Prof. Vermeulen over 'kleine-kans-geneeskunde':
Vraagtekens bij interferon
Door: Raymond Timmermans
Enkele wetenschappers strijden sinds kort openlijk over het nut van interferon. Onder hen twee vermaarde neurologen: aan de ene kant prof. dr. M. Vermeulen van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam; aan de andere kant prof. dr. C. Polman van het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit (AZVU), even-eens in Amsterdam.
De neuroloog prof. dr. M.Vermeulen plaatst grote vraagtekens bij het gebruik van interferon. Hij is daar afgelopen voorjaar mee begonnen in een vraaggesprek met NRC Han-delsblad. Dit mede naar aanleiding van berichten dat interferon nu ook geschikt zou zijn voor mensen met een 'secundair progressieve vorm' van MS. Het gaat in eerste instantie om het medicament Betaferon, een interferon bèta-1b van de farmaceut Schering.
Vermeulen schaart toepassing van interferon in deze gevallen onder het begrip 'kleine-kans-geneeskunde'. Eerder was dit begrip in NRC Handelsblad al gelanceerd door dr. J. Mulder, beleidsmedewerker bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Volgens Mulder "bestaan er te veel nieuwe geldverslindende therapieën die belastend zijn voor de patiënten en slechts weinig gezondheidswinst opleveren".
In het NRC Handelsblad wees vervolgens Vermeulen er onder meer op dat bij het gebruik van interferon tot nog toe maar zeer kleine positieve effecten zijn geregistreerd. Dit, terwijl het gaat om een uitermate kostbare behandeling. Vermeulen voegt eraan toe, er niet van overtuigd te zijn dat interferon ook maar in enigermate helpt.
Vermeulen prijst de bescheiden opstelling van de MSVN, die volgens hem goede informatie heeft verstrekt over wat interferon doet en niet doet. Mede door die informatie maken niet alle patiënten die interferon vergoed zouden kunnen krijgen nu van dit middel gebruik. Vermeulen schat het gebruik door een op vijf van de mogelijke kandidaten. De MSVN schat het aantal patiënten op 700 tot 1000.
Er zijn in Nederland nu drie merken interferon geregistreerd: Betaferon (van Schering), Avonex (van Biogen) en Rebif (van Serono). Alle drie de merken zitten in het geneesmiddelen pakket dat worden vergoed mits mensen de zogeheten 'relapsing/remitting' vorm van MS hebben. Betaferon mag ook worden vergoed voor mensen met een 'secun-dair progressieve' vorm van MS. Biogen en Serono zijn (uiteraard) nu ook onderzoek voor deze vorm van MS gestart.
Methotrexaat
Vermeulen vindt dit een 'verschrikkelijke ontwikkeling'. Letterlijk
stelt hij: "Er is behalve met het onderzoek naar het effect van interferon
bij de progressieve vorm van MS een klein onderzoek gedaan naar de werking
van methotrexaat bij deze vorm van MS. De resultaten zien er net zo uit".
En: "Interferon kost 24.000 gulden per jaar, methotrexaat 70 gulden".
Methotrexaat is volgens Vermeulen zo goedkoop doordat er geen patent meer op berust. Om die reden zijn naar zijn oordeel de farmaceuten er ook niet zo in geïnteresseerd.
Dat er nu ruimte is gekomen voor een almaar verdergaande toepassing van interferon wijt Vermeulen vooral aan het ontbreken van een goede meetmethode voor de gezondheid van mensen. Wetenschappers gebruiken hiervoor de 'Expanded Disability Status Scale (EDSS), die loopt van 0 tot 10. Een normaal mens scoort 0, een overledene een 10. Vermeulen ontwikkelt met de epidemioloog prof. dr. R.J. de Haan (ook van het AMC) een nieuwe meetmethode.
Getweeën hebben zij de aanval op het toenemend gebruik van interferon voortgezet in het Nederland Tijdschrift Geneeskunde. Zij schrijven "dat niet zonder meer gesteld kan worden dat bij een langdurige behandeling met interferon een aanzienlijk klinisch effect is te verwachten op het vóórkomen van neurologische achteruitgang" en "Thans wordt de indruk gewekt dat de behandeling van MS met interferon een belangrijke verbetering is. Of deze indruk gerechtvaardigd is, zal pas blijken als interferon in gunstige zin is vergeleken met alternatieve behandelingen".
Naast de mogelijkheid om het veel goedkopere methotrexaat te gebruiken wijzen Vermeulen en De Haan onder meer op het alternatief van immuunglobuline - dat ongeveer de helft van interferon kost - en copolymeer.
Reactie Polman
Inmiddels heeft prof. dr. C. Polman van de AZVU in het Nederlands
Tijdschrift Geneeskunde gereageerd. Polman - secretaris van de Wetenschappelijke
Raad MS en bovendien betrokken bij het interferon-onderzoek
van de fabrikant Schering - zegt onder meer: "Het is zonder
meer juist, dat er aan de EDSS als uitkomstmaat verschillende bezwaren
verbonden zijn". Ook bij Polman's AZVU is trouwens onderzoek gaande naar
de ontwikkeling van een nieuwe 'uitkomstmaat'. Dit onderzoek is in handen
van prof. dr. G. Lankhorst, die hiertoe 150 mensen met MS gedurende drie
jaar gaat volgen.
Polman wijst erop, dat interferon op dit moment evenwel het énige geregistreerde geneesmiddel is voor MS. "Het lijkt erop dat sommigen steeds enthousiaster worden over het feit dat er voor het eerst een effectieve therapie is voor MS, en anderen steeds sceptischer worden omdat de omvang van het effect niet erg groot lijkt. Beide standpunten zijn te rechtvaardigen, en ze zijn welbeschouwd ook niet met elkaar in tegenspraak. Het is te hopen dat deze neiging tot polarisatie niet doorklinkt in gesprekken met patiënten die van een dokter een genuanceerd oordeel verwachten".
Aldus Polman, die zich hiermee lijkt te scharen achter het eerder door prof. dr. P. Borst - van het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam - in NRC Handelsblad verdedigde stelling, dat "elk onderzoek zich kan ontwikkelen tot een volwassen therapie met goede kans op overleving of gezondheidsverbetering". Met andere woorden: een pleidooi voor de patiënt 'die de laatste kans grijpt'.
De neuroloog prof. dr. J.M. Minderhoud is het min of meer met die lijn eens, zo bleek bij z'n toespraak bij het afscheid van MSVN-voorzitter Liesbeth Reitsma op 1 juli. Ook hij wees erop dat er op dit moment geen andere geregistreerde medicamenten zijn voor mensen met MS dan interferon. Vooral in de strijd tegen de ontstekingsfactor vindt hij interferon van belang. Hij voegt er overigens aan toe, dat interferon geen invloed zal hebben op iemands 'aanleg' voor het krijgen van MS.
De redactie van MenSen heeft de Groningse prof. Minderhoud bereid gevonden, over twee maanden op deze plaats uitvoerig te reageren op het 'duel' van de twee Amsterdamse deskundigen op het gebied van MS.
terug naar overzicht archief