Een nieuw beroep: onafhankelijk forensisch expert

“Waarom niet ook het gevoerde onderzoek tegensprekelijk maken?”

ANTWERPEN / RANST / GLASGOW - 31/12/2005 - Gerecht - Beleid - 2004 = Bij gerechtelijke onderzoeken naar criminele feiten stuurt het parket regelmatig zijn specialisten van het lab naar de plaats van de feiten. Ook daarna blijven die lui ter beschikking voor het zogenaamde forensisch onderzoek. Wanneer het echt gespecialiseerd wordt, schakelt men gerechtelijke deskundigen in. Dat kan de wetsdokter zijn (de patholoog-anatoom bijvoorbeeld), of een (college van) psychiater(s), een toxicoloog, of een huisarts. Zij zijn gewoon expertises voor het gerecht uit te voeren. Ook de ballisticus ofte wapenexpert is kind aan huis bij Vrouwe Justitia.

Sinds enige tijd moet elk deskundigenonderzoek ‘tegensprekelijk’ zijn: de andere partijen moeten op de hoogte gehouden worden, en een tegenexpertise kunnen aanvragen. Bij wie kunnen ze dan terecht? Doorgaans schakelen ze een expert in die al ervaring heeft met opdrachten voor de onderzoeksrechter.

Maar voor het gewone veldwerk is er een probleem: je kan bezwaarlijk speurders van de ene politiedienst inschakelen om het werk van een ander korps tegen het licht te houden. Dat zou een nieuwe flikkenkrijg ontketenen. En bij de ‘burgerij’ hebben ze geen collega’s.

Er dient zich een alternatief aan: aan de Universtiy of Strathclyde in Glasgow kan ook de niet flik een opleiding volgen tot ‘Master of Science in Forensic Science’. Eén Landgenote al is er afgestudeerd. De verdediging van één van de door de assisenjury schuldig bevonden en tot zware celstraffen veroordeelde roofmoordenaars van Essen had sterke twijfels bij het gevoerde onderzoek. Zij schakelde Karolien Van Dijck (27) uit Ranst in voor een tegenexpertise. Het was haar eerste officiële opdracht in ons land.

Van Dijck moet indruk gemaakt hebben op de getuigenstoel. Zo sterk dat ze uitzonderlijk hard én persoonlijk werd aangepakt door advocaat-generaal Zajtmann en de advocaat voor de burgerlijke partijen, Joris Vercraeye. Die lui zijn in normale omstandigheden de minzaamheid zelve. Maar het heeft de forensic scientist niet van haar stuk gebracht.

Waarom niet gewoon voor de politie werken, zoals je papa deed?

“Dat is een lang verhaal. Ik moest op mijn achttiende een studiekeuze maken, zoals iedereen. Mijn voorkeur ging uit naar een job zoals mijn papa, forensisch expert, hoewel hij zich zelf nooit zo omschreef. Hij werkte zijn ganse loopbaan bij de Gerechtelijke Politie in het technisch lab en einigde als hoofdcommissaris bij de Federale politie. Ik kreeg de raad om scheikunde te studeren en met die basis konden we nog altijd zien.”

In haar laatste jaar Scheikunde aan de Industriële Hogeschool te Geel moest Karolien een stageplaats zoeken. “Het instituut bood de klassieke plaatsen aan, maar ik wilde toch graag iets anders. Met vragen misdoe je niets en jawel hoor, het Laboratorium voor technische en wetenschappelijke politie te Brussel had een stageplaats voor mij. Ik heb daar de kans gekregen te proeven van het echte gerechtelijke politiewerk.”

Van Dijck moest er een bestaand reagens, dat gebruikt wordt om weggewassen bloedsporen zichtbaar te maken, verder ontwikkelen en optimaliseren. “Voor de kenners: het fluoresceïne reagens, dat bloedsporen moet zichtbaar maken. Voor beide partijen was de stage een succes. De leidend officier van het lab, commissaris Volckeryk, was zeer tevreden. Hij vond het jammer dat hij mij geen job kon aanbieden. Politiehervorming of niet, de structuur laat zoiets nu eenmaal niet toe."

Karolien had van de forensische wereld geproefd. Het was haar bijzonder goed bevallen en ze wilde meer. “Ik verzamelde alle documentatie en stuurde mijn kandidatuur naar ‘The Forensic Science Department of the Universtiy of Strathclyde’ in Glasgow, Schotland. Er waren maar 35-tal plaatsen voor meer dan 500 kandidaten. Strathclyde is dan ook een vaste waarde in de forensische wereld. De kandidaten komen uit het ganse Commonwealth, de USA, Scandinavië… . Ik was de eerste en enige Belg. In april 2001 kwam het verlossende antwoord, ik was welkom. Ik zegde mijn job als R&D technicus bij Umicore op en eind september 2001 vertrok ik naar Glasgow”.

Een vol jaar volgde de forensic scientist in spe een heel intensieve opleiding om het begeerde Mastertitel te behalen. “Ik heb van Glasgow vrijwel niks gezien. Alle werkdagen was er les van negen tot vijf, soms tot tien uur. Het eerste semester kregen we met de hele groep de algemene beginselen bijgebracht van het forensische onderzoek. De analyse van haren, vezels, glas, lichaamsvochten, documentenonderzoek, voet- en vingersporen werden grondig bestudeerd. We werden gedrild om court reports te schrijven in een voor een leek (lees jurist) verstaanbare taal. Het belang van het behoud van de chain of custody werd er in gehamerd. Zoals ik bij de studie van enkele deskundige verslagen mocht ondervinden, gebeurt dit jammer genoeg zeker niet voldoende in de Belgische praktijk."

Onderbetaald

Na de algemene opleiding krijgen de postgraduandi elk een crime scene toegewezen waar ze sporen mochten gaan verzamelen en nadien analyseren. En op het einde van de oefening moesten ze een rapport schrijven voor de rechtbank. “Dit dossier moesten we dan gaan verdedigen in the High Supreme Court in Glasgow voor een echte High Supreme Court Judge, die zijn medewerking verleent aan de universiteit. Ook de studenten Rechten van de universiteit kregen als advocaat in opleiding een zaak toegewezen. Wij moesten allemaal als deskundige gaan getuigen en werden door de juristen onderworpen aan een kruisverhoor. Ook door de rechter werden wij over de uitgevoerde analyses en het geschreven rapport aan de tand gevoeld. Zo is het te begrijpen dat ik niet zat te sterven op de getuigenstoel van de assisenzaal in Antwerpen. Een probleempje was de terminologie: ik zit nog te veel met de Engelse termen in het hoofd. Dat mocht niet te pedant overkomen”.

In het tweede semester koos Van Dijck voor de optie forensische scheikunde. Drugs, brand, explosieven, enz. En na de examens volgde nog de thesis en een stage in een operationeel forensisch laboratorium. Dat kon Karolien in België. “Het is toen dat ik op de afdeling textiel van het NICC in Brussel terecht kwam.Het bepalen van het discriminerend vermogen van de sequentie van de gebruikte technieken bij vezelonderzoek was de opdracht voor mijn thesis. Ook hier was het instituut zeer tevreden, want de besluiten van mijn studie gaven aanleiding tot een behoorlijke besparing in de expertisekosten. Er werd mij een job aangeboden als contractueel medewerker, maar de loonbarema’s zijn er verre van aantrekkelijk”.

Inmiddels was de politiehervorming erdoor en het zinde Karolien niet echt om in die nieuwe structuur mee te draaien. “De (noodzakelijke) politieopleiding is eenheidsworst geworden”, stelde ze vast. “Voor politiemensen is een afzonderlijke rekrutering, specifiek voor de LTWP, er nu niet meer bij. Bovendien was er geen enkele garantie dat ik ooit in een van de labs zou tewerkgesteld worden. Mijn contacten bij de veldwerkers in het forensisch lab delen voor een groot deel de mening van die politieofficier uit de zone Rupel, die het consequent over de politiemisvorming had. Aanwerving als CaLog, zonder politiebevoegdheid, had er wellicht wel ingezeten. Maar ook hier was de stap terug die ik financieel moest zetten, was echt wel te groot”.

Maar niet getreurd. Master Van Dijck schreef onafhankelijke forensische laboratoria aan. “Er zijn er inderdaad een paar in ons land: analytische labs die hun expertise ook naar het forensisch gebied uitgebreid hebben, maar het is zeker niet hun core-business. Voor zover ik weet worden ze vooral door het openbaar ministerie en de onderzoeksrechters aangesteld. Enfin. Soms volgde totaal geen reactie, soms werd wel heel enthousiast gereageerd maar, jammer genoeg, er was geen geld. Aan de universiteit van Leuven wordt op forensisch gebied aan de weg getimmerd, men was heel enthousiast over mijn studies …. Jammer maar helaas: geen geld voor enige uitbreiding. Dan maar het NFI in Nederland gecontacteerd: Heel mooi parcours juffrouw, echt interessant, maar helaas niet genoeg ervaring..."

Als laatste strohalm contacteerde Van Dijck dan maar een aantal advocatenkantoren. “Ik hoopte wat meer inzicht te kunnen brengen in het vertalen van de expertiserapporten en in de tekortkomingen ervan. De eerste die me contacteerde was meester Luyckx, toevallig een gewezen dorpsgenoot van me. Pas achteraf achterhaalden we beiden dat we als kind nog buren waren geweest”.

De mening van het veld

In het Verenigd Koninkrijk waren er enkele spraakmakende gerechtelijke schandalen nodig om tot een grondige hervorming te komen. “De FSS (Forensisc Science Service) werd versterkt, in Durham werd, in samenwerking met de lokale universiteit, een nationaal opleidingscentrum voor SOCO’s (Scene of Crime Officers) opgericht. Bindende procedures werden vastgelegd en de vrijwaring van “the chain of custody” was de rode draad die doorheen dit alles liep. Ik ben vriendelijk wanneer ik stel dat de procedures in België iets minder strikt zijn dan over there en wordt er nog steeds veel minder aandacht aan geschonken. In België richtte de wetgever in 1971 het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek op. Bijna twintig jaar later waren er eindelijk de uitvoeringsbesluiten om dit instituut echt van start te laten gaan. Dit is symptomatisch voor de criminalistiek in België. Van overheidswege geen interesse, dus ook geen middelen. En natuurlijk had men niet de moeite gedaan om de mening van de veldwerkers te vragen ".

Tijdens haar studies draaide Karolien Van, Dijck zes maanden mee in het Belgische systeem, zowel aan de basis (GDA-lab in Brussel) als aan de top (NICC Brussel). “Wanneer ik deze ervaring toets aan het Britse model, waarvoor ik opgeleid werd, dan stel ik mij toch fundamentele vragen. Het is mijn oprechte overtuiging dat het gros van de Belgische materiële bewijsvoering voor een Britse rechtbank totaal onaanvaardbaar zou zijn. The chain of custody, weet je nog? Toch maken onze beide landen deel uit van de Europese Unie. Zijn onze rechtbanken en de advocatuur hiervoor totaal onverschillig?”

De hel van de politiehervorming

“Is dit gewoon onwetendheid of moeten we hier spreken over schuldig verzuim? Vraagt Karolien zich af. “ Misschien niet, want met de DNA-wetgeving was er toch al een lichtpuntje. Blijkbaar groeit er ergens het besef dat er voor het verzamelen van bewijsmateriaal een solide wettelijke onderbouw moet bestaan, die verder reikt dan de bestaande wetgeving. De DNA- wet oogde op papier wel mooi, maar bleek in de praktijk volgens de letter van de wet niet echt uitvoerbaar. De mening van de veldwerkers was natuurlijk nooit gevraagd. Het college van Procureurs-generaal had een jaar nodig om de praktische richtlijnen uit te werken. De vraag blijft: wat is de (juridische) waarde van het DNA-materiaal dat in deze overgangsperiode verzameld werd? In het VK heeft men zoiets als een ‘Criminal Justice Act’, waar een en ander duidelijk omschreven wordt."

"Bij de toenmalige GPP waren er echt wel leidende officieren die een en ander in goede banen wensten te leiden. Hun mooie rapporten werden weggelachen door de politiehervormers, die blijkbaar enkel oog hadden voor management. De doorlichting van de hervormde politie door PWC (Price, Waterhouse, Coopers) gaf de nieuwe politiemanagers in het beste geval een score van 3 op 5. De toenmalige minister Duquesne stopte dit rapport deskundig in een lade, voor latere diepgaande studie. En alles bleef zoals het was."

De politiehervorming leidde wel tot de creatie van een directie ‘Technische en wetenschappelijke politie’, wat Van Dijck op zich een goede zaak noemt. “Die kon wel een uitbreiding bekomen met burgerpersoneel (CaLog ). Personeel met een volledige politiebevoegdheid, zeker op officiersniveau, wordt langzaam maar zeker afgebouwd. Eens te meer een illustratie van de waarde die in België gehecht wordt aan de materiële bewijsvoering. Toch blijft dit voor mij een hoeksteen voor de rechtszekerheid voor de burger."

Wanneer het openbaar ministerie een ijzersterk dossier kan voorleggen, heeft de verdediging het moeilijk om dit te weerleggen. Anderzijds, wanneer de materiële bewijsvoering van het OM op los zand gebouwd is, krijgt de verdediging open doelkansen. “Misschien was de bitse reactie van de burgerlijke partij en het OM te verklaren door het feit dat ik de nadruk kon leggen op een paar zwakke punten in het dossier, wat de aanleiding was tot dit gesprek. Ik ben er van overtuigd dat ik dank zij mijn opleiding ook in de toekomst de beide partijen goede diensten kan bewijzen om zo voor alle partijen tot de meest objectieve rechtsgang te komen," zo nog tot slot onze eerste Master in Forensic Sciences.

Info:

Karolien Van Dijck John van den Eyndelaan 10 B-2520 Ranst 0473 52 22 91 karolien.van.dijck@telenet.be

Bron(nen): PagiA-nieuwsgaring
Media Services (http://www.mediaservices.be/)

Jan Heuvelmans