Historische non fiction

500 jaar Keizer Karel

 

Keizer Karel was ongetwijfeld de grootste man die ooit in onze gewesten geboren werd. Dat was op 24 (of 25) februari 1500, in Gent. Geen enkele andere stad is zo trots op hem en Geen enkele andere stad werd door hem zo vernederd en toch is geen andere stad zo trots op de persoon in wiens rijk de zon nooit onderging. Er worden zoveel herdenkingen georganiseerd, dat er zelfs een website is aangemaakt: http://charlesv2000.org en http://www.keizerkarel1500-2000.gent.be/kk/nl/welkom.htm.

Het eerste herdenkingsboek in het Nederlands is dat van Hendrik Verbrugge(1). Hij is specialist in inwendige ziekten en nierziekten in Sint-Truiden. Hij ensceneert de doodstrijd van de keizer en laat een vermoeide en door wroeging gekwelde monarch zijn levensverhaal opbiechten aan zijn onechte zoon Juan van Oostenrijk, hier Geronimo de Quijada genoemd. Deze Juan (1547 &endash; 1578), zoon van Barbara Blomberg, was van 1576 tot 1578 nog landvoogd van de Nederlanden.

In deze biecht toont de eens zo machtige heerser spijt over zijn hybris, zijn gewelddaden en zijn verslaving aan de macht. Hij wijst zijn zoon er ook op dat absolute macht niet synoniem is met geluk en dat je ook op dat topniveau eenzaam kunt zijn. Wellicht zijn deze "confessiones" niet authentiek. Ze zijn ook selectief: niet alle prestaties en falingen van de keizer komen erin voor en evenmin alle personen die een rol speelden in het leven en in de politieke besluitvorming van Karel V.

De formule is origineel, maar werkt ook storend door het eindeloos gebruik van de ikvorm en door de veel te belerende toon waarop de oude vader zijn jonge zoon de les spelt.

Geregeld bezondigt de auteur zich aan anachronismen, b.v. door Karels verschrikkelijke tandpijn toe te schrijven aan mateloos snoepen (p. 47), door Karel te laten zeggen dat Frans I ziektes overhield van zijn harem, terwijl Karel zelf verre van monogaam was (98 &endash; 99), door Karel te laten beweren (142) dat hij zich evenveel Bourgondiër als Vlaming, evenzeer Duitser als Spanjaard, evenzeer Italiaan als Brabander voelde en dat hij elke uiting van nationalisme veroordeelde.

Wat wel zeer handig en zeker historisch is, zijn de bijlagen: een lijst van de tijdgenoten, inclusief de pausen, met hun regeerperiodes (161), de chronologie vanaf 24 februari 1500 tot "21.09.58", de korte, maar soms pittige biografieën en karakterschetsen van paus Hadrianus VI, Alva, Guillaume de Croy, Eleonora, Erasmus, Ferdinand van Oostenrijk, Hendrik VIII van Engeland, Juan van Oostenrijk, Willem van oranje (165 &endash; 168) en ook de stambomen (171-173).

De foto's zijn te klein en de bijschriften moet je achteraan (174-175) gaan zoeken i.p.v. eronder. Een register ontbreekt, een kaart met de vele plaatsnamen eveneens. Verbrugge toont wel aan dat je niet per se een historicus moet zijn om enorm belezen te zijn en een historisch personage, zijn entourage en zijn tijd aantrekkelijk voor te stellen aan een ruim publiek.Vooral het portret van grote rivaal Frans I (95 &endash; 106) is haarfijn uitgetekend.

 

De Vlaamse journaliste Rosine De DIJN(2) brengt de vrouwen die de keizer omringden op de voorgrond. Ze heeft blijkbaar geen nieuwe bronnen onderzocht, maar de bestaande feitenkennis wel netjes bij elkaar gebracht.

In een zeer toegankelijke taal en met een briljante stijl geeft ze aan een breed publiek de kans kennis te maken met de scharniertijd van de keizer, met fenomenen zoals Renaissance, Ontdekkingen, Reformatie en Contrareformatie en met een minder bekend feit, nl. de vrouwen die Karel V adviseerden en assisteerden.

Ze bezoekt en beschrijft het kader waarin die dames woonden, bestuurden en meestal ook mecenas waren van beroemde kunstenaars zoals Dürer of humanisten zoals Vives, Erasmus en Adriaan Florisz, de latere paus Adrianus VI. Eén keer sloot zelfs een vrouw, Margareta van Oostenrijk, een voor onze gewesten belangrijk vredesverdrag met Frankrijk (1529): Frankrijk, ook vertegenwoordigd door een vrouw,nl. Louise van Savoye, kreeg Bourgondië, maar moest Vlaanderen, Artesië en Italië bij de Habsburgers laten.

We krijgen dus een portret van die prominente vrouwen en een beeld van het toenmalige Brugge, waar Karels grootmoeder Maria van Bourgondië resideerde, Mechelen (tante Margareta van Oostenrijk), Turnhout (zus Maria van Hongarije), Oudenaarde (onechte dochter Margareta van Parma), Regensburg (vriendin Barbara Blomberg), Tordesillas (zijn zielige moeder Johanna de Waanzinnige), Granada (grootmoeder Isabella de Katholieke), Toledo (echtgenote Isabella van Portugal).

Opvallend is dat de onechte kinderen en Margareta en Juan all als baby door en naar het hof ontvoerd werden uit resp. Oudenaarde en Regensburg, dat ze ook als onecht erkend werden, dat de gelegenheidsmoeders zulke eenvoudige vrouwen waren (dienstmeid en dochter van een kopersmid) en dat ze nadien een levenslange alimentatie kregen.

Verder bezoeken we nog zijn joodse sponsors Fugger in Augsburg en Yuste, waar hij stierf aan malaria. We kijken ook even naar de mode en de gastronomie.

Een kaart van Europa (p. 8-9) en de stamboom van Aragon, Castilië, Habsburg en Bourgondië zijn welgekomen hulpmiddelen om in deze topografisch-historische rondleiding de weg niet kwijt te raken.

Een paar aanmerkingen: de titel is misleidend: hij geeft de indruk dat Karel V ongeveer evenveel vrouwen had als zijn tijdgenoot Hendrik VIII; een omschrijving in de aard van "de vrouwen ROND Karel V "zou juister zijn; de beschrijving van de residentiesteden is te lovend; het Turnhoutse kasteel (97 &endash; 122) wordt zelfs "klein Brussel / parva sive minor Bruxellae" (110) genoemd, maar de schrijfster zegt er niet bij of dat epitheton ornans (in niet correct Latijn) afkomstig is van Margareta van Hongarije dan wel van de Turnhoutenaars zelf. Bovendien verbleef Maria van Hongarije slechts sporadisch in Turnhout, om te jagen, en meestal in Brussel, waar ze over nog veel meer jachtterreinen beschikte. Een portret van Brussel en van zijn bossen was dus meer op zijn plaats geweest.

Sponsors schrijf je met "o" i.p.v. "e"(p. 7). Te veel pagina's zijn niet genummerd. Kamerijk/Cambrai (p. 95) hoorde in 1529 nog bij de Nederlanden; pas in 1678 werd het bij Frankrijk aangehecht: Lodewijk XIV stoorde zich dus niet aan die "Damesvrede". Enkel in de stamboom merk ik aan "Karl V" dat het boek eerst in het Duits is uitgegeven. De foto's, prenten en portretten zijn met veel smaak gekozen of gemaakt, maar ze zijn enkel in zwart-wit. Een register ontbreekt, voetnoten en verwijzingen naar de bibliografie eveneens. Maar het grote publiek zal dit meeslepend en fijngevoelig relaas met zijn vele anekdotische weetjes zeer appreciëren. Het is ook bruikbaar voor toeristische excursies.

 

Het grote gedenk- en geschenkalbum is dat van Artesia/Mercatorfonds(3), dat bij zulke gelegenheden meestal het "Plus ultra" is, om de wapenspreuk van Karel V te gebruiken. De auteurs zijn specialisten uit binnen- en buitenland: Hugo SOLY, Wim Blockmans (die in februari 2.000 nog een apart boek publiceert over Karel V), Peter Burke, Geoffrey Parker, Mia Rodriguez-Salgado e.a.

De onderwerpen zijn van velerlei aard: politiek, godsdienst, economie, muziek.
Soly, Parker, Rodriguez en Blockmans situeren Karel in zijn tijd; Schilling beschrijft zijn worsteling om het behoud van de eenheid onder de christenen; Wallerstein analyseert de opkomst van de kapitalistische wereldeconomie; Burke en Checa Cremades bestuderen de beeldvorming rond Karel, Vanhulst zijn banden met de musici.

Binnen die algemene artikelen gaat er bijzondere aandacht naar de rol van de Antwerpse haven, die toen vier keer zoveel presteerde als Londen en twaalf maal zoveel als Sevilla (p. 15, 271 &endash; 274).

Ook naar de chronische geldnood van de zuinige en rijkste vorst van de 16° eeuw: de toevloed van Amerikaans zilver startte pas ca. 1540, het Duitse Rijk en de Nederlanden moesten te weinig betalen in verhouding tot hun welvaart, de oorlogen duurden te lang en kostten te veel, zijn concurenten Frans I en Soliman beschikten over dubbele tot drievoudige budgetten.

Hij vocht als "miles Christi" met een middeleeuws ridderideaal ook tegen Luther, wiens religieuze bezieling hij niet begreep. Karel wou kost wat kost de eenheid van de christenheid behouden. Hij moest nogal wat mislukkingen incasseren: de sluwe Frans I gaf Bourgonidië niet af, in het Duitse rijk moest Karel in 1555 godsdienstvrijheid toestaan aan de "ketters", zijn imperium ging niet in zijn geheel over naar Filips II. De vrede van Augsburg (1555) was een klap die hij niet meer te boven kwam.

Op zijn debetlijst staan ook de wandaden van zijn onderdanen in de Nieuwe Wereld, waar de inheemse bevolking gereduceerd werd van ongeveer tachtig miljoen naar tien miljoen, weliswaar grotendeels door de tyfus-, pokken- en mazelenbacteriën die de Spanjaarden onbewust meebrachten.

Verder gaat er aandacht naar de uitstraling van Karel op zijn tijd en op de geschiedenis; de manieren waarop hij herdacht werd in de voorbije eeuwen; zijn enorme entourage van geleerden, kunstenaars, tapijtwevers, schrijvers, muzikanten; het doorslaggevend belang van gearrangeerde huwelijken, zelfs met zonen en kleinzonen van pausen, hier zelfs huwelijksimperialisme genoemd (225); de diepe vroomheid van de keizer, zeker in zijn laatste levensjaren; de uitspraken die hij gedaan heeft of die aan hem zijn toegeschreven.

De honderden foto's zijn gewoon magistraal; je kunt uren doorbrengen met ze aandachtig te bekijken en te bestuderen. Ze tonen zowel portretten als andere kunstwerken, gebouwen en gebeurtenissen. Impliciet geven ze een visuele geschiedenis van de 16° eeuw. De Latijnse bijschriften zijn niet vertaald: de auteurs verwachten over het algemeen veel historische, economische en paleografische kennis van hun lezers, die best ook een degelijk verklarend woordenboek bij de hand houden.

Ondanks het rijke aanbod, vonden we niet alles waar we naar zochten. Een paar voorbeelden. Welke talen beheerste Karel? Uit het feit dat hij zijn officiële teksten liet verschijnen in het Latijn, Frans, "Vlaams" en Spaans (p. 430) blijkt dat hij ruimdenkend was, maar dat laat ons nog niet toe te concluderen dat hij ze alle vier ook sprak.
Zijn memoires dicteerde hij in 1550 in het Frans aan de Bruggeling Willem van Male, die ze vertaalde in het Latijn (439 &endash; 440). Karel ondertekende meestal met Carolus of Yo el Rey. Peter Burke hakt de knoop ook niet door. Hij vermeldt de volgende twee uitspraken van Karel (470 &endash; 471): "Als ik vrouwen aanspreek, doe ik dat in het Italiaans, mannen in het Frans, mijn paard in het Duits, God in het Spaans". Een andere versie luidt: "God in het Spaans, hovelingen in het Italiaans, vrouwen in het Frans, mijn paard in het Nederlands". Aan zijn opvolger Filips gaf hij de raad: "Latijn is onontbeerlijk, Frans heel belangrijk". Het zou dus ook kunnen dat hij alleen Latijn en Frans beheerste.

Een nieuwe studie van de Gentse professor Luc De Grauwe(4) leert ons dat Karel door zijn chronische openhangende mond slecht articuleerde en de volgende talen kende: Frans, Spaans, Latijn, Brabants.
Duits kende hij niet, maar Duits en Nederlands waren toen nog geen duidelijk aparte talen, zodat men zijn Brabants zowel in Vlaanderen als in Nederland en Duitsland verstond. Hij hanteerde het in de Lage Landen en in het Duitse Rijk tegenover de lokale bevolking en zijn vriendinnen.
Het Frans gebruikte hij het meest: in zijn contacten met de adel, in zijn familie, private correspondentie en in zijn memoires.

 

Eén van Karels prioriteiten was een efficiënt postsysteem. Het was ook één van de drie pijlers waarop zijn macht rustte.

De eerste was persoonlijk contact, zijn permanent rondreizen. Karel zou 3.200 bedden nodig gehad hebben, als hij geen veldbed had meegenomen. In Spanje kwam hij gedurende 13 jaar geen enkele keer, in het Duitse rijk ook erg weinig, hij was telkens elders.

De tweede steunpilaar waren zijn familieleden, die bekwaam en loyaal uitvoerden wat hij vroeg.

De derde was de familie de Tassis. Zij krijgen een prominente plaats toebedeeld in "De Geschiedenis van de Post"(5). In 1520 stelde hij Jean-Baptiste van Tour en Tassis aan tot grootmeester van de post. Hij kreeg de opdracht te zorgen dat de officiële brieven en decreten snel over heel het rijk verspreid werden.
Dat gebeurde d.m.v. een relaissysteem: op regelmatige afstanden werden gebouwen gezet, waar paarden en koeriers zich konden verversen of elkaar konden aflossen. Het stelsel was een voorloper van de moderne communicatie: de brieven arriveerden vrij snel. Zwakke kanten waren: het klimaat dat kon tegenwerken; de Tassis werkte niet op Amerika; de impact van een brief is minder dan persoonlijke aanwezigheid.

We vernamen ook graag wat meer over zijn karakter (zwijgzaam, ad hoc en beknopt in zijn brieven, maar hij gaf er zijn ziel niet in bloot) en b.v. over zijn lengte, gewicht en hobby's, over de vervoersmiddelen waarmee hij zich verplaatste naar residenties en slagvelden in Europa en Noord-Afrika. Een kaart met al die plaatsnamen zou ook welkom zijn.

Er had ook iets meer mogen in staan over zijn bezoeken aan Vlaanderen: Gent, Oudenaarde, Brussel, het klooster Groenendaal (F.Ec.T., 18.12.'99), Mechelen; verder ook over Vesalius. De Gentse opstand van 1539 &endash; 1540 wordt wel uitvoerig besproken (169 &endash; 170 en 269 &endash; 271), zoals alles wat verband houdt met krijgsgeschiedenis. Dit aspect krijgt m.i. teveel aandacht. De stamboom is een losbladige bijlage: de drukker had hem beter mee ingebonden. Een register met de vele plaatsnamen ontbreekt helaas.

Ondanks deze tekortkomingen biedt het boek van SOLY de veelzijdigste kijk op Karel V en is het een waardige hulde aan deze grote staatsman.

 

In het voorjaar van 2.000 verschijnt ook nog een studie van Wim BLOCKMANS(6). We kijken ernaar uit.

 

Bij de tentoonstelling in de Gentse Sint-Pietersabdij ( 6 nov. 1999 &endash; 30 jan. 2.000) hoort een sierlijke catalogus van Lothar Altringer en ca. twintig andere experts(7).

Wie niet in Gent geraakt en evenmin in Bonn, Wenen en Madrid, kan ook thuis met bewondering kijken naar de prestaties van Cranach, Dürer, Gossaert, Metsys, van Orley, Titiaan en allerlei waardevolle voorwerpen uit die tijd. Maar een bezoek aan Gent kunnen we niet genoeg aanraden.

De samenstellers beperken zich niet tot de prachtige uitgestalde kunstwerken en degelijke toelichtingen erbij. Zij beginnen met een chronologie van 1500 tot 1558, met de nodige uitleg bij alle gebeurtenissen en jaartallen. Er staan ook grappige situaties bij : b.v. klein Kareltje, dat in Mechelen als zesjarige de Staten-Generaal voorzit.

De inleiding van John Elliott is niet meteen voor leken geschreven; ze toont aan dat Karel al tijdens zijn leven tot de legenden behoorde. Kohler tekent zijn persoonlijkheid en zijn opvattingen over macht. Fernando Checa Cremades illustreert hoe ook de kunst in dienst stond van die macht. Blockmans, Kugler, Van der Wee en Möller analyseren zijn strijd om de politieke en economische hegemonie en zijn gevecht tegen de Reformatie.

Enkele essays wijken enigszins af van de persoon van Karel. Ze handelen over stedelijke identiteit en politieke cultuur in Gent, over stadscultuur in de Nederlanden en over de schilderkunst in de Zeventien Provinciën. Maar uiteindelijk staan ze toch niet helemaal los van zijn machtspolitiek en zijn streven om overal zijn stempel op te drukken.

Na deze verhandelingen volgt de catalogus van de tentoonstelling zelf. Bijna alle geëxposeerde werken staan hier ook in. Dat zijn o.m. schilderijen, prenten, handschriften, boeken, oorkonden, meubels, muziekinstrumenten, porseleinen, koperen, bronzen en zilveren voorwerpen, harnassen, wapens, wereldbollen, astronomische instrumenten, stadsplattegrondjes, voorwerpen uit de kolonies in Latijns-Amerika, sieraden, muntstukken. De ordening is thematisch en daardoor ook zeer zinvol. Bij elke afbeelding staat uitvoerige uitleg, met referenties. Hij leert enorm veel over de politieke en militaire gebeurtenissen, over de evolutie van Middeleeuwse naar Renaissancekunst (met Gossaert, Cranach, Seisenegger, Titiaan), het rechtstelsel , de anatomische prestaties van Vesalius, de reizen van Karel V met een hofhouding van veertig schepen, de verovering van Tunis op verzoek van de plaatselijke bestuurder om een Turkse invasie te voorkomen, de kopermijnen van Luik, Namen, Henegouwen en Centraal-Europa en de handel in koper en zilver te Antwerpen, de relatie van Karel V met Gent, de kleine gestalte van de keizer (minder dan 1 m 60).

Het boek wordt afgesloten met een indrukwekkende bibliografie van tentoonstellingen en literatuur over de tijd van Karel V. Die tentoonstellingen (339 &endash; 343) reiken tot 1907, de literatuur (343 &endash; 367) tot in de 19° eeuw en uitzonderlijk tot in de 16° eeuw.

Het enige wat we echt missen is een register van personen en plaatsen. In verhouding tot zijn omvang en zijn kwaliteit, is deze catalogus zeker niet duur.

 

Om volledig te zijn, vermelden we ook de catalogus van Robert HOOZEE, Jo TOLLEBEEK en Tom VERSCHAFFEL(7).

Zij tonen de schilders uit de negentiende eeuw, die in navolging van de grootmeesters uit de Karels tijd, portretten maakten van de man naar wie ze met grote bewondering opkeken. De schilderijen komen uit België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Roemenië, Spanje, de V.S.A. en Zwitserland.

Na twee inleidende hoofdstukken over o.a. dit soort schilderkunst (historieschilderkunst) en over de negentiende-eeuwse kijk op het verleden, krijgen we een thematisch overzicht van schilderijen en andere kunstwerken die toen aan de keizer gewijd zijn: zijn jeugd, opvoeding, blijde intrede, staatsmanschap, geloofsijver, oorlogen, rivalen, mecenaat, familieleden, troonsafstand, dood.

We citeren ook enkele namen van kunstenaars: henri Leys, Louis Gallait, Albrecht de Vriendt, Nicaise de Keyser, Edouard Hamman, Willem Geets, Emile Wauters, Gustaf Wappers, Edouard de Biefve, Antoine-Jean Gros.

Ook hier valt op de vormgeving niets aan te merken. Maar niet iedereen apprecieert de kunstenaars van de 19° eeuw even zeer als die van de 16°eeuw.
Opmerkelijk is ook dat kunstenaars van de 20ste eeuw zich niet geroepen voel(d)en om Karel V uit te beelden.

 

Tot slot ons eindoordeel: voor wie de prijs geen hindernis vormt , is de Mercatoreditie van Soly en co(3) veruit het beste uit deze reeks. De Carolus-catalogus(7) behoort met zijn 2,4 kg tot de middenklasse en is zeker goedkoop in de ingenaaide versie. Wie met een kleiner budget moet rondkomen, kan nog even wachten op het boek van Blockmans(6). Wie naar een ontspannend leesboek zoekt, moet De Dijn(2) nemen.

 

 

Jef Abbeel, dec. '99 &endash; 31 jan. 2.000.

REFERENTIES:

1. Hendrik VERBRUGGE, Keizer Karel. Testament van een Habsburger. Uitg. Lannoo, Tielt, 1999. 175 p.; ill.; foto's, chron., stamboom. 895 BF / 22,19 ¤ . ISBN: 90 &endash; 209 &endash; 3612 &endash; 3.

2. Rosine De DIJN,

a) Des Kaisers Frauen. Eine Reise mit Karl V.Uitg. Deutsche Verlags-Anstalt, Stuttgart.

b) De vrouwen van de keizer. Een tocht door Europa met Karel V. Uitg. Van Halewyck, Leuven; Uitg. Voltaire, Den Bosch, 1999. 283 p.; foto's, kaart, stamboom, bibliografie; 898 BF / 22,26 ¤; ISBN: 90 &endash; 5848 &endash; 013 &endash; 5.

3. Hugo SOLY (red.), Wim Blockmans e.a., Karel V . 1500 &endash; 1558. Uitg. Mercatorfonds-Artesia / Maklu, Antwerpen, 1999.531 p.; foto's, stambomen, tab., lit., noten, reg. 4900 BF / 121,47 ¤ . ISBN: 90 &endash; 6153 &endash; 433 &endash; X.

4. Luc De Grauwe, VRT en De Morgen, 19 januari 2000.

5. Georges RENOY, Geschiedenis van De Post. Uitgeverij Lannoo, Tielt / De Post, Brussel, 1999.192 p.; foto's; 1495 BF / 37,06 ¤. ISBN 90 &endash; 209 &endash; 3837 &endash; 1.

6. Wim BLOCKMANS, Keizer Karel V: 1500 &endash; 1558. Uitg. Van Halewyck, Leuven, 2.000.

7. Lothar ALTRINGER, Arnout BALIS, Wim Blockmans, Hans Devisscher, Hugo Soly, Johan Van de Wiele e.a., Carolus. Keizer Karel 1500 &endash; 1558. Charles Quint 1500 &endash; 1558. Uitgeverij Exhibitions International, Leuven; Snoeck-Ducaju, Gent; 1999. 368 p.; essays, foto's, bijschriften, bibl.; gebonden: 1650 BF / 40,90 ¤ ; genaaid: 1095 BF / 27,14 ¤. ISBN 90 53493 085 ( Ned.); 90 53493 069 (Fr.). Ook verkrijgbaar via de boekhandel.

8. Robert HOOZEE, Jo Tollebeek, Tom Verschaffel, Mis-en-scène. Keizer Karel en de verbeelding van de negentiende eeuw. Uitgeverij Mercatorfonds, Antwerpen ; Maklu, Antwerpen, 2.000. 319 p.; ; foto's, bibliografie, register. Gebonden: 1950 BF / 48,34 ¤ ; ISBN 90 &endash; 6153 &endash; 446 &endash; 1 ; Genaaid: 1450 BF / 35,94 ¤ ; ISBN 90 &endash; 6153 - 443 &endash; 7.

 

 



Copyright © 2000 VVLG, 01.02.2000