Nog enkele zinnen...

Vul het juiste voorzetsel in waar er plaats is tussen gelaten. Als je alle voorzetsels hebt ingevuld, druk je op controleer.
1. De leraar rekent de medewerking van de leerlingen.

2. De leerlingen houden rekening elkaar.

3. Je zou beter opletten plaats altijd te babbelen.

4. Voor het eerst maakte Roodkapje kennis de grote boze wolf.

5. Dit sprookje is bestemd jong en oud.

6. We danken u voorbaat uw belangstelling.

7. De jongen bemoeit zich altijd zaken die hem niet aangaan.

8. In turkije kan je nu ook betalen euros.

9. De leerkracht hecht veel belang netheid en orde.

10. De leerlingen verzetten zich hevig de onterechte beschuldigingen.