Ontwerp van decreet eindtermen geschiedenis tweede graad secundair onderwijs: krachtlijnen

 

1.1 Geschiedenis als discipline

Geschiedenis is de dialoog tussen verleden, heden en toekomst. Inzicht hierin wordt bestempeld als 'historisch besef'. Daarom dient het verwerven van kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes met het oog op nieuwe situaties sterke beklemtoning. Daarom ook ligt bij geschiedenis de nadruk niet op het reproduceren van overgedragen kennis, maar op inzichtsverwerving en op het productief toepassen van die kennis en inzichten. Deze productieve toepassing wordt bestempeld als het betonen van een 'historische attitude'.

Leerlingen dienen zich daartoe vaardigheden eigen te maken waarmee ze uiteenlopen de informa tie kunnen oproepen, hanteren en interpreteren en toepassen. Daarbij worden ze verondersteld historische begrippen en probleemstellingen in een breed tijds- en ruimtelijk kader aan elkaar te kunnen relateren. In de eindtermen wordt dit omschreven als de integratie van de opbouw van een historisch referentiekader en de studie van afzonderlijke samenlevingen.

Om dergelijk schema te leren beheersen en zodoende inzicht te verwerven in gestructureerde historische informatie, dienen methodologische vragen te worden gesteld. Met name:

Aansluitend bij de behoeften van de maatschappij moet men zich afvragen hoe het beheersen van dergelijk schema attitudeverwerving kan bevorderen die relevant is voor het maatschappelijk gedrag.

1.1.1 Specificiteit van de discipline

Geschiedenis heeft als algemeen studiedomein de diverse aspecten van de interpersoonlijke relaties (individu-individu, individu-groep, groep-groep, groep-samenleving, samenleving-samenleving). Dit resulteert in haar socialiteitsdimensie.

Geschiedenis beperkt zich evenwel niet tot de beschrijving van een statische werkelijkheid. Zij probeert inzicht te verschaffen in historische processen. Aldus kan de hedendaagse werkelijkheid verhelderd en begrepen worden. Eigen aan processen is de ontwikkeling van situaties in de tijd (principe van temporaliteit) waarbij brutaal of langzaam, diepgaande of oppervlakkige veranderingen plaatsgrijpen. De beschrijving van een proces geeft de relatie weer tussen de aanvangssituatie en de diverse fasen waarin zich veranderingen voltrekken. Van die veranderingen worden één of meer oorzaken en een of meer uitwerkingen aangeduid (principe van causaliteit). Historisch besef stelt inzicht voorop in de principes van causaliteit en temporaliteit.

In de geschiedenis zijn veranderingen veelal toe te schrijven aan handelingen van individuen en groepen, ingegeven door bepaalde motieven. Vandaar het belang van het verwerven van inzicht in de mechanismen die daarbij tot stand komenen in de globale structuur van de maatschappelijke domeinen waarin deze processen plaatsgrijpen. Daartoe moet men het verleden op een adequate wijze bevragen, wat de toepassing van de principes van onderzoek en historische kritiek vereist, met aandacht voor de gebondenheid aan tijd en plaats van zowel de gegevens als de interpretatie van die gegevens.

Het specifiek studiedomein van de geschiedenis is de mens en de samenleving, vanuit en in het verleden. De specificiteit van dit studiedomein wordt gegenereerd door de dimensie socialiteit te relateren aan de dimensie tijd en de dimensie historische ruimte, rekening houdend met de implicaties van hun interactie, zoals hierboven gesteld.

1.1.2 Historische dimensies en categorieën

De dimensie socialiteit omvat het geheel van mogelijke vormen van sociaal-zijn. Zij wordt opgebouwd vanuit openbare en private sociale relaties en gerealiseerd in maatschappelijke domeinen. Naargelang van de sfeer waarin deze relaties worden aangegaan (levensonderhoud, inwerking op de omgeving, cultuur, groepsverhoudingen...) worden een aantal specifieke begrippen gegenereerd. Besef van het sociaal-zijn stelt de verwerving voorop van die begrippen en inzicht in de spanningsvelden en problemen die de gevoelens, gedachten, motieven en handelingen bij de verschillende vormen van sociaal-zijn oproepen.

De verschillende maatschappelijke domeinen waarin de dimensie socialiteit kunnen worden gesitueerd, zijn o.a.:

De dimensie tijd wordt opgebouwd via een aantal categorieën waaronder:

Om tijdsbesef te laten verwerven volstaat het niet te laten memoriseren wanneer iets gebeurt. Het is nodig dat de leerlingen inzicht verwerven in de verschillende categorieën die samen de tijdsdimensie uitmaken. Deze vaststelling leidt tot de formulering van een aantal eindtermen inzake de dimensie tijd.

De dimensie historische ruimte kan worden omschreven als de plaatsbepaling van historische gegevens. Onder de categorieën van deze dimensie kunnen worden vermeld:

Historisch ruimtelijk besef houdt veel meer in dan het lokaliseren van historische gegevens op de kaart. Daarom werden ook voor de verwerving van de categorieÎn van de dimensie historische ruimte eindtermen geformuleerd.

De dimensie socialiteit kan worden ingevuld via de categorieën:

Om socialiteitsbesef tot stand te brengen volstaat het dus zeker niet gebeurtenissen te laten memoriseren.

Voor elk van deze categorieën geldt, zoals gezegd, dat ze doorheen de tijd aan verandering onderhevig zijn. Wanneer men de dimensies socialiteit, historische ruimte en tijd in relatie tot elkaar brengt, duiken de noties op van continuïteit en discontinuïteit, van verandering en status quo op basis van overeenkomsten en verschillen. Deze noties zijn essentieel voor het verwerven van historisch besef en de historische attitude. Vandaar ook hun aanwezigheid in de eindtermen.

Vermits in geschiedenis het verwerven van inzicht in verbanden voorop staat, is het procedureel belangrijk de studie van de maatschappelijke domeinen te benaderen via het associëren en assimileren van begrippen en netwerken van begrippen.

Een representatiemodel van deze historische dimensies en categorieën kan er als volgt uitzien.

1.1.3 Methodologische onderbouwing voor het vak geschiedenis

Het doel van het SO is ook de leerlingen vaardig te laten worden in het aanwenden van de vakspecifieke methodes. De onderzoeksmethode van de geschiedenis als discipline verwijst naar de manier waarop men tot kennis komt. Daarnaast is er de methodologie om de kennis voor te stellen. Wegens het specifiek studiedomein, met name het verleden en zijn relatie tot het heden, is kritische bronnenstudie fundamenteel. Dit gebeurt via opsporing, ordening en selectie, analyse, verbinding (vergelijking) en evaluatie van gevarieerd materiaal. Daarbij worden onder zoekshypothesen geformuleerd, interpretaties van anderen geëvalueerd en een eigen verklaring met argumenten gestaafd.

Leerlingen uit het secundair onderwijs worden daarom liefst zo snel mogelijk vertrouwd gemaakt met de principes van deze onderzoeksmethode. Voor de ontwik ke ling van hun historisch besef en hun vermogen een historische attitude aan de dag te leggen, is het immers nodig dat ze een aantal vaardigheden en bijzondere attitudes inzake de verwerving, verwerking en voorstelling van de informatie progressief opbouwen.

Het gaat hierbij dus zowel om vaardigheden die gericht zijn op het zoeken naar de historische werkelijkheid als om vaardigheden die gericht zijn op de presentatie ervan. Tot die vaardigheden behoren chronologisch en historisch-ruimtelijk situeren, historische informatie interpreteren, deze informatie evalueren en toepassen en het presenteren van de informatie in een samenhangend beeld. De leerlingen verwerven hierbij ook het inzicht dat dit beeld de voorstelling is van een onderstelde werkelijkheid.

Bevragen, beschrijven, verklaren, relateren, confronteren en toepassen zijn belangrijke denkactiviteiten die in vrijwel alle wetenschappen en vakken terug te vinden zijn, maar alleszins centraal staan in geschiedenis. Concreet betekent dit dat leerlingen termen kunnen defini ren, in begrip pen kunnen classificeren, oorzaak-gevolg- en middel-doel-relaties kunnen onder kennen, een evolutie in korte- en lange-termijnperspectief kunnen uittekenen. Ze kunnen ten slotte ook een methode schetsen en toepassen om een historisch probleem te benaderen.

 



Copyright © 1998 VLG, 20.12.1998