Historische non fiction

 

Van Azoren tot Zuidpool: kleine en grote kolonies van België

 

Het verhaal van het Belgische kolonialisme beperkt zich meestal tot Kongo, Rwanda en Burundi. Patrick Maselis, specialist in geschiedenis van communicatie via de post, inventariseerde alle expedities en volksplantingen vanaf 1451 tot 1962.

In 1451 trokken 17 Vlamingen in dienst van Portugal naar "de Vlaamsche en Canarische eilanden". Op de Azoren introduceerden zij windmolens om graan te malen, ossenkarren, begijnenmantels en kantwerk, maar hun Vlaamse taal moest het al vlug afleggen tegen het Portugees. Op de Canarische eilanden ontstond een "Vlaamse natie" of "Nacion flamenca" tussen 1550 en 1600. De Spanjaarden hadden de eilanden tussen 1342 en 1495 veroverd op de Guanches, de oorspronkelijke bewoners. Suikerhandelaars uit Antwerpen richtten er suikerrietplantages op. Hun namenlijst beslaat 2 pagina's. Nu zijn er nog huizen en straten met Vlaamse namen.

In New York deden de Walen het beter: in 1623 emigreerden Waalse en Franse hugenoten en stichtten er Nova Belgica. Ze waren lid van de W.I.C., in 1621 opgericht door de naar Amsterdam uitgeweken Antwerpenaar Willem Usselincx. Pierre Minuit uit Ohain in Waals Brabant werd er in 1625 gouverneur en kocht het eiland Manhattan van de Mohawks.

In de namenlijst staat ook de Waalse familie Delannoye du Champ de Roses. Maselis beweert dat nakomelingen hiervan hun naam vernederlandsten tot Delano-Roosevelt en dat de presidenten Theodore en Franklin Delano Roosevelt dus Waalse i.p.v. Nederlandse wortels hebben (41).

Deze originele vondst wordt tegengesproken door de Franklin Roosevelt Library (fdrlibrary), die bij "family" stelt dat de Roosevelts afstammen van de Nederlander Claes Martenszen van Rosenvelt, die samen met zijn vrouw Jennetje in 1649 in Nieuw Amsterdam aankwam.

De volgende etappe was de 18° eeuw, met de Oostendse en Aziatische Comgagnie. Oostende werd uitgekozen, omdat de Noordelijke Nederlanden de scheepvaart op de Schelde verstoorden van 1585 tot 1795 (en van 1830 tot 1863). Vanuit Oostende voer men op Portugese kolonies in Afrika, Indië en China. Ook hier krijgen we namenlijsten van reders, kapiteins, bestuurders en aandeelhouders, bijna allemaal "Vlamingen" in de huidige betekenis. De Compagnie stichtte twee kolonies in Indië: Cabelon bij Madras en Banquibazar bij Calcutta. Ze had ook 6 handelshuizen, waarvan één in Kanton / China.

De Oostendse Compagnie deed toen ook aan slavenhandel van Afrika naar Amerika. Ze werd opgedoekt in 1774; van 1781 tot 1785 bestond ze nog even als "Aziatische Compagnie".

In de 19° eeuw was het Nederlandse, nadien Britse Nieuw-Zeeland de eerste Belgische landingsplaats. Baron de Thierry stichtte er "Thierryan Territory", een staatje van 16.000 ha of 0,06 % van het eiland. Het bestond van 1820 tot 1840.

Santo Tomas de Guatemala was de tweede plek (1841 - 1858). Leopold I stimuleerde de oprichting van de Compagnie belge de Colonisation. België haalde er koffie, suiker, tabak, cacao, en hout. Ook dit project was tijdelijk.

Volgende etappe: Santa Catarina do Brasil, 1842 - 1875. De kolonisten in dit zuidelijk deel van Brazilië kwamen grotendeels uit West-Vlaanderen. Ook zij trokken het niet lang.

Ondertussen waren andere Belgen geland in Rio Nunez, Senegambia (1848-1858). Hun drijvende kracht was de joodse zakenman Abraham Cohen. Ook hier duurde het liedje niet lang.

Het Noord-Argentijnse Villaguay (1882) werd wel een bescheiden succesnummer. De Vlamingen o.l.v. Eugeen Schepens kregen er gratis landbouwgrond, ze verdienden er veel, organiseerden onderwijs en kerkelijk leven. Hun nakomelingen hebben nog altijd een eigen postnummer 3244 / Colonia Belga en de Belgische nationaliteit. Maar het zou kunnen dat de Argentijnse economische crisis hen dwingt terug te keren naar België.

Kongo dan. Dit krijgt terecht de grootste aandacht. Het werd onze grootste en bekendste kolonie en het zette België op de wereldkaart. De beschikbare informatie hierover, zowel positief als negatief, is bijna onbeperkt. Leopold II verwierf het in 1885 in Berlijn als privé-bezit. Met de opbrengsten legde hij in Brussel prachtige lanen, parken en gebouwen aan. In 1908 werd het Belgisch. Maselis geeft een indrukwekkend overzicht van alle Kongoreizigers vanaf de Portugees "Diogo" Cao / Diego Cao in 1482. Daar hoorden ook Vlaamse en enkele Waalse missionarissen bij: jezuïeten, kapucijnen, franciscanen. Leopold II overtrof allicht alle sponsors van expedities: hij stuurde er 29 op pad. Die lijst staat zowel op p. 220 als op p. 235.

Na Kongo volgden nog twee kleine enclaves in Soedan en Oeganda aan de Nijl: Lado (40.000 km_) en Méridi (12.000 km2). Eveneens prestaties van de onverzadigbare Leopold II, die ook hier profiteerde van de rivaliteit onder de grotere landen Duitsland, Italië, Frankrijk en Engeland. Zijn bedoeling was Kongo te ontsluiten langs de Nijl en zelf een beetje farao te zijn.

Dan was er nog de Zuidpool. Adrien de Gerlache, geboren te Hasselt, trok er in 1897 naartoe. Daarna volgden nog expedities tussen 1957 en 1961: 7 Belgisch -Nederlandse en 3 Belgisch - Zuid-Afrikaanse. België zit nog altijd in het comité dat over de Zuidpool beslist.

Tenslotte Rwanda en Burundi. Dit was oorspronkelijk Duits gebied, maar in 1916 werd het vanuit Kongo veroverd en in Versailles / 1919-1922 werd het Belgisch, hoewel België het nooit had gewild en liever een stuk van West-Angola had gekregen. En Nederlands Limburg plus Zeeland, twee gebieden die Maselis vergeet. In zijn nawoord ontbreekt een verwijzing naar de herhaaldelijke genocidenpogingen en andere pijnlijke gebeurtenissen in deze landen in de jaren '60 - '90 .

In de epiloog krijgen we een overzichtje van de pogingen onder Leopold I en Leopold II om delen van China in handen te krijgen. Deze resulteerden in een concessie van hoop en al 46 ha in de havenstad Tientsin tussen 1900 en 1929.

Dit 3 kg wegende en stevig gekafte album eindigt met chronologische lijsten van missionarissen in Kongo tot 1885 en een alfabetische bibliografie.

De meeste hier beschreven expedities en nederzettingen waren al enigszins bekend, maar hier worden ze voor het eerst allemaal samen beschreven en geïllustreerd met prachtige oude kaarten, brieven en prenten.

Maselis plaatst ze steeds in hun tijdskader: eerst de Portugese ontdekkingen, dan de Spaanse enz. Dikwijls somt hij ook de motieven op om te emigreren: werkloosheid, godsdienstoorlogen e.a. Nergens vind je zoveel foto's van de genoemde avonturiers en aandacht voor en mooie afbeeldingen van het postverkeer naar en uit de kolonies. Het taalgebruik is eenvoudig, soms wat ouderwets en naïef.

Enkele details: de Brabantse Omwenteling was in 1789 en niet in 1787 (52); Diogo Cao (194, 202) heet overal elders "Diego".

Jef Abbeel, november 2005

Referentie:

Patrick MASELIS, Van de Azoren tot de Zuidpool. Uitgeverij Roularta, Roeselare, 2005. 419 p.; foto's, kaarten, lijsten, tabellen. ISBN 90 5466 951 9; 37,50 EURO.



Copyright © 2005 VVLG, 21.11.2005