Informatiehoekje

Heksen op West-Vlaamse brandstapels

 

Heksen, en hun verbranding in het bijzonder, blijven de hedendaagse mens aanspreken. Bij de heksenvervolging bleef (West-)Vlaanderen zeker niet achterwege en was de Westhoek een van de regio's waar de heksenwaan het hevigst was. Dat bleek op het colloquium Tussen goden en duivels. Over religie en heksenvervolging dat het Davidsfonds recentelijk in Ieper organiseerde.

Het colloquium, waaraan ruim 250 personen deelnamen, werd gehouden naar aanleiding van de publicatie bij het Davidsfonds (DF) van het boek Het gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen. In dat werk geeft auteur en nationaal DF-voorzitter professor Fernand Vanhemelryck een verhelderend overzicht van de heksenvervolging en alle daarmee gepaard gaande gebeurtenissen in het huidige Vlaanderen. Een van de conclusies is alvast dat West-Vlaanderen, en de Westhoek in het bijzonder zich daarbij zeker niet onbetuigd liet.

Het geloof in heksen gaat terug tot de oudste tijden, maar het fenomeen heks "als kwaad en gevaarlijk menselijk wezen in vrijwillige dienst van de duivel", ontwikkelt zich in de twaalfde en dertiende eeuw. Mogelijk greep de eerst bekende terechtstelling in Vlaanderen plaats tijdens de regering van Diederik van de Elzas (1128 - 1168), maar vermoedelijk ging het hierbij om een mogelijke aanval op de graaf. In de vijftiende eeuw duikt in gerechtelijke bronnen toverij courant op, maar in Vlaanderen werd dat niet streng bestraft. De eigenlijke heksenvervolging begon zowat in het midden van de zestiende eeuw en duurde tot ongeveer het midden van de zeventiende eeuw. De betekent evenwel niet dat er daarvoor en daarna geen vervolgingen en terechtstellingen waren.

Hulpeloos

In tegenstelling tot wat meestal wordt gedacht, blijkt uit de straffen die wegens toverij en hekserij werden uitgesproken dat de beschuldigde in vele gevallen geen hulpeloze prooi voor de brandstapel was. Slechts een minderheid van de veroordeelden stierven de vuurdood. Uit de bewaarde archieven blijkt duidelijk dat op sommige plaatsen, waaronder de Westhoek, de rechters veel hardnekkiger op heksen joegen dan op andere plaatsen en dat in die plaatsen meer "heksen" op de brandstapel kwamen dan in andere steden en gemeenten.

Bij het publiek bestaat het beeld dat heksen vaak geïsoleerde, alleenstaande, ongehuwde vrouwen of weduwen waren maar archiefonderzoek geeft een ander beeld. Zo blijkt uit gegevens over de 34 Brugse "heksen" dat er veertien weduwe waren, veertien gehuwde, een ongehuwde moeder en vijf waarover geen gegevens beschikbaar zijn. Veertien onder hen hadden kinderen gaande van twee tot zelfs acht en elf. In Kortrijk waren er op de 23 vervolgden negen gehuwd, vijf weduwe, een gehuwd of weduwe en een ongehuwd. In Nieuwpoort waren er van de twintig "heksen" een ongehuwd, negen weduwe en tien gehuwd. Uit die cijfers blijkt dat de meeste heksen gehuwd waren of waren geweest.

Jeanne Panne

Sommige families hadden de reputatie een kweekvijver van heksen te zijn. Zowel het volk als de rechters sloten niet uit dat hekserij erfelijk was. Zo gebeurde het meermaals dat kinderen die de vreselijke executies van hun moeder of vader hadden meegemaakt, twintig jaar later zelf voor de rechter en daarop op de brandstapel stonden. Een schoolvoorbeeld van familiale hekserijtraditie is het proces tegen de familieleden van Jean de Deyster en zijn dochter Jeanne Panne in Nieuwpoort. Jans vader, Lauwers had al de reputatie van een tovenaar te zijn. Jean de Deyster zelf woonde met zijn vrouw en vijf kinderen in Nieuwpoort waar hij verscheidene huizen bezat en waar hij een paar keer in de stadsmagistraat zetelde. Uit getuigenissen blijkt dat jan een vrolijke man was die "moeilijk volle glazen kon zien staan en graag seksistische opmerkingen tegen jonge vrouwen maakte". Zo kon hij blijkbaar niet zwijgen over duivels en tovenaars als hij wat te diep in het glas had gekeken. Die verhalen - hij vertelde zelfs dat alle pastoors tovenaars waren - brachten hem voor de schepenbank en leidde tot zijn executie met vuur op 17 januari 1603 in Nieuwpoort. Zijn dochter Jeanne was toen tien jaar oud. Ze trouwde in 1617 met bakker Jan Panne en bracht elf kinderen ter wereld. Ook zij kwam later op de brandstapel terecht.

Veurne kent het verhaal van Maye de Waele. Zij werd in 1615 wegens toverij gefolterd. De pijniging werd stopgezet omdat Maye ten onrechte een zwangerschap voorwendde. Ze ontsnapte uit de gevangenis, werd gevat en opnieuw gefolterd. Op 29 mei 1615 werd ze terechtgesteld. Al in 1600 was haar vader, afkomstig uit Eggewaartskapelle, in Veurne geëxecuteerd op op 13 februari 1616 volgde Mayes moeder, Bette Blaere, haar dochter op de brandstapel.

Hoewel uit cijfers blijkt dat de heks in Vlaanderen niet automatisch tot de doodstraf werd veroordeeld, stierven er in de Nederlanden toch enkele honderden mensen als toverkol op de brandstapel. Voor wat het huidige Vlaanderen betreft, zijn er zo'n tweehonderd vijftig dergelijke gevallen bekend. De vuurdood was overigens niet alleen op heksen van toepassing, maar ook op ketters, brandstichters, homoseksuelen, sodemieters en sommige moordenaars.

Sommige heksen werden levend verbrand, zoals Gheleybn Wouters en Amphonie Coopman op 6 juli 1532 in Brugge. In Nieuwpoort werd Katelijne Graeve op 11 september met het vuur "van levende lijfve ter doot ghebracht". Ook elders gebeurde de executie op die manier. Op sommige plaatsen, zoals in 1597 en 1601 in Veurne en in 1605 in Oostende, bouwde een timmerman een hokje rond de staak zodat de executie verborgen bleef. Toen in 1593 op de Markt van Ieper een grootmoeder, moeder en kleindochter aan het vuur werden prijsgegeven, werd het meisje eerst gewurgd en daarin in stro gewikkeld om het aan het oog van de toeschouwers te onttrekken.

Omstreeks 1500 maakte Israhel van Meckenem deze gravure. Zij toont een vrouw die, opgehitst door de duivel, haar man met een spinrokken, het symbool van een deugdzame en toegewijde vrouw, te lijf gaat.

Uit die laatste executie blijkt dat geen enkele leeftijdsgroep aan de heksenvervolging ontsnapte. Daarmee wordt ook gebroken met het stereotiepe beeld dat een heks een oude vrouw, doorgaans een alleenstaande weduwe, is die in een dorp woont of aan de rand ervan. Wel betekende oud in de zestiende en zeventiende eeuw iets anders dan tegenwoordig omdat de levensverwachting toen veel lager lag. In de Brugse heksenprocessen werden leeftijden tussen de veertig en 86 vermeld. In Kortrijk wordt slechts van vier vrouwen de leeftijd expliciet vermeld: 50, 63, 74 en rond de vijftien (!) jaar.

Sabbat

Vele vrouwen die op de brandstapel terechtkwamen, legden onder zware folteringen op de pijnbank verklaringen af die de hedendaagse mens doen gruwelen. Zo bekenden vele vrouwen, maar ook sommige mannen, dat ze deelnamen aan sabbatten waar ze de duivel in velerlei gedaanten ontmoetten.

Die sabbatten werden zogezegd vooral op eenzame, afgelegen plaatsen gehouden. Aan de Vlaamse kust vonden die vaak plaats in de duinen. Dat verklaarde onder andere Bette Blaere in 1616. Zij was geboren in Eggewaartskapelle. Haar foltering, die in Veurne plaatsvond, duurde 26 uur. De magistraten werden om de zes uur volgens een beurtrol afgelost. Volgens Bette kwamen soldaten en vrouwen - waaronder ook "La Belle Hostesse", bekend uit een lied van Willem Vermandere - samen in de duinen van de "Zwaene Panne" waar ze rug aan rug dansten.

Jan de Munck, die in 1605 in 1605 in Nieuwpoort werd geëxecuteerd, danste met verscheidene mannen en vrouwen in de duinen van Westende. De Brugse heksen dansten in de buurt van Lissewege, op de Brugse Vrijdagmarkt, in Koolkerke of tussen Tillegem, Loppem en Zedelgem. In Geluwe hadden de "feesten" plaats in het "Moermaybos" tussen Geluwe en Menen in het "Roykensbos".

Bovenstaande gruwelijke verhalen zijn slechts een losse greep uit de velen die er in het boek van professor Fernand Vanhemelryck zijn vermeld. Het werk geeft een goede synthese van de heksenvervolging in het huidige Vlaanderen en dat geplaatst tegen een Europese achtergrond. Tegelijkertijd is het werk en dat dank zij een uitgebreide persoons- en plaatsnamenindex, ook interessant voor historici en heemkundigen die op zoek gaan naar specifieke heksenverhalen uit hun werkgebied. Dat West-Vlaanderen daarbij ruim aan bod komt, is zeker gebleken.

Het boek "Het gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen" van Fernand Vanhemelryck, Davidsfonds, 340 blz., kostprijs 980 BEF. Verkrijgbaar in de boekhandel. Informatie: 016-31.06.00.

Chris Weymeis, Het Nieuwsblad, 16 en 17 oktober 1999, p. 21.



Copyright © 1999 VVLG, 19.12.1999