Historische non fiction

 

CAPENBERGHS, J. (red.). Gisteren voorbij. Een archeologische kijk op de geschiedenis van de oudste tijden. (Histovisie nr. 1). Garant, Leuven, 1991, 200 blz., 1190 BEF.

Gisteren voorbij was al jaren onvindbaar. Mijn eigen exemplaar is, niet voor de eerste keer, uitgeleend aan een oud-leerling die archeologie studeert. Een heruitgave kunnen wij dus alleen met genoegen begroeten. Ook al is het een ongewijzigde herdruk en zijn er sinds 1990 enkele belangrijke nieuwe ontdekkingen in het veld (o.a. over het spraakvermogen van de Neandertaler).

Bij de eerste uitgave noemden wij het "een uitstekend initiatief van de Leuvense professoren R. De Keyser en A. Van Doorselaer: jonge vorsers schrijven vanuit hun specialiteit bijdragen bestemd voor leerkrachten en geïnteresseerden."

Op het leesbaar maken van de meeste artikels hebben Joris Capenberghs en Annemie Swaelens zowat hun tanden gebroken. Toevallig waren wij bij de eerste fasen van het project betrokken. Wij zouden er niet op terugkomen als de situatie niet zo frappant typerend was voor de mentaliteit bij een groot aantal mensen uit de wetenschappelijke kringen in ons land. Ook bij de jongeren onder hen. (Wat weinig goeds belooft voor de toekomst: praktisch alle leesbare vulgarisatiewerken zijn en blijven vertalingen van buitenlandse werken!)

De eerste versie van de artikels was, op enkele uitzonderingen na, totaal onleesbaar. Collega's uit de eerste jaren secundair onderwijs -de beoogde doelgroep- slaagden er niet in zich doorheen het jargon te worstelen. De bewerking, het zoeken naar verantwoorde afbeeldingen, het polijsten van de taal en terminologie werd zo een 'man-killing job' voor eindredacteur Capenberghs en -na diens vertrek naar Ecuador- voor Annemie Swaelens, bijgestaan door enkele toegewijde jonge vorsers. (De rest van de groep had echt heel wat aansporing van prof. Van Doorselaer nodig vooraleer zij bereid waren hun bijdrage kritisch te herwerken!)

Maar het resultaat mag er zijn, en dat is het enige wat uiteindelijk telt. In een zeldzaam toegankelijk en gaaf Nederlands ligt de laatste stand van de wetenschap binnen ons bereik, compleet met illustraties, kaarten enz. Na een filosofische en lezenswaardige bezinning over 'de idee prehistorie' komen achtereenvolgens de jagers-verzamelaars uit de oude en midden-steentijd, de eerste landbouwers, de Egeïsche wereld (Kreta en Mykene), de bronstijd en de Kelten aan bod.

Bij elk onderdeel gaat ruime aandacht naar onze streken en de opgravingen hier, wat een waar vacuüm opvult. Tussenin wordt regelmatig gefocust op belangwekkende praktische problemen: hoe werd vuursteen concreet bewerkt? (p. 49) Hoe bestudeert de paleobotanica de menselijke biotopen uit het verleden? (p. 91) Welke innovaties waren nodig vooraleer men in staat was ijzer te smeden? (p. 10)

Het geheel is afgerond met een glossarium, een beknopte bibliografie en een lijst van vermelde sites en plaatsnamen. De talrijke illustraties en situatiekaarten zijn zeer functioneel aangebracht. Kortom: een schoolvoorbeeld van verantwoorde vulgarisatie op een voor ons taalgebied ongewoon hoog niveau. Een absolute aanrader, niet alleen voor de openbare bibliotheek, maar ook voor de school- en leerkrachtenbibliotheek.

 

 

Jos Martens



Copyright © 2000 VVLG, 01.02.2000