Boekrecensies Minervaria


MacMAHON, D.M., Geluk. Een geschiedenis. (Happiness: a History – 2005) A’dam, De Bezige Bij, 2005, 527 pp. – ISBN 90 234 1560 4
Filosofie
Home

Index recensies

Antropologie

Filosofie

Geschiedenis

Gezondheid en welzijn

Maatschappij

Natuurwetenschappen

Pedagogie

Psychologie

Religie

Taal en Communicatie

Nieuw

Gedachten

Contact

Links

Hoe kan je een geschiedenis schrijven van iets zo ongrijpbaars, zo ondefinieerbaars, van een ’ding' dat geen ding is, van hoop, verlangen, een droom? McMahon heeft het erop gewaagd. Het resultaat is een uitmuntende geschiedenis van een begrip dat voor ons een modern credo is geworden. We kunnen gelukkig zijn, we zullen  gelukkig zijn, we moeten gelukkig zijn. We hebben recht op geluk. Maar is dat altijd zo geweest?

Altijd al heeft de mens geluk nagestreefd. Maar de opvattingen over dit eeuwige doel van de mens en van de strategieën die hij ontworpen heeft om dit te bereiken zijn in de loop der eeuwen aanzienlijk veranderd. McMahon heeft zich voor zijn ideeëngeschiedenis beperkt tot de Westerse idee van het geluk.

Over het geluk als doel van het leven gingen pas de Griekse filosofen van de 5e eeuw v.C. zich bezinnen. Voor en in die tijd was de algemeen geldende opvatting dat geluk gelijk stond aan tijdelijk ‘geluk hebben’. Geluk, in de betekenis van 'gelukkig zijn', was alleen weggelegd voor uitzonderlijke mensen. Socrates was de eerste filosoof die het geluk, in de betekenis van gelukkig zijn,  beschouwde als iets wat we in dit leven kunnen bereiken. Dit was meteen de aanzet tot een soort klopjacht op ‘het geluk’. Want als geluk niet van toevallige omstandigheden afhangt, moet men er iets voor doen. En in de hierna volgende eeuwen zijn de opvattingen hierover ingrijpend veranderd, en toch weer niet. Want altijd komen de klassieke denkers als leidraad terug.

Het boek van McMahon bevat twee delen. In het eerste deel geeft hij een overzicht van de ideeën over het geluk tot en met de Verlichting, de 18e eeuw. Hij bespreekt achtereenvolgens de klassieke Oudheid, het Christendom, de Renaissance en de Verlichting. In deze ruim twee millennia was het geluk eerst een aards goed. Het is via een hemels paradijs teruggekeerd naar de aarde. De Verlichting legde de basis van onze opvatting van het geluk: het is een mensenrecht, een recht van de natuur. In dit overzicht kreeg ik vooral een beter inzicht in de achtergrond van de visie op geluk en lijden in onze toch nog christelijk gekleurde samenleving.

In een tweede deel bespreekt de auteur de denkrichtingen van de laatste 2 eeuwen. Deze zijn gebouwd op het geluksidee van de Verlichting: de mens heeft recht op geluk omdat het in zijn natuur besloten zit. Op dit idee hebben grosso modo vier stromingen verder geborduurd: de Romantiek, het Liberalisme, het Socialisme en de Wetenschappen. Elk van die richtingen wordt uitvoerig toegelicht en uitgespit.

In zijn conclusies gaat McMahon in op de huidige tendensen in de Westerse samenleving. Hij werpt een kritische blik op alle pogingen die moderne mensen ondernemen om gelukkig te zijn: consumptie, psychotrope middelen, het verlichten van het lijden, ingrijpen in onze genetische existentie. Wij zijn, ondanks en in onze toch luxueuze leefomstandigheden, bijna obsessief op zoek naar het geluk. Maar het volmaakte geluk is als de heilige graal, betoverend en onbereikbaar. Lijden en geluk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ze horen bij het mens-zijn. Wie alleen het geluk wil ervaren, moet (een deel van) zijn menselijkheid opofferen.

In een tijd waarin geluk het onderwerp is van zowel wetenschap als politiek, is het niet slecht zich af en toe te bezinnen op de aard van het geluk. Meer inzicht in de Westerse geschiedenis van het begrip kan hier zeker toe bijdragen. Want onze hang naar welzijn en geluk is niet zo vanzelfsprekend als wij het wel zouden willen. Ons idee over geluk is de resultante van een eeuwenlange geschiedens, waarbij er blijkbaar niet zoveel nieuws onder de zon is.

McMahon heeft een ronduit magistraal werk geschreven. Het boek is ongelooflijk rijk aan materiaal. Het gaat niet alleen over de geschiedenis van een idee, maar tegelijk over de evolutie van het denkproces van een keur van prominente filosofen over het geluk. Hun ideeën worden zeer diepgaand en genuanceerd uitgewerkt. Het is onmogelijk om dit alles in een enkele lezing te bevatten. Wat ik soms miste: een schets van de maatschappelijke context waarin de ideeën zich ontwikkelden.

Maar dit vormt eigenlijk niet echt een probleem. Want het was een plezier om dit boek te lezen. McMahon schrijft immers zeer vlot, zij het niet altijd erg gestructureerd. Zijn teksten zijn vaak poëtisch en altijd boeiend en onderhoudend. 

Het werk is voorzien van een indrukwekkende notenlijst en een handig register. Een aanrader!

©  R.H. – 05.06

Aansluitend artikel: FUREDI, F, Why the 'politics of happiness' makes me mad, Spiked-central, May 26th 2006, http://www.spiked-online.com/index.php?/site/article/311