Boekrecensies Minervaria


de WAAL, F., Van nature goed. Over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren. A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 1998, 327 pp. – ISBN 90 254 0580 0
Natuurwetenschappen
Home

Index recensies

Antropologie

Filosofie

Geschiedenis

Gezondheid en welzijn

Maatschappij

Natuurwetenschappen

Pedagogie

Psychologie

Religie

Taal en Communicatie

Nieuw

Gedachten

Contact

Links

Een hond heeft iets misdaan en lijkt dat te beseffen – je kunt zijn schuldige blik tenminste nauwelijks anders opvatten. Een gorilla offert zich op voor zijn gewonde vrouw. Olifanten helpen met zijn allen een in de steek gelaten jong. Betekent dit dat deze dieren, net als de meeste mensen, een geweten hebben? Misschien is deze uitdrukking wat te ver gezocht.

Maar volgens Frans de Waal, bioloog en etholoog, en gespecialiseerd in het gedrag van mensapen,  kunnen dieren zich echt om elkaar bekommeren en lijken zij bovendien een zekere gemeenschapszin te ontwikkelen. In dit boek laat hij zien hoe dieren samenwerken en elkaar helpen, hoe zij een besef schijnen te hebben van een gemeenschappelijk doel en daaraan hun eigen belang ondergeschikt maken. Hij observeerde dit vooral bij mensapen, maar geeft ook voorbeelden bij andere diersoorten, zoals dolfijnen en olifanten.

Gemeenschapszin is volgens de Waal de grondslag van moraal. Zijn conclusie uit zijn jarenlange onderzoek is dan ook verstrekkend: niet alleen kennen dieren morele motieven, hieruit is tevens af te leiden dat moraal een biologische oorsprong heeft en niet uniek is voor de mens.

Zoals al zijn andere werken is ook dit boek een boeiend verslag van observaties en interpretaties van dierengedrag. De vraag of dieren moraliteit hebben heeft iets weg van de vraag of zij een cultuur, een politiek systeem of een taal bezitten. Als we hierbij de mens als maatstaf beschouwen, luidt het antwoord nee. Als we echter de essentiële vermogens van de mens opsplitsen tot de samenstellende delen, zijn sommige daarvan ook bij andere dieren te herkennen. In zijn betoog volgt de Waal dan ook de opeenvolgende bouwstenen van moraliteit: van medeleven, over het besef van normen, rang en orde, naar wederkerigheid en tenslotte met elkaar kunnen opschieten. Deze elementen zijn ook meteen het thema van de verschillende hoofdstukken. Hij illustreert en onderbouwt zijn stellingen met talloze observaties van diergedrag, en legt parallellen met menselijk gedrag. Interessant is de aansluiting met inzichten uit de ontwikkelingspsychologie, en een originele kijk op agressie en agressief gedrag.

De Waal verliest zich ook niet in extreme conclusies. Zijn boek draagt de stempel van de cognitieve ethologie: het vakgebied waarin dieren gezien worden als toegerust met intenties, intelligentie en een zekere berekening. Maar ook al handelen dieren op een manier die vergelijkbaar is met moreel gedrag, hun gedrag hoeft niet perse te berusten op het soort afwegingen die mensen maken.

Het boek bevat een uitgebreide noten- en bronnenlijst. De verschillende thema’s worden heel raak geïllustreerd door fotografische verslagen. Een echte aanrader!

©  R.H. – 02.04