MS EN ZUIVEL :

Zoals we weten was zuivel één van de voedingsstoffen die gemeden werd door Roger MacDougall .
Zijn test wees ook uit dat hij inderdaad een intollerantie voor melk had .
De volgende info werd mij ter beschikking gesteld door José .
Hartelijk dank hiervoor , José .
Ik draag dit stukje ook in het bijzonder op aan iemand die ik ken (Gertrude) die zweert bij (koe)zuivel en meer dan één liter melk per dag drinkt .
Maar (koe)zuivel is eigenlijk beter te mijden door iedereen (ziek of gezond) .

Uitdagende vragen omtrent melk (Deel I) door Stanley Sapon
MELK: het perfecte voedsel

O ja? Wie zegt dat?
Wat is de zwaarwegende betekenis van melk in onze cultuur en wat zegt dit over de gehechtheid van veel mensen aan (koe)melk? Over deze gevoelig liggende kwestie buigt zich de Amerikaanse taal- en gedragswetenschapper Dr. S. Sapon.
De kreet 'melk is goed voor elk' is niet zozeer een moderne uitvinding van een reclamebureau, maar heeft zijn oorsprong in dieperliggende opvattingen en misverstanden over melk. Watt weten wij over de functie van melk? Waarom is het relatief makkelijker om vlees te laten staan dan om afstand te doen van melk of kaas? Antwoorden op deze vragen vindt u in dit eerste deel van een drieluik over melk: een kijk op de gedragspsychologische achtergronden van het gebruik van melk en de hardnekkigheid van de melkmythe.

"Dokter, hij wil zijn melk niet opdrinken! En ik wil niet dat hij zwak, ziekelijk en vel-over-been opgroeit! Hoe zorg ik ervoor dat hij wel zijn melk opdrinkt?"
"Misschien is chocolademelk wel de oplossing, Moeder. Wees maar niet ongerust... We zullen het aan de diëtiste vragen; die weet vast hoe je melk aantrekkelijk kunt maken voor een kind."

MYTHE 1:
KOEMELK IS HET PERFECTE VOEDSEL VOOR MENSENKINDEREN.
MYTHE 2:
KOEMELK IS EEN GOEDE KEUZE VOOR VOLWASSEN MENSEN.
Vraag:
Hoe komt het, dat zoveel mensen in mythe 1 en mythe 2 geloven?
Voordat je deze vraag beantwoordt, neem het volgende eens in overweging:
Wie zijn de gerespecteerde en vereerde 'autoriteiten' en andere 'deskundige mensen' die ons aansporen in deze mythen te geloven?
Welke gemeenschappelijke bronnen van informatie -of misinformatie- gebruiken mensen om deze mythen te steunen en te verdedigen?
Waar bevinden zich de sociale, emotionele en gedragsmatige belemmeringen die ervoor zorgen dat koemelk zelfs nog dieper geworteld is dan het eten van vlees?
Wanneer mensen melk drinken, is er dan sprake van 'automatisch' gedrag; dat wil zeggen niet het gevolg van gericht en systematisch nadenken?
Waarom is de mens de enige soort die nog melk drinkt als ze volwassen is, en bovendien de enige soort die ervoor kiest om op welke leeftijd dan ook melk van een andere soort te drinken?
Wat het antwoord op deze vragen ook mag zijn, één ding staat vast: de opgave om het beeld van melk als een hooggewaardeerde traditie te doen verschralen en het van de lijst van acceptabele voedingsmiddelen te schrappen, is ongetwijfeld een monumentale uitdaging voor mensen, wetenschappen en kunsten die zich met gedragsverandering bezighouden.

Bronnen van informatie:
Waar heb je dat geleerd?
Sommige bronnen liggen voor de hand, andere zijn meer verborgen. De medische stand is zeker medeplichtig aan de verering van koemelk als een vooraanstaande voedingsbron voor mensen. En wat de zorg voor kinderen betreft oefent de kinderarts als een alwetend orakel een zeer machtige invloed uit.
'Uw baby heeft de calcium in melk nodig om stevige botten te ontwikkelen.'
'Melk is onze voornaamste verdediging tegen osteoporose.'
'Drink een glas warme melk voor het slapengaan.'
'Melk is een vriendelijk, verzachtend en ongevaarlijk voedsel. Het is goed tegen maagzweren.'
Hoewel menigeen hier en daar een lichtje opgaat, hangen de meeste voedingsdeskundigen de nog alom geaccepteerde doctrine aan die niet veel verschilt van de grondslagen zoals die zo'n twintig jaar geleden door de Amerikaanse professor in de voeding, Dr. Jean Mayer, werden samengevat in zijn boek 'A diet for living'. In het hoofdstuk 'Grillen, bedrog en valsheden', waarin hij het heeft over rebelse tieners die staan op een vegetarisch dieet, stelt hij de ouders gerust. Dr. Mayer verzekert hen dat zolang hun kinderen maar "iedere dag genoeg melk, kaas en eieren eten, vlees in het geheel niet gemist zal worden." Maar het ergste is nog zijn ernstige raad aan de ouders van een onvermurwbare jonge veganist: "Extreem, streng veganisme, waarbij zelfs geen melk genuttigd wordt, kan ook wijzen op een dieperliggend psychisch probleem. Als de leefregels die uw zoon of dochter volgt zelfs geen melk toelaten, is het raadzaam om het advies van uw huisarts of de schoolpsychiater te vragen."
Het is zeer schokkend om de weerslag van deze suggestie, afkomstig van een vooraanstaande autoriteit, te overdenken. Het zegt namelijk dat het weigeren van melk een symptoom is van een psychische aandoening. Dit brengt ons binnen een andere dimensie van de psychische, emotionele en maatschappelijke steun voor de consumptie van melk.

Surrogaatmoeder
Hoewel de zuivelindustrie al even krachtig en meedogenloos is als de tabaksindustrie als het om het verspreiden van onwaarheden gaat die de verkoop van hun produkten vergroten, zijn zij niet de grootste veroorzaker van de hardnekkigheid van de melkmythe. Zo zijn de reclamespreuken die de zuivelindustrie gebruikt bepaald geen nieuwe vondsten; ze geven opvattingen weer die al heel lang deel uitmaken van onze cultuur en volkswijsheid.
Het is geen grote sprong van wat ik als kind hoorde... "Als je gezondwilt zijn, en sterk wilt worden, dan moet je je melk opdrinken"... naar de huidige reclames van de zuivelindustrie die hierop neerkomt... "Voor gezonde tanden, gezonde botten en een gezonde huid heb je melk nodig". De zuivelindustrie buit slechts op zeer subtiele wijze een antropologisch feit uit.
In onze cultuur dient melk als het wezenlijke symbool voor al die welwillende, vriendelijke, zorgzame, troostende en verzorgende eigenschappen die we verbinden met het moederschap. Wanneer een kind niet langer meer melk drinkt van de moederborst, bieden we het in plaats daarvan een product aan van de koeieborst. De koe is in het hedendaagse westen een surrogaat-moeder geworden.

Wat de boer niet kent...
Bij het in stand houden van de melkmythe is ook een bepaalde gedragswet van toepassing. Die luidt: 'Hoe langer een bepaald gedrag getoond wordt, des te groter is de kans op de herhaling van dat gedrag.' Hoe vaker een persoon op de vraag 'Wat wil je drinken?' heeft geantwoord 'Een glas melk, graag', en naarmate dit werd gevolgd door een opmerking als 'Goede keus!' of 'Slimme meid!', des te groter is de kans dat deze of vergelijkbare vragen op eenzelfde manier beantwoord zullen worden.
Anders gezegd betekent dit dat de waarschijnlijkheid, dat op de vraag 'Wat dacht je van een lekker glas melk?' het antwoord volgt 'Nee dank je, ik drink geen melk', extreem laag is.
Het gedragskundig interessante punt is: Hoe is het geven van het antwoord 'melk' zulk een veel voorkomend gedrag geworden, en hoe komt het dat de waarschijnlijkheid van het antwoord 'Nee', of het noemen van een andere drank, zo laag is?
Voedselkeuzes zijn het gevolg van aangeleerd gedrag, maar de lessen in voedselkeuze worden niet uitsluitend op school gegeven. Dit wil echter niet zeggen dat scholen niet een belangrijke rol spelen door bepaalde voedselkeuzes duidelijk kracht bij te zetten.
Scholen geven het stempel van een officiële goedkeuring aan een bepaalde voedselkeuze, en onderstrepen zo ook de wetenschappelijk geautoriseerde richtlijnen voor voedselkeuzes die gebaseerd zijn op gezondheidsprincipes.
Zelfs in de nieuwste editie van de Amerikaanse Encyclopedie staat onder het lemma 'Melk': 'Melk wordt beschouwd als het meest perfecte voedsel uit de natuur, omdat het vrijwel alle bestanddelen bevat die essentieel zijn in de menselijke voeding.'
Het is beslist zorgwekkend te bedenken hoe het zo ver gekomen is dat de overduidelijke voedingskundige gebreken in melk, en de groeiende lijst van gezondheidsgevaren die er aan verbonden zijn, zo prominent afwezig blijven in zoveel standaardwerken, referenties en schoolboeken.
Maar het is niet op school waar kinderen 't eerst leren dat melk drinken goed voor ons is; waar we onze voorkeuren moeten verdringen en iedere dag -hoewel we het niet erg lekker vinden- de voorgeschreven hoeveelheid melk moeten drinken. Hun eerste lessen over de beginselen van voeding leren kinderen thuis aan tafel, en meestal is de moeder de instructeur. De moeder onderwijst door bepaalde voedselsoorten aan te bieden, en aan te dringen op het eten ervan; dit wordt begeleid door wijze woorden en spreuken die de regels voor juiste voedselkeuzes vastleggen. Men kan zich afvragen, 'Waar hebben de ouders hun voorbeeld en hun regels vandaan gehaald en wat waren hun bronnen van autoriteit?'

Idylle
Traditie is de verbinding tussen verleden, heden en toekomst. In het algemeen hebben we geen beter model voor wat we onze kinderen te eten geven, dan wat we zelf als kind te eten kregen. Het geloof dat 'een moeder weet wat goed voor haar kinderen is' is moeilijk te ontzenuwen en pogingen om de band met ons verleden te breken is vaak aanleiding tot grote opschudding.
We staan voor een Hercules-taak: we moeten mensen ervan overtuigen dat het geloof waarmee men letterlijk is opgevoed en dat men voor lief nam, eigenlijk slecht is. Mensen ervan te overtuigen dat melk eigenlijk geen plaats heeft in de menselijke voeding, komt neer op het tegenspreken en ongeldig maken van een lang bestaande overtuiging, een overtuiging die in onze cultuur diep is ingebed.
De ervaring leert dat het eenvoudiger is om vlees uit het voedselpatroon te weren dan melk. Als we het hebben over het weglaten van vlees, kunnen onze kenissen erkennen dat de slacht onmiskenbaar woest en wreed is. Het visualiseren van het doorsnijden van de hals en het zien doodbloeden van een dier, roept sterke gevoelens van walging en afschuw op. Maar er wordt geen direct beeld van onmenselijkheid opgewekt door het beeld van een koe, een boer, een melkkrukje en een emmer. Integendeel, dit beeld is volledig in overeenstemming met een gevoel van vredige, landelijke sereenheid, en wederzijdse behulpzaamheid: de boer heeft de koemelk nodig om te verkopen, en de koe, met onplezierig volle uiers, moet dringend gemolken worden. Wat een lieftallige symmetrie! En wat een contrast: een koe doden en haar vlees opeten heeft een verdorven nasmaak, maar om haar van haar pijnlijke last van overtollige melk te verlossen en zo onze kinderen van gezond voedsel te voorzien, is ronduit nobel.
De acceptatie van zulke volkse (en winstgevende) onzin is volledig afhankelijk van een brede basis van onwetendheid van het publiek; onwetendheid op het gebied van biologie, landbouw, en voeding.

Melk en honing
'IJs is gemaakt door God - ga je me vertellen dat er iets mis mee is?', zei de bekende tv-ster Bill Cosby.
Ondanks zijn fouten in theologie en technologie baseert Cosby zijn sarcastische opmerking op één van de sterkste en meest krachtige ondersteuningen van de producten van de zuivelindustrie: de bijbel. Melk wordt 47 keer genoemd in de bijbel, waarbij alle verwijzingen op twee na positief zijn. De zinsnede 'vloeiend van melk en honing' komt twintig keer voor, iedere keer met variaties op Gods belofte:
'Indien de Here behagen in ons heeft gevonden, dan zal hij ons stellig in dit land brengen en het ons geven, een land dat vloeit van melk en honing.' (Numeri 14:8)
Wie heeft er nog public relations nodig met een dergelijke goedkeuring?

Zuigelingenvoedsel
Een overzicht van zoogdieren uit een verzameling wetenschappelijke bronnen levert een verhelderend uittreksel op: "Zoogdieren zijn de enige dieren die melkklieren bezitten. Deze melkklieren, waarvan men aanneemt dat het vergaand ontwikkelde zweetklieren zijn, produceren zeer voedzame melk die de snelle groei van het jong mogelijk maakt. De langdurige sociale band tussen de moeder en haar jong tijdens en vaak na de zoogperiode vergemakkelijkt de vroege training van het jong. Gedurende deze periode worden de beginselen van sociaal gedrag geleerd, en de vaardigheid van het jong om te overleven wordt vergroot door het onderricht in forageertechnieken en voedselkeuze. De melk van een zoogdier bevat al de voedingsstoffen die een jong zoogdier nodig heeft totdat het groot genoeg is geworden om het voedsel van volwassen zoogdieren te gebruiken."
Niet alleen het gegeven dat de melk van ieder zoogdier uitstekend geschikt is voor de groei van haar jong, maar ook de duur van zogen is kenmerkend: deze periode duurt tot het jong groot genoeg is om het voedsel van de volwassen soort te herkennen, te verzamelen en te verteren. Iedere zoogdiersoort heeft een vaste periode tot het van de borst af is. Nou ja, bijna iedere zoogdiersoort. Baby-olifantjes zogen bij hun moeder tot ze zoþn drie … vier jaar oud zijn. Jonge paarden zogen ongeveer twee jaar, en de babyþs van chimpansees, ons meest nabije familielid onder de primaten, zogen enkele jaren. Mensen, die in ieder opzicht zoogdieren zijn, blijven de enige in hun soort die hun hele leven afhankelijk kunnen blijven van melk. Mensen zijn, in elk geval in sommige culturen, de enige zoogdieren die nooit helemaal van de borst afraken! En zelfs als volwassenen zogen zij uiteindelijk van de uiers van een koe! Als alle andere vrouwtjes-zoogdieren hun babyþs spenen en ze leren wat volwassenen eten, waarom zijn mensen dan zo anders? En zijn mensen zich daarvan bewust?

De feiten van het leven
Ik heb mijn blocnote en pen meegenomen naar de bibliotheek, en de bibliothecaressen verteld dat ik de kennis van mensen over zoogdieren aan het onderzoeken was. "Kunt u drie zoogdieren opnoemen?" vroeg ik. Dezelfde vraag stelde ik aan werknemers in een supermarkt, een natuurvoedingswinkel, en vijf toeristen. Van de twintig mensen die ik benaderd heb (15 vrouwen, 5 mannen), zeiden er twee dat ze geen zoogdieren kenden. Vijftig niet-menselijke zoogdieren werden genoemd (één persoon antwoordde "hond, kat en kip"). Slechts twee mensen namen mensen op in hun lijst. De meest genoemde zoogdieren waren walvissen, honden, katten, olifanten en koeien.
Er zijn belangrijke sexe-gebonden gedragingen in de verzorging en voeding van nakomelingen. Het wezenlijk onderscheidende kenmerk van zoogdieren ten opzichte van andere schepsels is dat het vrouwtje melk produceert om haar jongen te voeden.
Bij alle diersoorten is het overleven van de soort afhankelijk van een succesvolle reproductie. Hoewel er enkele interessante uitzonderingen zijn, valt de eerste zorg voor de kinderen meestal op het vrouwtje. We gebruiken het voorbeeld van de bloemetjes en de bijtjes om onze kinderen 'de feiten van het leven' te leren, maar deze analogie is óf zwak óf fout.
Bijen dragen stuifmeel van de ene plant naar de andere plant, die ze dan bevruchten; maar planten verzorgen de volgende generatie niet. Zoogdieren onderscheiden zich echter door de relatief lange periode van afhankelijkheid; de jongen zijn uitsluitend en volledig afhankelijk van hun moeders melk. Het Engelse woord "nurture" [(op)voeden] wordt vaak algemeen gebruikt voor het grootbrengen van een kind door zijn ouders, maar het woordenboek wijst op een belangrijk biologisch feit: 'nurture = zogen, dat is, voedsel geven van de borst.'
Als mensen maar heel oppervlakkig weten wat een zoogdier is, en ook zichzelf niet zien als dieren van de klasse zoogdieren ofwel Mammalia, dan is het niet verbazingwekkend dat ze in het dierenrijk geen gedragsmodel vinden. Ze vinden andere modellen binnen hun cultuur.

Emotionele botsingen
Geaccepteerd te worden als een deelnemer in iemands eigen cultuur is, tot op zekere hoogte, van levensbelang. Op elk vlak zijn er mensen die zich afzetten of zich niet conformeren aan de rest, maar hun keuze om af te wijken van het gangbare levert het risico op van een sterke negatieve sociale druk uit de omgeving. Voedselkeuzes die duidelijk anders zijn, dragen dat risico ook in zich.
Het is één ding om vreemde of zelfs bizarre brouwsels te bestellen wanneer je met je collegaþs naar een restaurant gaat. Vragen om mosterd voor over de gestampte aardappels zal wat verbaasde gezichten opleveren, maar je vreemde smaak bedreigt je tafelgenoten niet. De ober vragen of er olie of verzadigd vet in je bestelling zit, toont aan dat je een dieet volgt. Het is tegenwoordig immers welbekend dat pogingen om de hoeveelheid vet te verminderen wijzen op iemands zorg voor de lijn of zijn aders. Het vormt daarom geen verwijt aan tafelgenoten die om extra boter of roomsauzen vragen.
Het is daarentegen iets anders wanneer iedereen ijs bestelt, en jij vraagt of er ook zuivelvrije desserts zijn. Oren gaan rechtovereind staan. Waarschijnlijk zal aan je gevraagd worden "Wat is er mis met zuivelproducten?" Wanneer je overgevoeligheid voor lactose als reden noemt, dan is je anderszijn acceptabel. Maar wanneer je een ethische, morele, filosofische of 'sentimentele' grondslag voor je keuze noemt, dan doe je méér dan alleen melk weigeren. Je brengt de normen van je tafelgenoten onder het voetlicht, en ook al ben je terughoudend over de waarden die je ertoe brachten om melk te weigeren, en benadruk je dat je niet wilt afgeven op de voedselkeuzes van je vrienden, dan nog is er een tegenstelling tussen jullie die vaak als een soort verwijt wordt opgevat.
De afwijzing van vlees in een sociale omgeving roept veel minder verdedigende emotionele respons op dan het weigeren van melk. De uitspraak van een veganist dat hij/zij geen vlees eet, roept overwegend geen verpletterende reacties op. De weigering van vlees wordt vaak aanvaard met een verzachtende kwalificatie '... maar je eet wél vis en kip, toch?' Wanneer je verklaart dat je ?berhaupt geen vlees eet, en eigenlijk helemaal geen dierlijke producten nuttigt, dan plaatst je striktheid je ergens tussen het ongelooflijke en het waanzinnige '...zelfs geen MELK!'
Op dit punt komen de emotionele banden tussen jou en je metgezellen in opspraak.

In den beginne...
Van al het voedsel dat mensen consumeren, draagt melk de meeste emotioneel en psychisch geladen verbondenheden met zich mee. De veelgenoemde associatie van voedsel met bijvoorbeeld vakanties is echt, maar verbleekt bij de associaties die verweven zijn met de gevoelens die bij melk een rol spelen. Deze gevoelens zijn gerelateerd aan enkele van onze meest oorspronkelijke bindingen van voedsel met voeden, met zowel het in leven blijven als het in leven houden.
Melk is bijzonder vanwege de associaties met het moederschap en de kindertijd. Melk is wat babyþs moeten krijgen en moeders moeten geven. Melk geven is de aanvang van een ingrijpende dialoog tussen moeder en kind, die kan voortduren tot lang na de periode waarin aan de primaire fysiologische behoeften van het kind wordt voorzien.
Babyþs die overstuur zijn, worden inderdaad getroost en op hun gemak gesteld door ze 'de borst te geven'. Deze ervaring is heel discreet: het aanbieden en aanvaarden van melk, het vasthouden en de nabijheid, het voldoen aan dringende fysiologische en emotionele behoeften. De band tussen moeder en kind hangt niet uitsluitend af van het melk drinken aan de moederborst; babyþs die met de fles worden gevoed worden op een vergelijkbare manier vastgehouden -omhelsd. Zowel moeder als kind ervaren dit als een belangrijk deel van de emotionele en gedragsmatige elementen van 'borst voeding'. Zodoende heeft melk, zowel in het geven als in het ontvangen ervan, een geschiedenis van diepe dankbaarheid gedurende het hele menselijke leven.
Een vraag: wanneer in onze cultuur het geven van melk aan kinderen gevoelsmatig wordt gelijkgesteld aan het geven van liefde, gezondheid en bescherming, hoe kunnen we ons dan op ons gemak voelen als we melk weghalen uit het dieet van onze kinderen; ook al toont de moderne voedingswetenschap aan dat melk juist schadelijk is voor hun gezondheid? Jaren geleden voelden dokters die zelf rookten zich ongemakkelijk wanneer ze hun patiënten adviseerden om te stoppen met roken, hoewel aan het bewijs van de schadelijkheid van tabak niet te ontkomen was. Heden ten dage zie ik professionele diëtisten, met hun vertrouwen in wat ze op school geleerd hebben, met hun eigen smaak, en hun emotionele banden: zij schrappen de melk niet graag uit het dieet van een cliënt. Zelfs bij vastgestelde gevallen van lactose-intolerantie heb ik zulke verdraaide 'oplossingen' gezien zoals het toevoegen van bepaalde enzymen aan melk, overschakelen op yoghurt, en soortgelijke tactieken; dit alles om de in wezen hinderlijke melk maar in de voeding te houden. Om zelfs maar te w¡jzen op de mogelijkheid om melk uit de voeding te bannen wordt opgevat als het plegen van een bijna ondenkbare heiligschennis.

Laatste agendapunt
De realiteit waarmee we geconfronteerd worden is een leger van gezondheidsdeskundigen die het weglaten van melk uit de voeding van een patiënt alleen als laatste redmiddel zullen aanbevelen. Helaas zien we ook dat het verwijderen van melk het laatste agendapunt van veel vegetariërs blijft.
Als het doel van de vegetarische beweging bestaat uit het promoten van een volledig plantaardige voeding, dan lijkt de vervulling van dit doel gebaseerd te zijn op een twee- of drie-stappenplan met geleidelijk toenemende eisen en uitdagingen voor iemands eetgedrag.
Opgezet rond de bezorgdheid om persoonlijke gezondheid, mededogen voor het dieren- en mensenleed, en de bescherming van het milieu, zal het plan zich ten eerste richten op het stoppen van de consumptie van vlees, en vervolgens die van eieren. De derde, laatste en door velen ervaren als de moeilijkste stap, is de afwijzing van dierlijke melk(-producten). Zodra mensen de eerste stap hebben genomen, 'mogen' ze zich van de meeste vegetariërsgenootschappen vegetariër noemen, en hebben daarmee 'stemrecht' verworven.
De term 'vegetariër' wordt soms verder gekwalificeerd door de frase 'ovo-lacto-vegetariër', maar de goede wil en het beoordelingsvermogen van het individu zelf worden gerespecteerd. De persoon in kwestie mag verwachten alle voordelen van een betere gezondheid, een gevoel van verantwoordelijkheid voor het milieu, en een goed geweten te oogsten, wanneer hij of zij stopt mee te doen aan het martelen en doden van bewuste dieren.
Wie stopt met het kopen van eieren, promoveert naar het niveau van de 'lacto-vegetariër' en mag nog lagere cholesterolhoeveelheden en een verminderde kans op Salmonella-infecties verwachten.
De derde stap -het afwijzen van dierlijke melk, oftewel veganist worden- wordt door sommigen beschouwd als een vorm van extreme betrokkenheid. Veel vegetariërsgenootschappen blijven nog verwijzen naar veganisten als '...een kleine minderheid van de vegetariërs die ook melk en zuivelproducten mijden.'
Het promoten van zulk een stappenplan en het onderstrepen van de status van minderheid van veganisten veroorzaakt verschillende effecten, die averechts uitpakken:
 Aantallen zijn belangrijk; dus kleinere aantallen impliceert minder belangrijkheid.
 Het versterkt de idee dat veganistisch leven een enorme taak is, die maar door enkelen kan worden volbracht.
 Het verleent gezag aan de idee dat 'geen vlees eten' het uiteindelijke doel van het vegetarisme is.
 Melkdrinkers als 'vegetariërs' aanduiden erkent hun goede begrip en nobelheid met een soort 'vegetariërs-medaille van eer'. Om vervolgens te verklaren dat wat ze gedaan hebben goed is, maar nog niet genoeg, verontachtzaamt hun verworvenheden en roept sterke negatieve emoties op.

Stanley Sapon is emeritus hoogleraar taal- en gedragswetenschappen aan de universiteit van Rochester, V.S.
Bron: Vegetarian Voice. Perspectives on Healthy, ecological and compassionate Living; jrg.21, nr.2
(vertaald en bewerkt door Sophie van Slageren en Morries Leeraert)

In de volgende Gezond Idee! het tweede deel van Uitdagende vragen rond melk. Wat heeft een glas melk nu werkelijk te bieden? Wat zit er nou precies in melk? Het voedingskundige verhaal over koemelk.

Contact    Disclaimer    Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door Vuurwerk
Alles op deze pagina mag worden overgenomen mits de bron vermeld wordt.


Uitdagende vragen omtrent melk (deel 2)
MELK: Wat zit er nu precies in?

Het opgeklopte belang van melk in de voeding
Nederland is naar traditie een zuivelland bij uitstek. Naast het economische belang van zuivel denken veel mensen dat melk ook gezond en noodzakelijk is. Maar is dat wel zo? In deel twee van de reeks 'Uitdagende vragen omtrent melk' gaat de Amerikaanse wetenschapper Bob LeRoy na wat er precies aan voedzaams in koemelk zit. "De reputatie van calcium en eiwitten uit melk is al generaties lang zo goed, dat niemand gemotiveerd leek om onderzoek te doen naar wat er mis mee zou kunnen zijn. Ondertussen is er echter veel meer duidelijk geworden."
Door Bob LeRoy

Met stomme verbazing las ik ooit een verhaal, waarin werd beschreven hoe verschillende mierensoorten routinematig luizen vingen en deze in groten getale gevangen hielden. Dagelijks dronken de mieren iets van de lichaamsvloeistoffen van de luizen als basisdeel van hun voeding. Het leek me walgelijk, sadistisch en volstrekt zinloos. Ik kon me niet eens voorstellen hoe de 'luizenvloeistof' (van zulke vieze beestjes) 'goed voor' die mieren kon zijn; zou het zelfs niet giftig kunnen zijn voor ze? Ik was in elk geval blij dat ik geen mier was.
Niet veel later leerde ik dat luizen de bijnaam 'mierenkoeien' hebben, omdat hetgeen de mieren met luizen doen zoveel lijkt op wat mensen doen met melkvee. Dat was mijn eerste aanwijzing dat het gebruik van melk en melkproducten een raar idee zou kunnen zijn.

Een pondje per dag
Hoe vreemd ook, de consumptie van koemelk als voedselkeuze en dus ook in de landbouw, neemt een dominante plaats in in bijna de gehele ge‹ndustrialiseerde wereld. In Amerika wordt een overweldigende meerderheid van de landbouwgrond al verscheidene generaties lang gebruikt voor vee en veevoeder. Eén van de vier 'basisvoedselgroepen', voorgeschreven door het Ministerie van Landbouw in de Verenigde Staten sinds 1956, bestaat volledig uit zuivelproducten. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse 'maaltijdschijf' en de voorloper hiervan, 'De schijf van vijf'. Al die jaren heeft iedere volwassene, ieder kind en iedere baby in de Verenigde Staten elke dag een gemiddelde van bijna een pond aan zuivelproducten geconsumeerd. Meer nog dan vlees speelt melk de rol van basisvoedsel in onze hele samenleving.
Wat betekent dit nu wat betreft de voedingsstoffen?

Hoe verstandig zijn we geweest
De voornaamste boodschap over voeding die we de afgelopen generaties hebben gehoord met betrekking tot vlees en zuivel is 'hoe meer hoe beter'. Zuivel is beslist het 'meest vertrouwde' voedsel van de twintigste eeuw; een onschendbare reputatie die is opgebouwd door scholen, media en overheden. Geen ander voedsel is meer gesubsidieerd in zijn productie, en geen ander voedsel is een verplicht element geweest van de maaltijd op vrijwel elke lagere en middelbare school.
Onze diepgewortelde overtuiging is altijd geweest dat we onvoldoende eiwitten, calcium, vitamine D, B12 en riboflavine (vitamine B2) binnen krijgen, als we geen zuivelproducten gebruiken. We zijn zelfs zo overtuigd geweest van het feit dat melk essentieel is voor de gezondheid van onze opgroeiende kinderen, dat we een generatie terug bijna elke moeder overhaalden de borstvoeding te staken om in plaats daarvan koemelkpreparaten aan hun pasgeborenen te geven. Hoe verstandig zijn we geweest?
Langzaam maar zeker lijken voedingskundigen zich weer bewust te worden van de voordelen van het geven van mensenmelk aan mensenbabyþs. Voorheen werden grote hoeveelheden belastinggeld uitgegeven om moeders aan te moedigen in plaats van borstvoeding, de op koemelk gebaseerde flesvoeding aan hun baby te geven. Nu wordt in elk geval een deel van dit belastinggeld uitgegeven aan het onderwijzen van aanstaande moeders over het geven van borstvoeding. Tegenwoordig wordt aangenomen dat antilichamen die via de moedermelk worden gegeven, een enorme rol spelen in de opbouw van het immuunsysteem van een baby. En het duurt enkele jaren voordat het immuunsysteem van een pasgeborene volledig is ontwikkeld.
Mensenmelk bevat een verzameling voedingsstoffen die speciaal voor het mensenkind zijn ontworpen. Bij een koe geldt dat voor het kalf. Een kalf verdubbelt tenslotte het lichaamsgewicht in minder dan zeven weken vanaf zþn geboorte, en is na een jaar een flink beest, in scherpe tegenstelling tot mensenkinderen.

Lactose
Hoe zit het dan met de rest van de levenscyclus? Is het niet bizar wanneer iemand moedermelk blijft drinken terwijl hij geen baby meer is? Is het mogelijk om je voedingskundige problemen voor te stellen, die voortkomen uit het levenslang consumeren van iets dat specifiek voor babyþs is bedoeld, of dit nu koeien- of mensenbaby's zijn?
Waarschijnlijk het meest bekende voedingskundige probleem met zuivel is 'lactose intolerantie'. Hierbij kan de baby het enzym lactase niet maken, dat nodig is voor het afbreken en opnemen van lactose (melksuiker). Daardoor krijgt het last van opgezwollen darmen, krampen, diarree en mogelijk zelfs nog ernstiger aandoeningen. Meer dan de helft van de mensheid kan, net als alle andere zoogdieren, na het spenen of soms iets later geen lactase meer maken. Een groot deel van deze mensen blijkt van Afrikaanse, Aziatische of inheems Amerikaanse komaf. Hoewel melk voor hen dus ongeschikt is, distribueerden scholen volgens traditie de koemelk zonder te letten op ras of afkomst. En de zuivelreclame-industrie heeft nooit enige aanwijzing gegeven dat een behoorlijk deel van de bevolking het spul gewoon niet goed kan verteren.
Galactose
Jarenlang is vrijwel universeel aangenomen dat mensen die niet lactose-intolerant zijn en mensen die alleen gefermenteerde zuivelproducten zoals yoghurt, zure room en cottage cheese eten, waarin de lactose toch al grotendeels is afgebroken, zich niet druk hoeven te maken om de melksuiker. Maar in beide gevallen wordt de enkelvoudige suiker galactose, een afbraakproduct van lactose, in grote hoeveelheden opgenomen in de darm. Dit brengt risicoþs met zich mee. Daniel Cramer van Harvard, bracht een hoge consumptie van met name gefermenteerde zuivelproducten in verband met eileiderkanker. Meer zelfs dan met ieder ander voedselpatroon. Hij leidde de oorzaak van deze vorm van kanker af aan de opeenhoping van een overmaat aan galactose. Bedenk hierbij dat galactose alleen van melkproducten afkomstig kan zijn.
Op vergelijkbare wijze toonde Cramer aan dat een overmatige zuivelconsumptie in verband staat met onvruchtbaarheid bij vrouwen. F.J. Simoons [Digestive Diseases and Sciences 1982;27:25] relateert de ophoping van galactose aan een verhoogde kans op de oogziekte cataract, ofwel grauwe staar.

Vetten
Van de vetbestanddelen in melk is al enige tientallen jaren bekend dat ze bijdragen aan gezondheidsproblemen bij de mens, zoals hart- en vaatziekten. Ook worden borst-, dikke darm- en prostaatkanker in vele studies in verband gebracht met de totale hoeveelheid vet en de hoeveelheid verzadigd (dierlijk) vet die wordt geconsumeerd. Zoþn 48 procent van de calorieën in volle melk is afkomstig van vetten, waarvan de meeste verzadigd zijn. Dit percentage ligt nog veel hoger in vrijwel alle kaas en is meer dan 99 procent in boter. Bovendien komen aanzienlijke hoeveelheden cholesterol mee.
Zowel Hutt en Burkitt (in: 'The Geography Of Non-Infectious Disease') alsook Kurian (in: 'The Book Of World Rankings') beschrijven het verband tussen baarmoederkanker en diabetes enerzijds en de consumptie van dierlijke vetten anderzijds.
Uit zuivelproducten afkomstig vet heeft gedurende deze eeuw een belangrijk aandeel geleverd in de totale hoeveelheid vet die wordt gegeten. Dit veroorzaakt overgewicht met alle daaraan verbonden risico's op ziekten en andere problemen. De meest conservatieve gezondheidsorganisaties dringen aan op een reductie tot 30 procent van de calorieën afkomstig uit vet. Andere onderzoekers geloven dat een reductie tot 10 of 20 procent voldoende is om een duidelijke afname van de bovengenoemde risicoþs te bewerkstelligen. Publiciteit over deze onderzoeksresultaten veroorzaakte een lichte verschuiving van de consumptie van volle melk naar magere melk. De effecten hiervan zijn echter klein. Lage vetpercentages die op verpakkingen staan aangegeven, komen namelijk voort uit grote hoeveelheden water die aan deze melk is toegevoegd en niet omdat er door de fabrikant vet uit de melk gehaald is. Magere melk die is verkregen door de melk af te romen, haalt nog slechts 3 procent van zijn calorieën uit vet. Het cholesterolgehalte van deze melk is een derde van het gehalte van gewone, volle melk.

Melkeiwitten
De reputatie van calcium en eiwitten uit melk is al generaties lang zo goed, dat niemand gemotiveerd leek om onderzoek te doen naar wat er mis mee zou kunnen zijn, of om geld in dergelijk onderzoek te steken. Ondertussen echter, is er veel meer duidelijk geworden.
Een team van Chinese, Britse en Amerikaanse onderzoekers, volgde zes jaar lang 6500 mannen en vrouwen in 65 provincies van China, in een veelomvattende, zeer intensieve studie naar het verband tussen voedingswijze en ziekte. De studie registreerde 367 verschillende karakteristieken in levensstijl, voedingsgewoonten, gezondheidstoestand en levensverwachting en vond in totaal 9000 veelbetekenende onderling vergelijkbare verhoudingen. Zoals T. Colin Campbell (leider van het onderzoek en docent aan de Universiteit van Cornell) schreef: 'De voornaamste enkelvoudige invloed op ziekten als kanker, diabetes en hart- en vaatziekten bleek de hoeveelheid (met name dierlijk) eiwit te zijn. Hoe meer je ervan binnenkrijgt, des te groter is het risico.'
In de daarop volgende jaren heeft Dr. Campbell nog nadrukkelijker conclusies uit het onderzoek getrokken, zoals: 'Dierlijk eiwit vormt de grootste bijdrage uit het voedsel aan arterosclerose (aderverkalking) en carcinogenese (het ontstaan van kanker; dit geldt voor kankers in het algemeen). Bovendien verklaart hij dat het onderzoek aantoont dat melkeiwitten minstens zoveel van deze problemen veroorzaakt als eiwitten uit vlees!
Vele andere onderzoeken hebben een schrikbarende hoeveelheid vergelijkbare conclusies opgeleverd, zoals: 'Het aantal sterfgevallen als gevolg van hartziekten is niet alleen gecorreleerd aan de hoeveelheid geconsumeerd vet, maar ook aan de hoeveelheid melkeiwitten' en 'Melkeiwit is één van de factoren die kankerachtige dikkedarm-ontsteking veroorzaken, en heeft een opwekkende invloed op (zelf-vernietigende) auto-antilichamen, die geproduceerd worden bij allerlei auto-immuunziekten (ziekten waarbij het immuunsysteem van de mens zich tegen de mens zelf richt).'

Giftige stoffen
Bij deze problemen met dierlijke eiwitten in het algemeen blijft het evenwel niet. Tenminste drie studies hebben een sterk verband gevonden tussen nier- en blaasstenen en de hoeveelheid geconsumeerd dierlijk eiwit. Dierlijk eiwit veroorzaakt een sterk verhoogde uitscheiding van calcium en daarmee een verhoogde kans op osteoporosis (botontkalking). Dr. Joel Fuhrman verklaart: 'relatief hoge hoeveelheden ureum, ammonia en andere giftige stoffen zoals fenolen worden gevormd door de bacteriën die ons verteringskanaal bekleden, als we een hoog gehalte aan eiwitten binnenkrijgen. Deze giftige bijproducten leveren een veelbetekenende bijdrage aan de totale hoeveelheid giftige stoffen die ons lichaam dagelijks moet verwerken. Ze kunnen een bijdrage leveren aan vele ziekteprocessen en zijn in staat om symptomen van het centrale zenuwstelsel te veroorzaken, zoals verwardheid en hoofdpijn. Plantaardige eiwitten wekken beduidend minder ammonia en schadelijke afvalstoffen op.'
Fuhrman legt bovendien uit dat veel mensen met een auto-immuunziekte een extra poreuze darmwand hebben, waardoor onder andere peptiden (brokstukken van eiwitten die niet goed verteerd zijn tot aminozuren) in het bloed terecht kunnen komen. Deze peptiden wekken vaak een antilichaam-respons op, doordat het lichaam ze herkent als lichaamsvreemde stoffen. Het immuunsysteem ruimt de indringers dus op. Omdat eiwitten uit vlees, melk en eieren zoveel lijken op die van ons eigen lichaam (iets wat niet geldt voor plantaardige eiwitten), kan het voorkomen dat de antilichaam-respons zich gaat richten tegen soortgelijke eiwitten van het eigen lichaam. Hierdoor wordt het aannemelijk dat op het eigen lichaam gerichte ziekten zoals bepaalde vormen van reuma, de eerder genoemde auto-immuunziekten en zelfs astma hun oorzaak vinden in het eten van dierlijke eiwitten.
Bron: Vegetarian Voice, vol. 21, no. 2
Vertaling: Sophie van Slageren
Bewerking: Joke Andringa, Morries Leeraert
Lees in het volgende nummer van Gezond Idee! het vervolg van dit artikel. Bovendien krijgt u een zeer concreet antwoord op de vraag: Welke alternatieven zijn er voor melkproducten?

Contact    Disclaimer    Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door Vuurwerk
Alles op deze pagina mag worden overgenomen mits de bron vermeld wordt.



Uitdagende vragen omtrent melk (Deel 3, slot)
MELK: Zoveel drukte, zo weinig waarheid

In dit slotdeel uit de reeks 'Uitdagende vragen omtrent melk' het vervolg op de vraag 'wat zit er nu precies in melk?' Er bevinden zich ook stoffen in melk waar velen allergisch voor zijn. Op pagina 22/23 is een antwoord te vinden op de vraag: is er leven zonder zuivel?
Door Bob LeRoy

De meeste voedselallergieën worden opgewekt door eiwitten of afbraakproducten hiervan. Allergie voor koemelk treft, gevolgd door tarwe, eieren, vlees en vis, meer mensen dan welk ander voedsel ook. Toch lijkt voor de meeste mensen 'melkallergie' alleen verbonden met lactose-intolerantie; een probleem met melksuikers dus. Maar zelfs als er geen probleem met lactose bestond, zou melk de grootste allergieverwekker zijn.

Melkallergie
Voor Goodhart and Shils, gerenommeerde auteurs van voedingskundige boeken, staat melk op nummer één als het gaat om eiwithoudende producten die allergische reacties bewerkstelligen. Zij stellen: þBij een verhoogde kans op allergieën bij een baby kunnen veel problemen worden voorkomen door de baby zo min mogelijk bloot te stellen aan melk, zowel door directe inname alsook via de moedermelk.þ
Koemelk is overigens al generaties lang nummer één op de lijst van verdacht voedsel, wanneer baby's tekenen van een voedselallergie vertonen. Lactalbumine (melkeiwit) is de meest geaccepteerde veroorzaker hiervan.
Al 44 jaar geleden resulteerde een intensief onderzoek in een uitgebreide lijst van symptomen bij jonge kinderen als gevolg van melkeiwit-allergie, zoals eczeem, kramp in de maagstreek, neerslachtig zijn, koliek (=buikkramp), hoesten, ademnood, verkoudheid, astma, anorexia en niesbuien. Andere studies voegden hier overgeven, hoofdpijn en vermoeidheid aan toe, zonder de restricties van een leeftijdsgroep. Zo'n 20% van alle babyþs bleek te lijden aan koliek, waarvan melkeiwitten de oorzaak zijn.

Suikerziekte
Er bestaat een sterk verband tussen het melkeiwit caseïne en allergische reacties die de keel- en neusholte, bij met name baby's en kinderen, treffen. Reacties als verkoudheid, binnenoorontsteking, hooikoorts, een pijnlijke keel en ademhalingsmoeilijkheden.
Diverse recente onderzoeken leverden sterke bewijzen op dat allergische reacties van baby's op BSA (bovine serum albumin = runderserum albumine) de ontwikkeling van diabetes mellitus tot gevolg heeft. Een paar conclusies:
142 diabetische kinderen bleken allen een grote hoeveelheid antilichamen tegen BSA te hebben opgebouwd en;
diabetische kinderen hebben acht keer meer van deze antilichamen dan andere kinderen;
van insuline-afhankelijke diabetici is het 50% waarschijnlijker dat ze koemelk dronken voor hun derde levensmaand, dan niet-diabetici;
onder kinderen met een hoog risico op diabetes die tot hun derde maand koemelk dronken, bleek de kans dat ze deze ziekte daadwerkelijk ontwikkelden elf keer groter dan bij de kinderen met een verhoogd risico hierop, die dat niet deden.
In 1992 schreef de Amerikaanse organisatie van kinderartsen (AMAP) geschiedenis door het advies volle koemelk niet aan kinderen onder één jaar te geven. Reden hiervoor was de ontdekking dat de oorzaak van een vorm van bloedarmoede gecombineerd met bloedverlies in de darmen bij baby's in duidelijk verband werd gebracht met het drinken van melk.
Onlangs werd de schuld even bij BSA gelegd, maar dit is inmiddels weer weerlegd. Ook kwam aan het licht dat dit bloedverlies þeen groot deel van de baby's treft.

IJzer
De tweede reden waarom koemelk bloedarmoede op kan wekken is dat melk een slechte bron van ijzer is. Zó slecht dat het absoluut ongeschikt is om als het basisvoedsel te dienen waarvoor het al generaties lang doorgaat. Babyþs en kleine kinderen zouden meer dan hun lichaamsgewicht aan melk moeten drinken om hun dagelijkse hoeveelheid ijzer uit melk alleen binnen te krijgen. Bovendien is ontdekt dat zuivelproducten de absorptie van ijzer uit ander voedsel zelfs remt.

Over-mineralisatie
Goodhart en Shils adviseren al jaren om zwangere vrouwen te onderrichten over alternatieve eiwitbronnen in plaats van melk. Niet alleen vanwege de kans op lactose-intolerantie maar ook vanwege de grote kans op spierkrampen bij opname van grote hoeveelheden melkfosfaten. Een vergelijkbaar overschot aan calcium en fosfaten werd gevonden bij mensen die vanwege maagzweren een dieet met veel melk voorgeschreven kregen. Tegenwoordig wordt maagzweerpatiënten juist afgeraden om veel zuivel te eten. Mineraaloverschotten kunnen neerslaan, hetgeen zich uit in verkalking van de nieren en in blaasstenen.

Onverwachte ingrediënten
Bacteriële en virale besmetting van zuivelproducten komen, naarmate de veehouderij zich meer naar massaproductie ontwikkelde, meer in het nieuws. Hierbij zijn hygiëne en het voorkomen van ziekten moeilijker en kostbaarder geworden. Voorbeelden van voor de mens dodelijke organismen die opduiken in zuivelproducten zijn er te over: Salmonella, Listeria, rundertuberculose, de campylobacter, etcetera. Er zijn berichten dat ook leukemie in koeien een bedreiging voor mensen is.
Als gevolg hiervan wordt er enorm ge‹nvesteerd in geneesmiddelen, zoals antibiotica, voor het vee. Residuen hiervan consumeert de mens onder meer via zuivelproducten. De contr“le op dit medicijngebruik is veruit ontoereikend, terwijl de invloed van dit alles op de consument problematisch kan zijn. Met name vanwege het desastreuze effect dat chronische blootstelling aan antibiotica heeft op de microflora van ons darmkanaal.
Dan zijn er nog de pesticiden, die in de landbouw worden gebruikt. Deze hopen zich bij hun voortgang door de voedselketen op, met name in vetweefsel (vlees) en vettige lichaamsvloeistoffen (melk).
Het onvoorstelbaar grote aantal onbekende ziekte- of vergiftigingsrisicoþs door herhaalde blootstelling aan onbekende hoeveelheden pesticide-residuen in zuivelproducten is zeer verontrustend.

Wat ontbreekt er?
Zuivelproducten bevatten, net als alle dierlijke producten, geen voedingsvezel of onverteerbare koolwaterstoffen. Het is algemeen bekend dat vezels helpen het cholesterolgehalte te verlagen en de kans op kanker, hartaandoeningen en andere degeneratieve problemen verminderen. Het omgekeerde is eveneens aangetoond.
Voorts bevatten zuivel en andere dierlijke producten, geen voedingsstoffen met een beschermend effect tegen kanker. Stoffen zoals voedingsvezels, anti-oxidanten (vitamine A en C), indolen, aromatische isothiocyanaten, geniste‹ne en daidze‹ne en andere, die uitsluitend in plantaardig voedsel voorkomen.
Tot slot, zuivelproducten worden geassocieerd met een verhoogde kans op verscheidene vormen van kanker. De boodschap lijkt duidelijk.
Meer achtergronden over de verscheidene nadelen die aan melk kleven, vindt u in F.A. Oski's boek "Don't drink your milk" , te bestellen bij de NVV (zie p.27).

Is er leven zonder zuivel?
Kaas en andere lekkernijen zonder zuivel
Een leven zonder zuivelproducten is geen leven van tekortkomingen! In natuurvoedingswinkels zijn kaas, melk, yoghurt, ijs, pudding en nog veel meer producten te koop, zonder dat daar koe- of geitemelk in is verwerkt. Daarnaast is het mogelijk om zelf melk te maken.

Vier eenvoudige stappen om melk uit noten en zaden te maken
Het is eenvoudig om verschillende voedzame, lekkere melksoorten uit noten of zaden te maken Volg hiervoor de volgende vier stappen:
1. Verhit ongeveer 4 koppen water in een pan.
2. Vermaal ongeveer 1/4 tot 1/3 kop gekoelde noten (amandelen, cashewnoten of anders zonnebloempitten) tot een fijn poeder. Doe dit poeder in een blender of mixkom.
Vermaal nu het lijnzaad, apart van de olierijke noten.
3. Voeg het gemalen lijnzaad aan de inhoud van de kom of blender toe, plus de volgende ingrediënten: lecitinekorrels; verbeteringsmiddelen; een zoetmaker naar keuze; smaakstoffen (als kaneel, vanillepoeder of siroop) en een willekeurig gekozen soort fruit.
4. Voeg 1/2 tot 3/4 kop warm water (uit de pan) toe en vermaal het geheel op middelmatige snelheid tot een gladde, puree-achtige massa. Voeg de rest van het warme water toe tot de melk de juiste dikte heeft en meng op hoge snelheid totdat de þmelkþ romig is.
Voor extra-romige notenmelksoorten: ongeveer drie kopjes water per 1/3 kop noten.
Voor dunnere versies: 1/2 tot 3/4 kop water per 1/3 kop noten.
Yoghurt: sojamelk met cultuur!

Yoghurt kan op de volgende wijze thuis in de keuken worden gemaakt:
1. Gebruik een yoghurt starter (zie kadertje). Maak een moedercultuur van de starter, door het te mengen met een liter sojamelk (uiteindelijk goed voor zoþn 60 liter sojamelk). Ongeveer 1 theelepel moedercultuur is genoeg voor een liter sojamelk.
2. Steriliseer een spatel en paar schone glazen potten met deksels en al, door ze ondergedompeld in een pan met kokend water te leggen. Laat het water ten minste 2 minuten koken.
Breng sojamelk aan de kook en laat deze, onder voortdurend roeren, 30 seconden doorkoken. Giet de sojamelk in de hete (inmiddels) steriele glazen poten. Dek de potten af (de deksels niet vast draaien !) en laat afkoelen tot de pot nog warm aanvoelt.
3. Voeg 1 theelepel moedercultuur toe. Roer grondig met de gesteriliseerde spatel, dek af en laat 2 tot 6 uur staan bij ongeveer 40°C.
4. Zet de potten weg op een warme plaats, zoals bijvoorbeeld een oven die verwarmd is tot 65øC. Zet de oven na drie minuten uit en laat de yoghurt ongestoord 2 tot 6 uur staan.
De yoghurt is klaar als deze gemakkelijk en volledig loslaat van de zijkant van de pot, wanneer de pot iets wordt schuingehouden. Bewaren in de koelkast.

Yoghurt kaas
Maak van sojayoghurt een heerlijke kaas door de verse dikke yoghurt in een dunne katoenen of nylon doek te leggen. Pak de punten bijeen, draai de doek tot een bal en knoop hem met een dun koord dicht. Hang de doek gedurende enkele uren boven een schaal of de gootsteen.
Voor een dichtere kaas: laat de doek langer hangen, of pers het vocht uit de substantie.
Blijft de yoghurt te dun, verhit deze dan voorzichtig om hem in te dikken..

Een yoghurt starter is een bacteriecultuur (startcultuur), die in poedervorm of diepgevroren wordt gebruikt om onder meer yoghurt en kaas te maken. De starter is verkrijgbaar via de firma C. van þt Riet, Oostzijde 30 in De Hoef (Utr.). Telefoon: 0297-593213.
Bron: Vegetarian Voice. Perspectives on Healthy, ecological and compassionate Living; jrg.21, nr.2 (Vertaling: Sophie van Slageren. Bewerking: Joke Andringa en Morries Leeraert)

Geen nood voor wie geen tijd of zin heeft te doe-het-zelven. In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de meeste zuivelvervangende producten die in vele winkels te koop zijn.

Alpro en Provamel zijn op dit moment de twee grootste merken van melkvervangende soja-producten in Nederland. Alpro is verkrijgbaar in de meeste supermarkten, waar in de 'reformhoek' vaak ook nog andere merken sojamelk verkrijgbaar zijn. Zuivelvervangende producten van Provamel, Lima e.a. zijn verkrijgbaar in de meeste natuurvoedings- en reformwinkels. Provamel verkoopt nu al een aantal producten van biologische teelt, Alpro komt hier in de nabije toekomst ook mee op de markt.
Product Basis Merk Smaken Biologisch
DRANKEN Soyadrink soja Alpro Nature, Choco, Aardbei, Vanille, Bosvruchten -- Soya Drink soja Provamel ongezoet, gezoet + Soya Drink soja Provamel Calcium, Choco, Choco Calcium, Nature met Ca,B2,E
-- Soyadrink soja Lima naturel + Oþriz rijst Provamel naturel + Rijstdrank rijst Lima naturel + Ama mande rijst Orido naturel + Mill Milk haver Mill Milk naturel + Soyamelk soja Bruno Fisher naturel +
VLA Soya Dessert soja Alpro Vanille, Choco, Caramel, Praliné -- Soya Dessert soja Provamel Vanille, Choco, Hazelnoot, Mokka + Soya Dessert soja Provamel Vanille, Caramel, Carob, Choco, Boomgaard (appel/peer) -- Soya Dessert soja Lima Vanille, Choco, Yannoh + Amasake rijst, haver Orido -- +
YOGHURT Soya Yofu soja Alpro Perzik, Bosvruchten -- Soja Yoghurt soja Provamel Bosvruchten, Perzik, Aardbei --
IJS dþice soja Loverendale Vanille, Choco -- Tofutti ijs soja Tofutti 12 smaken --
BOTER Wajang Light -- Wajang halvarine -- Natufood -- Natufood margarine -- Bak & Braad -- Natufood margarine --
ROOM Soya Cuisine soja Alpro -- --
KAAS Scheese soja Scheese Edam, Gouda, Cheddar Style --(Met dank aan Henry Schoen)

Contact    Disclaimer    Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door Vuurwerk
Alles op deze pagina mag worden overgenomen mits de bron vermeld wordt.

HOME