Historische non fiction

 

Het kasteel van Turnhout: veel meer dan lokale geschiedenis

 

Het kasteel van de hertogen van Brabant lokt nog altijd veel bezoekers naar Turnhout. Bij een recente lezing met rondleiding (14 dec. 2000) moest stadsarchivaris Harry de Kok uitwijken naar de Begijnhofkerk, omdat het aantal aanwezigen te groot was voor de raadszaal. En die kwamen uit vele hoeken van het land, tot uit Verviers.

Het kasteel is nu gerestaureerd en dit wordt gevierd met een luxueus album (1). Het beschrijft de geschiedenis vanaf de 12° eeuw tot nu, de kunstwerken, de vorstelijke en adellijke families die er resideerden, de valkenjacht en de toernooien, de twee restauraties.

Veruit het interessantste deel is de geschiedenis. Blijkbaar speelde Turnhout van de 13° tot de 18° eeuw een veel prominentere rol dan nu. Talloze hertogen van Brabant, Bourgondië, Nassau, Karel V en 20 andere keizers fungeerden tussen 1106 en 1794 als heer van Turnhout. Het epitheton ornans "Parva sive minor Bruxellae" werd rond 1400 gegeven door Johannes van Meerhout, kanunnik van Corsendonck. Jammer dat hij voor Turnhout ook geen Latijnse naam bedacht heeft en dan liefst in correct Latijn.

Vele bekende figuren gebruikten het kasteel als tijdelijke verblijfplaats. We geven enkele voorbeelden: Hertog Jan I, de overwinnaar van Woeringen in 1288 (p. 17); Filips de Stoute , hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen (27); Antoon van Bourgondië, zijn zoon, ca. 1405 - 1415 (p. 27); Karel de Stoute (1467) 1477, p. 34); keizer Maximiliaan van Oostenrijk (1480 - 1512 , p. 34 - 36); koning Christiaan II van Denemarken, Egmont, Hoorn, humaniste Mencia de Mendoza (37); keizer Karel V: zes keer tussen 1541 en 1550 (38 - 39); zijn zus Maria van Hongarije, 1546 - 1556 (p. 38, 52 - 56).

Zij bouwde het kasteel uit tot een renaissancepaleis en zorgde voor de grote bloeiperiode; zie ook het aangenaam leesbare boek van Rosine de Dijn (2), die een prachtige beschrijving wijdt aan haar en aan het kasteel.

Verdere prominenten: Filips II (als prins, want als koning geraakte hij niet verder meer dan zijn Escorial); Alva, Egmont (1550, p. 39); koningin Eleonora van Frankrijk (meerdere keren tussen 1544 en 1556 en liefst samen met Karel V; p. 38 - 39).

De Tachtigjarige Oorlog (p. 41 - 43) bracht alleen maar rampspoed: Turnhout lag in de vuurlinie, allerlei krijgsheren namen er hun intrek (o.a. Farnese), het kasteel was afwisselend in Spaanse handen, dan weer in bezit van de Nederlandse opstandelingen. In 1597 werd de noorderkant door de troepen van Maurits in brand gestoken, na hun overwinning op de Tielenheide. Daardoor verloor het zijn militaire waarde.

Bij de Vrede van Münster (1648) kreeg Turnhout een vreemd statuut: de heerlijkheid werd overgedragen aan het huis van Nassau, maar bleef verbonden aan de hertogen van Brabant en onder soevereiniteit van de Spaanse en later Oostenrijkse Habsburgers. De Nassauers moesten de katholieke godsdienst respecteren.

Amalia van Soms (1649 - 1675) ontving er schilder Jacob Jordaens (1649, p. 63), Willem II en zijn vrouw Mary Stuart (1650, p. 63), keurvorst Fredrik - Willem van Pruisen (1652), meermaals Willem III, later koning van Engeland (p. 63 - 67), dichter Constantijn Huygens, wiens roots in het nabije Weelde lagen (p. 66).

In 1702 werd Turnhout een Pruisische baronie, met o.a. Frederik II de Grote als baron (1740, p. 87). Hij verkocht zijn baronie in 1753 aan Maria Theresia (89).

In oktober 1789 vond de Brabantse revolutie plaats en de slag van Turnhout (92). De Oostenrijkers werden tijdelijk verdreven, maar kwamen nog tweemaal terug. De Franse bezetters degradeerden in 1796 / 97 het kasteel tot rechtbank en gevangenis.

Toen Victor Hugo het kasteel bezocht en beschreef in 1837 (p. 98), had het veel van zijn vroegere luister verloren: ijzeren staven ontsierden de ramen en uit het gebouw weerklonk de stem van een gevangene. Aan de andere kant hoorde hij het lawaai van de augustuskermis, nu nog altijd een jaarlijks fenomeen.

Heel de 19° eeuw bleef het fungeren als gevangenis (97 - 104). Pas in 1904 kreeg de stad een nieuwe gevangenis, een paar honderd meter verderop en voortaan kreeg het kasteel opnieuw een eervolle functie, nl. gerechtshof.

In 1908 kocht het provinciebestuur het vervallen gebouw en behoedde het voor afbraak. Jules Taeymans mocht het restaureren in pompeuze classicistisch geïnspireerde neobarokstijl, i.p.v. in laatmiddeleeuwse of renaissancistische stijl.

Die eerste restauratie kostte veel meer dan de aankoop van het gebouw zelf en duurde van 1911 tot 1921, dus even lang als de tweede (1989 - 1999).

In 1964 werd het kasteel overgedragen aan de Regie der Gebouwen, aan wie we de tweede restauratie te danken hebben.

De hoofdstukken over bouw en restauratie zijn minder boeiend, te gedetailleerd en teveel gericht op specialisten in technische aangelegenheden. Voor de leek zou hier een compleet verklarend technisch lexicon mogen bij staan. Mooi zijn wel de vele tekeningen en foto's uit diverse momenten van de voorbije 20° eeuw en de foto's van het huidige interieur.

Wat missen we in dit boek ? Een woordenlijst met niet enkel die technische termen, maar ook algemeen historische: donjon, douairière enz. In de bibliografie ontbreken historische werken, zoals dat van Johannes van Meerhout (De mirabilibus eventibus, p. 29) of dat van Latomus (Corsendonca, p. 38) of van Rosine de Dijn (zie nr. 2).

Soms staat er ook een gallicisme of belgicisme: b.v. "objectieven" i.p.v. bedoelingen (p. 61).

Vooral jammer is dat er geen register opgemaakt is: een massa eigennamen van personen en plaatsen komen op diverse pagina's ter sprake, o.m. omdat de auteur soms in herhaling valt, maar ook omdat op verschillende plaatsen telkens een beetje verteld wordt over een bepaald personage of een bepaalde locatie. Met de huidige technieken zou in een volgende druk toch een index mogen staan.

We zijn blij met de overzichtelijke stambomen van vorstenhuizen, maar de namenlijsten (97 - 112) van de gevangenisdirecteurs, voorzitters van de rechtbank, procureurs, architecten zouden beter achteraan staan. De tekst over de Regie der Gebouwen hoort daar ook thuis en niet op p. 25 - 26, te midden van de biografie van Antoon van Bourgondië.

Het is mij ook niet duidelijk wat de namen én adressen van alle mogelijke aannemers en onderaannemers doen in zo'n prachtig kunstwerk: daarvoor hebben we toch gele gidsen.

Laten we hopen dat daardoor de prijs zo laag gehouden is.

 

 

Jef Abbeel, 14 dec. 2000 - 3 maart 2001

Referentie:

1. Harry de KOK e.a., Het kasteel van de hertogen van Brabant. Geschiedenis en restauratie van het gerechtshof te Turnhout. Uitgeverij Brepols, Turnhout, 2.000. 212 p.; foto's, stambomen, tabellen, bibliografie. 37 euro of 1492 BF /fl. 81,56. ISBN 90 - 5622 - 028 - 4.

2. Rosine de DIJN, De vrouwen van de keizer. Een tocht door Europa met Karel V. Uitgeverij Van Halewyck, Leuven, 1999.283 p.; foto's, tab., stambomen. 898 BF / 22,26 euro / fl. 49,07. ISBN 90 - 5848 - 013 - 5.

Zie ook: F.E.T., 26 febr. 2.000, p. 14.



Copyright © 2001 VVLG, 18.03.2001