Sinds
enige tijd moet elk deskundigenonderzoek ‘tegensprekelijk’
zijn: de
andere partijen moeten op de hoogte gehouden worden, en een
tegenexpertise kunnen aanvragen. Bij wie kunnen ze dan terecht?
Doorgaans schakelen ze een expert in die al ervaring heeft met
opdrachten voor de onderzoeksrechter.
Maar voor het gewone veldwerk is er een probleem: je kan
bezwaarlijk speurders van de ene politiedienst inschakelen om het werk
van een ander korps tegen het licht te houden. Dat zou een nieuwe
flikkenkrijg ontketenen. En bij de ‘burgerij’ hebben ze
geen collega’s.
Er dient zich een alternatief aan: aan de Universtiy of Strathclyde
in Glasgow kan ook de niet flik een opleiding volgen tot ‘Master
of
Science in Forensic Science’. Eén Landgenote al is er
afgestudeerd. De
verdediging van één van de door de assisenjury schuldig
bevonden en tot
zware celstraffen veroordeelde roofmoordenaars van Essen had sterke
twijfels bij het gevoerde onderzoek. Zij schakelde Karolien Van Dijck
(27) uit Ranst in voor een tegenexpertise. Het was haar eerste
officiële opdracht in ons land.
Van Dijck moet indruk gemaakt hebben op de getuigenstoel. Zo sterk
dat ze uitzonderlijk hard én persoonlijk werd aangepakt door
advocaat-generaal Zajtmann en de advocaat voor de burgerlijke partijen,
Joris Vercraeye. Die lui zijn in normale omstandigheden de minzaamheid
zelve. Maar het heeft de forensic scientist niet van haar stuk
gebracht.
Waarom niet gewoon voor de politie werken, zoals je papa deed?
“Dat is een lang verhaal. Ik moest op mijn achttiende een
studiekeuze maken, zoals iedereen. Mijn voorkeur ging uit naar een job
zoals mijn papa, forensisch expert, hoewel hij zich zelf nooit zo
omschreef. Hij werkte zijn ganse loopbaan bij de Gerechtelijke Politie
in het technisch lab en einigde als hoofdcommissaris bij de Federale
politie. Ik kreeg de raad om scheikunde te studeren en met die basis
konden we nog altijd zien.”
In haar laatste jaar Scheikunde aan de Industriële Hogeschool te
Geel moest Karolien een stageplaats zoeken. “Het instituut bood
de
klassieke plaatsen aan, maar ik wilde toch graag iets anders. Met
vragen misdoe je niets en jawel hoor, het Laboratorium voor technische
en wetenschappelijke politie te Brussel had een stageplaats voor mij.
Ik heb daar de kans gekregen te proeven van het echte gerechtelijke
politiewerk.”
Van Dijck moest er een bestaand reagens, dat gebruikt wordt om
weggewassen bloedsporen zichtbaar te maken, verder ontwikkelen en
optimaliseren. “Voor de kenners: het fluoresceïne reagens,
dat
bloedsporen moet zichtbaar maken. Voor beide partijen was de stage een
succes. De leidend officier van het lab, commissaris Volckeryk, was
zeer tevreden. Hij vond het jammer dat hij mij geen job kon aanbieden.
Politiehervorming of niet, de structuur laat zoiets nu eenmaal niet
toe."
Karolien had van de forensische wereld geproefd. Het was haar
bijzonder goed bevallen en ze wilde meer. “Ik verzamelde alle
documentatie en stuurde mijn kandidatuur naar ‘The Forensic
Science
Department of the Universtiy of Strathclyde’ in Glasgow,
Schotland. Er
waren maar 35-tal plaatsen voor meer dan 500 kandidaten. Strathclyde is
dan ook een vaste waarde in de forensische wereld. De kandidaten komen
uit het ganse Commonwealth, de USA, Scandinavië… . Ik was
de eerste en
enige Belg. In april 2001 kwam het verlossende antwoord, ik was welkom.
Ik zegde mijn job als R&D technicus bij Umicore op en eind
september 2001 vertrok ik naar Glasgow”.
Een vol jaar volgde de forensic scientist in spe een heel
intensieve opleiding om het begeerde Mastertitel te behalen. “Ik
heb
van Glasgow vrijwel niks gezien. Alle werkdagen was er les van negen
tot vijf, soms tot tien uur. Het eerste semester kregen we met de hele
groep de algemene beginselen bijgebracht van het forensische onderzoek.
De analyse van haren, vezels, glas, lichaamsvochten,
documentenonderzoek, voet- en vingersporen werden grondig bestudeerd.
We werden gedrild om court reports te schrijven in een voor een leek
(lees jurist) verstaanbare taal. Het belang van het behoud van de chain
of custody werd er in gehamerd. Zoals ik bij de studie van enkele
deskundige verslagen mocht ondervinden, gebeurt dit jammer genoeg zeker
niet voldoende in de Belgische praktijk."
Onderbetaald
Na de algemene opleiding krijgen de postgraduandi elk een crime
scene toegewezen waar ze sporen mochten gaan verzamelen en nadien
analyseren. En op het einde van de oefening moesten ze een rapport
schrijven voor de rechtbank. “Dit dossier moesten we dan gaan
verdedigen in the High Supreme Court in Glasgow voor een echte High
Supreme Court Judge, die zijn medewerking verleent aan de universiteit.
Ook de studenten Rechten van de universiteit kregen als advocaat in
opleiding een zaak toegewezen. Wij moesten allemaal als deskundige gaan
getuigen en werden door de juristen onderworpen aan een kruisverhoor.
Ook door de rechter werden wij over de uitgevoerde analyses en het
geschreven rapport aan de tand gevoeld. Zo is het te begrijpen dat ik
niet zat te sterven op de getuigenstoel van de assisenzaal in
Antwerpen. Een probleempje was de terminologie: ik zit nog te veel met
de Engelse termen in het hoofd. Dat mocht niet te pedant
overkomen”.
In het tweede semester koos Van Dijck voor de optie forensische
scheikunde. Drugs, brand, explosieven, enz. En na de examens volgde nog
de thesis en een stage in een operationeel forensisch laboratorium. Dat
kon Karolien in België. “Het is toen dat ik op de afdeling
textiel van
het NICC in Brussel terecht kwam.Het bepalen van het discriminerend
vermogen van de sequentie van de gebruikte technieken bij
vezelonderzoek was de opdracht voor mijn thesis. Ook hier was het
instituut zeer tevreden, want de besluiten van mijn studie gaven
aanleiding tot een behoorlijke besparing in de expertisekosten. Er werd
mij een job aangeboden als contractueel medewerker, maar de
loonbarema’s zijn er verre van aantrekkelijk”.
Inmiddels was de politiehervorming erdoor en het zinde Karolien
niet echt om in die nieuwe structuur mee te draaien. “De
(noodzakelijke) politieopleiding is eenheidsworst geworden”,
stelde ze
vast. “Voor politiemensen is een afzonderlijke rekrutering,
specifiek
voor de LTWP, er nu niet meer bij. Bovendien was er geen enkele
garantie dat ik ooit in een van de labs zou tewerkgesteld worden. Mijn
contacten bij de veldwerkers in het forensisch lab delen voor een groot
deel de mening van die politieofficier uit de zone Rupel, die het
consequent over de politiemisvorming had. Aanwerving als CaLog, zonder
politiebevoegdheid, had er wellicht wel ingezeten. Maar ook hier was de
stap terug die ik financieel moest zetten, was echt wel te
groot”.
Maar niet getreurd. Master Van Dijck schreef onafhankelijke
forensische laboratoria aan. “Er zijn er inderdaad een paar in
ons
land: analytische labs die hun expertise ook naar het forensisch gebied
uitgebreid hebben, maar het is zeker niet hun core-business. Voor zover
ik weet worden ze vooral door het openbaar ministerie en de
onderzoeksrechters aangesteld. Enfin. Soms volgde totaal geen reactie,
soms werd wel heel enthousiast gereageerd maar, jammer genoeg, er was
geen geld. Aan de universiteit van Leuven wordt op forensisch gebied
aan de weg getimmerd, men was heel enthousiast over mijn studies
….
Jammer maar helaas: geen geld voor enige uitbreiding. Dan maar het NFI
in Nederland gecontacteerd: Heel mooi parcours juffrouw, echt
interessant, maar helaas niet genoeg ervaring..."
Als laatste strohalm contacteerde Van Dijck dan maar een aantal
advocatenkantoren. “Ik hoopte wat meer inzicht te kunnen brengen
in het
vertalen van de expertiserapporten en in de tekortkomingen ervan. De
eerste die me contacteerde was meester Luyckx, toevallig een gewezen
dorpsgenoot van me. Pas achteraf achterhaalden we beiden dat we als
kind nog buren waren geweest”.
De mening van het veld
In het Verenigd Koninkrijk waren er enkele spraakmakende
gerechtelijke schandalen nodig om tot een grondige hervorming te komen.
“De FSS (Forensisc Science Service) werd versterkt, in Durham
werd, in
samenwerking met de lokale universiteit, een nationaal
opleidingscentrum voor SOCO’s (Scene of Crime Officers)
opgericht.
Bindende procedures werden vastgelegd en de vrijwaring van “the
chain
of custody” was de rode draad die doorheen dit alles liep. Ik ben
vriendelijk wanneer ik stel dat de procedures in België iets
minder
strikt zijn dan over there en wordt er nog steeds veel minder aandacht
aan geschonken. In België richtte de wetgever in 1971 het
Nationaal
Instituut voor Criminologie en Criminalistiek op. Bijna twintig jaar
later waren er eindelijk de uitvoeringsbesluiten om dit instituut echt
van start te laten gaan. Dit is symptomatisch voor de criminalistiek in
België. Van overheidswege geen interesse, dus ook geen middelen.
En
natuurlijk had men niet de moeite gedaan om de mening van de
veldwerkers te vragen ".
Tijdens haar studies draaide Karolien Van, Dijck zes maanden mee in
het Belgische systeem, zowel aan de basis (GDA-lab in Brussel) als aan
de top (NICC Brussel). “Wanneer ik deze ervaring toets aan het
Britse
model, waarvoor ik opgeleid werd, dan stel ik mij toch fundamentele
vragen. Het is mijn oprechte overtuiging dat het gros van de Belgische
materiële bewijsvoering voor een Britse rechtbank totaal
onaanvaardbaar
zou zijn. The chain of custody, weet je nog? Toch maken onze beide
landen deel uit van de Europese Unie. Zijn onze rechtbanken en de
advocatuur hiervoor totaal onverschillig?”
De hel van de politiehervorming
“Is dit gewoon onwetendheid of moeten we hier spreken over
schuldig
verzuim? Vraagt Karolien zich af. “ Misschien niet, want met de
DNA-wetgeving was er toch al een lichtpuntje. Blijkbaar groeit er
ergens het besef dat er voor het verzamelen van bewijsmateriaal een
solide wettelijke onderbouw moet bestaan, die verder reikt dan de
bestaande wetgeving. De DNA- wet oogde op papier wel mooi, maar bleek
in de praktijk volgens de letter van de wet niet echt uitvoerbaar. De
mening van de veldwerkers was natuurlijk nooit gevraagd. Het college
van Procureurs-generaal had een jaar nodig om de praktische richtlijnen
uit te werken. De vraag blijft: wat is de (juridische) waarde van het
DNA-materiaal dat in deze overgangsperiode verzameld werd? In het VK
heeft men zoiets als een ‘Criminal Justice Act’, waar een
en ander
duidelijk omschreven wordt."
"Bij de toenmalige GPP waren er echt wel leidende officieren die
een en ander in goede banen wensten te leiden. Hun mooie rapporten
werden weggelachen door de politiehervormers, die blijkbaar enkel oog
hadden voor management. De doorlichting van de hervormde politie door
PWC (Price, Waterhouse, Coopers) gaf de nieuwe politiemanagers in het
beste geval een score van 3 op 5. De toenmalige minister Duquesne
stopte dit rapport deskundig in een lade, voor latere diepgaande
studie. En alles bleef zoals het was."
De politiehervorming leidde wel tot de creatie van een directie
‘Technische en wetenschappelijke politie’, wat Van Dijck op
zich een
goede zaak noemt. “Die kon wel een uitbreiding bekomen met
burgerpersoneel (CaLog ). Personeel met een volledige
politiebevoegdheid, zeker op officiersniveau, wordt langzaam maar zeker
afgebouwd. Eens te meer een illustratie van de waarde die in
België
gehecht wordt aan de materiële bewijsvoering. Toch blijft dit voor
mij
een hoeksteen voor de rechtszekerheid voor de burger."
Wanneer het openbaar ministerie een ijzersterk dossier kan
voorleggen, heeft de verdediging het moeilijk om dit te weerleggen.
Anderzijds, wanneer de materiële bewijsvoering van het OM op los
zand
gebouwd is, krijgt de verdediging open doelkansen. “Misschien was
de
bitse reactie van de burgerlijke partij en het OM te verklaren door het
feit dat ik de nadruk kon leggen op een paar zwakke punten in het
dossier, wat de aanleiding was tot dit gesprek. Ik ben er van overtuigd
dat ik dank zij mijn opleiding ook in de toekomst de beide partijen
goede diensten kan bewijzen om zo voor alle partijen tot de meest
objectieve rechtsgang te komen," zo nog tot slot onze eerste Master in
Forensic Sciences.
Info:
Karolien Van Dijck John van den Eyndelaan 10 B-2520 Ranst 0473 52 22 91
karolien.van.dijck@telenet.be
Bron(nen): PagiA-nieuwsgaring
Media Services (http://www.mediaservices.be/)
Jan Heuvelmans