|
|
1. Mia Doornaert, Progressief antisemitisme bestaat niet, De Standaard, 26/01/2002
Ludo Abicht, filosoof, en Lucas Catherine, hoofd van de verkoopafdeling van het VRT-beeldarchief, ontwaren een ,,gevaar voor de democratie''. Hebben ze het over schandalig misbruik van de voorrechten van gekozenen zoals senator Jean-Marie Dedecker recentelijk demonstreerde? Helemaal niet. Het gevaar voor de democratie is dat de Vlaamse minister van Onderwijs niet van plan is een brochure die ze gepleegd hebben over het Nabije Oosten in alle scholen te laten verspreiden.
Sorry, heren, maar wie de tekst heeft kunnen inzien, vindt het integendeel een gevaar voor de democratie mocht Marleen Vanderpoorten de ,,syllabus'' wél in alle scholen verspreiden. De Vlaamse minister toont in haar reactie meer bekommernis om democratische grondbeginselen zoals bestrijding van het racisme dan de federale staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, Eddy Boutmans. Wat Boutmans met onderwijs te maken heeft is ons niet geheel duidelijk en nog minder begrijpelijk is dat hij voor ontwikkelingshulp bestemd belastinggeld wou gebruiken om de syllabus in beide landstalen op alle scholen los te laten.
Als het alleen om het door Ludo Abicht geschreven eerste deel ging van Israël-Palestina: een actueel conflict , zou er geen probleem zijn. Abicht geeft een evenwichtig overzicht van het, helaas, op sterven na dode vredesproces. Hij erkent dat de verantwoordelijkheid voor het geweld in grote mate, maar niet alleen, bij Israël ligt, dat er een objectief bondgenootschap van ,,onverzoenlijken'' aan beide zijden bestaat. Zijn stelling is -- terecht -- dat er, voor wie vrede wil, geen andere keuze is dan de aanvaarding van elkaars bestaan, dat wil zeggen van een Israëlische én een Palestijnse staat, die eerst naast en daarna hopelijk met elkaar leren leven.
Maar dan sla je de bladzijde om en kom je van een historisch overzicht in een militant pamflet van Lucas Catherine terecht, dat zelfs geen poging doet tot historische methode. Een pamflet dat bovendien -- en daar wringt hem de schoen -- geheel in de lijn ligt van de nieuwe mode in West-Europese gauchistische en sommige anti-mondialistische kringen om niet alleen hevig anti-Israëlisch maar ook anti-joods en anti-semiet te zijn.
De grote ngo-conferentie van Durban afgelopen zomer bood daar al een voorbeeld van. Ze moest, net zoals de daaropvolgende VN-conferentie die al even jammerlijk mislukte, over bestrijding van racisme en xenofobie gaan. Maar ze deed zelf mee aan racisme en onverdraagzaamheid doordat ze ontaardde in een uitbarsting van niet alleen anti-Israëlische maar ook anti-semitische scheldpartijen.
Die sfeer grijpt ook bij ons om zich heen -- zelfs P-magazine publiceerde in december een smakeloze anti-semitische column van ene ,,vrijdenker''.
De titel alleen al van het werkstuk van Catherine is duidelijk: ,,Palestina: het geroofde land''. Dat is een beschuldiging, geen situering van de problematiek.
Het bestaansrecht zelf van Israël wordt in twijfel getrokken. Bovendien ruikt de tekst naar revisionisme en anti-semitisme. De constante vervolging van joden in Oost-Europa in de negentiende eeuw, de opstoot van hevig anti-semitisme in Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk op het einde van die eeuw, de vervolging en uitmoording van de joden door de nazi's vanaf 1933,... het wordt allemaal geminimaliseerd. Hij schept de indruk dat de zionisten even erge fascisten waren als de moordenaars van de joden, dat ze met de nazi's onder één hoedje speelden.
Geregeld wordt de geschiedenis in simpele woorden de nek omgedraaid. Een van de vele voorbeelden is het zinnetje over Theodor Herzl, de theoreticus van het zionisme. ,,Anders dan progressieve joden als Moses Mendelsohn of Karl Marx, die een oplossing zochten in een bundeling van alle progressieve krachten tegen al wat reactionair was, en dus ook tegen het anti-semitisme, zocht hij het in de vlucht.''
Een soortgelijk simplisme, dat bol staat van historische fouten, is zelfs geen maoïstisch handboek over Marx voor beginnertjes waardig.
Om te beginnen was Karl Marx nooit voor een bundeling van ,,alle progressieve krachten''. Hij leefde in Londen in onmin met zowat alle andere Europese revolutionairen die daar een toevlucht gevonden hadden. Hij verketterde de voorvechters van individuele en burgerrechten als bourgeois-watjes. In zijn essay De joodse kwestie en andere geschriften maakt hij brandhout van de Franse revolutionairen die na 1789 de Verklaring van de Rechten van de Mens afkondigden. Hij bevocht alle progressieve krachten die de inidividuele rechten wilden versterken want hij bepleitte een maatschappij waarin de burger een louter ,,generische'' politieke mens wordt die geen ruimte krijgt voor individueel denken en handelen.
Marx keerde zich ook helemaal niet tegen het anti-semitisme, hij deed er integendeel aan mee. Zijn vader Herschel, die uit een familie van rabbijnen stamde en advocaat was in Trier, had zijn naam in Heinrich veranderd en zich tot het christendom bekeerd om aan de anti-joodse wetten te ontsnappen. Desondanks (of daarom?) lag de zoon, die met een Pruisische aristocrate getrouwd was en daar trots op was, erg overhoop met zijn joodse afkomst. Hij vond niet dat de joden geëmancipeerd moesten worden, hij schreef dat integendeel ,,de maatschappij moet ontheven worden aan de joden''.
En dan is er die ,,vlucht'' waarvoor Herzl ,,koos''. Koos? Herzl was een telg van een Weense, liberale joodse familie. Hij dweepte met Wagner, was als jongeman een bewonderaar van Bismarck, en beschouwde zoals zovele joodse bourgeois de Duitsers als hét voorbeeld van een Kulturvolk . De jonge Herzl geloofde in integratie en assimilatie. Als student was hij lid van een Duits-patriottische fraterniteit, ,,Albia''. Hij dronk bier, zong drankliederen en vocht het riteel duel uit met een lid van een andere club waarbij hij het even rituele lidteken in het gezicht, symbool van Duitse mannelijkheid, verwierf.
Maar Herzl moest vaststellen dat patriottisme en assimilatie niet volstonden. Toen er in 1873 een beurskrach plaatsvond, kregen de joden de schuld. Toen de leden van Herzls oude fraterniteit in 1883 Wagners dood herdachten was het uitgerekend zijn gewezen studievriend, Hermann Bahr, die in een brullende toespraak aankondigde dat het Arische pangermanisme zou zegevieren en dat het anti-semitisme de Duitse Geist zou vernieuwen.
In diezelfde tijd werd in de Franse republiek, die seculier en tolerant heette te zijn, de joodse officier Alfred Dreyfus op valse beschuldigingen veroordeeld, midden in een uitbarsting van het hevigste anti-semitisme.
Is het zo verwonderlijk -- en is het dan zo'n laffe ,,vlucht''? -- dat niet alleen joden uit het achterlijke en hevig anti-semitische Oost-Europa maar ook liberale bourgeois als Herzl het gevoel kregen dat het anti-semitisme onuitroeibaar was, dat integratie en assimilatie verloren moeite waren? En kwam de nazi-barbarij -- die in de brochure met één tussen haakjes staande tussenzin wordt afgedaan -- hen geen gelijk geven?
Heel die geschiedenis wordt afgedaan met zeer selectieve citaten van zionisten die het geheel een revisionistische toon geven.
En uiteraard vind je geen enkel van de talloze citaten van Arabische leiders en media die vanaf de oprichting van Israël steeds weer herhaalden dat alleen de totale vernietiging van die staat de Arabische wereld kon bevredigen. De overlevenden van een volk dat op barbaarse wijze uitgemoord was, zonder dat de rest van de wereld daarover een vin verroerde (de Tweede Wereldoorlog is niet om de joden gevoerd), waren uiteraard bijzonder achterdochtig en verkrampt ingesteld. Als hun buren dan ook nog voortdurend plannen aankondigden om ze ,,voor goed in zee te gooien'' (dixit bijvoorbeeld de Syrische minister van Defensie, Hafiz Assad, op 24 mei 1966), kon die verkramping alleen maar verergeren.
Menachem Begin beschreef die gevoelens bijzonder welsprekend, toen hij als premier van Israël op 26 maart 1979 in het Witte Huis de Camp David-akkoorden met Egypte bekrachtigde. Hij sprak het woord vrede in het Hebreeuws en Arabisch uit, shalom, salam, forever . En hij zei een dankgebed dat hij ,,als kind geleerd had in het huis van vader en moeder, die niet meer bestaan, omdat ze onder de zes miljoen mensen waren -- mannen, vrouwen en kinderen -- die de naam van de Heer heiligden met hun bloed dat van de Rijn tot de Donau, van de Bug tot de Volga de rivieren van Europa rood kleurde omdat -- en alleen omdat -- ze als joden geboren waren; en omdat ze geen land hadden dat van hen was, of een moedig joods leger om ze te verdedigen. En omdat niemand, niemand, hen kwam redden hoewel ze riepen 'Red ons, Red ons!' de profundis , vauit de diepte van de put en de stervensnood.''
Bijzonder bedenkelijk is dat de ondertoon van zijn deel van de brochure de conclusies van Abicht tegenspreekt. De teneur van Catherines verhaal is duidelijk dat Israël géén recht van bestaan heeft. Steeds weer wordt dat land voorgesteld als een product van kolonialisme en racisme. De onafwendbare conclusie is dus dat de strijd tegen kolonialisme en racisme, die de vorige eeuw tot de nationale onafhankelijkheid van de gekoloniseerden en de verdwijning van het Zuid-Afrikaans apartheidsregime leidde, nog moet voltooid worden door de verdwijning van Israël.
Als dit soort indoctrinatie de ,,mondiale vorming'' is waarmee Boutmans de schoolgaande jeugd wil zegenen, heb je zin om te huilen over de verspilling van geld dat beter voor echte ontwikkelingshulp zou gebruikt worden.
Als de Vereniging van Vlaamse Leraren die tekst als een syllabus ,,voor beter begrip'' van de ingewikkelde situatie in het Nabije Oosten beschouwt, vraag je je af of die mensen de tekst gelezen hebben; of ze überhaupt kunnen lezen. (eigen cursivering)
Als zo'n tekst gepromoot wordt door een staatssecretariaat dat onder de verantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Zaken valt, rijst de vraag of België zijn politiek veranderd heeft en nog achter de VN-resoluties staat die het bestaansrecht van Israël erkennen.
Als de enige partij die over die tekst een parlementaire vraag heeft gesteld het Vlaams Blok is, dan staan de zaken op hun kop en getuigt dat van waardeblindheid bij de democratische partijen.
Gelukkig is er blijkbaar nog een minister van Onderwijs die geen racistisch getinte pamfletten op de scholen wil loslaten. Maar haar besluit wordt opnieuw aangegrepen voor een anti-joodse hetze door suggesties en beschuldigingen dat het hier om een laffelijke ,,censuur'' gaat die door een joodse campagne is ingegeven. Alsof alleen joden bezwaar zouden maken tegen de trend waarin kritiek op Israël -- die niet alleen mág, maar ook móet, want Israëls huidige politiek is noodlottig -- steeds meer anti-joodse en anti-semitische accenten krijgt.
Wat ook de nieuwe politieke mode in zogenaamd progressieve kringen moge zijn, voor anti-semitisme geldt hetzelfde als voor alle andere vormen van racisme: er bestaat geen progressieve, geen vrijzinnige, geen democratische vorm van, net zo min als er koud vuur kan bestaan.
Mia Doornaert is redactrice van deze krant.