als tijdschriften, waspoeder, spaghetti, koffie, gepelde tomaten enz. Voor een album uit deze reeksen heb je 500 punten nodig. Ik heb het altijd een ironische paradox gevonden dat iets zo triviaal als bakpoeder zoveel heerlijke cultuurgenot kan opleveren!

Dan ga je de kleurenillustraties inkleven. Dat zijn er voor elk album uit deze reeksen rond de honderd (soms nog meer). Daarmee ben jij of je spruiten toch al gauw enkele avonden of regendagen in de vakantie zoet. Als je klaar bent is het boek ongeveer verdubbeld in volume. Maar het resultaat loont in elk opzicht de moeite. De illustraties zijn artistiek en kwalitatief zo volmaakt als de huidige techniek maar toelaat, en vervaardigd door gerenommeerde fotografen, die werken naar aanwijzingen van experts in hun vakgebied. De albums kennen een gemidelde oplage van zo'n 200.000 exemplaren (Franstalige en Nederlandse uitgave samen), hoewel ze uitsluitend in België bestaan. (Ter vergelijking: een veelbelovend jeugdboek wordt op 3000 exemplaren gedrukt; een literair werk soms slechts op 1500!) Niet te verwonderen dat in haast elk gezin aan weerszijden van de taalgrens minstens enkele Artis-Historia albums in de kast staan. Voor scholieren én hun ouders vormen ze een ideaal voorbeeld van historische beeldvorming buiten de schoolmuren. Geen enkele uitgever in ons taalgebied kan het zich commercieel veroorloven een schoolboek geschiedenis op de markt te brengen zo rijk aan dergelijke onovertroffen kleurafbeeldingen!

Bij het begin van het schooljaar stelden wij dan ook telkens de albums voor die pasten bij het behandelde leerplan geschiedenis. Waarop de leerlingen -en hun grootouders, tantes en andere aanverwanten- klaarblijkelijk ijverig aan het knippen sloegen.In de "Didactische leidraad voor leerkrachten" bij de schoolboekenreeks Fundamenten bepleitten wij deze werkwijze vanaf het deel voor het eerste jaar secundair onderwijs. Een collega op een naburige school loofde zelfs Artispunten uit als premie voor goede resultaten bij overhoringen! En toen een jonge collega vorig jaar bij een leereenheid over Bruegel als renaissancekunstenaar naar het album Bruegel en zijn tijd verwees, merkte hij stomverbaasd dat vrijwel alle leerlingen uit drie klassen het de volgende les konden voorleggen! Sommigen verzamelden de gratis plaatjes twee keer: één maal om in te kleven in het album, één maal voor "documentatie" bij hun leertekst.

 

De Vlaamse Primitieven

In de reeks Grootmeesters van de schilderkunst is er nu, na Bruegel en zijn tijd, een deel verschenen van Brigitte Dekeyzer over De Vlaamse Primitieven. Dit album vervangt het al jaren onvindbare De Vlaamse schilderkunst van de 15de en 16de eeuw (1958). Wij bespreken het uitvoeriger als typerend voor alle hier vermelde Artis-Historiaboeken. Laten wij beginnen met te zeggen dat wij enthousiast zijn over onze nieuwe aanwinst. De illustraties zijn over het algemeen schitterend. Wanneer dat niet helemaal klopt, geldt het meestal foto's die aangeleverd zijn door buitenlandse musea. (Kwestie van rechten.)

Brigitte Dekeyzer (K.U.Leuven) belicht zowat alle facetten, meestal exemplarisch verbonden met de bespreking van een concreet schilderij, soms in afzonderlijke artikels. Zij opent met een goede synthetische bijdrage over het politiek en cultureel tijdsklimaat van de Bourgondische periode.

Achtereenvolgens komen dan het atelier, kopiëren, kleurstoffen, sociale status van de schilder, laboratoriumonderzoek, opbouw van een schilderij en de afzonderlijke kunstenaars aan bod. Met andere woorden, zowel de materiële als inhoudelijke aspecten krijgen hun plaats in het geheel, samen met de symboliek achter het schijnbare realisme. Voor dit aspect zijn eveneens enkele typerende werken exemplarisch uitgekozen. Eén voorbeeld: op p. 70 vind je de volledige Mérodetriptiek van Robert Campin uit The Metropolitan Museum of Arts, New York. Op p. 62 krijg je een grote afbeelding van het rechterluik met St.- Jozef die in zijn werkplaats een muizenval vervaardigt. Dit zijluik ontdekte ik pas in de geïllustreerde uitgave van Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen (1997). En daar tref je de symbolische achtergronden aan in het nawoord door van der Lem. Diezelfde vrij recente gegevens brengt Dekeyzer bij haar bespreking van de triptiek op p. 71.

De universitaire wetenschappelijk-didactische achtergrond van de auteur speelt duidelijk mee. Een triptiek wordt als dusdanig voorgesteld, met de verschillende luiken op tegenoverliggende bladzijden (en op groot formaat), wat ik bij eerdere, ook dure werken al te vaak heb gemist. Ook bij elkaar horende luiken van eenzelfde paneel, die tegenwoordig in ver uit elkaar liggende musea worden bewaard, zijn in hun oorspronkelijke samenhang gepresenteerd. Van zowat elk schilderij vind je zowel details als een totaalbeeld, waar mogelijk in de oorspronkelijke lijst. Regelmatig brengt ze thematisch verwante schilderijen met elkaar in verband, vaak door een reeds eerder besproken werk in het klein en zwart-wit op de tegenoverliggende bladzijde af te drukken. (Bijvoorbeeld: De bankier en zijn vrouw door Quinten Metsijs is zo vergeleken met St.-Elooi van Petrus Christus.)

Op deze manier brengt de auteur a.h.w. de inhoud van het dikke, dure gelijknamige Davidsfondsstandaardwerk (1994) voor een spotprijs binnen het bereik van een zeer groot publiek. En vooral: binnen het bereik van jongeren, die het werk van de experts anders toch niet zouden leren kennen. Zo opent ze een poort, niet alleen naar de schilderkunst, maar tegelijk ook naar de denkwereld van de Bourgondische periode. De kennis die hier is samengebracht, in een toegankelijke taal en tegelijk in een wetenschappelijk verantwoorde synthese, heeft mij dertig jaar detailstudie en enkele tienduizenden frank gekost! (Zonder studiereizen naar musea en tentoonstellingen te rekenen.)

Toch zijn er enkele minpunten, die de auteur niet zijn aan te wrijven, maar wel de drukker. Naarmate de reeksen uitdijen kan de uitgever een beroep doen op steeds meer reproducties-uit-voorraad. Dan is het onbegrijpelijk dat uitgerekend in dit prachtboek enkele foto's van ontoelaatbaar mindere kwaliteit zijn. Dat geldt met name voor de afbeelding van De bankier en zijn vrouw door Quinten Metsijs (hier plaatje 108) waarvan een veel betere reproductie staat in Bruegel en zijn tijd (plaatje 31) en voor het middenpaneel van Barend van Orleys Jobtriptiek (plaatje 107) dat eveneens kwalitatief veel beter is afgebeeld in hetzelfde Bruegel-album (plaatje 33). Daar tegenover staat, dat je een zeer mooie foto krijgt van Bruegels Korenoogst (plaatje 111), die in het Bruegelboek slechts minuscuul in zwart-wit is gereproduceerd. Dat was trouwens onze grootste teleurstelling bij dit laatste boek: meer dan 20 belangrijke Bruegelschilderijen waren in zwart-wit en veel te klein. Er ging o.i. teveel aandacht naar de tijd van Bruegel en te weinig ruimte naar de grote meester zelf.

Dit zijn alleen maar randbemerkingen. De combinatie van eruditie en didactiek, plus een duidelijke liefde voor de besproken kunstenaars maken dit boek tot een feest voor oog en geest. Brigitte Dekeyzer kan voor honderduizenden doen, wat prof. J. K. Steppe voor ons heeft betekend: een blijvende belangstelling opwekken voor misschien wel de roemrijkste periode uit onze cultuurgeschiedenis - en voor kunst in het algemeen.

 

Didactische tips

Kan je met het boek ook wat aanvangen in de klas? Voorafgaandelijk moet je in het begin van het schooljaar natuurlijk ons voorbeeld volgen door te zorgen dat elke individuele leerling het album aanschaft, of toch minstens de plaatjes. Het is op verschillende manieren te gebruiken in het hoger- en secundair onderwijs:

In beide laatste gevallen zou ik met de leerlingen bespreken wat algemene kennis is voor allen. Dan kan je een onderdeel of een schilder laten nemen als werkstuk. gedurende twintig jaar hebben wij deze methode toegepast als "keuzevraag" voor mondelinge examens, waarbij de leerlingen hun documentatiemateriaal mochten meebrengen. Dit is uitstekende geschikt in een derde jaar, om leerlingen vertrouwd te maken met mondelinge examens en zo de immense drempel van de faalangst uitgesproken te verminderen. Vooral als je de "slachtoffers" per koppel laat optreden, waarbij de een de ander mag helpen.

Wie meer informatie wil: klik hier voor je toegang tot Artis-Historia op het Net. http://www.artis-historia.be/

 

Jos Martens



Copyright © 1999 VVLG, 16.12.1999