Visie op historische vorming

1 Inleiding

 

Bij Koninklijk Besluit van 14 oktober 1997 werd op voordracht van de staatssecretaris van onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (voortaan OC en W) en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken de Adviescommissie Geschiedenisonderwijs ingesteld. De formele installatie had reeds plaatsgevonden op 15 september 1997 door staatssecretaris T. Netelenbos. Als voorzitter van de commissie werd benoemd drs. R.J. de Wit, voormalig Commissaris der Koningin in de provincie NoordHolland (de tekst van het KB en de samenstelling van de commissie zijn opgenomen in de bi lagen).

De commissie werd geacht om voor 1 april 1998 een advies uit te brengen over doel, functie en inhoud van het vak geschiedenis in het gehele voortgezet onderwijs en daarbij de relatie met het basisonderwijs te betrekken. Nadrukkelijk zou onderzocht moeten worden welke verwachtingen de samenleving, waaronder het vervolgonderwijs, van het geschiedenisonderwijs koestert. Ten aanzien van de inhoud en inrichting van het vak werd de commissie gevraagd meer specifiek een oordeel te geven over de aspecten kennis en vaardigheden, thematische verdieping en chronologisch overzicht, en hun onderlinge verhouding. Daarnaast zouden tevens de verhouding van geschiedenis tot andere vakken in het curriculum en de betekenis van Nederland als multiculturele samenleving voor het geschiedenisonderwijs bezien moeten worden.

De commissie werd niet geacht bij haar werkzaamheden in detail te treden; de opdracht spreekt van een advies op hoofdlijnen, dat te zijner tijd als basis voor een uitwerking in kerndoelen en examenprogramma's zal kunnen dienen.

In de opdracht wordt de positie van staatsinrichting niet afzonderlijk genoemd. Deze maakt nu - althans in het voortgezet onderwijs - onderdeel uit van het vak geschiedenis. De commissie ziet geen aanleiding hierin verandering te brengen. Derhalve zal in dit rapport geschiedenis worden opgevat met inbegrip van staatsinrichting.



Copyright © 1998 VLG, 03.10.1998