Besprekingen algemeen pedagogische werken

Train je geheugen

 

Geheugenwerk is in ons huidige onderwijsklimaat omgeven met een prikkeldraadversperring van negatieve connotaties: mechanisch, stomweg vanbuiten leren, instampen zonder inzicht, zonder begrip... Vooral het vak geschiedenis is bij leerlingen beladen met het odium van geheugenvak, ondanks alle didactische evoluties van de laatste dertig jaar.

Dat is niet altijd zo geweest. Nauwelijks een generatie geleden leerden we gedichten uit het hoofd, de hele Mechelse Catechismus, volledige passages uit de Ilias en de hele bijbel (op protestanse scholen).

Tegenwoordig zijn de meeste leerlingen -en leerkrachten!- niet meer in staat om een gedicht of een citaat correct uit het hoofd te leren -tenzij zij buitenschools dictie of toneel volgen. Ieder van ons staat nochtans regelmatig verstomd van de enorme dode massa stof die zeer veel leerlingen zich ook nu nog bij het studeren in het hoofd stampen, inderdaad stomweg zonder inzicht of begrip.

Ieder van ons kent eveneens leerlingen, die zonder inspanning goede resultaten halen voor geschiedenis of Nederlands, omdat zij beschikken over een goed geheugen dat hen toelaat de stof een keer te lezen en te verbinden met de commentaar van de leerkracht en dat geheel zeer inzichtelijk weer te geven op een toets. Ook reeds ondervonden dat diezelfde leerlingen in een laatste jaar tot je verbazing slecht scoren op de geheugentesten van het PMS? Hoe kan dat? Omdat dat goede geheugen niet echt getraind is. Dit wreekt zich dan in het hoger onderwijs waar, naast begrijpen ook het verwerken van zeer omvangrijke hoeveelheden leerstof geëist wordt. Geheugenwerk speelt hier een veel grotere rol dan men meestal geneigd is toe te geven. Denk maar aan een cursus anatomie.

Dominic O'Brien verwekte verbazing bij televisiekijkend Vlaanderen, toen hij als gast op een van onze talrijke 'laatste shows' de namen van alle aanwezigen wist te memoriseren en een uur later elke naam exact kon kleven op het bijbehorende gezicht dat door de spots belicht werd. O'Brien is zesvoudig wereldkampioen Memory. Op school presteerde hij zeer zwak en hij brak zijn opleiding voortijdig af. Acheraf bleek dat hij leed aan dyslexie, dat toen nog niet onderkend werd. Geheugentechnieken leerde hij pas op latere leeftijd kennen. Na enkele jaren gedreven experimenteren ontdekte hij dat hij het warm water opnieuw had uitgevonden.

Reeds sinds de Oudheid zijn namelijk verhandelingen in omloop over mnemotechnische geheugensteuntjes en zelfs complete methodologische verhandelingen voor geheugentraining. Ook de hedendaagse boeken over Hoe verbeter ik mijn geheugen e.d. gaan in hoofdzaak op deze oude handboeken terug. En -gedeeltelijk- zelfs de recente uitgaven over moderne studiemethodes. Terecht start O'Brien dan ook met een 'Korte geschiedenis van het geheugen'. Een tweede hoofdstuk geeft weer wat de moderne wetenschap ontdekt heeft over de werking van het geheugen. Vanaf het derde hoofdstuk focust hij op de praktijk: hoe je je geheugen kunt verbeteren. Herinnering is gebaseerd op drie basisprocessen: iets gemakkelijk te onthouden maken, het in je geest opslaan en het later correct opdiepen. Het vierde hoofdstuk: 'Ontdek geheugentechnieken' gaat hier dieper op in. Volgens O'Brien steunen alle technieken op drie principes: verbeelding, associatie en locatie. Verbeelding: je roept het te onthouden begrip op door het zo specifiek mogelijk voor te stellen, liefst overdreven en door gebruik te maken van zoveel mogelijk zintuigen; je associeert het met iets en verankert het op een bepaalde locatie. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Hoe onthoud je tien woorden of begrippen, zonder logisch verband? Bijvoorbeeld boter, krokodil...? Je verbindt ze door een verhaal. Je stelt je een reusachtige, afdruipende klomp boter voor op de keukentafel; een krokodil komt binnenwaggelen enz. Of je plaatst ze op opvallende plaatsen terwijl je in de geest wandelt langs een weg die je zeer goed kent, bijvoorbeeld de weg naar school. Dit laatste is een zeer effectieve toepassing van de antieke locusmethode. In de drie maanden dat ik zowat dagelijk met oefeningen uit het boek heb gewerkt, stond in telkens verbaasd over het resultaat. O'Brien bestrijkt een beperkter terrein dan Leuker Leren, maar hij brengt belangrijke aanvullingen op de nochtans degelijke episode 'Geheugen' uit dit boek. Verder geeft hij middeltjes om namen te onthouden (voor mij persoonlijk steeds een zwak punt geweest), om een toespraak te memoriseren, een gelezen inhoud correct weer te geven enz.

Bovenstaande kan slechts een zeer onbevredigende indruk van het hele boek geven. Door plaatsgebrek kunnen wij niet ingaan op de achterliggende wetenschappelijke inzichten (die O'Brien trouwens zelf pas achteraf ging bestuderen). Maar nu begrijp ik eindelijk hoe de Italiaanse jezuïet Ricci (1552-1610) erin slaagde een groot aantal Chinese lettertekens, in willekeurige volgorde op een vel papier geschilderd, na één keer lezen in dezelfde volgorde uit het hoofd op te zeggen. Daarna herhaalde hij het kunststukje, doch in omgekeerde volgorde! Hij plaatste ze op een wandeling, en legde dan de wandeling in omgekeerde zin in zijn geest af!

Al enkele decennia pleiten wij voor een zinvolle, vernieuwde herwaardering van geheugentraining vanaf het lager onderwijs. Dit zeer aantrekkelijk uitgegeven boek kan daarbij uitstekende diensten bewijzen.

 

Jos Martens

Ref.: O'Brien, D. Train je geheugen. Tielt, Lannoo, 2000. 160 blz.



Copyright © 2001 VVLG, 06.02.2001