Visie op historische vorming

9 Samenvatting en overzicht van aanbevelingen

 

De Adviescommissie Geschiedenisonderwijs, ingesteld bij KB van 14 oktober 1997, kreeg als opdracht het uitbrengen van een advies op hoofdlijnen over doel, functie en inhoud van het vak geschiedenis en staatsinrichting in het voortgezet onderwijs, met inbegrip van de relatie met het basisonderwijs. Bestudering van de huidige en in de nabije toekomst voorziene inrichting van het geschiedenisonderwijs en een reeks gesprekken met vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijkze sectoren, van het vervolgonderwijs en van de inspectie, hebben de commissie tot de volgende inzichten gebracht.

Er bestaat een brede consensus over het belang van het geschiedenisonderwijs. Als belangrijkste en onomstreden functies van het vak worden gezien: het bijbrengen van chronologisch besef, het wekken van belangstelling voor het verleden, het leveren van een bijdrage aan de algemene ontwikkeling en aan het vermogen om in een democratisch bestel als volwaardig staatsburger te kunnen functioneren. Voorts wordt geschiedenis beschouwd als een kernvak voor de overdracht van normen en waarden en voor het bieden van inzicht in de ontwikkeling van de nationale identiteit.

Eveneens bleek er consensus over de waarde van de geschiedenis als apart en zelfstandig vak, met de staatsinrichting als natuurlijke component, ongeacht de noodzaak tot betere afstemming met andere vakken.

Nagenoeg alle gesprekspartners bleken de meeste waarde te hechten aan de overdracht van historische feiten en inzichten in een chronologisch kader; het aanleren van vaardigheden werd weliswaar nuttig, maar van secundair belang geacht. op dat punt heeft de commissie een zekere verwijdering geconstateerd tussen wat in een brede maatschappelijke kring wenselijk wordt geoordeeld, en de gangbare praktijk in het geschiedenisonderwijs. Veranderingen in de structuur van het onderwijs en in de opvattingen over de functie en de positie van het vak hebben ertoe geleid, dat de pretentie van het chronologisch overzicht geleidelijk aan is los gelaten ten gunste van een thematische benadering. Daarnaast heeft het aanleren van vaardigheden meer nadruk gekregen ten koste van de feitenkennis. Deze ontwikkeling heeft zijn neerslag gevonden in de kerndoelen van de basisvorming en in het huidige en komende (tweede fase) havo/vwo-programma.

De commissie bepleit het tot stand brengen van een nieuwe balans van kennis, inzicht en vaardigheden, en doet daartoe de volgende aanbevelingen.

1. Zorgvuldige afstemming van de programma's geschiedenis en staatsinrichting in basisonderwijs, basisvorming en bovenbouw, zodat een 'longitudinaal leerplan' gestalte kan krijgen.

2. Aanbod van een identiek minimum-pakket van historische overzichtskennis en vaardigheden ('canon' ) aan alle leerlingen in basisonderwijs en basisvorming, waarbij in het basisonderwijs de nadruk kan vallen op de geschiedenis van de eigen omgeving en van Nederland.

3. Voortzetting van de canon in de basisvorming, in nauwe aansluiting op het basisonderwijs. Behandeling van het hele pakket van kennis en vaardigheden moet ook op het vbo integraal haalbaar zijn. op andere schooltypen zal daardoor ruimte ontstaan voor een 'plus-pakket', waarin verdieping en verbreding kan worden geboden.

4. invoering voor alle leerlingen van verplichte combinatievakken geschiedenis - staatsinrichting - maatschappijleer in het algemene deel van de bovenbouw van zowel vmbo als vwolhavo, gericht op burgerschapsvorming.

5. Invoering van een sectorspecifiek vak geschiedenis in het sectordeel Zorg en Welzijn van het vmbo, met als hoofdthema de geschiedenis van de verzorgingsstaat.

6. Vereenvoudiging van het geschiedenisprogramma in de profieldelen van de tweede fase van vwolhavo door beperking in de tijd van de leerstof tot de periode van het pre-industriële Europa tot nu, en afbakening van de stof binnen die periode tot een beperkt aantal diachronisch-thematische domeinen met inbegrip van een door de scholen vrij in te vullen domein, integraal te behandelen en te toetsen door middel van een centraal eindexamen over één van de domeinen en een schoolexamen over de overige.

7. Periodieke instelling van een tijdelijke, breed samengestelde adviescommissie, te belasten met de beoordeling van de noodzaak van aanpassing van de canon en van de daarop aansluitende programma's in de bovenbouw.

8. Verhoging van de kwaliteit van de geschiedenisdocenten door waarborging van een adequate vakopleiding op de PABO's en de lerarenopleidingen, en door verbetering van de nascholingsmogelijkheden.

9. Versterking van de positie van de vakdidactiek geschiedenis, onder meer door de instelling van tenminste één leerstoel, en door intensivering van de contacten tussen de wetenschap en het basis- en voortgezet onderwijs.

10. Systematische verwerking van het multiculturele aspect in de verschillende geschiedenisprogramma's, met ruimte voor differentiatie per school.



Copyright © 1998 VLG, 03.10.1998