Historische non fiction

 

Leuven vóór en ten tijde van Justus Lipsius

 

Onze Leuvense universiteit viert dit academiejaar feest: ze bestaat sinds 1424 / 1425 en is daarmee 575 jaar oud of een kleine vier eeuwen ouder dan de andere (1815 of pas sinds de jaren '60).

Bij zulke gelegenheden bedenkt men evenementen en publicaties, die anders wellicht achterwege zouden blijven.

Eén van de betere is de heruitgave van Justus Lipsius' stads- en universiteitsportret, met de eerste Nederlandse vertaling ernaast. De grote Leuvense geleerde heeft daar dus bijna 400 jaar op moeten wachten.

 

Justus Lipsius leefde van (18 oktober) 1547 tot (23 maart) 1606. Deze Joost Lips was afkomstig uit Overijse, studeerde in Brussel, Ath, Keulen, Leuven en als bekroning ondernam hij een studiereis naar Italië. Dat was toen niet ongewoon en de huidige Romereizen van onze retorici gelijken daar nog altijd op.

Daarna begon zijn illustere carrière: docent in het katholieke Wenen, dan aan de Lutherse universiteit van Jena, even naar Leuven, dan voor 13 jaar aan de pas opgerichte Calvinistische universiteit van Leiden. Hier werd hij zelfs rector.

In 1591 keerde hij terug naar zijn geliefd Leuven, waar hij professor geschiedenis en Latijn werd tot aan zijn dood. Zijn terugkeer was ook een overwinning voor de katholieke contrareformatie en voor Spanje. In 1595 benoemde Filips II hem tot koninklijk historiograaf, wel nadat Lipsius zijn boek over het Romeinse leger aan de Spaanse vorst opgedragen had en hem om die titel (en de daaraan verbonden inkomsten) had gevraagd.

Geregeld kreeg hij financieel aanlokkelijke invitaties van andere koningen en van de paus, om te komen doceren aan hun prestigieuze universiteiten in Parijs, Rome, Bologna, Pisa, Venetië. Maar hij wees ze allemaal beleefd af.

Lipsius was toen bekend bij de intellectuele elite in heel Europa. Volgens de Franse humanist Montaigne was hij de geleerdste man van zijn tijd, volgens anderen het "lumen Europae" en zijn boeken kenden oplagen waar we nu nog naar opkijken.

In 1605 was zijn "Lovanium" klaar. Het werd gedrukt in Antwerpen, bij Jan Moretus, de opvolger van Plantijn, in 1.025 exemplaren ! Lipsius noemde het, deze keer erg bescheiden, een haastwerk (p. 40 - 41), dat nog bijgeschaafd moest worden.

Het was een pseudo-dialoog met vier studenten over het verleden van Leuven en van hun universiteit. Eigenlijk was het eerder een lofzang dan een kritische geschiedenis. Wegens het eerder lokaal belang, werd het nooit zo bekend als zijn andere, meer algemene studies, zoals zijn editie van Tacitus, zijn "Politica" of zijn "De constantia", een Senecaans geschrift, dat 79 edities haalde. Blijkbaar waren zijn tijdgenoten tevreden, want Lipsius werd gevraagd om nog meer geschiedenissen te schrijven, maar zijn dood in 1606 maakte dit onmogelijk.

"Lovanium" bestaat uit drie "boeken". Het woord "boek" moet je hier opvatten zoals bij de klassieke auteurs: een verzameling hoofdstukken. Het zijn er resp. 13, 19 en 10 of in totaal dus 42 hoofdstukjes.

Enkele onderwerpen: het ontstaan van de stad, de naam, de foutieve verklaringen voor de naam. Lipsius verklaart hem op dezelfde manier als plaatsnamenspecialist John Everett &endash; Heath in zijn "Place names of the world", p. 23: loo = bosachtige heuvel + veen = vochtige vlakte.

Verder spreekt hij over de verwoestingen van de Noormannen, de uitbreidingen van de stad, koningen, aartshertogen, hertogen, graven die er heersten of zich ermee bemoeiden, Leuven als hoofdstad van Lotharingen, de adellijke families (gevolg: anderen die er niet in stonden, waren jaloers en boos), de rijkdom, vroomheid en moed van de inwoners, het verval, de opstanden, de St.-Pieterskerk, de kloosters.

Pas in boek III beschrijft hij zijn universiteit: de stichting, de rol van paus Martinus V, het bestuur, het Collegium Trilingue, de vakken.

Hij vergelijkt ze ook met andere "universiteiten" in het oosten (India, Japan), in Ethiopië (!), Afrika(Alexandrië, Fez), Griekenland, Italië, Frankrijk.

Maar hij wijst er wel op dat je de studies niet kunt vergelijken met Leuven. Detail: in Ethiopië komen de scholieren per olifant naar de cursus (p. 247).

Hij eindigt met een woord van lof over Heverlee, toen nog geen residentie voor professoren, maar een machtige heerlijkheid. Op de bijgevoegde gravure (p. 272 - 273) zie je geen gewone huizen, maar grotendeels landbouwgronden, verder bos, enkele kastelen, een kerk en rechts de Brusselse, Tervuurse, Naamse poort, toen nog met torens.

Het relaas van Lipsius is nog altijd leesbaar, mits je enige soepelheid aan de dag legt.

Je moet het ook in eerste instantie beschouwen als een historisch leesboek, met aangename anekdotes , zeker wanneer hij uitweidt over de rijkdom van de Leuvenaars (149 - 153), over hun braafheid (155) of over het onderwijs in Afrika en Azië (243 - 264).

Maar het is geen gestructureerd geschiedenisboek, zoals wij dat nu gewoon zijn.

Lipsius schrijft ook niet afstandelijk en vermeldt met enige ijdelheid en trots dat de beroemde ridder Willem van Rode (159 - 161, 14° eeuw) een voorouder was van hem.

De huidige uitgave van Jan Papy is een ongewijzigde reproductie van de eerste druk. De Griekse citaten en de toenmalige plattegronden van Leuven en Heverlee staan er dus ook in.

De inleiding is zeer uitgebreid (p. 11 - 27) en ook zeer degelijk.

Papy heeft als filoloog geprobeerd een precieze, maar toch goed leesbare vertaling naast de originele tekst te zetten.

Zijn eerste opzet is meer gelukt dan het tweede: correctheid haalt het op de vlotheid.

Enkele andere Leuvense professoren en emeriti stonden ook borg voor die correctheid.

Nogal wat zinnen staan in archaïsch Nederlands. Eén voorbeeldje: "Uw nicht verbindt zich met u in de echt" (p. 35). Hier en daar duikt een gallicisme op, b.v. p. 15: "van zodra".

De vertaling is wel noodzakelijk, niet enkel om alle Latijnse woorden en uitdrukkingen te begrijpen, maar ook om de tekst volledig te kunnen lezen. Wie geen paleografie gehad heeft of zijn vroegere kennis daarvan inmiddels kwijt is, kan het Latijn dikwijls pas ontcijferen met behulp van de vertaling.

In de noten geeft Papy uitleg bij citaten, personen, realia, gebeurtenissen uit de tijd van Lipsius. Ook bij de stamboom die Lipsius opstelde van de graven van Henegouwen en Leuven (110 - 111) en bij de plattegrond (198) van Leuven, waarop je de voornaamste straten en zeker de vesten nog goed herkent.

Bij die noten staan ook nog leuke en verhelderende tekeningen uit andere publicaties van 1600 en 1606. Het zijn dus geen saaie aanvullingen. Ze zijn gelukkig doorlopend genummerd (tot 542!) en niet telkens opnieuw per hoofdstuk.

Papy eindigt met afkortingen, literatuur en een gedetailleerd register, dat zowel naar plaatsen als naar personen refereert.

Het boek is stevig gekaft en op sierlijk papier uitgegeven. Alleen jammer dat de gouden letters van de titel enkel op de rug staan en dat de voorkaft leeg is. De prijs is democratisch gehouden. Oud-studenten, bibliofielen, classici, historici, heemkundigen en al wie van Leuven houdt mogen (of moeten) het boek dus zeker aanschaffen.

Jef Abbeel, dec. 2000 - januari 2001.

 

Referentie:

Justus LIPSIUS, Leuven. Beschrijving van de stad en haar universiteit. Latijnse tekst met inleiding, vertaling en aantekeningen door Jan Papy. Uitgeverij Universitaire Pers, Leuven, 2.000. 373 p., tekeningen, gravures, noten, register. ISBN 90 5867 055 4. 1495 BF / 37,06 euro.



Copyright © 2001 VVLG, 15.01.2001