Historische non fiction

 

Maya-klederdrachten: een geweven wereldbeeld

 

Holsbeke, M. & J. Montoya (red.), 'Met hun handen en hun ogen.' Maya-textiel, spiegel van een wereldbeeld. Tentoonstellingspublicatie, Antwerpen, Etnografisch Museum, 2003, 176 blz.

 

Wie ooit Guatemala bezocht, is verrukt thuisgekomen met dia's van eerbiedwaardige tempelpiramides en Maya-vrouwtjes in hun pittoreske, kleurige traditionele klederdracht. Toen John Lloyd Stephens in 1839 de overwoekerde ruïnesteden herontdekte, was hij een der weinigen die in zijn 'Incidents of travel in Central America, Chiapas and Yucatan'(1841) de mening verdedigde dat de schitterende cultuur van weleer was voortgebracht door de voorouders van de huidige bewoners.

De oude ceremoniële centra werden verlaten en prijsgegeven aan de jungle; de Maya zelf echter verdwenen niet. Ondanks de ingrijpende omwentelingen van de Spaanse conquista, de kolonisatie en andere 'vreemde' invloeden, houden ze nog steeds vast aan hun talen, religieuze tradities en vooral aan hun traditionele geweven kleding, hun traje. Maya-weefsels spreken stil maar met expressieve kracht en brengen diverse betekenissen over. Volgens eeuwenoude technieken en met het traditionele heupgetouw, weeft de Maya-vrouw haar persoonlijke geschiedenis en haar beleving van het Maya-zijn in haar creaties. Haar kleding is haar geheugen waarin ze de herinnering bewaart aan de mythische verhalen en aan het van generatie op generatie overgeleverde wereldbeeld.

Het Etnografisch Museum te Antwerpen bracht honderden stuks schitterend Maya-textiel, waaronder 55 volledige kostuums, samen in een unieke tentoonstelling. De bijbehorende publicatie, die we hier voorstellen, is meer dan een tentoonstellingscatalogus: het is een even uniek standaardwerk over textiel en zijn kosmologische achtergronden, een diepgaande visuele kennismaking met klederdrachten via fotografen met wereldfaam, maar evenzeer met een wereldbeeld dat totaal verschilt van het onze.

 

Klederdracht is een taal.

Het voornaamste verschil tussen mode en traditionele klederdrachten ligt in de historische continuïteit van de laatste, terwijl de dictatuur van de eerste ons jaarlijks verplicht onze garderobe aan te vullen. Vluchtigheid en snelle verandering kenmerken de hedendaagse westerse mode. (En, voegen wij eraan toe: merkenverdwazing! Voor een T-shirt met opvallend merk betalen wij grif een veelvoud van de normale prijs.)

Een ander fundamenteel verschil tussen mode en klederdrachten heeft te maken met de productiewijze en in het bijzonder met het statuut van de maker of ontwerper. Bij de Maya is het vervaardigen en dragen van traditionele kleding een collectieve daad, waarbij het individu naar de achtergrond verdwijnt. Hoewel de individuele weefsters trots zijn op hun werk en zich zeker niet als slaafse navolgers van de traditionele patronen zien, is het niet door associatie met bepaalde individuen dat klederdracht haar prestige verwerft. Werkend voor eigen beperkte markt van familie of dorp is de weefster slechts in kleine kring bekend. Als een tweede of 'sociale huid' vormt de traje een middel tot zelfexpressie waarmee de Maya aantonen tot welke groep zij in de samenleving behoren.

 

Textiel als tekst. Maya-klederdrachten en hun boodschap.

De totale Maya-bevolking wordt tegenwoordig op meer dan 6.000.000 geschat, iets meer dus dan er Vlamingen zijn. Zij spreken 28 talen en bewonen een gebied dat zich uitstrekt van de zuidelijke staten van Mexico over Guatemala en Belize tot het noorden van Honduras en El Salvador.

De hedendaagse Maya-cultuur is het resultaat van bijna vijfhonderd jaar contact tussen de inheemse bevolking en de westerse wereld. In die uitwisseling speelt textiel, vroeger en nu, een prominente rol.

Vergelijken we de kleding van de precolumbiaanse Maya op vazen, codices en reliëfs met die van hun hedendaagse nakomelingen, dan merken we een opvallende continuïteit, zeker wat de vrouwen betreft. De huipil (mouwloze bloes) vinden we bij nagenoeg alle Maya-groepen. De rok is doorgaans een rechte lap stof, als wikkelrok gedragen en opgehouden met een geweven gordel rond de heupen. Traditionele Maya-kleding is nu, net zo min als vroeger, op maat gesneden, maar bestaat uit rechthoekige panden, die rond het lichaam worden gewikkeld en dus een minimum aan naaiwerk vereisen. Dit heeft alles te maken met het weven op het heupgetouw dat al meer dan tweeduizend jaar zowel in Noord- als Zuid-Amerika in zwang is. Dit getouw beperkt de breedte van de weefsels tot de reikwijdte van de weefster en laat ook slechts een beperkte lengte toe. Voordeel is dat het weven minder planning vergt dan een Europees trapgetouw en het de weefster toelaat haar verbeelding tijdens het creatieproces de vrije loop te laten. Het resultaat is doorgaans een vrijer en ingewikkelder patroon, met een ritmisch geheel van motieven.

Zeker voor feestelijke gelegenheden wordt er veel belang gehecht aan het kapsel dat met kleurige banden tot indrukwekkende composities wordt opgebonden en/of met linten doorweven. Als je de haartooi van sommige hedendaagse Maya-vrouwen vergelijkt met een Jaina-beeldje uit ca. 650 na Chr., is de overeenkomst verbluffend!

Bij de mannenkledij is het verschil met de precolumbiaanse periode veel groter. Voornaamste kledingstuk was toendertijd de lendendoek. Maar dat vonden de Spanjaarden een veel te onzedige bedekking. Er werden allerlei vormen van broeken, pantalones, hemden, vesten en hoeden opgelegd. Toch hebben wikkelrok en hoofddoek zich nog op enkele plaatsen gehandhaafd. De hoofdbedekking wordt zelfs nog veelvuldig gedragen bij de ceremoniële kledij van de cofradías.

Aardewerk, beeldjes Eiland Jaina ca.650 nC

Vrouw met haarband, Tamahú 1994

Vrouw met haarband, Tamahú 1994

Cofradía: door de Maya 'bekeerd'

Een cofradía is een religieuze broederschap die een bepaalde heilige vereert en/of zich met liefdadigheid bezighoudt. De cofradias staan al vijfhonderd jaar lang in het centrum van het spirituele leven in de gemeenschappen. Ze zijn door de katholieke kerk ingevoerd tijdens de koloniale periode om het geloof te propageren, maar net als andere instellingen werden ze spoedig 'gemayaniseerd', waarbij elementen uit de autochtone en de Europese cultuur werden vermengd: met behulp van de cofradías 'bekeerden' de Maya de katholieke heiligen tot hun geloof in plaats van andersom.

Zo zijn de Maya erin geslaagd om hun traditionele wereldbeeld, dat er voor alles op gericht is om door offers de cyclische hernieuwing van de kosmos te bestendigen, binnen te smokkelen in het opgedrongen katholicisme. Creatief als ze waren, vonden ze in het uitgebreide pantheon van Spaanse heiligen de ideale belichaming van hun eigen goden. Ook het Spaanse gebruik om heiligenbeelden aan te kleden, gaven ze een plaats binnen hun eigen denkwereld. Zoals ze het vroeger met hun eigen godenbeelden deden, kleden zij de heiligen in lokale klederdracht en transformeren hen aldus in Maya-heiligen. Zo maakten we het in 1987 zelf mee dat de heiligenbeelden in San Juan Chamula (Chiapas, bij San Cristobal de las Casas) als straf met het gezicht naar de muur waren gezet, omdat ze een brand in de kerk niet hadden voorkomen! In hetzelfde dorp treffen we nog een frappant voorbeeld aan van transculturatie: de vier groengeschilderde kruisen op een heuveltop nabij de toegang houden verband met het Maya-wereldbeeld in plaats van met het katholieke geloof.

Net zoals in de precolumbiaanse tijd het geval was voor de politieke en religieuze elite, onderscheiden de leden van de cofradías zich van de rest van de gemeenschap door hun ceremoniële kleding en waardigheidstekens, als scepters en sieraden, die tegelijk ook hun rang binnen de instelling aangeven.

De ceremoniële kleding visualiseert de deelname aan de herschepping en hernieuwing van de wereld. Zo vertoont in Santiago Atitlán de lange huipil, gedragen door de vrouw van het hoofd van de cofradía, rond de hals een patroon van verschillende driehoeken. Die verwijzen naar de vulkanen rond het meer van Atitlán. De ronde halsopening stelt het meer zelf voor. Het Atitlánmeer is in hun wereldvisie de plaats van de schepping en tegelijk de toegang tot de wereld van de goden en de voorouders. Wanneer de vrouw haar hoofd door de halsopening steekt, staat ze bijgevolg in de as, het centrum van de wereld.

Zeker tot in de jaren 1960 was de lokale verscheidenheid in de klederdrachten groot. De kostuums verschilden zowel in de vormgeving, de gebruikte materialen en de motieven als in het kleurgebruik en de weefseltextuur.

De herkomst van de verschillende klederdrachten is tot op heden in grote mate herkenbaar gebleven. Dit komt omdat alle vormelementen, met hun communicatieve symboliek, zo diep zijn ingebed in de gemeenschapstradities. Dat wil niet zeggen dat de kledingstijlen onveranderlijk zijn of dat de weefsters hun persoonlijke voorkeuren niet in hun creaties kunnen verwerken. Als je huipiles of pantalones naast elkaar ziet, die met veertig jaar verschil in eenzelfde streek werden vervaardigd, merk je duidelijk de evolutie. Voor mij een bevreemdende ervaring: ik dacht dat traditionele kledij op een bepaald ogenblik gefixeerd werd in de tijd en dan ongewijzigd bleef in onveranderlijk overgeleverde motieven. Ook dit wijst weer op de mentale flexibiliteit van de Maya. Toch vinden veranderingen slechts gradueel plaats en leiden nooit tot radicale breuken met het verleden. Elk nieuw stijlelement ontstaat als een variatie op een ouder kenmerk, ook wat de persoonlijke inbreng van de weefster betreft. Deze nadruk op conformiteit en continuïteit heeft ertoe geleid dat het nooit tot een breuk is gekomen met het precolumbiaanse verleden, ondanks alle invloeden van buitenaf zoals de Spaans-koloniale en westerse modes, nieuwe materialen en technieken.

Integendeel: de Spaanse overheersing veroorzaakte dat de Maya zich zeer sterk gingen terugplooien op zichzelf. Doordat het hen hielp hun spirituele onderwerping af te wijzen, werd hun voorouderlijke verleden het zwaartepunt van hun cultuur en kreeg het een subversieve, politieke dimensie die nooit eerder had bestaan. En hun traje zou een opmerkelijke rol spelen in dit historische drama. Zo gebruikten de Maya de motieven en zelfs de vormen van hun weefsels om esoterische betekenissen over te brengen die alleen zij begrepen.

De sleutel tot interpretatie ligt in een voor het westers denken vreemde intertekstualiteit, door de van oudsher in de cultuur ingebedde verbanden tussen verschillende betekenisvolle handelingen. Voor de Maya is er geen onderscheid tussen de kunsten 'van de stem' (taal) en 'van de hand' (technologie). Motieven en patronen zijn te begrijpen als schematische tekens die symbolisch naar de werkelijkheid verwijzen, maar moeten worden aangevuld door een verbale interpretatie.

Daarbij bestaat er in de traditionele samenlevingen niet zoiets als artistieke specialisatie. Kunstenaars bedrijven er niet alleen verschillende kunstvormen tegelijk, maar doen daarnaast ook nog aan landbouw, bakken tortilla's, zorgen voor hun kinderen en hun gezin...

Ook schrijven wordt in brede zin gebruikt en slaat op vaardigheden die het domein van taal en technologie met elkaar verbinden. Door deze intertekstualiteit op basis van metaforen en symbolen, wordt er in het denken van de Maya een verband gelegd tussen de goddelijke schepping van de wereld, het aanleggen van een milpa, een veld voor maïs, het bouwen van een huis, de offers op de altaren en het weven. Stuk voor stuk zijn het sacrale daden, die telkens opnieuw de wereld herscheppen en de scheppende kracht van de begintijd regenereren. Zo verwijzen veel termen in verband met het weven naar schepping en geboorte, net zoals veel patronen in het textiel dat doen.

Als we nu teruggaan naar het religieuze systeem van de cofradías, waar de mannen de teksten reciteren en de vrouwen de ceremoniële weefsels vervaardigen, dan is het duidelijk dat beiden dezelfde boodschap uitdragen, de enen op verbale, de anderen op visuele wijze.

 

Bloedige repressie en verandering

Als gevolg van de militaire dictatuur en het sinds 1960 opgelaaide geweld tegen de inheemse bevolking, is veel culturele stabiliteit van het verleden verloren gegaan, vooral in het hoogland van Guatemala. Door de stompzinnige, onvoorstelbaar wrede repressie zijn minstens 200.000 mensen vermoord -voor het overgrote deel Maya- en miljoenen anderen in binnen- en buitenland op de vlucht gejaagd. Officieel kwam aan het bloedvergieten een einde in 1996. Het heeft echter diepe sporen gegrift in de zielen. Het bezit van een katholieke bijbel of het dragen van traditionele klederdracht was al voldoende om als 'communist' gebrandmerkt en afgemaakt te worden. De diverse protestantse sekten, die tot in de verste uithoeken hun gebedshuizen hebben neergepoot, verbieden in sommige gevallen zowel het dragen van traditionele traje als het deelnemen aan de eeuwenoude rituelen binnen de cofradías. Vrouwen, die naar de stad vluchtten, ruilden vaak hun eigen lokale dracht voor een traje uit een ander dorp of gingen zich westers kleden uit vrees voor vervolging. Dit heeft een onverwacht gevolg. Vooral hoger opgeleide Maya-vrouwen voegen vaak kledingstukken uit verschillende streken samen tot een nieuw geheel. Door hun kleding willen ze zich niet langer met een bepaalde regio identificeren, maar zich voor alles als Maya manifesteren. Eens te meer hebben ze van de traditionele kleding een politiek wapen gemaakt, een stilzwijgende maar daarom niet minder krachtige vorm van verzet. Boegbeeld van deze beweging is Rigoberta Menchu, Nobelprijs voor de Vrede 1992, die telkens zij publiek optreedt het recente fenomeen van de pan-Maya mode promoot.

 

De motieven op Maya-textiel. Spiegels van een wereldbeeld

Julia Montoya, bestuurslid van het Instituut voor Amerikanistiek, gaat dieper in op het wereldbeeld van de Oude Maya en de uitbeelding ervan in mythen en textiel. Ze geeft een heldere uiteenzetting over deze toch niet zo gemakkelijke materie, gelardeerd met talrijke schema's en tekeningen. Haar betoog is interdisciplinair en multimediaal uitgebouwd, steunend op wetenschappelijk onderzoek van experts, archeologie, diverse kunsttakken en onophoudelijke parallellen tussen verleden en heden.

De mythe vervult een heel belangrijke functie in de maatschappij. Ze houdt de traditie levendig; zij bewaart heel efficiënt de oude kennis en zet die om in een kern die nieuwe verworvenheden assimileert en opneemt. Het mythische verhaal organiseert de kennis, ordent de kosmos en geeft een verklaring over de gemeenschap, de natuur en de mensheid. De mythe zorgt voor de regels die het dagelijks leven voorspellen en in goede banen leiden. Sommige mythen, zoals die van de wereldboom die de kosmos stut, overschrijden de grenzen van het Maya-gebied. Ze zijn verspreid over heel Meso-Amerika en kennelijk oeroud. Zij vormen met al hun varianten toch een coherent geheel, dat diende als ideologisch kader voor alle precolumbiaanse gemeenschappen(p. 102).

Dat mythen beelden oproepen die terug te vinden zijn op precolumbiaanse vazen, reliëfs of codices, is dus heel begrijpelijk. Dat ze vijfhonderd jaar onderdrukking hebben overleefd en terug te vinden zijn in hedendaagse weefsels is niets minder dan een mirakel. Zeker als je weet dat de voorbije halve eeuw herhaaldelijk is geponeerd dat de traditionele Maya-kledij het jaar 2000 niet zou halen. Niet alleen is dat wel gebeurd, maar de traditie is nog springlevend, ondanks de funeste druk van moderne globalisatie en de nefaste invloed van vervlakkende media als film en televisie. De mythische boodschap van een beeld of een motief voert ons terug naar het ontstaan van de kosmos en van de tijd. Zo kan een huipil met motieven als de slang of de levensboom een beeld geven van ideeën die voor het eerst vorm kregen bij de Olmeken, 3000 jaar geleden. De hedendaagse weefster ontwerpt en voert die motieven uit volgens de oude traditie, maar terzelfdertijd past zij ze aan de nieuwe mogelijkheden aan.

Op de moderne weefsels komen de motieven nooit afzonderlijk voor, maar steeds in combinatie met andere, zodat ze elkaars betekenis versterken. (Dit was, als we mogen afgaan op de illustraties op vazen, codices of reliëfs, ook reeds het geval bij de Oude Maya.) De auteur onderzoekt dan hoe die motieven als de slang, de ruitvorm, de tweekoppige adelaar, de wereldboom of de maïsplant ingeweven worden. Voor haar interpretatie gaat ze te rade bij de diverse reeds vermelde klassieke bronnen. Uit onderzoek van andere experts en uit haar contacten met hedendaagse weefsters bleek hoe goed die nog op de hoogte zijn van de oorspronkelijke mythen achter het al dan niet geabstraheerde motief! Gewoon verbazingwekkend! Slechts één keer vermeldt ze bij figuurtjes van een man en een vrouw: "Hun echte betekenis schijnt in de loop der tijden verloren te zijn gegaan, hoewel ze nog veelvuldig worden afgebeeld." (p. 107)

 

Kosmologisch denken in het Westen

Een eigen opmerking, die je niet terugvindt in het boek: hoe vreemd de kosmologische globaalvisie van de Maya ons ook mag voorkomen, in West-Europa kenden wij een analoge wereldvisie, hoewel de vormgeving sterk afwijkt van wat we in Maya-textiel ontmoeten. Dit bleef zo totdat de Renaissance en het rationalisme stukje bij beetje een denkpatroon doorbraken dat in wezen gedurende millennia het collectief onderbewuste van de hele mensheid beheerste. Sporen van dat holistisch denken zijn terug te vinden in de kalenders van religieuze handschriften. Die zijn, anders dan de onze, geen jaar- maar eeuwigdurende kalenders, geconcipieerd tot het einde der tijden. De kalender representeert niet alleen de lineaire tijd, die zich in ieder mensenleven voltrekt, maar ook en vooral de religieuze, de kosmische en de circulaire tijd. Het is een uiterst complex begrip dat zeer nauw met het wereldbeeld is verbonden. Dit vindt u uitgewerkt in Kalender en wereldbeeld in de kunst van de Nederlanden, in: Hermes nr. 29, 2003/4, p. 4-10, waaraan ik bovenstaande zinnen ontleen.

Vanuit de overvloed aan informatie die ons elke dag overspoelt, is het bijna onvoorstelbaar dat het beeld in de Europese Middeleeuwen een bijzondere, zelfs magische kracht had. Miniaturen in manuscripten waren de dragers van een cultuur waarin het beeld een sacrale betekenis had en met de uiterste zorg werd omgeven.

Die zelfde visie vind je niet alleen in de getijdenboeken, maar ook op schilderijen en voorwerpen uit de toegepaste kunsten zoals zilver, textiel, meubels en beeldhouwwerken.

Beperken wij ons hier tot textiel, om aan te sluiten bij het onderwerp van dit artikel. Met name de wandtapijten vertellen verhalen en verhalen mythen, net als het Maya-textiel. Een volledige synthese van het toenmalige westers wereldbeeld tref je aan op Los Honores, de magistrale reeks van 9 gigantische wandtapijten die in 1519 geweven werd voor de kersverse keizer Karel V. Natuurlijk, net als in de schilderijen van de Vlaamse Primitieven is de vormgeving realistisch en dus niet te vergelijken met de vormentaal van de Maya. Maar zonder een ruime culturele achtergrondkennis kun je alleen het technisch vakmanschap bewonderen, doch begrijp je evenmin wat je ziet, ondanks de talrijke ingeweven 'teksballonnen'. Niet voor niets spreekt men van symbolisch realisme.

 

Laudatio

De volledige bespreking van een ongelooflijk rijk boek als dit is in feite onbegonnen werk. Elke bladzijde, elk onderdeel is belangrijk. Je moet het hele werk lezen en herlezen. De talloze foto's in kleur of nostalgisch sepia, de vele afbeeldingen van vazen en reliëfs zouden er een prachtig kijkboek van maken, als ze niet zo functioneel geïntegreerd waren in de tekst. Tijdens de ongelooflijke zomermaanden van 2003 heb ik wekenlang bijna dagelijks in het boek gelezen, teruggebladerd, genoten. Het is een synthesewerk, waarin de meest recente wetenschappelijke resultaten van tientallen jaren veldwerk in bevattelijke taal zijn verzameld. De verschillende bijdragen bezitten daarbij een eigenschap die de meeste soortgelijke boeken ontberen: ze zijn complementair, op elkaar ingespeeld, houden rekening met de andere auteurs, belichten de problematiek telkens vanuit een verschillende invalshoek. Veel van die kwaliteiten zijn te danken aan de onverdroten toewijding van de co-curatoren, maar ook aan intensief en permanent internationaal contact via die verrukkelijke, bliksemsnelle hypermoderne uitvinding: internet en e-mail.

De samenstellers hebben hier de multi-mediale intertekstualiteit bereikt, die ze aan de Maya toeschrijven.

Aan de hand van zeven essays van Robert S. Carlsen, William F. Morris Jr. en Carol Karasik, Cecilia Vicuña, Irma Alicia Velásquez Nimatuj, Barbara Knoke de Arathoon en Rosario Miralbés de Polanco, Julia Montoya en Mireille Holsbeke wordt een ruim kader geschetst waarbinnen het hedendaagse Maya-textiel kan worden gesitueerd. Volgende thema's komen erin aan bod:

Dit rijk geïllustreerde boek verschijnt in het Nederlands en Engels.

Het kost 30 euro; de hardcoverversie 50 euro. Geïnteresseerden in het buitenland kunnen de Engelse versie verkrijgen via het internet: www.mayatextiles.net

 

Noten

over de Maya: Grube, N. (red.), Maya. De goddelijke koningen van het regenwoud, Keulen, Könemann, 2000, 480 blz. Een standaardwerk en eerste grootse poging tot synthese.

Meer over Europese en vooral Vlaamse handschriften vind je op: "Handschriften en boekdrukkunst", met talloze links naar boeken en websites.

Zie ook: Meesterlijke Middeleeuwen voor Vlaanderen 2002, in: Hermes, nr. 25, dec. 2002, p. 24-27.

Voor het symbolisch realisme van de Vlaamse Primitieven, zie: "Van Eyck als informatiebron".

Voor het kosmologisch denken blijft het standaardwerk: Wildiers, M., Kosmologie in de westerse cultuur, Kapellen, DNB/Pelckmans,1988.

Zie ook: Martens, J., "Lucifer en het wereldbeeld van Vondel", in: Nova et Vetera, jrg. LXXI, 1994, nr.5, p. 356-374;

"De Vier Jaargetijden in de kunst van de Nederlanden. 1500-1750"; Hermes nr. 29.

Vandendriessche, G., De vergeten taal der vier elementen en temperamenten, inlegboekje bij de gelijknamige cd-i, 1996.

 

Over wandtapijten:

Delmarcel, G., Koninklijke pracht in goud en zijde. Vlaamse wandtapijten van de Spaanse Kroon, Mechelen, 1993.

Delmarcel, G., Los Honores. Vlaamse wandtapijten voor keizer Karel V, Antwerpen, Pandora, 2000.

Een beknopte introductie over Los Honores vind je eveneens op de Joos-site. Los Honores bestaat uit 9 tapijten, 5 m hoog en 8 à 10 m breed, 403 vierkante meter in het totaal, met voorstellingen van 336 personen!

Jos Martens



Copyright © 2003 VVLG, 11.10.2003