Oefening 1, deel 1

Vul het juiste voorzetsel in waar er plaats is tussen gelaten. Als je alle voorzetsels hebt ingevuld, druk je op controleer.
1. Ik ben benieuwd de cijfers.

2. Hij is verantwoordelijk de organisatie.

3. Zij verwachtte veel het feest.

4. Ik moest hem herinneren de afspraak.

5. Ik kom maar niet toe eens even lekker luieren.

6. We danken u voorbaat uw belangstelling.

7. Hij wilde niet ingaan mijn voorstel.

8. Ik ga maar af wat de dokter zegt.

9. Ik ging helemaal op het taalspelletje.

10. Hij zit helemaal in de knoop zichzelf.