Filosofie van Oud-Indië - Het Vedisch Tijdperk Menu
§ 1 § 2 § 3 § 4


Periode van 1500 tot 500 v.Chr. De Indische geest is gericht op het eeuwige, vandaar een gebrek
aan belangstelling voor het op schriftstellen en geen behoefte aan geschiedkundige notities.

De Veda geschriften.

1 - Rigveda : verzen lofzangen.                       2 - Samaveda : liederen.
3 - Yajoerveda : offerspreuken en formules.    4 -Atharvaveda : magische formules.

De Veda afdelingen.

1 - Mantra's : Hymnen en gebedsformules.     2 - Brahmana's : Formules bij gebed, bezwering en offer.
3 - Aranyaka's : Teksten voor kluizenaars.      4 - Oepanisjaden : Geheime leringen, wijsgerig de belangsrijkste.

Het Hindoe-kastenstelsel..

1 - Brahmana's : Priesters, bevoorrechte kaste.     2 - Ksjatria's : Vorsten en krijgers en adel.
3 - Vaisya's : Vrijen, kooplieden en dergelijken.    4 - Sjoedra's : Ondergeschikten.
5 - Paria's : Gevangenen, slaven en verstotenen.

Hemel, aarde, vuur, licht, wind en water.

De vroegste goden, bedacht als personen, waren krachten en elementen van de natuur.
Het eerste wijsgerig denken : Ligt achter de veelheid van goden één laatste oorzaak verborgen ?
De gedachte aan de eenheid, de grondgedachte van de Indische filosofie, breekt dus aan.
Het zoeken naar een oergrond, die de wereld draagt en waaruit hij ontstaan is,
vinden we terug in het scheppingshymne uit de Rigveda :

Destijds was noch het Niet-Zijn, noch het Zijn,
geen luchtruim was, geen hemel boven.
Wie hoedde toen de wereld, en in wie was zij besloten ?
Waar was de diepe afgrond, waar de zee ?
Niet dood bestond toen, noch ontsterfelijkheid,
de nacht was niet geopenbaard, noch ook de dag.
Slechts ademde, windstil, in diepe oorspronkelijkheid
het Ene, buiten welk geen ander was.

De brahmanen die de geestelijke macht uitmaakten werden onmisbare bemiddelaars tussen het particuliere en openbaar leven.
Zij hebben nooit, in tegenstelling met de katholieken in de middeleeuwen, de heerschappij gezocht.
Verstarring echter kon de zoekende Indische geest niet bevredigen.

Oepanisjaden. : door zieners en kluizenaars als onvergetelijke leer geschapen.
De naam wordt afgeleid van 'oepa' = nabij en 'sad' = zitten voor hen die 'aan de voeten van de meester zitten', een voor ingewijden bestemde leer.
Het heeft een sterk esoterisch karakter.De algemene stemming is pessimistisch.
Twee begrippen die allesbeheersend zijn : Atman en Brahman.

Brahman. : aanvankelijk 'gebed' wordt de grote allesomvattende wereldziel, die in zichzelf rust, waaruit alles is voortgekomen en waarin alles rust.

Atman. : aanvankelijk 'adem' kreeg langzamerhand de inhoud : 'wezen', 'het eigen ik', het 'zelf', dus de diepste kern van ons eigen zelf, ontdaan van het lichamelijk omhulsel, en van het levensademachtige zelf, op zijn beurt weer ontdaan van dat willen, denken, voelen en begeren.Er rest alleen het 'ik', 'zelf' of 'ziel'.

Brahman = Atman. : Deze gelijkstelling is de beslissende stap die in de Oepanisjaden gedaan werd.
Dit is de grondslag van de Indische wereldbeschouwing in tegenstelling tot de semitische godsdiensten (islam en jodendom), waarin god de Heer is en de mens zijn dienaar.
Tweede grondgedachte van de Oepanisaden : de leer van de zielsverhuizing en verlossing.
Het kasten-systeem hield stand tot de spoorweg en fabriekstechniek ingang vond.



Filosofie van Oud-Indië - Het Vedisch Tijdperk Menu
§ 1 § 2 § 3 § 4


De klassieke periode. ( 500 v.Chr tot 1000 na Chr.)

De na- klassieke periode.Van 1000 na Chr. tot op heden.

Het materialisme van de Tsjarvaka's.

Verwerpen elke wijsgerige of religieuze speculatie als metafysische onzin.
Deze theorieën gingen in tegen de geaardheid van de Indiërs en konden zich niet handhaven.

Het ascetische van het jaïnisme.

Een wereld van begaafde individuele zielen en onbezielde materie.De verlossing uit de gebondenheid tussen ziel
en materie is mogelijk langs de weg van strenge ascetische oefeningen, met als geloften :
Niet liegen - Niets nemen dat niet gegeven wordt
Afstand doen van lust in wereldse zaken - Vooral niets wat leeft doden.
De strenge leer heeft geen vat krijgen op de grote massa.

Het Boeddhisme. (560 jaar v.Chr.)

De vier waarheden van Boeddha :
1 - Alle leven is lijden.
2 - Oorzaak van het lijden is de begeerte.
3 - Opheffing van deze begeerte voert tot opheffing van het lijden.
4 - De weg tot bevrijding is het achtdelige pad.



Dit bestaat uit : Het rechte geloof, het rechte denken, het rechte spreken, het rechte handelen,
het rechte leven, het rechte streven, de rechte 'aandacht', de rechte concentratie.
Het boeddhisme is een religie zonder God. Boeddha viel wel goddelijke verering ten deel,die hij afwees.
De boeddhistische gemeenschap, met hun geschriften, kloosters, hun priesterschap en tempels lijken op verbluffende wijze op de vormen van christelijke en theïstische kerken.

Dharma.

Reeds het oudste boeddhisme vertoont een volledige metafysica.
De bestanddelen waaruit al het zijnde is samengesteld, wordt 'dharma' genoemd.
De dharma's zijn onbezield. Alle levende wezens en samengestelde dingen moet men opvatten als uit dergeljke dharma's opgebouwd.
Een dharma is geen duurzaam bestaand iets, er is geen blijvend 'Zijn', wel een ononderbroken ontstaan en vergaan van de dharma's.
Het heelal is niets dan een continuum van vergankelijkheid. Zo kan er ook geen bestendig 'ik' zijn in ons. Het tijdsverloop is geen samenhangende stroom maar een opeenvolging van louter losstaande momenten.

Het boeddhitische denken is zo een grote ontkenning.
Er is geen god, geen schepping, geen 'ik', geen blijvend zijn, geen onsterfelijke ziel.



Filosofie van Oud-Indië - Het Vedisch Tijdperk Menu
§ 1 § 2 § 3 § 4


De zedelijke wereldwet - Wedergeboorte, verlossing, nirwana..

Het ontstaan en vergaan van de "dharma's" gebeurt volgens de strenge wet van oorzaak en gevolg.

De Wedergeboorte

Wordt niet gezien als zou het nieuwgeboren wezen identiek zijn met datgene door welks 'schuld' het 'het aanzijn' krijgt.Anderzijds is het niet verschillend van het voorgaande, daar het, ingevolge de noodzakelijke samenhang van al het gebeuren, wetmatig uit het oude is voortgekomen. De causale samenhang heeft geen betrekking op de 'persoon' maar op de dharma's afzonderlijk.

De Verlossing.

Indien wij als mensen onze zinnen niet steeds op het vergankelijke zouden stellen en redelijke, wetende en verlichte wezens konden worden dan zou het mogelijk zijn verlost te worden.

Het Nirwana

Letterlijk vertaald : de toestand van de vlam, wanneer deze gedoofd wordt, namelijk 'het niets'.

De praktische ethiek.

Boeddha's uitspraak voor een rechte levenswandel :

1. Dood geen levend wezen.
2. Neem niet wat U niet gegeven wordt.
3. Spreek geen onwaarheid.
4. Drink geen bedwelmende dranken.
5. Wees niet onkuis.

De praktische zedenleer, niettegenstaande het verschil in theoretische grondstelling, vertoont een nauwe overeenkomst met het christendom.
Ook Boeddha, zoals Jezus richtte zich tot alle standen en volken.

Geschiedenis en uitbreiding van het boeddhisme.

Na de dood van Boeddha werden de mondelinge overleveringen verzameld en op verscheidene concilies tot één canon van heilige schriften gebundeld.
Er ontstonden diepe meningsverschillen, waaruit talrijke richtingen en sekten ontstonden.
In het begin van onze jaartelling begint het boeddhisme een kerk te worden.Boeddha wordt als god vereerd.Er ontwikkeld zich een kerkelijke bedrijvingheid met diensten, gebeden, liturgie precies zoals in het middeleeuwse christendom.Er bestond ook een richting die Boeddha niet als god beschouwden.

Systemen van boeddhistische wijsbegeerte.

De leer kent twee wegen om tot het nirwana te komen : De ene voert over een trapsgewijze reeks van logische operaties (dialectiek) tot het juiste inzicht, de andere over een langdurige planmatige concentratie (meditatie).

De belangrijke leer van de twee waarheden.

Een bewering kan vanuit een standpunt waar schijnen maar uit een hoger standpunt onwaar. Het nieuwe standpunt kan op zijn beurt waar zijn en op weer een hoger standpunt onwaar. Zo krijgt men een trapsgewijze opklimming tot steeds hogere waarheid.

De leer van de viervoudige gang van bewijsvoering.

Elk willekeurig probleem dat een antwoord in de vorm van "ja" of "neen" vergt , kan op viererlei wijze beantwoord worden : Eenvoudig "ja", of eenvouding "neen" of "ja en neen" of "noch ja noch neen".



Filosofie van Oud-Indië - Het Vedisch Tijdperk Menu
§ 1 § 2 § 3 § 4


De vorige systemen, (tsjarvaka's, jaïnisme,boeddhisme) worden de niet orthodoxe genoemd.

Ze steunen niet op de Veda.
Er ontstonden zes stelsels waarvan Sankhya, yoga en vedanta de belangrijkste.

Het sankhya is het belangrijkste.

Het systeem, dat het 'zijnde en de begrippen' bepaalt door 'opsomming' van al wat zij bevatten.
Het bestaande wordt herleid tot de oernatuur, een stoffelijk beginsel en een zuiver geestelijk beginsel.

Yoga systeem.

De yoga is een leerstelsel dat de weg tot wijsheid en verlossing wil tonen met de nadruk op de practische kant.
De voornaamste teksten van de yoga zijn de 194 yoga-soetra's.Yoga betekent letterlijk 'juk', zelftucht en discipline.
De acht te doorlopen trappen zijn :
1 - Tucht. 2 - Zelftucht. 3 - Het juiste zitten. 4 - Regeling van de adem.
5 - Losmaken van de zintuigen. 6 - Concentratie van de gedachte op één object.
7 - Meditatie. 8 - Verrukking en volkomen opgaan, de hoogste trap.

Vedanta.

Het woord betekent 'het einde van de Veda'.De praktische ethiek :
1 - Onderscheidng tussen het eeuwige en niet-eeuwige. 2 - Afstand doen van beloning, in dit leven en in het hiernamaals.
De zes middelen daartoe :
1 - Gemoedsrust. 2 - Zelfbeheersing. 3 - Afzien van alle zingenot.
4 - Verdragen van alle moeite. 5 - Innerlijke concentratie. 6 - Vertrouwen.