Historische non fiction

 

Een eeuw beeldende kunst in Limburg

 

Raskin, L. Een eeuw beeldende kunst in Limburg, 1900 - 2000. Hasselt, Concentra, 2004, 285 blz., 75 euro.

 

Een overzicht geven van de artistieke ontwikkelingen in de provincie Belgisch-Limburg, was tot nu toe zo goed als onbegonnen werk. Bij gebrek aan overzichtelijke kunstpublicaties en representatieve museale verzamelingen die naar het verleden verwijzen, is het logisch dat kennis van en inzicht in de evolutie van de kunst vaak totaal ontbreekt.

Met zijn boek Een eeuw beeldende kunst in Limburg vult Ludo Raskin werkelijk een hiaat op. 280 bladzijden, 250 illustraties en meer dan veertig jaar ervaring in de culturele sector had hij hiervoor nodig.

Hij vertelt een verhaal dat begint in het midden van de 19de eeuw. Vanaf dan kent kunst in Limburg een gestructureerd verloop. Met religieus-historische schilders Godfried Guffens en Louis Hendrix als eerste namen om te onthouden. Vanaf 1870 ontdekken ook schilders van buiten de provincie het ongerepte heidelandschap dat ze in realistische en later impressionistische stijl afbeelden.

Pas na de Tweede Wereldoorlog wordt het kunstonderwijs in Limburg behoorlijk uitgebouwd. De breuklijn rond de jaren 1950 snijdt ook Raskins boek doormidden. De honderd belangrijke kunstenaars wier portretten de kern van zijn boek vormen, zijn verdeeld in dertig voor en zeventig na 1950.

Voorts stelde Raskin een documentair gedeelte samen. Daarin ordent hij duizend kunstenaars volgens alfabet en discipline en brengt hij de hele Limburgse beeldende kunstensector overzichtelijk in kaart: initiatieven van het provinciebestuur, kunstkringen, verenigingen, kunstonderwijs, galeries…

Al wie in Limburg geboren is of wie er geruime tijd geleefd, gestudeerd en/of gewerkt heeft, wordt als Limburger beschouwd en in de lijst opgenomen.

Vreemd eigenlijk dat een dergelijk naslagwerk tot op heden nog niet bestond. In een interview zegde de auteur hierover: "Met dit boek wil ik de mensen een geheugen geven, zorgen dat onze kunstgeschiedenis niet verloren gaat."

Een bespreking brengen die het werk volkomen recht laat wedervaren, is een quasi onmogelijke opdracht. Laat ons volstaan met te zeggen dat het niet alleen een prachtig kijkboek is, maar werkelijk een onmisbaar naslagwerk dat we een verdiende ruime verspreiding toewensen.

Paul Bamps, De Ossekop, gouache ca. 1890.

Paule Nolens (°1924), Figuur, 2004, olie op doek.

Jos Martens



Copyright © 2004 VVLG, 22.12.2004