Historische non fiction

 

Karel V in het collectieve geheugen van de Vlamingen

 

LOX, H., Van stropdragers en de pot van Olen. Verhalen over Keizer Karel, Leuven, Davidsfonds, 1999, 272 blz.

Vlaams of volks?

Iedereen kent wel het verhaal van de boeren van Olen, keizer Karel en de pot met drie oren. In Olen wordt op drie verschillende plaatsen "de authentieke pot" getoond aan de bezoekers. Welke van de drie is echt?

Wel, geen enkele. Of alle drie. Hangt af van je standpunt. Je moet weten dat potten met drie oren in de tijd van keizer Karel heel veel gebruikt werden.

Detail uit De boerendans (1568-69; Wenen, Kunsthistorisches Museum; olie op paneel, 114 x 164 cm.

De grote schilder Pieter Bruegel de Oude (+1569) heeft ze afgebeeld op twee van zijn meest beroemde schilderijen. Op de "Boerenbruiloft" (1568-69) zie je links achteraan tegenover elkaar twee mannen aan weerszijden van de tafel uit een pot met drie oren drinken. Maar je moet al heel goed kijken -en over een goede vergroting beschikken- om het te kunnen zien. Op het schilderij "De boerendans" uit dezelfde periode is het veel beter zichtbaar. Een man houdt een pot met drie oren vast, terwijl hij met de doedelzakspeler praat. In haar notities bij dit verhaal, vermeldt Harlinda Lox zelfs twee keuren uit de 17de eeuw die potten met drie oren verplichtten! (nr. 75, p 199).

 

Hoe komt men dan aan de geschiedenis van de keizer, de boeren en die unieke pot? In oude volksverhalen zijn de boeren van Olen altijd de dommeriken van Vlaanderen .(Zoals we nu nog Hollandermoppen hebben, of grappen over gierige Schotten.) In een tijd toen men geen bierpullen met drie oren meer kende, heeft iemand zo'n pot gevonden, zich afgevraagd waar dat ding vandaan kwam en toen is dat verhaaltje ontstaan op de niet meer te achterhalen manier waarop ook heden nog bliksemsnel moppen uit het ei ploffen, over prins Filip en Mathilde bijvoorbeeld.

 

Harlinda Lox, verbonden aan de sectie Duits van de Gentse universiteit, heeft diepgaand onderzoek verricht naar volksverhalen rond keizer Karel. Wij vroegen haar mening. Inderdaad, het verhaal over de pot van Olen (nr.75, p. 85) is pas voor de eerste keer opgetekend ergens rond 1850. In Wallonië wordt zelfs een oude bierpot met vier oren bewaard!

 

Historische antropologie

Lang geleden stonden in Het Kapoentje, de wekelijkse jeugdbijlage van de krant Het Volk telkens vertelsels over domme stedelingen en slimme boertjes, of omgekeerd. Eerst veel later leerde ik dat ze kaderden in een algemene volkskundige traditie over de tegenstelling stad-platteland.

Of het blad bracht een verhaaltje over keizer Karel en de boeren van Olen, keizer Karel die anoniem de deugd beloonde, het kwaad bestrafte, pretentie beschaamde...

Toen ik vele jaren later voor de klas stond vertelde ik mijn leerlingen dat uit die verhalen de populariteit van de keizer bleek, waarschijnlijk in tegenstelling tot de onpopulariteit van zijn gehate zoon, "de Spanjaard" Filips II, over wie geen volksverhalen overgeleverd zijn. Nog later, wereldwijzer geworden, vermeldde ik erbij dat het vermoedelijk meer te maken had met handige politieke public relations dan met spontane populariteit. ( Televisie bestond nog niet!!) Hoewel in de tentoonstellingscatalogus Carolus te lezen valt dat Karel inderdaad bewust deed aan wat men nu "image building" noemt, had ik het in alle opzichten bij het verkeerde eind.

Harlinda Lox verzamelde alles wat zij kon vinden over Karel V in de volkse literatuur. Verwacht niet zomaar sappige vertelsels, die je zo voor de klas kunt brengen om je populariteit te vergroten. Lox is lid van het Europäische Märchengesellschaft. Recent publiceerde zij -in het Duits- een standaardwerk over Vlaamse sprookjes in een wereldwijd gerenommeerde Duitse wetenschappelijke reeks. Dit jaar organiseert zij het internationale congres over sprookjesonderzoek aan de Gentse universiteit. Kortom, op haar terrein is zij een erkende autoriteit.

( Merk op, collega's, dat het sprookjesonderzoek nog steeds een typische Duitse aangelegenheid is - de schaduw van de gebroeders Grimm? Aan onze universiteiten plegen de ernstige academici sprookjesonderzoekers en volkskundigen in het algemeen doorgaans te behandelen met een licht meewarig dédain, dat eerder te verwachten valt in een sprookje van Godfried Bomans. Zo, dat moest me toch even van het hart! Terug ernstig: welke uitgeverij wil het standaardwerk van Lox zo snel mogelijk in Nederlandse vertaling op de markt brengen? )

Harlinda Lox geeft de zowat 160 verhalen weer, zoals ze opgetekend werden, en voorziet ze van uitvoerige noten. Haar indeling berust op de internationale classificaties van het sagenonderzoek, wat haar boek een veel bredere historische en antropologische dimensie geeft dan de titel laat vermoeden.

Sprookjes, moppen, sagen behoren gemeenschappelijk tot de vertelselschat van een volk. Vergeet niet dat sprookjes pas de laatste anderhalve eeuw in de kinderliteratuur verzeild raakten; tot dan hoorden zij thuis in de mythologie. Het volk zelf had lak aan de etiketjes die later opgekleefd werden.

Bij verhalen uit een orale traditie speelt de verteller een primordiale rol. Hij transformeert zijn stof en past ze aan naargelang de tijd, de streek en de aard van zijn toehoorders. Tot mijn verrassing geldt dat eveneens voor de verhalen over keizer Karel.

Harlinda Lox vond slechts twee teksten die typisch Vlaams zijn: dat over de pot van Olen en dat over de stropdragers van Gent. Dat laatste, hoewel het in de titel staat, komt niet voor in haar boek. "Dat is geen volksverhaal, maar zuivere geschiedenis", zegt zij zelf. Waarschijnlijk is het in de titel beland naar analogie van het boek onder redactie van Johan Decavele, dat door dezelfde uitgeverij werd uitgebracht.

"Achter de schijnbaar eenvoudige verhalen waarin Keizer Karel, meestal incognito, ergens in Vlaanderen de hoofdrol speelt, schuilen complexe processen van narratieve acculturatie via grensoverschrijdende mondelinge en schriftelijke verspreidingskanalen en een ingewikkelde overleveringsgeschiedenis van vertelpatronen en -motieven. De zeer geloofwaardige bon-mots of scherpzinnige spreuken, die Keizer Karel in de mond gelegd worden, werden in andere vertelrepertoires door andere beroemde keizers uitgesproken. Zelfs de anekdoten, die op private kwaaltjes of liefhebberijen van Keizer Karel zinspelen, zijn internationaal gemeengoed.

De "Vlaamse" populaire narratologie wordt aan de hand van één kristallisatiegestalte belicht en geherwaardeerd. Want in alle vroegere literatuur die over het onderwerp verschenen is, wordt de echtheid van die verhalen en vooral hun exclusief Vlaamse karakter niet of nauwelijks in vraag gesteld. Dat hangt samen met het romantische Grimmgesternte, waronder het Vlaamse volksgoed ooit verzameld werd. Het optekenen en publiceren van de volksverhalen gebeurde in de vorige eeuw immers in functie van het opbouwen van een echte, eigen "Vlaamse" identiteit." (p. 11)

 

Karel V en kalief Haroen al-Rasjid

Sprookjes en aanverwante genres reizen doorheen de tijd en de ruimte. In de loop van honderden jaren leggen zij onnoemelijke afstanden af. De verhalen in het boek zijn vaak afkomstig, niet alleen uit verre streken, maar ook uit verre tijden. (En dat was een tweede verrassing). Vaak zijn ze zeer oud, bijna ongelooflijk oud, en lang na de dood van Karel met zijn persoon verbonden. De oudste verhalenbundel in het Nederlands is die van J. De Grieck en dateert eerst uit 1675. De meeste zijn dus pas opgetekend in de tweede helft van de vorige eeuw, in het kader van het toen heersende nationalisme. (Hier passen ze perfect in het kader van wat getoond werd op de Gentse tentoonstelling "Mise-en-scène", over de beeldvorming door de 19de-eeuwse historieschilders. ) Dat verklaart ook de uitzuivering door de toenmalige volkskundigen, die in de eerste plaats aan "volksverheffing" wilden doen. Zo is "de grootste hoer" uit een der histories in de gedrukte versie "de grootste zottin" kunnen worden. Zij werden in hun nieuwe gedrukte vorm zeer snel verspreid door goedkope, geïllustreerde tijdschriften of in bundels, waarna ze opnieuw verder werden verteld en zo aan verse loopbaan als orale literatuur konden beginnen.

Het oudste origineel in het boek van Lox stamt uit een Perzische cyclus uit de 7de eeuw. Vele incognitovertelsels hoorden oorspronkelijk bij kalief Haroen al-Rasjid, een tijdgenoot van Karel de Grote, ca. 800, dat is 700 jaar voor 'onze' Karel! Of gaan nog veel verder terug, op de omzwervingsverhalen van Zeus en Hermes! Soms dalen wij via Karel V zelfs af in de krochten van Jungs 'collectief onbewuste' en wordt de al te menselijke keizer een alter ego van de machtige, gepersonifieerde dood

Zelfs de zo historisch lijkende oorsprongssagen zijn meestal ouder dan Karel V. Nemen wij één voorbeeld: het wapenschild van Mechelen (nr. 83, p. 91). In de opgenomen versie hebben de verticale rode strepen op gouden veld een bijzonder scabreuze herkomst. In haar noten, p. 205 vermeldt ze de heel wat heroïscher versie van de Duitse onderzoeker Johan Wilhelm Wolf (1845), die grotendeels is overgenomen door de volkskundige K.C. Peeters: Wouter Berthout, heer van Grimbergen en Mechelen, zou voor zijn heldhaftig optreden tegen de Saracenen van de koning van Aragon het voorrecht verworven hebben het vorstelijk wapenschild gedeeltelijk over te nemen (Peeters 1975: 116). "De geschiedenis van Mechelen" bevestigt dit, maar voegt eraan toe dat het hartschild met de keizerlijke adelaar werd verleend door keizer Frederik III in 1490 omwille van de trouw, betoond aan zijn zoon Maximiliaan van Oostenrijk. (Vreemd dat geen van de Berthout-verhalen een datum geeft. Dat moet ergens in de 12de of 13de eeuw geweest zijn. Voor mij moeilijk te achterhalen bij gebrek aan de juiste gedetailleerde naslagwerken.)

Rest nog de vraag waarom bijna al de verhalen pas lang na de dood van Karel V voor het eerst opdoken. Het antwoord is o.i. maar al te prozaïsch: waarschijnlijk hadden zijn onderdanen-tijdgenoten weinig reden tot lachen met hun heerser!

Harlinda Lox heeft haar bundel verlucht met illustraties uit vroegere verzamelingen en diverse stijlperioden, wat het boek bijkomend de speciale attractieve charme verleent van sepia-kleurige foto's in een oud album.

 

Didactische toepassing: 4de jaar - geschiedenis - Nederlands.

In de les geschiedenis kan je enkele verhalen vertellen, maar dan met de juiste achtergrond en duiding. Maar er is meer. In het 4de jaar secundair onderwijs staan mythen, sprookjes en sagen op het programma Nederlands. Spreek met je collega Nederlands af enkele van de keizer Karelverhalen aan het lijstje toe te voegen. Ook hier is het nodig de historische achtergrond uit de aantekeningen van de auteur te gebruiken. Anders mis je een unieke kans om didactische meerwaarde te creëren.

Omdat wij het niet eens waren met de (meestal te kinderachtige) wijze waarop de opeenvolgende handboeken de sprookjes voorstellen, hebben wij in de les Nederlands een kwart eeuw lang bij het aanbrengen de antropologische benadering gebruikt, door middel van het sprookje "Boer eenos". Het is spraakgetrouw opgetekend in 1927 uit de mond van een boerin, geboren in 1837. Van dit sprookje bestaan een aantal gewestelijke varianten, maar ook een Latijnse versie uit de 11de eeuw, bewaard in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek (Peeters 1975: 139). Het is 25 jaar geleden in een goedkope editie uitgegeven door Acco (Welkenhuysen 1975). Het besef dat sprookjes oeroud kunnen zijn en doorheen de millennia en de continenten reizen kwam voor mij indertijd aan als een ware cultuurschok. De ervaring leert dat het voor leerlingen van het jaar 2000 niet anders is. Veel scholieren uit het 4de jaar beschouwen sprookjes als iets voor kleuters -en dus niets meer voor hen. Na deze lessen gaan ze de volksverhalen definitief anders bekijken. (Zeker als je de actieradius hebt uitgebreid tot moderne "stadssagen" en horrorfilms.)

Ook op dit gebied is het boek van Harlinda Lox een aanwinst. "Boer eenos" kan nu aangevuld met analoge voorbeelden uit haart bundel. Spreek even af met je collega geschiedenis en synchroniseer zo mogelijk met zijn/haar lessen over Karel V. Indien dat laatste niet mogelijk is, verwijs dan naar die lessen, zodat je collega kan terugkoppelen naar Nederlands. Zo vang je zonder veel inspanning twee vliegen in één klap.

 

Karel V op het internet:

Jos Martens

 

Geraadpleegd

Carolus. Tentoonstellingscatalogus voor de tentoonstelling in de St.-Pietersabdij, Gent, 6 november 1999 - 30 januari 2000.

DECAVELE, J. (red.), Keizer tussen stropdragers. Karel V 1500-1558, Leuven, Davidsfonds, 1990, 240 blz.

PEETERS, K.C., Eigen aard. Overzicht van het Vlaamse volksleven, Antwerpen, De Vlijt, 1975, 4de druk, 457 blz.

VAN UYTVEN, R. (red), De geschiedenis van Mechelen, Tielt, Lannoo, 1991, p. 13-14 en 35.

WELKENHUYSEN, A., Het lied van boer eenos. (Versus de unibove) Kluchtig volksverhaal uit de elfde eeuw, Leuven, Acco, 1975, 50 + 36 blz. -inleiding, facsimile-weergave, teksteditie, metrische vertaling, bijlage ter verantwoording en duiding.



Copyright © 2000 VVLG, 27.03.2000