Het erefgoed van Shannara - deel 1 :

 

 

De Nazaten van Shannara :

 

Driehonderd jaar na de dood van Allanon is het treurig gesteld met de Vier Landen. De Elfen zijn verdwenen, de Dwergen tot slaven gemaakt, en de magie is streng verboden.....

 

 

Toch ontleent Par Ohmsford nog de kracht aan het lied van Shannara en weten hij en zijn broer Coll de oude legenden weer tot leven te brengen.

Maar terwijl zij trachten te ontsnappen aan de achtervolging van een Zoeker; worden ze met een nog veel grotere dreiging geconfronteerd: de Schaduwvrouw - een gruwelijk en onmenselijk wezen uit het Schaduwrijk.

 

De laatste druide, Cogline, roept alle afstammelingen van Shannara bijeen om ze te waarschuwen voor het onvermijdelijke lot van het land wanneer de Schaduwen slagen in hun vernietigende plannen.

Om het onheil te keren moet Par het verloren gegane Zwaard van Shannara zien te vinden, en de verdwenen Elfen en druiden mooeten weer bezit nemen van hun oude vesting.

 

 

Een bijna onmogelijke taak.

 

 

Een passage:

 

Zonlicht speelde op het stille oppervlak van het Myrinmeer door openingen tussen de bomen in de verte, en gaf het water een roodgouden schittering waar Wren Ohmsford haar ogen voor moest toeknijpen. Verder westelijk vormde het Irrybisgebergte een onregelmatige zwarte scheiding tussen hemel en aarde, en het wierp de eerste schaduwen van de nacht over de uitgestrekte Tirfing.

Nog een uur, iets langer misschien, dan is het donker, dacht ze.

Ze bleef aan de rand van het meer staan en nam heel even de eenzaamheid van de naderende schemering in zich op. Overal om haar heen strekte Westland zich uit in de zinderende hitte van de voorbije zomerdag, met de loomheid van een slapende kat die geduldig wachtte op de komende nacht en de verkoeling die deze zou brengen.

Ze kwam in tijdnood.

Ze zocht even naar de tekens die ze een paar honderd meter terug was kwijtgeraakt, maar zag niets? Hij kon net zo goed in de lucht zijn opgelost. Hij deed wel zijn best op dit kat- en - muis - spel, vond ze. Misschien was zij de rede?

De gedachte hield haar bezig terwijl ze zachtjes voortliep tussen de bomen langs de meeroever, waarbij ze met hernieuwde inzet het gebladerte en de aarde afzocht. Ze was klein en tenger gebouwd, maar wel gespierd en sterk. Haar huid was gebruind door de zon en buitenlucht en haar asblonde haar was bijna jongensachtig kort geknipt en zat in krulletjes tegen haar hoofd. Ze had scherpe Elfentrekken met volle wenkbrauwen, kleine, puntig oren en jukbeenderen die haar gezicht smal en lang maakten. Ze had lichtbruine ogen, die rusteloos alle kanten op keken onder het lopen. Enkele tientallen meters verder ontdekte ze zijn eerste fout, een afgebroken takje, en meteen zijn tweede, een laarsafdruk tussen een groepje stenen. Ze glimlachte onwillekeurig. Haar zelfvertrouwen groeide en ze hief vol verwachting de gladde oefenstok die ze droeg. Ze zou hem krijgen, beloofde ze zichzelf.

Het meer vormde een diepe inham tussen de bomen voor haar, en ze was genoodzaakt een eind naar links te gaan door een dicht pijnbos. Ze hield in en bewoog zich behoedzamer. Haar ogen schoten naar links en naar rechts. De pijnbomen gingen over in een massa dicht struikgewas dat tegen een cederbosje aan groeide. Ze liep om de struiken heen en zag een verse streep op een boomwortel. Hij wordt zorgeloos, dacht ze - of hij wil dat ik dat denk.

Ze ontdekte de valstrik op het laatste moment, net toen ze haar voet erin wilde zetten. De touwen liepen van een zorgvuldig verborgen lus naar een massa struiken en vandaar naar een stevig jong boompje, dat was omgebogen en vastgezet. Had ze dat niet gezien, dan was ze aan haar voeten weggerukt en hing ze daar nu te bengelen.

Ze ontdekte de tweede valstrik daarna, nog beter verborgen en bedoeld voor het geval ze de eerste ontliep. Ze ontliep ook deze en werd nu nog voorzichtiger.

Toch had ze hem bijna niet op tijd gezien toen hij zich op niet meer dan vijftig meter uit een esdoorn stortte. Omdat hij er genoeg van had haar in het bos af te schudden had hij besloten om de zaak sneller af te werken. Hij sprong geluidloos tot onder de schaduwrijke oude boom, en alleen haar instincten redden haar. Ze sprong opzij toen hij neerkwam, hief de stok en trof hem met een hoorbare klap op zijn brede schouders. Haar aanvaller schudde de slag af en kwam grommend overeind. Hij was een geweldig grote man en stond als een blok op de kleine open plek. Hij schoot op Wren toe, en ze gebruikte de stok om snel weg te komen. Ze gleed uit en meteen overviel hij haar met verbijsterende snelheid. Ze rolde weg, pareerde de aanval met haar stok, kwam onderlangs met de namaakdolk en stootte het lemmet tegen zijn buik.

Het gebruinde, baardige gezicht zocht het hare, en de diepliggende ogen keken omlaag. ' Je bent er geweest, Garth,' zei ze glimlachend. Toen gingen haar vingers omhoog om de tekens te maken.

 

Back to the top

      14-12-2002 18:19:31