Jon MISSELYN :
"Tja, hoe zou er vraag naar kúnnen zijn als men niet eens weet dat die boeken bestaan? Ik ben een totaal onbekende schrijver. Heb bovendien nog een moeilijk te onthouden naam. Als de boeken niet in de boekhandels liggen, dan worden ze gewoon niet verkocht, punt uit. In november heb ik twee uur op de Boekenbeurs doorgebracht om te signeren. Daar lagen ze natuurlijk wél. Nu, in die twee uur dat ik daar zat, hebben ze er een vijftigtal verkocht. Dat vind ik toch merkwaardig veel voor een onbekend schrijver, vooral op de Boekenbeurs, waar duizenden titels verkrijgbaar zijn."
Hoe had je de promotie dan wel voorgesteld?
Jon MISSELYN :
"Kijk, ik ben begonnen met schrijven omdat ik als leraar vaststelde dat er geen markt bestaat voor rijpere jongeren vanaf veertien, vijftien jaar. Ik wilde vooral geen literatuur schrijven, omdat ik eigenlijk niets te vertellen heb wat al niet verteld is. Ik wilde ontspanningslectuur schrijven waarin wat maatschappijkritiek vervat zat. Omdat ik zelf graag detectiveverhalen lees, ben ik dan maar met teenkrimi's begonnen. Nu heb ik als leraar ook wel liever dat jongeren Tom Lanoye lezen of J.M. Berckmans of Willem Elsschot, maar ik wilde vooral de jeugd bereiken die daar nog niet aan toe was. Bovendien mag je niet vergeten dat veel volwassenen uitsluitend krimi's lezen: Tom Clancy, Patricia Cornwell, Len Dieghton, John Grisham, Jonathan Kellerman, Ira Levin, noem maar op. Nu is de teenkrimi een quasi onbestaand genre en ik ben ervan overtuigd dat heel wat jongeren veel liever naar zo'n boek zullen grijpen dan naar de boeken van bijvoorbeeld Ed Franck of Patrick Lagrou. Want, die vinden ze te braaf en te kinderachtig."
<
Toch schrijven zij bestsellers...
Jon MISSELYN :
"Dat is inderdaad zo. Maar het zijn vooral jongeren van beneden de veertien die dat soort dingen lezen. Of, en dat mogen we absoluut niet vergeten, de jongeren van boven de veertien die school lopen in het vrije net en qua rijpheid meestal toch wat achterlopen op die van het gemeenschapsonderwijs. Dat is geen kritiek, dat is een vaststelling. Nu is het een feit dat nog steeds tachtig procent van de jeugd naar het vrije onderwijs gaat en slechts twintig naar het gemeenschapsonderwijs; het is dus ergens normaal dat uitgeverijen zich meer gaan richten tot die ene groep."
Clavis heeft jouw teenkrimi's toch uitgegeven...
Jon MISSELYN :
"Klopt, maar ik heb er wél voor moeten vechten. En uiteindelijk heb ik het gevoel dat ik de strijd verloren heb. Ik ga je vertellen hoe het allemaal in zijn werk gegaan is. In juli 1995 heb ik de manuscripten naar verscheidene uitgeverijen opgestuurd. Vijf daarvan hebben positief gereageerd. Vrij snel zelfs. De eerste was Pelckmans, maar later bleek dat zij geen fonds hadden daarvoor. De tweede was Clavis. Agnes Verboven belde mij dat ze de boeken in één ruk uitgelezen had en vroeg me of ik eens wou langskomen. Ik ben dan naar Hasselt geweest en in een uurtje was het geklonken. Het was toen augustus. Ik heb toen lange tijd niets meer van Clavis gehoord. Ik heb wel nog een paar keer contact opgenomen met hen omdat er nog drie andere uitgeverijen waren die interesse toonden, maar ze verzekerden mij dat mijn teenkrimi's in het voorjaar van 1996 uitgegeven zouden worden. In januari kreeg ik dan de eerste proefdrukken. Maar wat bleek? Alle nevenaspecten die het verhaal ruggengraat moesten geven waren eruit verdwenen en bovendien was de stijl zodanig braaf geworden dat het niet mooi meer was. Ze hadden ook een en ander aangepast omdat, en dat is het strafste, de markt in Nederland voor hen belangrijker was dan die in Vlaanderen. Woorden die in Nederland ongebruikelijk waren, werden gewoon vervangen door Hollandse equivalenten. Dat kwam, zeiden ze, omdat er in Nederland een commissie bestaat die bepaalt wat door de bibliotheken aangekocht wordt en wat niet. Te veel Vlaamse woorden betekende dus een vermindering van de omzet. Als je dus goed doordenkt, betekent dat dat Vlaamse jeugdliteratuur niet kán bestaan. Want, dat geldt natuurlijk niet alleen voor mijn teenkrimi's, maar voor alle jeugdboeken, Stel je voor : wat zou er van 'De geruchten' van Hugo Claus overblijven als het verhollandst werd? Blijkbaar is dat een normale gang van zaken in de jeugdliteratuur. Maar dat was nog niet alles! Kijk, ik heb het gevoel dat ik weet hoe ik een jeugdboek moet schrijven. In mijn studententijd had ik al eens een jeugdboek geschreven, 'Ik, Daan'. Volgens mij een slecht boek, maar het had wel veel succes. Het wordt nu, na twintig jaar nota bene, nog steeds gebruikt door veel leraren zedenleer in hun lessen. Waarom had het zo'n succes? Door de stijl. Nu wilde ik met mijn teenkrimi's goede boeken uitbrengen in min of meer diezelfde stijl. 'Ik, Daan' was inhoudelijk veel te cliché, maar stilistisch zat het wel goed, omdat ik gewoon de denktrant van de jongeren weergaf. Dat was ook niet zo moeilijk, ik had het geschreven toen ik zelf een jaar of achttien was. Maar Clavis vond het blijkbaar nodig om ook dat te veranderen. Ik begreep niet waarom. Zoals ik ook niet begreep waarom ze alle maatschappijkritiek eruit geschrapt hadden. Omdat jongeren zich daarvoor niet interesseren was het antwoord. Tja, ik heb toen wel nog een en ander kunnen redden, maar uiteindelijk zijn mijn teenkrimi's toch erg verschraald van de drukpersen gegleden."
Dus als auteur heb je weinig in de pap te brokken?
Jon MISSELYN :
"Het stimuleert in elk geval niet om verder te doen. Ik was al aan een derde en een vierde boek bezig, met dezelfde personages, maar na al die miserie kreeg ik met moeite nog iets op papier. Ik zat de hele tijd te denken : dit zullen ze toch schrappen. Zo kom je natuurlijk niet vooruit. Zoals de boeken nu uitgegeven zijn, heb ik het gevoel dat ze voor zestig procent van mij zijn en voor veertig procent van de uitgever. Dat is een wanverhouding, vind ik. Dat is m.i. ook de reden waarom de jeugdliteratuur bij ons niet van de grond komt. Ik heb hun dat ook gezegd, maar dat was niet waar, want Patrick Lagrou en Ed Franck, die verkochten nogal wat boeken. Tja, ik heb het gemerkt op de Boekenbeurs : het is waar, Lagrou en Franck zijn vedetten bij de jeugd. Maar ik vraag me dus ook af wie hun boeken geschreven heeft. En hoe het komt dat Lagrou en Franck nooit in de bestsellerslijsten staan? Ik heb de uitgever gezegd : er is maar één iemand hier in Vlaanderen die een beetje uitstraling heeft als jeugdschrijver en dat is Anne Provoost. Waarom? Omdat ze goede boeken schrijft. Hun antwoord was : ja, maar zij wordt niet gelezen. Er wordt wel veel tamtam rond verkocht, maar uiteindelijk verkopen haar boeken niet. Begrijp jij dat? Zij staat wél in de bestsellerslijsten."
Waarom ben je er dan uiteindelijk mee akkoord gegaan dat jouw boeken uitgegeven werden, als je er zelf niet tevreden over was?
Jon MISSELYN :
"Waarom? Tja, er spelen verscheidene zaken mee. Vooreerst omdat de verhalen zich afspelen in een bepaalde tijdsperiode, 1995, en dat ik geen zin had om op mijn sokken terug te keren naar die uitgeverijen die ik afgewezen had, en dat de uitgave ervan dan weer een jaar uitgesteld zou worden en dat ik met die uitgeverijen misschien ook wel problemen zou krijgen. Ten tweede het feit dat ik inderdaad een beginneling ben. De vraag die zich in je hoofd afspeelde of ze misschien toch geen gelijk hadden. Tenslotte hebben zij ervaring en ik niet. Op een bepaald moment dacht ik : ben ik eigenlijk niet te pretentieus om te denken dat mijn boeken goed zijn? En ten derde het excuus dat ik op dat ogenblik weinig tijd had. Ik was namelijk met mijn leerlingen bezig aan het maken van een langspeelfilm."
Blijft de vraag : hoe had je de promotie dan voorgesteld?
Jon MISSELYN :
"Ik ben er stellig van overtuigd dat een boek niet kán verkopen zonder campagne. Zelfs Hugo Claus geeft dat toe. Volgens mij hadden ze een aantal troeven in handen : vooreerst de nieuwe markt die aangebroken werd, ten tweede : de commerciële heropleving van de detectiveroman. De boeken werden in mei uitgegeven. Ik heb hun gesignaleerd dat juni de krimimaand was en gesuggereerd dat ze daarop zouden inspelen. Ze hadden de jongerenmagazines kunnen warm maken voor een interview of een recensie, maar dat is niet gebeurd. En ten derde: de maatschappijkritische achtergrond van mijn teenkrimi's. Heel die heisa die zich nu rond de magistratuur afspeelt, neemt even grote proporties aan in het onderwijs, geloof me. Ook daar tref je een grote graad van incompetentie aan, vooral op bestuurlijk vlak. Ik heb dat door middel van fictie proberen duidelijk te maken. Sjowall & Wahlöo hadden toch ook kritiek op het politiesysteem in Zweden? Patricia Highsmith levert toch ook kritiek op de wereld van de plastische kunsten? Een verhaal is maar een verhaal. Volgens mij kan iedereen een verhaal schrijven. Maar niet iedereen kan een verhaal aankleden. Dat is het wat ik gedaan heb. Helaas hebben ze in Hasselt weer een en ander uitgekleed."
Misschien is de gedrukte versie lang niet meer zo scherp als de oorspronkelijke versie en zijn de rellen daarom uitgebleven?
Jon MISSELYN :
"Daar is iets van aan, maar er zit toch nog voldoende stof in om over na te denken. Let wel, dát zijn de zaken waarvoor ik gevochten heb, niet die stijlveranderingen, hoewel ik daar nu een beetje spijt van heb. Had ik ze laten doen, dan was alle kritiek op het onderwijs eruit verdwenen. Het interesseert de jongeren niet om in de coulissen van het onderwijs binnen te dringen, zo luidde het. Wel, daar heb ik mijn twijfels over. Ik vind ook dat je kunt overdrijven, zoals Jef Geeraerts doet in zijn thrillers, maar wat ik gedaan heb, bleef mooi binnen de perken. Al denk ik dat het niet in de eerste plaats de censuur was die een rol speelde bij de uitgeverij. Wel het feit dat men daar in Nederland geen boodschap aan had. Daar zijn we dus weer : alles moet aangepast worden aan de Nederlandse markt. Er werd zelfs geopperd om de naam Koninklijk Atheneum te vervangen door iets anders. Ja, we moesten de MAVO in Brugge situeren! Gelukkig is het zover niet gekomen. Nog zoiets : toevallig heet een van de hoofdpersonages Bram Vermeulen. Ook daar was kritiek op, want in Nederland was er een zanger die Bram Vermeulen heette. Kun je je dat voorstellen?"
Eigenlijk vind je dus dat een redactie overbodig is bij een uitgeverij?
Jon MISSELYN :
"Niet altijd, natuurlijk, maar ik vind een redactie wel iets willekeurigs hebben. Men schrapt maar, zonder eigenlijk te beseffen dat sommige zaken essentieel zijn. Wat mijn boeken betreft werden zelfs elementen geschrapt die belangrijk waren voor de plot. Die zijn er achteraf wel weer in gekomen, maar misschien niet allemaal, want ik kan me best voorstellen dat ik de functie van sommige passages vergeten was. Het is ook zo dat je je boeken schrijft voor een bepaald publiek, wat mij betreft zijn dat jongeren die nogal met jongerencultuur begaan zijn. Als je dan zo'n redacteur krijgt met een scoutsverleden, zoals bij mij het geval was, dan zit je natuurlijk met het probleem dat zo'n kerel de bedoeling van sommige zinnen niet steeds vat. Mijn redacteur was een jaar of 25, een krak op taalgebied, moet ik toegeven, maar het is niet altijd goed om taal te zuiveren, vooral omdat correct taalgebruik soms storend kan werken, vooral in dialogen. Schrijftaal is geen spreektaal. En blijkbaar heeft die jongen een zeer georganiseerde, gestructureerde, veilige jeugd gehad, waardoor hij zich moeilijk kon inleven in de rock-'n-rollpassages."
In 'Leeswijzer' las ik een recensie waarin stond dat de situatie ongeloofwaardig was : twee leerlingen die de toelating krijgen om in het privé-leven van hun leraren te gaan snuisteren.Jon MISSELYN :
"Tja, het blijft natuurlijk een verhaal. Ik weet ook wel dat dat weinig waarschijnlijk is in de praktijk, maar het is niet zo dat de leraren uit mijn boek dat zonder veel moeite aanvaarden, integendeel. Ik denk dat je er meer moeite mee zult hebben als je eerst 'Moord in het atheneum' leest en daarna 'De speelmansmoorden', omdat de personages dan inderdaad nieuw zijn voor de lezer. Maar die inmenging in het privé-leven is er alleen maar gekomen door het succes dat Bram en Vanessa geboekt hadden met 'De speelmansmoorden'. Overigens heeft de recensente van "Leeswijzer" mijn boek erg slecht gelezen, want ze merkt op dat het derde personage, Pedro, op blz. 86 zomaar uit het niets komt opduiken, maar die zit er al in op blz. 27. Dus, wat moet je van zo'n recensente gaan denken? Ze heeft er ook kritiek op dat de sporen die het duo volgt soms niet daadwerkelijk naar de oplossing van de moord leiden. Dan stel ik mij de vraag : heeft zij dan nog nooit een detectiveverhaal gelezen? Je moét je lezers natuurlijk op een verkeerd spoor zetten, anders heb je geen verhaal meer. Mijn personages zijn nu eenmaal amateurs die zich eerder toevallig met speurwerk bezighouden, met alle fouten van dien."
Je bent zelf twintig jaar theatercriticus geweest, onder meer voor De Morgen, voor Markant, voor de Brugse Uitkrant. Je hebt ook drie jaar lang in de jury van het Theaterfestival gezeteld. Nu word je zelf met kritiek geconfronteerd. Valt dat moeilijk?
Jon MISSELYN :
"Er zijn bij mijn weten nog maar weinig kritieken verschenen : enkele zeer lovende en enkele matige. Nu zit ik wel een beetje met een dilemma, want ik vraag me dus af hoe de kritieken geweest zouden zijn indien men niét aan mijn boeken geprutst had. Iemand schrijft dat ze weinig om het lijf hebben. Ik heb daar geen moeite mee, want ik zei het daarnet al : in feite heeft de uitgever mijn boeken uitgekleed. En misschien heb ik ze wel te schaars weer aangekleed. Het is werkelijk zo dat je om elk woord zou moeten vechten. Dat heb ik niet gedaan. Vanessa heeft haar veranderingen, schrijf ik ergens. Dat is natuurlijk West-Vlaams. Dat moest haar menstruatie worden, zo'n lelijk woord dat jongeren nooit in hun mond nemen. Regels vind ik dan zo plat. Het zit hem vaak in details, maar als veel van die details verloren gaan, dan zit je met een taaltje dat niet dat van de jongeren is, maar dat van een redactie en dáár heb ik problemen mee. Ik heb zo het gevoel dat uitgevers er vooral op uit zijn om de kindertijd van de tieners te verlengen. O ja, de eerste verliefdheden, daar mag over geschreven worden, maar het moet allemaal braaf blijven. In 'Moord in het atheneum' werd een passage weggelaten waarin stond dat de leerlingen jointjes aan het roken waren op de speelplaats. De uitgever noemde dat tendentieus. Van die kritiek heb ik helemaal niks begrepen. Hoezo tendentieus? Alsof het in werkelijkheid niet gebeurt! Waaruit ik afleid dat uitgevers van jeugdboeken hun eigen publiek niet au sérieux nemen. Tieners moeten kind blijven, punt uit. Gelukkig kunnen tieners vandaag de dag nog naar boeken grijpen als die van Brusselmans. Anders hadden ze niets."
(FB)

back
to top ^