Historische non fiction

 

Waarom de Inca's Europa niet veroverd hebben

Botsing van werelden

In 1993, het jaar na de Columbus-herdenking, het Jaar van de Inheemse Volkeren, verschenen verscheidene publicaties met het hypothetisch relaas van de ontdekking van Europa door Indianen. In werkelijkheid is natuurlijk net het omgekeerde gebeurd. Waarom?

Het meest dramatische moment in de confrontatie tussen Europese conquistadores en Pre-Columbiaanse hoogculturen vond plaats op 16 november 1532 in de Peruaanse stad Cajamarca. Daar nam de Spaanse veroveraar Pizarro, met zijn troep ongeregeld van nog geen 200 man, de Inca Sapa Atahuallpa gevangen, aan het hoofd van 20.000 man, met zijn leger van 80.000 geharde krijgers op enkele mijlen afstand. Binnen een half uur waren 8000 indianen afgeslacht en was Atahuallpa, absoluut heerser over het grootste en hoogst ontwikkelde rijk in de Nieuwe Wereld, de gijzelaar van de indringers. Klinkt volkomen ongeloofwaardig, als een pure mystificatie. Maar waar! Natuurlijk, de Incaheerser verwachtte geen hinderlaag. Natuurlijk, de Spanjaarden bezaten stalen zwaarden en wapenrustingen, paarden en enkele primitieve kanonnen. Zeker, de Spanjaarden kwamen uit een schrifcultuur die het mogelijk maakte inlichtingen over andere veroveringen mijlen en jaren ver door te geven. Natuurlijk, het Incarijk was innerlijk verzwakt door een moordende burgeroorlog. Maar waarom die burgeroorlog tussen de halfbroers Huascar en Atahuallpa? Omdat hun vader, de grote Huayna Capac in 1525 voortijdig gestorven was aan een vreemde, nieuwe ziekte. Naar alle waarschijnlijkheid de pokken, in de Nieuwe Wereld geïntroduceerd door een negerslaaf. Op dat ogenblik waren de Spanjaarden nog jaren verwijderd van hun invasie in het Incarijk. De ziekte zwiepte als een uitslaande steppebrand door Zuid-Amerika en richtte ravages aan onder de inheemse bevolking, lang voor de eerste Europeaan arriveerde.

Jared Diamond is hoogleraar fysiologie in Los Angeles en onderzoeker op het terrein van de evolutionaire biologie, maar hij weet ook zijn weg te vinden in het labyrint van de antropologie, gedragsecologie, linguïstiek, epidemiologie, archeologie, genetica, moleculaire biologie en technologische ontwikkeling. De anekdote van de ontmoeting in Cajamarca is typisch voor zijn werkwijze. Hij vergenoegt zich niet met de conventionele, voor de hand liggende verklaringen, maar gaat op speurtocht naar het waarom achter het waarom. Een speurtocht die ons meevoert naar een tijdperk 1ang voor die fatale datum in 1532, naar 13.000 jaar geleden, toen alle mensen op aarde nog leefden als jagers-verzamelaars en de laatste ijstijd op zijn laatste pegels liep.

Eind 2000 trad Jared Diamond met zijn boek in verschillende literaire dagbladbijlagen gelijktijdig in de schijnwerper.

De Amerikaanse editie, "Guns, Germs and Steel. The Fates of Human Societies", die in 1997 verscheen, werd bekroond met de Pulitzerprijs en er werden bijna anderhalf miljoen exemplaren van verkocht. Ook in Vlaanderen stond de Nederlandse vertaling verschillende weken in de top van de verkoopslijsten. Vanwaar het succes van zo'n dik en relatief duur boek, over een niet zo eenvoudig onderwerp, zonder illustraties behalve landkaarten en tabellen? Voor wie jarenlang de ontwikkelingen in de paleo-antropologie en de antropologie volgde, zit er trouwens niet veel in dat hij of zij nog niet wist, sinds De wording van Europa (1991), Leakey's boeken (1978), Bronowski's magistraleThe Ascent of Man (1973), en nog verder terug, het eerste boek over antropologie in mijn boekenkast, de klassieker van Kaj Birket-Smith uit 1950.*

Vergis u niet: dit is een belangrijk boek dat een geheel nieuw licht werpt op de wereldgeschiedenis! En daarom verdient het extra-aandacht.

 

Geschiedenis is een ui

Het nieuwe zit hem hierin dat Diamond, stroom op- en afwaarts surfend over de rivier van de tijd, de gegevens uit alle vernoemde werken en nog een pak meer, samenbrengt tot een synthese. Een synthese, op zoek naar een antwoord op zijn hamvraag: "Waarom verliep de geschiedenis van de mensheid niet op alle continenten gelijk?" En reeds heel in het begin van zijn boek geeft hij een eerste antwoord: "Journalisten vragen regelmatig aan auteurs om een dik boek in één zin samen te vatten. Voor dit boek bestaat er zo'n zin: 'De geschiedenis heeft voor verschillende volkeren een verschillende loop genomen als gevolg van verschillen in het milieu van die volkeren, niet vanwege biologische verschillen tussen de volkeren zelf.' " (p.25)

In 1972 deed Jared Diamond onderzoek naar vogelsoorten in Nieuw-Guinea. Een Papoea, wiens ouders nog in het stenen tijdperk leefden, ontstak een vonkje dat hem op het spoor bracht van een gedachtegang die uiteindelijk de traditionele geschiedschrijving van dynastieën, oorlogen en elites volledig omverkegelt. Yali liep met Diamond op het strand en vroeg hem: "Waarom hebben jullie, blanken, zoveel spullen gemaakt en wij, zwarte mensen, zo weinig?" Het was een vraag die tot de kern van het leven -en van de gang der geschiedenis- doordrong en daarom moeilijk te beantwoorden. Diamond kon zich nooit meer van die vraag losrukken. Het antwoord bleef hem 35 jaar lang bezighouden.

Jared Diamond: "Ik was nogal naïef. Uit het feit dat de Papoea's stenen werktuigen gebruikten, geen kleren droegen en het schrift niet kenden, leidde ik aanvankelijk af dat ze primitief waren." Later formuleerde hij de stelling dat de doorsnee Papoea of San (Bosjesman) verre van dom is, intelligenter dan -pak weg- de doorsnee Amerikaan. Intelligenter moet zijn, of hij overleeft het niet in de jungle of de Kalahari! De school is het leven, en zakken voor het examen betekent de dood.

Voor de ongelijksoortige evolutie van de volkeren voeren de meeste geschiedenisboeken verklaringen aan, die zelf weer vragen om een verdere verklaring. Dat komt doordat zij eurocentrisch zijn en zich beperkten tot de ontwikkelingen sinds de opkomst van het schrift, 5000 jaar geleden. Dat is te laat om de oorzaak van de Euraziatische suprematie te achterhalen. In 3000 v.C. hadden de Euraziatische samenlevingen al een enorme voorsprong op de rest van de wereld. Ze kenden al 5000 jaar landbouw, ze hadden steden, metalen werktuigen en wapens. De oorzaak van hun overheersende positie moet dus gezocht worden in het schrifloze verleden, voor 3000v.C.

 

Braudel heruitgevonden

Dat verschillend tempo in ontwikkeling en technologisch niveau heeft niets te maken met raciale superioriteit, maar alles met geografie. Ruwweg determineren zes categorieën van verschillen de snelheid waarmee en de mate waarin landbouw en technologie zich ontwikkelen, zich verspreiden: het klimaat; de geologische omstandigheden; de aanwezigheid van domesticeerbare planten en dieren; de oppervlakte waarover ontwikkelingen zich kunnen verspreiden; het al dan niet voorkomen van versnippering van dat oppervlak; de mate van isolatie.

Dit werkt Diamond in zijn tweede hoofdstuk uit met heel relevant gekozen voorbeelden uit de onmetelijke Polynesische ruimte.

De continenten verschillen in talloze omgevingskenmerken die de ontwikkeling van menselijke samenlevingen beïnvloeden. Het Nabije Oosten had het geluk zich toevallig in een buitengewoon gunstige positie te bevinden, waardoor de landbouw er al in 8500 v.C. ontstond, kort na het einde van de laatste ijstijd dus. Zo verkreeg Eurazië een grote voorsprong op de rest van de wereld. Landbouw leidt niet tot een meer gevarieerde voeding. In tegendeel zelfs! Maar wel tot een sedentair bestaan, tot een dichtere bevolking, tot voedseloverschotten en daarmee tot de mogelijkheid niet-verbouwende specialisten te onderhouden. Die houden zich dan bezig met de verdeling van de voedseloverschotten en met de organisatie van de steeds groter en complexer wordende samenleving. Een van de cruciale factoren was het mediterrane klimaat, dat selecteert ten gunste van grootzadige eenjarige planten die probleemloos domesticeerbaar zijn. Eurazië bezit het grootste oppervlak met een mediterraan klimaat ter wereld, wat zorgt voor de grootste diversiteit aan planten- en diersoorten, die daarbij het gemakkelijkst te verspreiden zijn langsheen dezelfde klimatologische breedtegordel. En overnemen van beproefde kweekmethodes is nu eenmaal gemakkelijker dan ze zelf telkens te moeten uitvinden.

Dit is de centrale verklarende stelling van het boek.

Zonder het te beseffen, blijkbaar, en zonder hem ooit te vernoemen (ook niet in de bibliografie) vindt Diamond hier vanuit een eigen invalshoek de ideeën van de grote Franse cultuurhistoricus Fernand Braudel over "geschiedenis in drie snelheden" opnieuw uit!

Ter herinnering: Braudel (1902-1985) poneert dat de menselijke geschiedenis zich afspeelt op drie niveaus en met drie verschillende snelheden. Je hebt het structurele niveau, het gebied van het quasi onveranderlijke, zoals de geologische omstandigheden, het landschap. Dan het iets sneller evoluerende gebied van het conjuncturele, waarop veranderingen slechts zeer geleidelijk gebeuren, zoals: mentaliteit, culturele opvattingen ... Daarboven, aan de oppervlakte, speelt zich de evenementiële geschiedenis af, de geschiedenis van de feiten, de veldslagen, de wisselende heersers. Dit laatste is het terrein dat wij maar al te vaak beschouwen als dé geschiedenis, maar dat niet te begrijpen is zonder de meer fundamentele historische dieptestructuren.

 

Van paarden, kippen en ziektekiemen

Ongeweten brachten de eerste landbouwers tevens een evolutie op gang, die later een groot deel van de planeet fataal zou worden. Met het vee emigreerden ook de ziektekiemen van dit vee. Dat pokken voortkomen van koeien, zal iedereen wel geloven, die zich Jenner en zijn koepokken-inenting herinnert. Maar ook pest, griep en longziekten zijn afkomstig van onze huisdieren. Elke epidemie die zich voor het eerst verspreidde (meestal vanuit het oosten) richtte complete slachtingen aan. Denk aan Thucydides' verslag over de pest in Athene (boek 2 van zijn De Peloponnesische oorlog) of de ons meer vertrouwde epidemie van de Zwarte Dood (1348). De overlevenden ontwikkelden dan voor enkele generaties een immuniteit, ook al omdat de bacillen zich aanpassen. Dit illustreert de auteur onder andere met het verhaal van de eerste Europese syfilis-epidemie (na de eerste reizen van Columbus,1495), de verschrikkelijke Spaanse Griep (1918-1919) die tweemaal meer mensen ombracht dan de moordende Eerste Wereldoorlog en... de hedendaagse konijnenziekte myxomatose. Niet-Europese volkeren ontwikkelden die immuniteit niet. (Europeanen anderzijds stierven aanvankelijk massaal aan malaria, waartegen de Afrikanen beter bestand waren.)

 

Dit verklaart de grote ravages onder de inheemsen in Amerika, maar ook, later, in Polynesië. Pokken, mazelen en griep moordden hele volkeren uit, vaak lang voordat de blanken in het betreffende gebied doordrongen. Dit was in de zestiende eeuw het geval bij de Noord-Amerikaanse Indianen! Wij leerden op school dat op het hele Noord-Amerikaanse territorium voor de aankomst van de blanken slechts een miljoen mensen leefden. (Mooi excuus voor de theorie van de 'lege ruimte'!) Tegenwoordig schat men die bevolking op het twintigvoudige!

Ter herinnering: zowel in Mexico als in het Incarijk stierf in enkele decennia na de conquista tot 90% van de bevolking!

 

Van egalitarisme naar kleptocratie

Het is ondoenlijk het hele boek behoorlijk voor te stellen, zelfs in een ruime recensie als deze. Slechts drie onderdelen wil ik even belichten: in hoofdstuk 14 bestudeert Diamond de ontwikkeling van samenlevingssystemen, van familiegroep over stam en hoofdmanschap naar staat. Hier roept hij zowel antropologie als oude geschiedenis ter hulp. Andermaal bijzonder aanbevolen lectuur!

Hoofdstuk 19 behandelt "Hoe Afrika zwart werd". Dit hoofdstuk zit eveneens vol verrassingen, met verwijzingen naar hoofdstuk 16: "Hoe China Chinees werd".

Er zijn ook moeilijker te verklaren fenomenen die op sommige plaatsen wel en op andere niet ontstaan. Het meest sprekend is het schrift dat slechts op drie plaatsen onafhankelijk tot stand kwam: in het Nabije Oosten (Sumerië en Egypte); China en Mexico (hoofdstuk 12). Waarom ontwikkelden de Inca's, die in Peru een ontzaglijk rijk uitbouwden, geen echt schrift? Toeval of niet? (Diamond zegt echter niets over de mogelijkheid dat het touwen-met-knopenschrift, de quipu, ook zou gefungeerd hebben als mnemotechnisch middel om orale literatuur over te dragen. Of over de hypothese dat een voor-Incacultuur wel een schrift zou hebben gekend.) En wat met het Rongo-rongo van Rapa Nui (Paaseiland)? Is dit schrift op houten plankjes nu al dan niet ouder dan de aankomst van de Europeanen in 1722?

 

Beoordeling

Uit het hele bovenstaande mag blijken dat ook deze recensent het boek erg hoog aanslaat. Het lezen heeft aanzienlijk meer tijd gekost dan voorzien, omdat ik telkens in mijn bibliotheek (en videotheek) beweringen en cijfers ter controle ging opzoeken. Ik heb een paar bemerkingen. Jared Diamond verstaat de kunst om taaie stof bevattelijk weer te geven. Hij start de meeste hoofdstukken vanuit een persoonlijke ervaring. Hij verdedigt tevens een bepaalde stelling: anti-racistisch, gericht op een Amerikaans publiek en tegen specifieke Amerikaanse (en Europese) vooroordelen. Australië, Polynesië en Nieuw-Guinea krijgen proportioneel veel aandacht, omdat ze zo exemplarisch zijn en omdat hij deze gebieden het best kent. Opvallend is dat hij voor Amerika in de datering steeds de jongst mogelijke jaartallen kiest, voor Australië de oudst mogelijke. (Hij argumenteert wel telkens waarom hij zo doet, geeft alternatieve theorieën, maar bevredigt me hier niet volledig.)

Zijn boek lijdt hier en daar ook aan een zekere wijdlopigheid; hij herhaalt sommige dingen twee of driemaal, eerst kort, verderop gefundeerd uitgewerkt, nog verder krijg je een korte terugwijzing.

Hierdoor vermijdt hij weliswaar dat je telkens moet terugbladeren.

Zijn eerste hoofdstuk: "Wat gebeurde er voor 11.000 v.Chr. op de verschillende continenten" heb ik hierboven overgeslagen. Ik vind dit het minst geslaagde onderdeel van het werk. In zijn beknopt overzicht van de menselijke wordingsgeschiedenis simplificeert hij bijna karikaturaal de tegenstelling Neanderthaler - moderne mens. De herseninhoud van de Neanderthaler was niet kleiner dan de onze (p.38). En als de Cro-Magnonmens de laatste ijstijd wist te overleven omdat "... huizen en genaaide kleding getuigen van een sterk toegenomen vermogen om in een koud klimaat te overleven..." (p. 39), vertel me dan eens hoe zijn voorganger succesrijk de vorige ijstijden en een flinke brok van de laatste wist door te komen?

Deze opmerkingen beletten niet dat het boek meer dan de moeite waard is. En werkelijk verplichte literatuur voor leerkrachten geschiedenis, studenten geschiedenis en alle geïnteresseerden buiten ons vakgebied. Ik zie leerlingen het nog niet dadelijk lezen. Maar de leerkracht die het grondig gelezen heeft, zal bijvoorbeeld de Grote Ontdekkingen nooit meer op dezelfde manier kunnen geven als voorheen.

 

 

Jos Martens

Noten

ANDREWS, M., De wording van Europa. Verschuivende continenten en de ontwikkelingsgeschiedenis der naties, Brussel, BRT, 1991, 288 blz.

BRONOWSKI, J., De mens in wording (The Ascent of Man 1973), Amerongen, Gaade, 1978.

LEAKEY, R. & R. LEWIN, Nieuwe inzichten in oorsprong en ontwikkeling van de mens, Wageningen, Zomer & Keuning, 1978.

BIRKET-SMITH, K., De weg der beschaving. Inleiding tot de Ethnologie. Amsterdam - Antwerpen, Van Ditmar, 1950.

 

Bijkomende informatie over Inca's, conquistadores, Paaseiland... vind je op de Joos de Rijcke-site, knop: De eeuw van Joos

en op de website van het Instituut voor Amerikanistiek, knop: Bijdragen

en natuurlijk, last but not least, op de site van de VVLG, bij Historische onderwerpen: De conquistadores, wereldveroveraars met oogkleppen

 

Jos Martens

  

Referentie:

Jared Diamond. Zwaarden, paarden en ziektekiemen. Waarom Europeanen en Aziaten de wereld domineren. Utrecht, Het Spectrum - Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2000, 465 blz., 1395 BEF. ISBN 90 274 7160 6.



Copyright © 2001 VVLG, 20.01.2001