HOE DOORTJE AAN HAAR EINDE KWAM
Aan de rand van het Lappersfortbos, in een klein maar gezellig huisje, woonde Doortje. Elke avond was er feest diep in het bos en soms gebeurde het wel eens dat Doortje te veel gedronken had om veilig naar huis te rijden met haar fietsje.
Die avond was het weer zover. Haar ogen keken elk een andere richting uit en ze twijfelde eraan of ze haar huisje zou terugvinden voor het donker werd. Dus sprong ze in het zadel en schoot als een pijl uit een boog tussen de bomen huiswaarts. Onderweg ontzag ze niets of niemand, ze reed ze allemaal omver : konijntjes, hazen, everzwijnen, zelfs de wandelaars met hun kroost werden in de varens gedrukt.
Pas toen ze thuis kwam, begon Doortje te beseffen wat ze aangericht had, maar voor ze weer helemaal nuchter was, stond de boswachter reeds voor de deur.
Omdat Doortje niet de eerste de beste was in het Lappersfortbos, gooiden ze het op een akkoordje : Doortje zou zich zélf komen aangeven in het boswachtershuisje, misschien zouden ze de hele affaire dan wel in de doofpot kunnen stoppen!
Maar onderweg hoorde ze de bellenman van het bos reeds roepen: "Doortje heeft argeloze wandelaars aangereden in het bos! Ze was teut!" Iedereen moest het horen! Wat nu gedaan?! Daar ging haar goede naam! En die van haar familie!
Andreas, de patriarch van het geslacht, kon er niet om lachen en onterfde haar meteen. De erepenning die ze ooit gekregen had, moest ze weer inleveren. Voortaan moest ze maar weer eens gaan kuisen bij de oude mensjes in plaats van grote sier te maken op feestjes.
De Neven en De Nichtjes van Doortje lachten in hun vuistje. "Meer van dat!" riepen ze, want Doortjes misstap leverde hun geen windeieren op! Van puur verdriet sloot Doortje zich op in haar huisje en kwam nooit meer naar buiten. Een heuse storm rukte de pannen van haar dak en de roosen lachten haar vierkant uit, zoals ze daar zat te grienen. Enkele maanden later pleegde Doortje zelfmoord. Overdosis. De lege fles Sp.a-bruis op haar nachttafeltje…